Muziekwoede

Punk, punker, punkst

In tijden van crisis biedt zelfwerkzaamheid uitkomst. Niet zeiken, zelf doen, was het motto van de Rondos, de belangrijkste politieke punkband van Rotterdam. ‘Niet dat we de wapens op wilden nemen, maar met gitaren kom je ook een heel eind.’

ROTTERDAM IN de jaren zeventig kun je in één woord samenvatten: grauw. Havenkranen in grijze mist. Terwijl Amsterdam zich koesterde in de nagloed van de sixties trachtte Rotterdam de wederopbouw af te ronden. Aangezien de jaren zestig goeddeels aan de stad voorbij waren gegaan, was ze een culturele woestenij, een uit z’n krachten gegroeide provincieplaats, goeddeels doof voor wat er in de rest van de wereld gebeurde.
Het decennium was veelbelovend begonnen met Feyenoord dat op 6 mei 1970 de Europacup won. Maar in datzelfde jaar maakte Rotterdam de grootste havenstaking uit zijn geschiedenis mee. En twee jaar later haalde de stad de voorpagina’s met ’s lands eerste ‘Turkenrellen’. Arbeidersbuurten verpauperden, het spook van de nakende crisis stak hier al vroeg zijn kop op.
Cultuur in Rotterdam, dat was Jules Deelder op een desolaat Doelenplein, kankerend op een initiatief om Rotterdam ‘gezellig’ te maken. Pas toen het decennium ten einde liep, kwamen er lichtpuntjes. In de Eendrachtstraat ontwikkelde Eksit zich tot de Rotterdamse evenknie van Paradiso, zij het vier keer zo klein. De Sex Pistols traden er op voor een schare voetbalsupporters die in plaats van ‘we want more’ luidkeels Hand in hand kameraden inzette. Om de hoek zat Backstreet Records, de piepkleine platenzaak van Peter Graute, waar iedereen met een interesse voor punk, new wave en no wave op zaterdag rondhing en luisterde naar obscure singles en lp’s.
En ineens, als uit het niets, waren daar in 1978 de Rondos, vernoemd naar de goedkope kantinekoek. De Rondos was een groepje obstinate studenten van de Rotterdamse kunstacademie die een punkgroep waren begonnen omdat er ergens een feestje was, maar nog geen band. Zanger John had foto’s van Engelse punks gezien in Panorama en hij had daarna de lp Live at the Roxy gekocht. ‘Alles viel in een klap op zijn plaats: punk.’ Op 31 maart 1978 maakten de Rondos hun debuut in het Noord-Brabantse Dussen.
Hoewel ze slechts één lp maakten (Redrock uit 1980) zouden de Rondos uitgroeien tot de meest invloedrijke en meest politieke punkband van Nederland. Ik ontmoette ze voor het eerst in Paradiso, waar ze rondliepen in stugge leren jacks en ansichtkaarten uitdeelden met de mysterieuze tekst: ‘Polio uit Nederland’. Later verspreidden ze buttons: twee met hamers en sikkels en een met een rode driehoek. Ook publiceerden ze de muurkrant/fanzine Raket, een ongecensureerd open podium en uitlaatklep voor iedereen die vond dat hij wat te melden had.
Ze opereerden vanuit een monumentaal pand in de Tweede IJzerstraat in Delfshaven, Huize Schoonderloo. Voor 250 gulden per maand mochten ze het van de gemeente gebruiken. Ze hadden het zelf opgeknapt, woonden en werkten er als collectief, en nodigden jonge punks uit om vooral eens langs te komen.
Het was een droompand, met onder meer een doka, een drukkerij, een kantoor met een portret van Beatrix, een groot atelier en een gemeenschappelijke ruimte met drie op elkaar gestapelde tv’s. Samen met wat gelijkgestemden opereerden de Rondos ook als KunstKollektief Dubio, dat voor zijn interventies (een op ware grootte nagebouwde modeltank die door de stad werd gesjouwd en later door verontwaardigde PSP-jongeren werd vernield) putte uit dada en situationisme en probeerde de gevestigde kunstkliek te irriteren met anti-elitaire, ‘waardeloze kunst’.
Maar het pronkstuk van Huize Schoonderloo was de oefenruimte in de onderaardse bunker. Daar stond ook een tweesporenbandrecorder die beginnende bandjes tegen geringe betaling konden huren om demo’s, singles en lp’s op te nemen. In een Raket deden de Rondos precies uit de doeken hoe je je plaatjes in eigen beheer kon uitbrengen.
Weldra werden ze een fenomeen binnen de ongestructureerde Rotterdamse scene: een stel onconformistische artistiekelingen die het voortouw namen en lieten zien dat in tijden van crisis zelfwerkzaamheid uitkomst biedt. Niet zeiken, zelf doen. Zo wisten ze het bestuur van Eksit ervan te overtuigen lokale punkbands een kans te geven: dinsdagavond punkavond. Wat later kreeg Rotterdam mede dankzij de Rondos een heus punkhol, Kaasee, waar onder meer het roemruchte Rock Against Religion werd gehouden, met Jules Deelder die verbeten standhield in een regen van spuug en rochels.
Ze kleedden zich eenvormig in zwarte en donkergrijze crisisoutfits. Op het podium stonden ze strak en strijdbaar, als een militaire formatie. Bewegen deden ze nauwelijks. De meeste aandacht ging uit naar de giftige zanger John (aan achternamen deden ze niet), met zijn diepliggende ogen en broeierige blik. In tegenstelling tot andere punkbands speelden zij geen opgevoerde rock-’n-roll. Rondo-nummers waren ultrakort, en denderden razendsnel voorbij. Het geluid lag dicht tegen de hoekige artpunk van bands als Wire en Gang of Four aan, met messcherpe staccato gitaren en geëxalteerde zang. Maar ook hoorde je dat ze een jaar of tien ouder waren (de oudste Rondo is van 1951) en naar Captain Beefheart hadden geluisterd.
De songs waren volgens de heersende etiquette basaal en confronterend: Gotta Kill a Cop Tonight, King Kong’s Penis, System, Fascist Dreams, Throwing Bricks Just for Kicks, The Russians Are Coming, Fight for Your Country.
Hun System blijft relevant: ‘It’s their crisis/ why should we pay it/ it’s their sick games/ why should we play it.’ Maar het onbetwiste lijflied, de beginselverklaring, was Black and White Statement: ‘No establishments art/ no deadmans heart/ no bourgeois illustrations/ no ruling class frustrations/ but art out on the street/ a new heartbeat/ a new art passion/ class war aggression.’
In deze van marxistisch jargon doorspekte regels die kunst, muziek, The Jam en klassenstrijd met elkaar verbonden, lag de essentie van de Rondos. ‘De wereld moet huiveren’, schreef gitarist Allie in een KK Dubio-pamflet.

MAAR DE WERELD trok vooral de wenkbrauwen op. Punk met hamers en sikkels?
Zelf zijn de Rondos altijd ambigu geweest over hun communistische sympathieën. In de Rondos-biografie zegt zanger John, zoon van een havenarbeider, dat sommige bandleden inderdaad lid waren geweest van de maoïstische KENml (voorloper van de SP), maar dat hun politieke betrokkenheid niets met staatscommunisme of de ‘burgerlijke CPN’ te maken had. Het waren immers de radicale jaren zeventig, het hoogtepunt van de stadsguerrilla. Anarchisme was te vrijblijvend: ‘We neigden meer naar de standpunten van de Rote Armee Fraktion in Duitsland, die de wapens tegen het imperialisme in navolging van bijvoorbeeld de Vietcong had opgenomen. (…) Niet dat we zelf de wapens wilden opnemen, maar met gitaren kwam je ook een eind.’
Het vertoog en de werklust van de Rondos werkten aanstekelijk. In 1979 was er sprake van een heuse Rotterdamse lente, met ontelbare bands: Rode Wig, Sovjets, S5, Tändstickorshocks, The Toilets, Zero-Zero, Revo, Railbirds, Bunker. Dankzij de Rondos met hun Gesamtkunstwerk van muziek, beeld, imago en manifesten streefde Rotterdam Amsterdam voorbij als Nederlandse punkhoofdstad. In de weekends was het centrum plotseling vol rattige jochies en meisjes met oude leren jacks waarop met een spuitbus ‘Raket’ was gekalkt – het Rondos-legioen. Iedere week was er wel een prachtig optreden of een opwindend nieuw bandje. Totdat de middelpuntvliedende kracht te groot werd en de boel uiteenspatte. Terugkijkend kun je dat omslagpunt exact vastpinnen: het moment waarop Peter Graute in Backstreet Records de Rondos zijn jongste ontdekking liet horen. Hij legde de plaat, 45 toeren, op de draaitafel. Eerst een tijdje stilte, dan een ‘verpletterende’ collage van lawaai, ratelende drums, woede en scheldkanonnades. Het voelde alsof er uit de luidsprekers een lang verdwenen tweelingbroer galmde.
Die plaat was The Feeding of the 5000, die broer was Crass, een anarchistisch, pacifistisch, feministisch Londens collectief dat in 1977 was opgericht door Penny Rimbaud, een verbitterde ex-hippie. Crass nam punk nog serieuzer dan de Rondos deden. Punk was een manier om idealen over zelfwerkzaamheid en autonome leef- en werkstructuren in praktijk te brengen. Het Crass-collectief leefde in een commune in Dial House, net buiten Oost-Londen. De band trad op in zwarte kleding, tegen een achtergrond van videobeelden van Hiroshima en Nagasaki en een reusachtige zwarte vlag met het omineuze Crass-symbool, waarin een kruis, de Britse vlag en een zichzelf verorberend hakenkruis waren verwerkt. Crass kreeg honderden, duizenden navolgers. Het werd de best verkopende autonome punkband ooit. Een politieke machine met een prachtig vormgegeven, geheel in eigen beheer uitgebracht oeuvre. De optredens waren beangstigend en spectaculair, Neurenberg-bijeenkomsten voor krakers, hardcore punks en skinheads.
De Rondos namen contact op met Crass en voor ze het wisten waren ze op uitnodiging van Crass op weg naar Londen voor een bezoek aan Dial House en een gezamenlijk optreden. En ook al keken de Londense veganisten en de Rotterdamse rauwdouwers elkaar in eerste instantie wat vreemd aan, dat concert kwam er. Op 8 september 1979 werd in het historische libertijnse bolwerk Conway Hall een benefietconcert gehouden voor een groep gevangen anarchisten, met optredens van Crass, Poison Girls en de Rondos.
De Rondos logeerden in Dial House en de volgende dag gingen de bands met aanhang in de Crass-bus naar Conway Hall, Londen WC1. Het zag er onheilspellend uit. In de pubs in de buurt hingen nazi-skinheads rond, die eerder die dag een bijeenkomst van extreem-rechts hadden bijgewoond.
Nog voor er een noot gespeeld was braken er bij de toiletten vechtpartijen uit tussen groepen hooligans. Het Rondos-optreden verliep vrij probleemloos, evenals dat van Poison Girls. ‘Toen brak de pleuris uit’, schrijft John in de Rondos-biografie: ‘Alles ging razendsnel. Er vielen klappen en er werd getrapt en geschopt. Paniek. Het publiek stoof uiteen. We tilden kleine skinheads op het podium, zodat ze niet in het gedrang raakten. Ze huilden van schrik en waren niet ouder dan een jaar of elf, twaalf. Er bleven mensen liggen. De politie kwam en ontruimde de zaal.’
Voor Crass was dit het begin van het einde. Hun concerten veranderden steevast in slagvelden. Over hoe en waar het misging verschillen de meningen. Toen ik Crass-voorman Penny Rimbaud een paar jaar geleden in Dial House sprak wees hij hautain naar de Rondos. Volgens hem probeerden die over te komen als harde jongens die niet in de zon wilden zitten vanwege hun street credibility. Bovendien zouden ze wel even afrekenen met die rechtse skinheads. En dat, betoogde Penny, wilde Crass juist niet. Crass wilde dat iedereen, ongeacht zijn politieke affiliatie, naar de concerten kwam. Penny snoof verontwaardigd. Toen het inderdaad ontaardde in een massale knokpartij waren de Rondos volgens hem nergens te bekennen. In het boek The Story of Crass doet Crass-bassist Phil Free er nog een schepje bovenop: ‘Die Rondos waren maoïsten – verdomd heavy. Jezus, ze waren angstaanjagend. Werkelijk! In vergelijking met hen waren wij een vaudeville-show! Waarschijnlijk zitten ze nog steeds in de bak wegens een of ander vergrijp.’
De Rondos-versie is anders. De band had op verzoek van Crass zelfs de hamer-en-sikkelbanieren thuis gelaten. John beschrijft Crass-leden als ‘ongelofelijk vriendelijk’. Goed, als nuchtere Rotterdammers keken ze even verbaasd op toen Penny zei dat de theepot was ‘geleend uit het universum’. Maar met ‘de pleuris’ in Conway Hall hadden de Rondos niks te maken. Dat was een georganiseerde actie van extreem-links dat de nazi-skins eens fysiek mores wilde leren. John: ‘En wij waren in de zaal toen er zo werd gevochten, terwijl Crass veilig in de kleedkamer zat.’
Het zou nooit meer goed komen tussen Crass en de Rondos. Crass liet per telefoon weten niet meer met de Rondos en hun communisme geassocieerd te willen worden. De Rondos betoogden dat Crass gewoon bang was voor dreigementen van rechtse skinheads. ‘Penny houdt ervan de geschiedenis naar zijn eigen waarheid te herschrijven’, zegt John nu.
Het getergde Crass bracht de single Bloody Revolutions uit, waarin ze uithaalden naar de Rondos en er voor het gemak meteen maar de holocaust bijsleepten: ‘Cos the truth of what you’re saying, as you sit there sipping beer/ Is pain and death and suffering, but of course you wouldn’t care/ You’re far too much of a man for that, if Mao did it so can you/ What’s the freedom of us all against the suffering of the few?/ That’s the kind of self-deception that killed ten million jews.’ (sic)

DE RONDOS werden na hun reis uit Londen in Rotterdam op handen gedragen, als soldaten die terugkeerden van het front. Maar ze wisten wat het Conway Hall-fiasco symboliseerde: nu wordt het menens. Ze hadden inmiddels een legertje aanhangers die hun helden kritiekloos volgden, ook al viel er volgens John ‘niks te volgen’. Maar als de Rondos tijdens een concert van de Engelse Only Ones in Eksit om onduidelijke redenen boos met hun rug naar de band gingen staan, dan draaide de halve zaal zich ook meteen om, alsof ze pionnen waren in een experiment rond massa en macht.
Huize Schoonderloo veranderde in een toevluchtsoord voor punks, vluchtelingen, activisten en zelfs spionnen die probeerden uit te vogelen in hoeverre de Rotterdammers contacten hadden met schimmige groeperingen als Rood Verzetsfront. Ook neonazi’s waren geïnteresseerd in de Rondos; ze waren immers zo goed georganiseerd.
Gaandeweg werd het communisme, begonnen als Spielerei, een loodzware albatros. Steeds kregen ze er vragen over, steeds vaker werden ze erop bekritiseerd. En steeds venijniger beten ze terug, want de kritiek raakte aan de identiteit en geloofwaardigheid van de Rondos. In Raket verschenen moeizaam geschreven defensieve verhandelingen over het communisme. Oude kameraden van de Tändstickorshocks stapten over naar de Nederlandse Volks-Unie van Joop Glimmerveen en gooiden stenen door de ruiten van Huize Schoonderloo.
Intolerantie vierde hoogtij. Het was links tegen rechts. Skins contra punks. Zuipers tegenover geëngageerden. Rotterdam versus Amsterdam. Humor en ironie waren tot stof vergaan. Het Rondos-dilemma was dat van alle geëngageerde bands: uiteindelijk blijft het entertainment, een wild avondje stappen. Het hoogst bereikbare is inspirator zijn: een mentaliteitsverandering bewerkstelligen en culturele en artistieke barrières doorbreken, terrein openleggen voor ander talent.
Tijdens een gezamenlijke vakantie in de zomer van 1980 naar Spaans Baskenland hadden de Rondos hun openbaring: hier zaten zij, in de stilte bij een prachtig bergmeer, mannen van eind twintig. Ze realiseerden zich dat honderden kilometers verderop een schare pubers op hen wachtte, hunkerend naar leiding en richting, terwijl een andere groep erop gebrand was die communisten eens een lesje te leren. ‘Ineens stond het ons heel erg tegen: de gedachte aan zo’n donker hol en stoer moeten doen om de mensen van je af te houden’, zegt John, inmiddels Johannes van de Weert.
In september 1980, een jaar na dat concert met Crass, hief de band zich officieel op. Ze brachten nog een single uit, Fight Back!, met op de hoes een afbeelding van Mao met een rode Rondos-driehoek op zijn pak. Een van de nummers op het plaatje heette Which Side Will You Be On. Het was hun afscheidssneer naar Crass, dat het tot 1984 volhield. ‘Which side will you be on/ with your intellectual pacifism/ with your love and peace and anarchism/ in times of riots and guerilla-warfare/ in times of armed struggle do you care.’
De Rotterdamse punkscene zonk weg in een peilloze diepte, aangevoerd door bands als Debiele Eenheid en Kotx. Maar in Zaandam ging The Ex door waar de Rondos waren opgehouden: koppig, politiek geëngageerd en muzikaal vernieuwend.

EN OP 11 april 2009 waren ze allemaal weer eens in Rotterdam: Allie, John, Maarten, Wim, Kees en Frank, vijftigers nu. In cultureel centrum Worm werd een Rondos-box gepresenteerd, met twee cd’s, een stripboek, een fotoboek, een biografie en alle teksten.
Johannes: ‘We hadden geen strategie of doel. We begonnen gewoon. Dan zaten we rond de tafel en zeiden we: moeten we niet eens een lp maken? En dan deden we dat.’

De Rondos-box kost dertig euro en is te verkrijgen via www.rondos.nl, of bij de betere muziekzaak