Thomas Erdbrink (midden) in Onze man bij de Taliban © Dennis Kersten

Thomas Erdbrink, ‘onze man in Teheran’, kreeg een beroepsverbod van de ayatollahs en is nu noodgedwongen Onze man bij de Taliban. Dat levert een indrukwekkende reeks op, maar langer dan een paar maanden had hij het in Kabul vast niet uitgehouden. Hoe complex het leven in Iran ook, Taliban-Afghanistan ligt nog weer dichter bij de hel (zeggen legio Afghanen; en wie een Afghaanse vluchteling ‘gelukszoeker’ noemt zou verplicht moeten kijken). Zeker voor vrouwen – hoe bitter ook juist nu de vergelijking met Iran te maken. ‘Wij worden letterlijk uit de openbaarheid weggevaagd’, sprak een woedende Mahbouba Seraj, Afghaans vrouwenrechtenactivist, tot de Veiligheidsraad van de VN. O, Erdbrink heeft ook gelachen, maar dan vaak op momenten dat situaties en uitspraken zo bizar zijn dat je lacht om niet te huilen. Trouwens, droog houdt hij het niet altijd, net zomin als deze kijker.

Zijn kwalificaties? Mateloze nieuwsgierigheid, lef, het vermogen naast journalistieke interviews ‘gewone gesprekken’ te voeren waarbij mensen zichtbaar op hun gemak zijn, gein, de taal. Zijn vloeiende Farsi wordt door het merendeel van de Afghanen verstaan, omdat het verwante Dari hun moedertaal of lingua franca is. En hij vindt altijd rake verhalen. Voorbeeld: zijn busje gaat stuk. In de garage ook een taxichauffeur met pech. Veel ritten maakt die niet meer: geen reizigers van en naar het internationale vliegveld. Ja, hij was er op die rampdag zelf ook om te vluchten, met zijn gezin. Maar hij vond een achtergelaten baby op de grond en besloot te blijven. Noemde hem Mohammed. Humane daad. Even denk ik: zou je voor een meisje gebleven zijn? Veel hartverscheurende gesprekken en scènes verder komt het antwoord. Kijk zelf omdat het zo tekenend is.

Ik zag drie van de vier delen. Onmogelijk recht te doen. De voormalige rechter, zijn leven niet zeker door Taliban én veroordeelde criminelen. Een tijdje incognito mijnwerker, want geen inkomen. De Taliban-strijder die zich ontfermde over vrouw en baby-op-komst van zijn omgekomen broer. Dol zijn hij en neefje/zoontje op elkaar, maar als God hem roept gordt hij met liefde zijn bomvest om: het jochie tweemaal vaderloos. De bommenmakers tegen Amerikaanse tanks. De talloze burgerslachtoffers van Amerikaanse drones. De twee psychologen die drugsverslaafden behandelen (daarvan zijn er angstaanjagend veel) – tegenpolen in alles.

Maar ach, de vrouwen en meisjes. De laatst werkende nieuwslezeres die de eerste vrouwelijke president had willen worden, alles in duigen ziet vallen maar zonder hoop niet kan en wil leven. Al die meisjes in een illegale school, zolang die nog niet verraden is. Zo wijs. Je hart breekt. Eentje wil psycholoog worden, omdat er zoveel leed is (‘we hebben allemaal een psycholoog nodig’). En niemand van hen die een jongen had willen zijn. Hun man-beeld is dan ook gruwelijk. Wel maak ik me zorgen over de veiligheid van wie het waagde met Thomas te praten. Hun risico zoveel groter.

Thomas Erdbrink, Roel van Broekhoven, Onze man bij de Taliban, VPRO, vier delen vanaf zon- dag 22 januari, NPO 2, 20.20 uur