Popmuziek

Pulp-fictie

Popmuziek: Postman’s nieuwe horizonten

En toen was er nog één.

Eén overgebleven Postman. Maar goed. Het draaide bij de Postmen altijd al vooral om voorman Remon Stotijn, alias the Anonymous Mis.

Eind jaren negentig gold: waar zomerfestival, daar Postmen. Gelauwerd door de kritiek vanwege hun verfrissende, ja zelfs zonder meer vernieuwende mix van hiphop en reggae, omarmd door het publiek na drie hits, overladen met prijzen. Ze openden voor UB40, de band die ooit, voor ze de luie coverband werden die ze nu zijn, begonnen als de Postmen: massa-engagement, vorm en inhoud. Eigenlijk te groot voor Nederland, luidde eigenlijk unaniem het oordeel. Maar het bleef bij Nederland, en het taande. Dus ging het rommelen. Bandleden gingen weg, interviews gingen over wisseling van platenmaatschappij, over verwachtingen die niet waren uitgekomen. Beklag. Artiestengezeur. Van jong en fris werd Postmen vooral een moeilijke band, zuchtend onder het juk van een onovertroffen debuut.

Green, het eerste album van de tot Mis teruggebrachte Postman, klinkt naar revalidatie. Het is een bruisende plaat geworden, levenslustig, grootstedelijk. Minder reggae, meer hiphop. Amerikaanse allure. Knap hoe Mis de open ruimte van hiphop koppelt aan het handelsmerk van het beste werk van Postmen: de vloeiende bewegingen, de refreinen als warme baden. Dit is een muzikant op drift, maar nergens onthecht. Nieuwe horizonten, zonder ontkenning van zijn eigen verleden.

Zijn vrouw Anouk krijgt de hoofdrol in het nummer Downhill, en de achtergrondvocalen in bijna alle andere nummers. Zelfs ver achter in de mix is ze soms nog herkenbaar. Zoveel kracht, karakter en volume: het laat zich niet naar de achtergrond verdringen.

In recente interviews toont Mis zich teleurgesteld, zelfs wat verbitterd over het afnemende succes van Postmen, maar vooral over het niveau van het laatste werk van de band. Gelukkig is hij het zelfbeklag dus voorbij, en op Green kijkt hij dan ook vooral vooruit. Meestal, want soms steekt zijn achterdocht op: «Hear them bastards chuckle.» Bastards? In zijn hoofd, ja. De paranoia van een ex-blower.

Al in het eerste nummer vloeien de tranen, en moet op teenhoogte worden gereikt om de Heer aan te raken. Mis is een emotioneel mens. Soms schept hij op, zoals het een hiphopper betaamt – het genre bij uitstek van de branie, immers – en komt hij met een aardige metafoor. Soms is hij strijdlustig, en drijven er slavenschepen vol «niggers» langs. Maar uiteindelijk is hij te King om Malcolm te zijn. Een milde militant. Geen christen, geen moslim, maar een pleitbezorger voor de open geest: «Blessed is a soul that’s receiver.» Zonder te preken, overigens. «Just writing pulp fiction.»

Wat dat hopelijk allemaal gaat opleveren, hij weet het wel, getuige Mis’ teksten over wachtende toekomsten, poorten die openen, aandacht die in het verschiet ligt en «rollercoasters» waar hij in gaat springen. Tegelijk lijkt meer dan ooit te gelden: als niet, dan maar niet. «Ain’t gon’ defend what I wrote.»

Het lijken de woorden van een soeverein artiest. En die staat of valt niet bij de gratie van succes.

Postman, Green

EMI

Postman speelt op zondag 20 augustus op het Lowlands-festival