Dubbele moraal allochtonen slijt

Psssst!

In de Turkse en Marokkaanse gemeenschap heerst over seksualiteit een dubbele moraal. Meisjes mogen weinig, jongens kunnen vrij experimenteren met Nederlandse vrouwen. Maar het verandert, heel langzaam.

Een Haags koffiehuis stroomt vol met mannen. Ze hebben zich van de moskee verplaatst naar hun «stamcafé». De verhitte gespreken kunnen in decibellen nauwelijks concurreren met de loeiende televisie in het midden van de bedompte ruimte. Ze drinken koffie en thee en praten in hun eigen taal, Turks.

Twee mannen wisselen details uit over een huwelijk tussen de dochter van de één en de zoon van de ander. De twee vaders schudden elkaar voor de zoveelste keer de hand en slaan elkaar vriendschappelijk op de schouder. Met het voorgenomen huwelijk, zo verklaart een van de mannen in gebrekkig Nederlands, zijn beide families heel gelukkig. Het komt erop neer dat zijn aanstaande schoondochter een uitstekende partij is, want ze is nog jong (achttien), maagd («zuiver», zegt hij) en lid van een bevriende familie. En zijn zoon is een nette jongen die door hard werken haar een goede toekomst zal bieden. Het meisje heeft bovendien aangegeven om na haar administratieve vervolgopleiding meteen met kinderen te beginnen en niet meer te willen werken. Alhoewel hij het niet expliciet zegt, zit het met de eer van beide families wel goed. De kandidaten voldoen aan de door de ouders en de gemeenschap geaccepteerde normen en waarden over man-vrouwrelaties.

Meestal pakt het voor de verschillende partijen minder gelukkig uit. Ongetrouwde meisjes die door de familie zijn verstoten omdat ze seks hadden, scheidingen na mislukte gedwongen huwelijken, puberende jongens die zich geen raad weten met hun seksualiteit en overgaan tot intimiderend gedrag naar Nederlandse meisjes, bloedwraak omdat de familie-eer is aangetast door een losbandig meisje of een criminele jongen — het zijn verhalen die de media bereiken.

Onlangs kwam een geval van groepsverkrachting van een zwak begaafd meisje in de Amsterdamse Westerparkbuurt, gepleegd door voornamelijk Marokkaanse jongens, uitgebreid in het nieuws. Opvallend was dat de daders geen berouw toonden, want «het meisje wilde immers zelf graag seks». Achter dergelijke extreme berichten gaat een rollenpatroon schuil dat zorgt voor diepgaande, meestal verborgen conflicten binnen families.

De afgelopen tien jaar verscheen een stroom aan wetenschappelijke onderzoeksrapporten over de tweede generatie allochtonen, met doorgaans twee dominante thema’s: ontspoorde jongens en de kwestie van de maagdelijkheid bij meisjes.

Binnen de Turkse en Marokkaanse gemeenschap wordt over deze onderwerpen doorgaans gezwegen, want praten over problemen, dat doe je niet. En al helemaal niet over intieme zaken. Maagdelijkheid en huwelijk, het is een heilige twee-eenheid die de oorzaak vormt van veel drama’s. Hoe er tegen vrouwen wordt aangekeken, laat zich kenmerken door het klassieke begrip «hoer-madonnacomplex»: de vrouw is enerzijds een verlokkend lichaam dat bij mannen lagere lusten opwekt en hen zo berooft van hun ratio en moraal, anderzijds is zij een onaantastbaar, godvruchtig, immer geduldig wezen dat zorgt voor liefde, opvoeding en nestwarmte. De vrouw als een geraffineerde verleidster of als een veilige moederschoot. Dit beeld loopt als een rode draad door de traditionele Marokkaanse en Turkse opvoeding heen.

De ouders van de tweede generatie allochtonen in Nederland — grotendeels afkomstig van het platteland — hebben de normen en waarden meegenomen uit hun moederland en houden die binnen de Nederlandse samenleving in stand. Het contrast kan haast niet groter: terwijl het westerse opvoedingssysteem de individuele verantwoordelijkheid benadrukt, zijn in de Turkse en Marokkaanse gemeenschap de hiërarchische patriarchale gezinsrelaties belangrijk. In gelegenheden als koffie- en theehuizen worden traditionele denkbeelden in stand gehouden. Alhoewel het vrouwen officieel niet verboden is om er binnen te lopen — wat volgens de Nederlandse wet ook niet verboden mag zijn — zijn het gesloten mannenbolwerken waar geen vrouw graag zomaar een kopje koffie bestelt. Maar ook Nederlandse mannen stappen er niet binnen. Het zijn etnische eilandjes in de Nederlandse samenleving waar de intergratie ver te zoeken is.

«Vooral mannen houden zich vast aan het traditionele rollenpatroon. Moeders staan tussen hun man en kinderen in. Zij zijn de baas over het huishouden. Het grote verschil in de opvoeding tussen jongens en meisjes is alles bepalend voor latere problemen met seksualiteit en identiteit», zegt Ineke Wienese, orthopedagoog op de afdeling jeugd van Parnassia, psychomedisch centrum in Den Haag. De laatste jaren komen steeds meer meisjes bij haar die er zelf niet meer uitkomen. Jongens ziet ze nauwelijks. «Het zijn meestal goed opgeleide meisjes die in de ogen van hun ouders te westers zijn geworden. Met een opleiding stellen ze het probleem van partnerkeuze uit, maar het zwaard van het huwelijk blijft boven hun hoofd hangen. Ze komen binnen met psychosomatische klachten als hoofdpijn en buikpijn. Daarachter ligt een ondraaglijk dilemma tussen loyaliteit aan de ouders en het zoeken van een eigen weg met meer vrijheid en ontplooiing. Ze worden daarin gevoed door onderwijs, televisie, gesprekken met vriendinnen en tijdschriften als Viva. Er is veel diep leed onder allochtone meisjes.»

In de ogen van veel traditionele, laag opgeleide en niet geïntegreerde ouders zijn de invloeden van de buitenwereld op hun dochters levensgevaarlijk. De meisjes dragen immers zorg voor de eer van de familie. Van jongs af aan is de opvoeding erop gericht het meisje voor te bereiden op haar rol als goede vrouw. Wienese: «Als meisjes gaan menstrueren, verandert hun leven. Ze worden gewaarschuwd dat seks vies is. ‘Oppassen voor jongens, niet naar ze kijken, blijf uit hun buurt’, krijgen ze telkens te horen. Ze moeten hun maagdelijkheid bewaren voor het huwelijk, daar draait het om. Als het meisje zich niet 'netjes’ gedraagt, krijgt de moeder daarvan de schuld. De vaders worden op het gedrag van hun kinderen aangesproken in de moskee of het koffiehuis. In het openbare leven worden de meisjes daarom vaak gecontroleerd door hun broers, of door andere leden — ook vrouwen — van de gemeenschap.»

De kuisheidseis voor meisjes zorgt bij veel jongens voor een verwrongen vrouwbeeld. «Zeker de oudste zoon wordt enorm verwend. Jongens zijn meestal niet gewend om 'nee’ te horen. Als kind mogen ze vrijuit op straat spelen. Zijn ze eenmaal in de puberteit, dan kunnen ze zonder toestemming van hun ouders uitgaan en laat thuiskomen. Seks voor het huwelijk wordt niet gezien als een probleem. Een enkele keer weet een jongen een meisje uit de eigen gemeenschap in bed te krijgen, vaak met de belofte dat hij met haar zal trouwen. Het treurige is dat jongens vaak binnen de eigen vriendenkring gaan opscheppen dat het is gelukt om haar te pakken, en het meisje dan de schuld krijgt van de ontmaagding. Ze is vanaf dat moment een slecht meisje en onderwerp van geroddel. Het schuldgevoel over haar gedrag leidt niet zelden tot depressiviteit. De meisjes kunnen vaak bij niemand hun verhaal kwijt.

Maar eerder proberen de jongens Nederlandse meisjes te versieren. Die zijn in hun ogen gemakkelijk te krijgen. De ouders vinden dat best; Nederlandse meisjes worden al gauw als hoer gezien. Daarmee zeggen ze indirect tegen hun dochters: 'Kleed je en gedraag je vooral niet zoals de Nederlandse meisjes, want dan verkoop je je eigen lichaam.’ Dat beeld nemen de jongens over. Die houden hun eigen zusjes onder de duim en willen uiteindelijk wel trouwen met een maagd uit de eigen gemeenschap, maar intussen doen ze uitgebreide seksuele ervaringen op. Ze hebben vaak geen idee hoe denigrerend ze zich opstellen en hoeveel pijn hun gedrag veroorzaakt. Aan de andere kant kussen veel jongens de grond onder de voeten van het meisje, dat wil zeggen: ze besteden veel zorg en aandacht aan het meisje vóór het huwelijk. Maar als ze trouwen, wordt zij lid van de familie van de man, en heeft ze zich te houden aan de codes van de schoonfamilie. Dat is ook vaak de oorzaak van conflicten.»

In deze onbalans tussen jongens en meisjes komt volgens Wienese wel enige verandering. «De gemeenschap is zelfbewuster aan het worden. De hoger opgeleide vrouwen zijn aan het emanciperen. Zij kunnen hun gevoelens over de botsende werelden goed onder woorden brengen. Ouders accepteren dat hun dochter verder studeert. Maar ook zie je dat vrouwen na hun huwelijk terugkeren in het kleine wereldje. Sommigen breken helemaal met hun afkomst, wat eveneens een zware weg betekent.»

Wienese benadrukt het belang van seksuele opvoeding op scholen. Ook moeten ouders gewezen worden op de betekenis van goede voorlichting. Wienese heeft in de afgelopen twintig jaar baanbrekend werk verricht op het gebied van hulp aan allochtone vrouwen en meisjes. Ze zette onder meer een telefonische hulpdienst op voor Turkse vrouwen en is nu bezig, samen met andere organisaties, met het ontwikkelen van een website waar allochtone jongeren terecht kunnen met vragen rondom relatieproblematiek en seksualiteit. «Meisjes zijn op de goede weg, maar aan de emancipatie van de jongens moet nog hard worden gewerkt. Ze moeten leren zich te uiten over hun gevoelens.»

Wieneses Turkse collega Mohammed Yilmaz, jeugdhulpverlener en imam, noemt de relatie tussen jongens en meisjes binnen de Nederlandse moslimwereld een grote ramp. «De meeste allochtonen komen van het platteland en voeden de meisjes streng op, omdat ze zelf zo zijn opgevoed. Van de islam weten ze vaak weinig, maar ze denken dat het stellen van allerlei strenge regels met het geloof te maken heeft. Dat strookt absoluut niet met de opvattingen van de islam. Het eerste vers van de koran luidt juist: 'O, Mohammed lees’. En dat gaat niet over bidden. Ik zou de opvattingen over mannen en vrouwen eerder pre-islamitische gedachten willen noemen.

Ze denken dat meisjes die zich bloot kleden, dat wil zeggen: geen hoofddoek om hebben, een soort hoeren zijn. Het zijn vooral de moeders die zulke rare ideeën overbrengen op hun kinderen. De vaders zien de kinderen vrij weinig; ze werken hard en zoeken onderling gezelligheid in het koffiehuis en de moskee. Thuis willen ze vooral rust. Vader verbiedt de kinderen te drinken en beveelt ze dat ze meer moeten bidden, maar zelf doet hij dat niet. Hij geeft niet het goede voorbeeld en laat de opvoeding liggen. De kinderen krijgen niet de juiste aandacht. Wat ze meekrijgen, komt vooral van de straat en de school.»

Net als Wienese pleit Yilmaz ervoor om ouders te trainen in beter opvoeden. «De haat van Turkse ouders tegen onbekende mensen komt voort uit hun eigen onzekerheid. Hoe kun je nou praten over integratie en tolerantie, terwijl het verkrampte beeld over mannen en vrouwen in stand wordt gehouden?»

Uit bezorgdheid voor het welzijn van allochtone jongeren — Yilmaz ziet dagelijks cliënten met gezinsproblemen, klachten van depressiviteit en ontspoord gedrag — heeft hij het plan gelanceerd voor een aantal cursussen. Een daarvan is een cursus seksualiteit. «Het zou moeten gaan over het leren omgaan met het eigen lichaam en dat van een ander. Over het verschil tussen seks en liefde. Seksualiteit is tweerichtingsverkeer. Mannen denken vaak: het is mijn meisje, ik moet haar hebben. In een andere cursus zou ik voorlichting willen geven over de Nederlandse en islamitische opvoeding. Het wordt de hoogste tijd dat we de krachten bundelen. Na dertig jaar.»

Yilmaz wil samen met vertrouwenspersonen van de Stichting Haags Islamitisch Platform, een overkoepeling van islamitische organisaties met verschillende etnische achtergronden, gezinnen helpen bij de opvoeding. Het geloof kan daar volgens hem een goede bijdrage aan leveren. Op de folder van de stichting is vers 49:13 uit de koran afgedrukt. «O mensheid, Wij hebben jullie geschapen uit een man en een vrouw en Wij hebben jullie tot volken en stammen gemaakt, opdat jullie elkaar leren kennen.» Zo ziet Yilmaz de verhouding tussen man en vrouw. Als hoog opgeleide moderne imam heeft hij moeite met de vele imams in Nederland die geen goede opleiding hebben genoten. «Ze zijn van het platteland hiernaartoe gehaald. Ons land telt vijfhonderd moskeeën. Slechts veertig imams spreken goed Nederlands. Ik vind dat Binnenlandse Zaken dit harder moet aanpakken. Nu pas komt minister Van Boxtel met het voorstel tot verplichte inburgering. Erg laat.»

De 27-jarige Marokkaanse schrijver Hans Sahar ziet de generatie van zijn ouders positief meeveranderen. «Seks voor het huwelijk ligt binnen onze cultuur inderdaad gevoelig», zegt hij. «Voor de mannen zijn eergevoel en stoerheid belangrijk. Meisjes hebben het moeilijker. Die worden gewaarschuwd vooral niet met mannen uit te gaan, omdat ze dan gebruikt worden. Als een meisje een kort rokje draagt, is ze op iets uit. Toch merk ik dat er binnen mijn eigen familie veel is veranderd. Ik ben traditioneel opgevoed — en daar is niks verkeerd aan — maar heb mijn vader in de afgelopen 25 jaar zien veranderen richting de Nederlandse cultuur. Hij accepteert veel meer dan in het begin. We komen uit een gesluierde samenleving, vergelijkbaar met Nederland van ver vóór de jaren vijftig. Langzaam zie je daar verandering in komen.»

Sahar toont in zijn deels autobiografische romans Hoezo bloedmooi en Zoveel liefde en in zijn recent verschenen verhalenbundel De heimweekaravaan de rauwe werkelijkheid van het Marokkaanse straatleven. De figuren uit zijn boeken zijn stoere macho’s die nooit en te nimmer hun zwakke kanten tonen, die liegen en bedriegen, die vrouwen om hun vinger winden voor de seks, niet te veel willen verhollandsen, soms in gewetensbezwaar komen als ze in bed stilletjes aan hun moeder denken, maar die toch vooral niet zo soft willen zijn als de Nederlandse papkinderen. Alhoewel uit zijn boeken een weinig verheffend man-vrouwbeeld naar voren komt, liggen Sahars persoonlijke ervaringen genuanceerder. «Ik ken vooral gemengde relaties die heel goed gaan. Het machogedrag van Marokkaanse jongens is meer een buitenkantje van stoer doen naar de omgeving. Als je openlijk van iemand houdt, wordt dat gezien als een teken van zwakte. Maar tegenover hun vriendin zijn ze in werkelijkheid juist heel gevoelig. Wij weten heel goed dat gedwongen relaties gedoemd zijn te mislukken. Daar komt iedereen snel genoeg achter. Ook ouders met een traditionele achtergrond hebben dat langzamerhand door.»

Hans Sahar groeide op in een gezin met achttien kinderen. Met de meesten gaat het, na een «heftige jeugd», nu goed. Een aantal is getrouwd — veelal met Nederlanders — heeft kinderen en een baan. Zelf hoeft Sahar, na de nodige liefdesrelaties met meisjes van verschillende etnische achtergrond, niet per se te trouwen met een Marokkaanse maagd. «Ik wil een slim iemand met wie ik lekker ruzie kan maken. Iemand die zelfstandig is en met wie ik kan praten. Het beeld dat wij, Marokkaanse jongens, alleen een meisje uit de eigen gemeenschap willen, vind ik echt gelul. Dat speelt helemaal niet.»

Sahar behoort tot de minderheid van twintig procent van de tweede generatie allochtonen die trouwt buiten de eigen gemeenschap. De bruiden komen vaak uit het moederland, omdat die minder mondig zijn en zich beter zullen schikken in hun positie als gedienstig huisvrouw. De meisjes trouwen ook vaak met jongens uit het moederland, soms gearrangeerd, soms omdat zulke jongens een onbesproken verleden hebben, soms omdat die jongens zo aan een verblijfsvergunning kunnen worden geholpen. En soms uit liefde. Samenwonen vindt mondjesmaat plaats.

Nora, Marokkaanse, 25 jaar, heeft andere ervaringen. Haar verhaal geeft aan hoe seksegebonden de perceptie op de werkelijkheid van de familiebanden is. Nora heeft een lange weg achter zich liggen met alle ingrediënten om totaal te ontsporen. Ze is dapper en sterk. Afkomstig uit een gezin met zestien kinderen, koos ze reeds op twaalfjarige leeftijd voor het verlaten van het ouderlijk huis. Ze meldde zich bij de politie om heel beslist te vertellen dat ze niet meer tussen haar tweede moeder, haar echte vader en haar broers en zusjes wilde opgroeien. Ze kon de drukkende sfeer thuis niet meer aan. «Iedereen houdt elkaar in de greep. Als je een beetje wil leven, ga je tegen over je ouders uiteindelijk overal over liegen.»

In twee jaar tijd bezocht ze vijftien tehuizen in de crisisopvang, totdat ze een gastgezin toegewezen kreeg. «Het zijn geweldige mensen. Ik kwam daar tot rust en leerde wat normaal was. Ze hadden behalve mij nog vier andere pleegkinderen, naast hun eigen twee kinderen. In totaal hebben ze inmiddels 53 meisjes opgevangen. Ze zijn streng en duidelijk. Doe je niet mee, dan kun je weg. Maar niemand wil daar weg, dus leef je keurig in prettige samenwerking met elkaar.»

Intussen gold ze binnen haar gemeenschap als een «gevallen kind». «Mijn vader kreeg daar veel last mee. Het betekende gezichtsverlies voor hem dat hij zijn dochter niet in toom had weten te houden. Mij maakt het niet uit als ze me openlijk een hoer noemen. Het raakt me niet.»

Uiteindelijk is het contact met het thuisfront redelijk hersteld. Met sommige broers gaat het «niet goed» — school niet afgemaakt, op het criminele pad. Haar zusjes trouwden op jonge leeftijd, rond hun zestiende, en zijn moeders geworden van het nodige aantal kinderen die ze traditioneel opvoeden. «Ze zetten het patroon voort. Bij ons trouw je niet uit liefde, het gaat om het rollenpatroon. Maar als het gezin zo belangrijk is, waarom krijgen kinderen dan geen wezenlijke aandacht? Als ik als kind thuiskwam met een plakwerkje van school, gooide mijn moeder het in de bak omdat ze het maar rommel vond.»

Voor haar nichtjes fungeert Nora als brug tussen moeder (haar zusjes) en dochter. «Als ze bijvoorbeeld op schoolreisje willen, praten ze eerst met mij. Ik help ze. Misschien komen zij een stapje verder dan hun moeder.»

Met Nora, een beeldschone tengere vrouw in strakke spijkerbroek en met een enorme bos krullen, gaat het heel goed. Ze woont zelfstandig en heeft haar opleiding tot verpleegkundige, met de aantekening «kinderen», bijna afgerond. Haar Arabische achtergrond zal ze nooit verloochenen. «Mij past het beste van beide werelden. Ik ga graag met mannen om, maar seks voor het huwelijk hoeft voor mij niet. Seks bewaar ik voor mijn grote liefde.»