PSV en Ajax profiteren in Qatar van slavenarbeid

Doha – Hij is 42 en gastarbeider. Zijn kinderen wonen in de Filipijnen bij hun grootmoeder en zijn paspoort ligt op het bureau van zijn werkgever in de Qatarese hoofdstad. Om de twee jaar ziet hij zijn dochters. Tenminste, als zijn baas zo vriendelijk wil zijn hem een uitreisvisum te bezorgen.

Het heet Kafala en het is een moderne vorm van slavernij. Zonder toestemming van je sponsor kun je als gastarbeider het land niet verlaten. Je kunt zelfs geen ander (beter) werk zoeken.

Gomar is een van de bijna twee miljoen gastarbeiders die ellenlange dagen timmert aan de toekomst van Qatar: een nieuw nationaal museum, de hoogste wolkenkrabber, blitse snelwegen en metrolijnen die de acht voetbalstadions voor het wereldkampioenschap in 2022 moeten verbinden. Zijn korte nachten spendeert Gomar in de arbeiderskampen. ‘Daar hebben we alles: water, elektriciteit, een bed.’

Sinds het land het WK 2022 toegekend kreeg, voerde het dertigduizend extra mankrachten in voor de bouw van de stadions en trainingsaccommodaties, waar deze week Ajax en psv hun winterse trainingskamp houden. Tweeduizend van hen kwamen volgens The Guardian inmiddels om in erbarmelijke werkomstandigheden. Volgens Mohamed Hassan al-Obaidly van het ministerie van Werk is dat een ‘flagrante leugen’. Toch neemt de druk op het land over de leef- en werkomstandigheden voor gastarbeiders toe. Met resultaat. Vanaf 1 januari 2020 zou er een definitief einde komen aan het aloude Kafala-systeem.

Het is echter niet de eerste keer dat er sprake is van de afschaffing van de Kafala, meldt Amnesty International. Ook Gomar is nog niet overtuigd. ‘Qatar wil een goede beurt maken voor het WK én ze hebben arbeiders nodig. Maar wat gebeurt er als de internationale schijnwerpers niet meer op de Qatarese stadions schijnen?’

De Filipijnse arbeider is er niet kwaad over, eerder gelaten. Hij hoopt dat er deze keer wel iets verandert. ‘Als de aangekondigde wetswijziging geïmplementeerd wordt, neem ik ontslag. Dan zoek ik een eerlijke werkgever.’

Want zonder verlofdagen of uitbetaalde overuren – twee zaken waar zijn werkgever, tevens sponsor, over beslist – kan hij zich de reis naar huis niet permitteren. Dan is het afschaffen van een verplicht uitreisvisum slechts een pleister op de wonde. ‘Ik zwijg voorlopig en wacht af, want de mensen met geld staan boven de wet.’