Psychonauten ‘cannabisten zitten gewoon beter in hun vel’

Al dertig jaar zijn zij enthousiaste druggebruikers en nog steeds waait hun geest volop. De schrijvers Gerben Hellinga en Hans Plomp noteerden hun ervaringen met uiteenlopende substanties in het boek ‘Uit je bol’, over XTC, paddestoelen, weed en andere middelen. In hun woonplaats Ruigoord vertellen ze over de redding van de wereld via hennep, buitenaards leven en de angst van Hirsch Ballin.

Het scheppingsverhaal volgens Plomp en Hellinga:
In den beginne was er de aap. Die klom maar een beetje zinloos op en neer in bomen, kauwde op takken, dag in, dag uit, totdat het dier op zekere dag een vreemdsoortige paddestoel ontwaarde waarvan het nog niet eerder had geproefd. Het beest nam een hap en lag binnen de kortste keren gestrekt op de grond met een gelukzalige grijns op het gelaat, overmand door visioenen en hallucinaties, voor het eerst buiten zichzelf getreden. Het was de oerknal van de menselijke staat. Voor het eerst kon het dier zichzelf zien, van buitenaf, en een eerste fase van een religieus bewustzijn trad in.
‘Zo ongeveer moet het zijn begonnen’, zegt Gerben Hellinga. 'Met een Big Bang in dat apebrein door een totale kortsluiting van de zintuigen. De geschiedenis van de mensheid begint met een dope-ervaring.’ Ter illustratie haalt Hans Plomp een Amerikaans boek tevoorschijn waarin diverse 'psychonauten’ (onderzoekers van psychedelische ervaringen door middel van zelfgebruik en wetenschap) hun bevindingen hebben vastgelegd. Hij wijst op een foto van enige Zuidamerikaanse rotstekeningen uit de oertijd, onmiskenbaar paddestoelvormig van aard. 'De Inca’s en andere Indianenvolkeren wisten alles van entheogene ervaringen. Hun hele religie was erop gebaseerd. Echte psychonauten, zoals Gerben en ik, zetten die traditie voort.’
We zitten in de weelderig begroeide tuin van Hans Plomp in de 'agro-anarchistische gemeenschap’ Ruigoord, het kunstenaarsdorp in het westelijk havengebied dat ondanks de ijver van het Amsterdamse gemeentebestuur maar niet van de landkaart kan worden geveegd. Portugese witte wijn en een waterpijpje vol zuivere weed (de beide psychonauten verafschuwen het nutteloze mengen van cannabisprodukten met een allesverziekende downer als tabak) dragen bij aan de feestvreugde, terwijl Plomp en Hellinga kriskras door hun dertigjarige conduitestaat als Nederlandse drugspioniers trekken.
Onlangs verscheen van hun hand het boek Uit je bol, een handige consumentengids over allerhande stimulerende middelen, varierend van cannabis, LSD, XTC en cocaine tot de modernste designer drugs, alsmede DMT, ketamine, psilocybe, lachgas en onbekendere natuurprodukten als de klimmende blauwe winde, de alruinwortel en de vliegenzwam. Hellinga (1937) en Plomp (1944) zagen het als hun taak hun ervaringen als drugspioniers te boek te stellen voor volgende generaties.
'Figuren als Gerben en ik, maar ook Simon Vinkenoog, Johnny van Doorn en Cornelis Vaandrager zijn eigenlijk een soort wandelende laboratoria geweest’, legt Plomp, auteur van psychedelisch-literaire klassiekers als het Amsterdams Dodenboekje, uit. 'We hebben overal mee geexperimenteerd, we sprongen roekeloos in het diepe, terwijl er over de werking van al die middelen weinig tot niets bekend was. Vandaar dat we dachten dat het wel een goed idee zou zijn om onze ervaringen door te geven, met adviezen erbij over hoe te gebruiken. Zo hoeven jongere psychonauten ook niet dezelfde fouten te maken die wij noodgedwongen wel hebben gemaakt. Momenteel zie je dat er ongelooflijk veel dope wordt gebruikt in Nederland, maar veel van de kids doen dat op een totaal doorgeslagen, consumptieve manier, zonder enige voorlichting. Met ons boek willen we laten zien dat dope een enorme verrijking van je leven kan zijn, als je het gebruik maar redelijk integreert in de rest van je bestaan.
Wat ons interesseert aan dope is dat het je mystieke en ook psychoanalytische ervaringen kan geven die heel je leven ten goede kunnen keren. Dope maakt het makkelijker je eigen lot in te zien, brengt je soms ook terug naar je ervaringen in de baarmoeder. Voor mij persoonlijk geldt dat dope zo'n beetje mijn leven heeft gered. Ik was maar een cynisch flikkertje voordat ik ging gebruiken. Na een gereformeerde jeugd geloofde ik helemaal nergens meer in. Door dopegebruik ontdekte ik de samenhang tussen alles, en ook het simpele inzicht hoe prachtig het leven eigenlijk is. Het was een soort Eureka-gevoel, dat daarna eigenlijk nooit meer is verdwenen.’
Plomp is net teruggekeerd van een lange reis door Oost-India, waar hij talloze, nog half-primitief levende stammen aantrof voor wie het gebruik van drugs even normaal is als hier een kop koffie. Het probleem met India, aldus Plomp, begint echter te worden dat 'daar nu zo'n beetje iedereen aan de heroine zit’. 'Helemaal onbegrijpelijk is dat niet’, legt hij uit. 'Door heroine vergeet je al je lijden, al je honger, dus het is het perfecte middel voor die hele samenleving, waar het grootste gedeelte van de bevolking ondertussen echt crepeert. Met heroine zit je gelijk op de wolken en vergeet je dat knagende hongergevoel in de buik. Het is dus de ideale drug voor de derde wereld, om het maar eens cynisch te zeggen. “Take heroin because the world sucks’, las ik ergens op een muur daar. De overheid voert er wel campagne tegen, maar veel helpen doet het niet. Ze hebben nu een campagne met de leus: ’'Neem geen drugs want het maakt je moeder aan het huilen.” Of dat nu de ideale slagzin is weet ik zo net nog niet. Ook las ik ergens op een poster: “Neem geen heroine want je word er impotent van.” Misschien dat dat voor wat meer paniek zorgt.’
Hellinga: 'Ik ben ervan overuigd dat dope het leven een stuk interessanter maakt, als je maar weet hoeveel je van wat kan verdragen en wat je beter aan je voorbij kan laten gaan. Een goede dope-ervaring geeft je inzichten die je ook na de roes kunt vasthouden en die je ongelukkigheid weg kunnen nemen. Je ziet alles in een ruimer perspectief, gaat alles beter waarderen. In ons boek pleiten we voor een verstandig gebruik, om te voorkomen dat mensen echt flippen en doordraaien. Want dat is helemaal niet nodig. Met gebalanceerd gebruik kun je er heel oud mee worden. Over het algemeen vind ik dat cannabisten bijvoorbeeld leukere mensen zijn dan niet-gebruikers. Ze zitten gewoon beter in hun vel.’
In hun boek leggen Plomp en Hellinga vooral de nadruk op druggebruik als middel om Aldous Huxley’s 'doors of perception’ te openen. In die zin zijn zij loyale vertegenwoordigers van de hippiegeneratie, behept met andere intenties dan de jongere generaties van XTC-slikkers, volmaakte hedonisten die meer in een good time en een onafgebroken dansmarathon van vierentwintig uur zijn geinteresseerd dan een instant-afdaling naar het nirvana in zichzelf. Evenmin is het duo erg geinteresseerd in de virtuele- realiteittechnieken waarmee gewezen LSD- profeten als de Californier Timothy Leary op de loop zijn gegaan. 'De realiteit is mij al virtueel genoeg, om Willem de Ridder te citeren’, zegt Hans Plomp. 'Daar heb ik geen elektronische handschoen en een brommerhelm met projectiebeelden voor nodig.’
Hedendaagse helden van het Ruigoordse schrijversduo zijn wetenschappers als de Amerikaanse antropoloog Terence McKenna, die aan de hand van zijn ervaringen met het een aan het Zuidamerikaanse boombastpoeder yopo verwante, synthetische DMT een nieuwe theorie opzette over 'buitenaards’ leven. De DMT-gebruiker, zo is de overtuiging van McKenna, treedt in zijn roes in een andere bestaansdimensie, die wel degelijk moet worden gezien als een reele wereld, daar alle DMT-gebruikers dezelfde ervaringen kennen.
Hellinga: 'Het is altijd dezelfde ervaring die DMT-gebruikers hebben. Eerst kom je in een glasachtige voorruimte; dat is de poort waar je doorheen moet. Je wordt er als het ware ingezogen. Aan de andere kant kom je in een wereld terecht die je nog niet kende. Hier kun je de volgende ervaringen hebben: Tijd en ruimte zijn opgeheven. Je ziet vreemde planten of plantaardige vormen. Je bevindt je in een vibrerend universum zonder vormen waar je vreemde machines ziet en buitenaardse muziek hoort. Je hoort vreemde talen, soms begrijpelijk, soms niet. En je ziet intelligente wezens in allerlei vormen. Ze zijn een beetje spiraalachtig, een soort grote waterdruppels, astrale lichamen. Ze hebben snoetjes, een soort puntmutsjes ook, en ze kijken je aan, lachen je toe en praten met hoge piepstemmetjes tegen je. Sommige van die wezentjes doen een beetje eng en maken je aan het schrikken, maar de meesten hebben het beste met je voor. Je hebt DMT-gebruikers die een hele relatie met die wezentjes opbouwen.
Met ketamine is er een soortgelijke ervaring. Dat is een verdovingsmiddel dat werd gebruikt bij operaties op de slagvelden van Vietnam. Het geeft je een bijna-doodervaring. Onder invloed van dat spul kom je volgens de Amerikaanse onderzoeker John Lilly echt op andere planeten terecht. Die man beschrijft hoe hij tijdens zijn ketaminetrips reizen maakte naar Venus en andere planeten. Hij kreeg daar ook een soort familie, wezens bij wie hij hoorde, en hij schrijft dat het afscheid hem telkens moeilijker viel, dat hij helemaal niet meer terug wilde naar de aarde. Zelf heb ik die ervaringen ook gehad. Ik nam een ketaminetrip en vervolgens kwam er een soort oermoederachtig wezen op me af dat me optilde, en me een geweldige omarming gaf met de woorden: “Waar zat je nu al die tijd? Ik heb je gemist!”
Plomp: 'Er bestaat een gigantische angst voor dat soort ervaringen. Het is echt de wereld van de tovenarij, en er is een geweldige oerangst voor de kennis die uit dit soort ervaringen voortvloeit. Logisch, want het zijn natuurlijk zaken die de status quo van de macht in de weg staan. In vroeger tijden stond er een priesterkaste op die die hele entheogene kennis ging monopoliseren, ging afschermen voor de rest van de bevolking, met als enige intentie om de macht te consolideren. Zo is er een enorme angst voor het andere gecreeerd, is alles wat met dit soort ervaringen samenhangt op een geweldige manier gedemoniseerd. Dat is een lijn die regelrecht doorloopt naar de War on Drugs, die George Bush heeft ingezet, tot aan onze eigen Hirsch Ballin en zijn paniekverhalen over het nieuwe Sodom.’
Hellinga: 'Heel die politiek van Hirsch Ballin is van een hypocrisie die nauwelijks te bevatten is. Er worden hele divisies agenten met helikopters losgelaten om een paar veldjes weed te kunnen vernietigen, terwijl het hele land verslaafd mag zijn aan alle vormen van tranquillizers, antidepressiva en noem maar op. Ondertussen staat de officiele farmaceutische industrie in de startblokken om een heel scala aan nieuwe pillen te lanceren. Kijk maar eens wat er gebeurt met die Prozac. Dat wordt nu al door alle hippe huisartsen van Amsterdam voorgeschreven. De hele grachtengordel gaat te gek op die pillen, die dingen worden gegeten als snoepjes. Terwijl al die mensen met hun depressies waarschijnlijk heel wat beter af zouden zijn als ze zo nu en dan eens gewoon een blowtje zouden nemen. De farmaceutische industrie koerst af op een wereld waarin de mensen als wandelende laboratoria elke willekeurige stemming kunnen oproepen. Hier een pil om niet depressief te worden, daar een pil om te slapen, en dan nog eentje om ’s-ochtends weer fris op te staan, eentje om je te kunnen concentreren op het werk, noem maar op. En dat mag allemaal wel. Dat is toch pas echt de waanzin ten top?’
De grootste misstand, niet alleen bezien vanuit het perspectief van de vrolijke roker, is volgens Plomp en Hellinga de systematische wijze waarop met name de Amerikaanse regering vanaf 1937 de teelt van hennep (de marihuanaplant) heeft bestreden. Aanvankelijk was er niets aan de hand. Marihuana werd al sinds 1611 gekweekt in Amerika, niet alleen voor het rookgenot, maar ook om er papier, touw, textiel, uniformen, schoenen, veevoer en zelfs lampolie mee te maken. Het voordeel van de plant is dat hij zelfs onder de meest ongunstige omstandigheden kan groeien en dus een ideaal produkt was voor arme boeren. Diverse founding fathers van de Verenigde Staten, zoals George Washington en Thomas Jefferson, waren zeer tevreden henneprokers en hun slaven waren dan ook dagelijks in de weer met de hennepteelt. Zo werd de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring geschreven op henneppapier. Washington schreef in 1796 nog een brief aan zijn buurman (Plomp en Hellinga citeren die in hun boek) waarin hij zich afvraagt 'wat er is gebeurd met het zaad dat is overgebleven van de Indiase hennep van vorige zomer? Het had allemaal opnieuw gezaaid moeten worden, zodat ik niet alleen genoeg voorraad voor mezelf gehad zou hebben, maar ook zaad aan anderen had kunnen geven, want het is waardevoller dan gewone hennep.’
Hennep is de meest multifunctionele plant die de wereld kent en kent van oudsher ook vele medicinale toepassingen, varierend van migrainebestrijding tot het verhelpen van de oogziekte staar (om die laatste reden wordt het in de Verenigde Staten nog mondjesmaat door artsen voorgeschreven). In 1916 werd er een techniek ontdekt waarmee er beter dan voorheen papier kon worden gemaakt van hennep. In de jaren dertig werd die techniek nog verder geperfectioneerd, waardoor hennep oneindig veel goedkoper papier zou kunnen opleveren dan hout. Maar vanaf dat moment begon de ellende. De krantenmagnaat Randolph Hearst zag zijn enorme belangen in de bosbouw ten behoeve van de papierindustrie in duigen vallen door het snel opkomende marihuanapapier. Tegelijkertijd verkreeg het Amerikaanse concern DuPont, dochterbedrijf van het Duitse IG Farben, een licentie voor de fabricage van een nieuw produkt, plastic, waarvoor gigantische mogelijkheden werden gezien voor de verpakkings- en vezelindustrie. Plastic had echter een grote concurrent: de hennep.
Hearst en DuPont klopten vervolgens aan bij de directeur van de Federal Bureau of Narcotics, Harry Anslinger, en vroegen om een totaal verbod op de teelt van marihuana. De begeleidende ketelmuziek kwam van de kranten van het Hearst-concern, die het ene verhaal na het andere publiceerden over de vreselijke invloed van marihuana, waar mensen krankzinnig van zouden worden en die vooral op de zwarte burgers van het land een geweldige aandrang zou ontketenen om verkrachtend en rovend door het land te trekken. Het beoogde resultaat werd snel bereikt: in september 1937 zette het Amerikaanse Congres marihuana op de lijst van verdovende middelen. Het verbouwen van hennep, ook voor industriele doeleinden, werd verboden verklaard. Tot op de dag van vandaag wordt daar met duizenden helikoptervluchten door de DEA de hand aan gehouden. Het plastic van DuPont nam de markt van de hennepvezels over. Het was de aanzet voor een milieucrisis waarvan anno 1994 de gevolgen overbekend zijn.
Hellinga: 'Als marihuana gelegaliseerd wordt, zou een groot aantal van de wereldproblemen opgelost zijn. Ten eerste ecologisch: hennep kan op tal van terreinen plastics en kunstvezels vervangen, waardoor de gigantische afvalberg slinkt. Het is een zeer sterk, natuurlijk produkt dat hergebruikt kan worden en eenvoudig afgebroken. Het kan niet alleen voor papier, verpakking, textiel en vezels worden gebruikt, maar ook in verharde vorm als grondstof voor talloze produkten in de bouw en de industrie. Je kunt zelfs auto’s maken van hennep, die rijden op hennepbenzine. Het hele veevoerprobleem, een van de grootste oorzaken van de mondiale ontbossing, los je er in een klap mee op. In de derde wereld zou legalisatie van hennep een geweldige steun zijn voor de boeren, die er allerlei produkten voor de wereldmarkt mee zouden kunnen produceren. En ook zou de wereldbevolking er een stuk vrolijker van worden, eindelijk bevrijd van angst en paranoia. Maar dat zie ik deze eeuw niet meer gebeuren, die noodzakelijke omslag.
Ik zie wel een paar helse jaren voor me, met Hirsch Ballin als premier en een verdere versterking van het repressieve klimaat. Misschien komt de noodzakelijke cultuuromslag pas op gang als er een totale ecologische ineenstorting heeft plaatsgevonden. Het historische patroon is dat de mensen zich walgend afkeren van de fouten van de mensen in de eeuw daarvoor. Ik weet zeker dat de mensen van de eenentwintigste eeuw op ons zullen terugkijken als verknipte, zielige mensen, die verwoestten wat goed voor hen was en datgene stimuleerden wat de vernietiging bracht. Maar dat het ooit goed zal komen, weet ik zeker.’