Psychoanalytische koeievlaai

Theatermaker Ivo van Hove is in de afgelopen jaren consequent bezig een verzameling psychopathologische mafkezen bij elkaar te sprokkelen. Verzonnen door uiteenlopende schrijvers als Eugene O'Neill, Tennessee Williams, Julian Green en Albert Camus, trekken dank zij het Zuidelijk Toneel stoeten gehavende typen aan ons voorbij, mensen die het met zichzelf en hun omgeving niet erg getroffen hebben. Daar is niks op tegen: toneel en drama varen wel bij malloten. Probleem is dat de voorstellingen die de regisseur uit deze teksten bakt, langzamerhand hinderlijk op elkaar beginnen te lijken. Ik word eerlijk gezegd moe van de gekkenhuizen die Ivo van Hove ons voortovert. Zijn acteurs lijken er trouwens ook niet creatiever van te worden.

Neem het meest recente wapenfeit van het Zuidelijk Toneel, een onbekend stuk (uit 1938) van François Mauriac, Les Mal-Aimés, door Eric de Kuyper vertaald als De onbeminden. Een vader, de taaie zestiger De Virelade, houdt zijn oudste dochter Elisabeth in een soort mentale gijzeling: ze is de ideale verpleegster, ze leest leuk voor, als gezelschap lijkt ze net zo verknipt als de man zelf (De Virelade is nooit over het overhaaste vertrek van zijn vrouw heen gegroeid). Hij veinst zijn jongste dochter Marianne te kunnen missen als kiespijn - ze lijkt te veel op zijn echtgenote. Marianne stort zich vervolgens in de armen van de macho-klaploper Alain, die eigenlijk verliefd is op Elisabeth. Die lijkt ook wel pap van Alain te lusten, maar Elisabeth offert zich om onheldere redenen op - ze kiest ervoor Dumas en Balzac aan haar verknipte en zwaar aan de drank verslaafde vader voor te blijven lezen. (Bent u daar nog? Het is nog niet afgelopen.) Na een jaar huwelijk keert Marianne bij haar vader terug, Elisabeth en de klaploper Alain knijpen er even tussenuit, aan het eind lijkt de vader zich met zijn twee dochters te verzoenen, in een omarming die even dodelijk als geestdodend is. Doek.
Ik kende het toneelwerk van Mauriac niet. En dat wou ik maar zo laten. De man lijkt ruggelings te zijn gevallen in de valkuil dat toneel vooral scharniert om taal, om woordjes. Hij legt alle psychologische conflicten tussen zijn personages ongeveer zes keer uit, en al na de tweede uitleg krijg ik de onbedwingbare neiging om eindeloos te geeuwen. Regie en acteurs moeten zoiets hebben voorvoeld - ze vertrouwden hun materiaal niet. Als oplossing werd gekozen voor talloze artistiekerige ingrepen. In de proloog worden ons tekstflarden en bewegingen vertoond, fragmenten uit de hele voorstelling, achter elkaar gesneden als een soort clip - overigens nauwelijks zichtbaar, het schelle voetlicht schijnt de toeschouwers recht in het gelaat. In sommige scènes worden ogenschijnlijk betekenisvolle, lange, zeer lange pauzes genomen (de Duitsers hebben daarvoor het dodelijke woord Wichtigmacherei verzonnen), in andere scènes mitrailleren de acteurs de tekst dwars over elkaar heen, met als voornaamste gevolg dat je er geen woord meer van verstaat. Verder schakelen de spelers van de laagste tot de hoogste versnelling en weer terug, met als meest voordelige effect dat deze over drie uur uitgesmeerde psychoanalytische koeievlaai niet ook nog eens vier uur gaat duren. Godzijdank!
Chris Nietveld (Elisabeth) en Camilla Siegertz (Marianne) volvoeren vakbekwaam de hysterische acteernummers die we van ze kennen en waarvan er ondertussen al vijftien in een dozijn passen. Hans Croiset (vader De Virelade) doet goed zijn best de verbazing te verbergen over het krankzinnigeninstituut waar hij in blijkt te zijn verdwaald. En de voornaamste bijdrage aan de voorstelling van Rob Das (Alain) is het bekwaam het podium op rijden van een Citroën DS. Vraag mij niet waarom. Of het moet zijn dat Chris Nietveld een geile act op de auto kan doen. Ik geloof dat ze verbeeldde eigenlijk met Alain te willen neuken - bij gebrek aan een beter (of bereikbaarder object) vree ze amechtig met de auto. Ik kon er niet naar kijken.
Enfin, wonderboy Ivo van Hove heeft weer eens een onbekend toneellijk uit de kast gerukt, enkele getalenteerde spelers moeten tot 25 mei met dit lijk door Nederlandse en Vlaamse polders zeulen. Jan Versweyveld heeft voor deze draak een prachtig decor (geheel uit tapijten opgetrokken) gemaakt. Ik citeer met instemming de kortste recensie uit de vaderlandse theatergeschiedenis (van Wim Kan): ‘Het decor was prachtig, maar de acteurs gingen er voortdurend vóór staan.’