De soft power van de jihadisten

Publieke executies en gratis brood

De IS-strijders zorgen wereldwijd voor paniek met hun wrede opmars. Toch regelen ze ook water, elektriciteit en brandstof voor de bevolking. Liefdadigheid werkt, leerden ze van Hezbollah en Hamas.

Medium isis

De stampende laarzen van tienduizenden sjiitische militieleden laten de geasfalteerde straten van Sadr City in Bagdad intimiderend galmen. Gestoken in camouflagepakken paraderen honderden gemaskerde mannen met zware explosieven op hun schouders. Zij worden direct gevolgd door een korps in het zwart geklede mannen met raketwerpers. De parade duurt uren. Irakezen kijken met ontzag toe hoe het ene na het andere bataljon van de milities – waarvan werd gedacht dat ze al jaren geleden waren opgeheven – uit het niets lijkt op te staan. Met de snelle opmars in het oosten en noorden van Irak heeft de soennitische terreurorganisatie IS (Islamitische Staat) van kalief Abu Bakr al-Baghdadi sektarische reuzen wakker gemaakt.

De door IS verspreide foto’s van massale executies zorgen voor grote angst onder de sjiitische bevolking. Dat is koren op de molen van extremistische milities. De lokalen van de rekruteringscentra in de steden van sjiitisch Irak puilen uit met mannen in hun boxershorts, klaar voor de fysieke test. Veel rekruten zien er met hun beginnende buikjes allesbehalve vervaarlijk uit. Toch stromen ze met duizenden tegelijk toe om huis en haard te verdedigen. De sjiitische paniek zorgt voor een spontane levée en masse zoals nog nooit gezien in Irak.

In het veroverde gebied kennen de beruchte IS-strijders geen genade voor andersdenkenden en religieuze minderheden. Tienduizenden christenen en Jezidi’s zijn verdreven en er zou sprake zijn van honderden, zo niet duizenden omgekomen Jezidi’s. Tegelijk krijgt de soennitische bevolking de verleidelijke kant van IS te zien. Op de drukke kruispunten van Mosul staan jihadisten in vol ornaat glimlachend het verkeer te regelen. Met de lokale bewoners worden vriendelijke gesprekken gevoerd en automobilisten krijgen door het raam een koran aangeboden. Technici van IS zorgen voor water, elektriciteit, voedsel en goedkope brandstof.

Deze vriendelijke aanpak van IS is opmerkelijk. In 2005 – toen IS nog gewoon al-Qaeda in Irak heette – voerde de groep een waar theocratisch schrikbewind dat ook soennieten trof. De Iraakse soennieten verdreven daarom in 2006 en 2007 al-Qaeda naar Syrië, waar het zou transformeren tot IS. Dat deze oude vijanden nu samenwerken onderstreept dat de legitimiteit van de door sjiieten gedomineerde Iraakse regering in Bagdad volledig is verdwenen in het westen van Irak.

Onder druk van de VS én Iran heeft het grootste sjiitische machtsblok in Irak daarom premier Nouri al-Maliki – die door soennieten wordt gehaat – gedwongen af te treden zodat een regering van nationale eenheid kan worden gevormd. Ook in Bagdad daagt het besef dat alleen gewapende strijd niet leidt tot een duurzame triomf tegen IS. Het winnen van de politieke legitimiteit onder de soennieten is de sleutel tot de ondergang van het kalifaat. Zonder de steun van de soennieten kan de kleine strijdmacht van IS nooit het veroverde gebied behouden. In het gevecht om de hearts and minds van de soennieten zijn de jihadisten echter geduchte tegenstanders.

Zelfbenoemd kalief Al-Baghdadi heeft de sociale politiek overgenomen van andere militante islamitische organisaties die beseften dat ze het spel ook in de politieke en bestuurlijke arena moesten spelen om te kunnen overleven. Neem Hamas. Het wordt verguisd in de internationale gemeenschap vanwege raketaanvallen op Israël, maar kan rekenen op een trouwe aanhang onder Palestijnen in Gaza. Volgens Haim Malka, Hamas-kenner voor de Amerikaanse denktank Center for Strategic and International Studies, heeft de organisatie dat bereikt door uitgebreide publieke voorzieningen en een sociaal vangnet voor de armlastige bevolking.

Hamas bezit ziekenhuizen, klinieken, scholen, opvangtehuizen en sportclubs waarmee het voor werk in Gaza zorgt. De Palestijnse Autoriteit, gedomineerd door politieke concurrent Fatah, heeft dit soort publieke taken altijd verwaarloosd. Het was geen verrassing dat Hamas bij de verkiezingen van 2006 een ruime meerderheid van zetels veroverde terwijl Fatah nog geen derde binnensleepte. Malka: ‘Anders dan militaire operaties die dodelijke vergelding kunnen opleveren, is liefdadigheid relatief risicovrij met een hoge pay-off.’

Een andere aartsvijand van Israël, de sjiitische Hezbollah in Libanon, is eveneens niet weg te denken uit de Libanese politiek vanwege de effectieve uitvoering van publieke taken. De welzijnsorganisatie van Hezbollah – de Emdad commissie voor Islamitische Liefdadigheid – financiert onderwijs voor kinderen van arme gezinnen. Daarnaast ontvangen families zonder broodwinner (geen bijzonderheid in een land waar veel mannen zijn gesneuveld) maandelijkse bijstand. De vele wezen worden opgevangen en krijgen scholing. Hezbollah’s Mua’ assat al-Jarha (fonds voor de gewonden) zorgt ervoor dat invalide oud-strijders worden gereïntegreerd in de burgermaatschappij via opleidingen en banen. Hezbollah’s aannemersbedrijf Jihad al-Benaa bouwt en onderhoudt al sinds de jaren tachtig delen van de infrastructuur.

Deze investeringen in publieke voorzieningen hebben Hezbollah in politiek en militair opzicht veel opgeleverd. De Libanese organisatie wordt inmiddels geaccepteerd door de tegenstanders in eigen land. De politieke vleugel heeft al meerdere ministers geleverd aan de nationale regering en de militaire vleugel wordt informeel gezien als het zuidelijke leger van Libanon dat de grenzen tegen Israël bewaakt. Het machtsvacuüm en de povere legitimiteit van de overheid zorgden voor deze kansen.

Volgens kenners heeft IS goed gekeken naar Hezbollah, ironisch genoeg een geduchte tegenstander sinds deze Libanese strijders de oude bondgenoot president Al-Assad te hulp schoten tegen Al-Baghdadi. IS-deskundige Aaron Zelin, van de denktank The Washington Institute for Near East Policy, schrijft in een analyse dat de terreurorganisatie de afgelopen vier maanden heeft getoond niet dezelfde fouten als haar voorgangers in Irak in 2006 te willen maken. ‘Het kiest de doelen zorgvuldig en zorgt ervoor dat extreme elementen van de beweging soennitische burgers niet als afvalligen wegzet om moordpartijen te legitimeren. En het voert een “soft power”-campagne om de hearts and minds van de lokale bevolking te winnen.’

‘Anders dan militaire operaties is liefdadigheid relatief risicovrij met een hoge pay-off’

In Syrische gebieden waar IS al langer de scepter zwaait, zorgt de organisatie voor fundamentele voorzieningen voor een gemeenschap, waardoor ze haar legitimiteit vergroot. Er is een ordedienst met een (islamitische) rechtbank. Nieuwe souks worden geopend met een consumentenbond van IS die toezicht houdt op de kwaliteit van de producten. Postkantoren functioneren weer en er zijn buslijnen die op door IS herstelde wegen rijden. Armlastige boeren ontvangen via het liefdadigheidsbureau van de jihadisten middelen voor een nieuwe oogst. Ondanks de jihadistische interpretatie van de sharia en publieke executies van misdadigers middels een kruisiging heeft de bevolking tijdens een burgeroorlog enig gevoel van stabiliteit.

Het is afwachten of IS uiteindelijk soortgelijk succes als Hezbollah en Hamas zal hebben. Het sociaal-economische apparaat staat in de kinderschoenen. En waar de twee militante organisaties uit Libanon en de Palestijnse gebieden andere partijen en de soevereiniteit van de staat accepteren, wil IS juist een compleet nieuwe soennitische staat scheppen in de vorm van een kalifaat. Irak uitwissen als juridische en emotionele entiteit is makkelijker gezegd dan gedaan.

Het benodigde machtsvacuüm om een kalifaat mogelijk te maken is in Irak zeker aanwezig. Na het verdrijven van Saddam Hoessein in 2003 besloten de Amerikanen dat een nieuw Irak opgebouwd zou worden zonder de structuren van het oude regime. Iedereen die lid was geweest van de Baath-partij werd ontslagen. Het hele staatsapparaat viel in elkaar, aangezien je lid móest zijn om een ambtelijke functie te mogen vervullen. Het besluit om de krijgsmacht plus de Republikeinse Garde te ontbinden was nog explosiever. In één klap stond een half miljoen kwade, gewapende soennitische mannen op straat. De sektarische groep van Saddam domineerde immers de krijgsmacht. Zij werden de kern van de opstand. Tegelijkertijd installeerden de Amerikanen een regering gedomineerd door de sjiitische meerderheid in Irak. Vanaf dat moment werd de sektarische identiteit belangrijker dan de nationale Iraakse identiteit. Binnen de soennitische kring werden de sjeiks – de oude stamhoofden – weer belangrijker bij afwezigheid van een legitieme overheid. In het sektarisch gemengde gebied rondom Bagdad pleegden doodseskaders van beide kanten verschrikkelijke oorlogsmisdaden, terwijl het soennitische oosten van Irak een no-go-area werd.

Al-Qaeda gedijde hier in deze troosteloze periode die drie jaar duurde. Toch verprutsten de voorvaders van IS destijds de kans om vaste voet aan de grond te krijgen door hun strikte vorm van sharia af te dwingen. Ze kregen conflicten met de gematigder lokale stammen die in 2006 verhevigden toen al-Qaeda een sjeik vermoordde omdat hij weigerde zijn dochter aan een van de jihadisten uit te huwelijken. De Amerikanen zagen een kans en sloten een overeenkomst met de sjeiks om de fout van de ontbinding van het oude leger recht te zetten. Als de soennieten al-Qaeda verdreven, kregen ze weer een plaats in de nieuwe Iraakse krijgsmacht.

Het werkte. Binnen een jaar was al-Qaeda volledig gemarginaliseerd en Abu Bakr al-Baghdadi moest uitwijken naar Syrië. Een relatieve rust keerde terug. Obama trok in 2011 zijn militairen terug en de Iraakse regering stond voor het eerst sinds 2003 op eigen benen. Toen ging het opnieuw mis. De premier Nouri al-Maliki toonde zich als leider vooral een sektarische sjiiet in plaats van een nationale Irakees. De soennitische eenheden die al-Qaeda verdreven, werden twee jaar geleden opnieuw ontslagen. Hooggeplaatste soennieten werden vervolgd door handlangers van al-Maliki of moesten vluchten. De zoveelste tweedeling werd een feit. Vanuit Syrië zag Al-Baghdadi kansen voor een comeback.

IS presenteert zich via de sociale media als redder van de soennieten. Zo observeert IS-deskundige Aaron Zelin dat voedselhulp aan arme mensen, naast gratis medische hulpgoederen voor iedereen, breed wordt uitgemeten. ‘Deze producten zijn verpakt met daarop de zwarte vlag van IS. Wat illustreert dat de groep grote organisatorische en financiële middelen heeft, en duidelijk publicitair munt wil slaan uit liefdadigheidswerk’, aldus Zelin.

Het feit dat IS nu in Irak zo snel mogelijk water en elektriciteit aansluit en het hectische verkeer regelt, is een duidelijke indicatie dat Al-Baghdadi met het pas uitgeroepen kalifaat een geloofwaardig alternatief voor de sjiitische Iraakse regering wil neerzetten. Dit is cruciaal voor de jihadisten. Want invloedrijke soennitische sjeiks zien ondanks de tijdelijke samenwerking niets in het kalifaat. Indien een nationale regering van sjiieten én soennieten wordt gevormd, zullen hun strijders IS opnieuw verjagen, zo hebben de stammenleiders beloofd.

Een redelijke eis, analyseert de Amerikaanse oud-inlichtingenofficier Jessica Lewis, die tijdens uitzendingen naar Irak het lokale politieke speelveld goed leerde te begrijpen. ‘Er moet een gezond perspectief voor soennitische participatie in het Iraakse bestuur zijn, wil Irak zich kunnen vrijwaren van de dreiging van IS’, meent Lewis, die voor denktanks Irak in de gaten houdt.

De nieuwe premier Haider Al-Abadi heeft een historische kans om de Irakezen ongeacht religie en etniciteit te verenigen. Er zijn nu al berichten dat milities van de sjeiks aanvallen tegen IS uitvoeren. Het is wellicht het begin van een moeizame herovering van Irak.

Toch kan het ook nog steeds helemaal mis gaan in Irak. De strijders van het kalifaat voeren al twee jaar een uitgekiende terreurcampagne om sektarische haat aan te wakkeren. Gebedshuizen die sjiieten en soennieten gezamenlijk laten bidden worden opgeblazen. Tegelijk laten aanslagen in Bagdad op sjiieten zien dat het leger niet in staat is om voor veiligheid te zorgen. Sjiitische milities reageren zoals Al-Baghdadi hoopte, en presenteren zich voor het eerst in jaren met agressieve parades in het openbaar. ‘Als het Iraakse leger het niet kan, doen wij het zelf wel’, is het devies. Deze gewapende groepen die de burgeroorlog van 2006 en 2007 aanjoegen hebben altijd een verenigd Irak in de weg gestaan. Bij een grootscheepse sjiitische aanval voordat de nieuwe regering er is, is het onzeker hoe de soennitische milities zullen reageren. Een burgeroorlog is dan niet uitgesloten.

Deze Iraakse broederstrijd is cruciaal voor Al-Baghdadi. Zijn gedroomde kalifaat kan alleen voortbestaan als de Iraakse identiteit wordt bezoedeld met de herinnering aan een sektarische burgeroorlog. Op de ruïnes van Irak als juridische en emotionele entiteit kan dan het kalifaat als een ‘redelijk’ alternatief worden gepresenteerd voor de soennieten. De kiem hiervoor is gelegd.


Beeld: Een IS-strijder bekijkt de producten die van de markt gehaald zijn door medewerkers die de kwaliteit van goederen controleren. Raqqa, 14 augustus (Reuters).