Economie

Punks en hackers

Er schijnt iets gaande te zijn in de kelders, garages en keukens van Amerika. ‘Biopunks’ of ‘biohackers’ noemen ze zichzelf. In hun provisorische laboratoria binden deze jonge wetenschappers de strijd aan met de farmaceutische industrie, schreef Die Zeit onlangs. Ze sleutelen aan genen en ontwikkelen nieuwe implantaten.

Hun grootste angst is dat een commercieel concern zo’n uitvinding jat en er alsnog patent op aanvraagt. Zelf willen ze daar niet aan. Ontdekken ze iets nieuws, dan delen ze die kennis met iedereen die er interesse in heeft.

De biopunks doen denken aan de mensen achter Wikipedia of ‘open source’-software als Linux. Ze delen een afkeer van patenten en copyright. Hun succes berust op samenwerking. Een Italiaanse filosoof sprak al eens provocerend over ‘het communisme van het kapitaal’ – en helemaal ongelijk heeft hij daarin niet. De nieuwe economie van de ‘commons’, het gemeengoed, drijft op collectief denkvermogen en een gezamenlijk creatief proces.

Waarom dat zo interessant is? Deze ontwikkeling lijkt volstrekt in tegenspraak met de populaire analyse dat de vrije markt alom is. Van de publieke sector tot het onderwijs en zelfs onze eigen psyche – de neoliberale mentaliteit zou tot in de diepste poriën van de maatschappij zijn doorgedrongen.

Ik heb daar steeds meer twijfels bij. Ga maar na. De kapitalistische succesverhalen – China, India, Rusland en Brazilië – worden geleid door een bonte verzameling linkschmensen, van voormalige communisten tot sociaal-democraten. Ook in het rijke Westen teert het grootkapitaal op de ideeën en inspiratie van de luizen in de pels. Dat begon al in de jaren zeventig. Bedrijven shopten naar hartelust in de tegencultuur. Succesvolle managers als Steve Jobs hadden de mond vol van autonomie en zelfontplooiing. Ondernemingen die sneller, flexibeler en wendbaarder wilden worden, namen een voorbeeld aan de platte organisatiestructuren van de linkse protestbeweging.

In de 21ste eeuw is het niet anders. In de Financial Times stond vorige zomer een reportage over de hernieuwde populariteit van woongroepen aan de Amerikaanse westkust. De bewoners zijn niet langer radicale sociologiestudenten, maar goed verdienende medewerkers van bedrijven als Apple en Google. Ze roemen het collectieve denkproces dat op gang komt als mensen een huis delen. Het artikel beschrijft hoe in één commune – een villa van 1,7 miljoen dollar – schoolborden staan waarop gezamenlijk wiskundige problemen worden opgelost. Een paar keer per jaar vindt een ‘hackathon’ plaats.

Tot zo ver de staat en het bedrijfsleven. Op het individuele niveau gedragen we ons al helemaal niet als de calculerende individuen waarover liberale economen zo graag fantaseren. David Graeber werpt in zijn woest interessante Schuld: De eerste 5000 jaar zelfs de provocerende stelling op dat we een groot deel van de tijd als communisten handelen. Althans, als we daarvoor zijn onschuldige definitie ‘van ieder naar zijn vermogen, voor ieder naar zijn behoefte’ aanhouden. Hoe je het ook wilt noemen, Graeber heeft gelijk als hij opmerkt dat het principe van ‘voor wat hoort wat’ zelden geldt in de liefde, op buurtniveau of als de nood aan de man komt.

Zo diep reikt het winstdenken dus niet. De vrije markt blijkt slechts een dun vernislaagje over de maatschappij. Daaronder gaat een dikke laag van coöperatief gedrag schuil. Dat is de echte motor van de economie. Marx stelde dat het kapitaal parasiteert op de lichaamskracht van het proletariaat. Anno 2013 parasiteert het bovenal op onze hoofden: op de creativiteit en de ideeën van mensen die vaak wars zijn van commercie.

Daar kun je de meest uiteenlopende conclusies aan verbinden. Sommigen zullen er moedeloos van worden: ieder alternatief wordt ingekapseld door het systeem. Ik zie het liever zonnig in. Denk aan Atlas Shrugged, de bestseller waarin Ayn Rand haar kapitalistische utopie schetst. In die roman komen de industriëlen langzaam maar zeker tot het inzicht dat de maatschappij zonder hen niet kan draaien. Al die leuke plannetjes van filantropen en ander socialistisch tuig – het is slechts mogelijk bij de gratie van het door de fabrikanten verdiende geld.

In de echte wereld is het omgekeerd. De moderne economie wordt voortgestuwd door de biopunks, de hackers, de rebellen. Het is hun vernieuwingsdrang die het systeem gaande houdt – van het internet tot de creatieve economie. Zonder hen gaat er niets. Ze moeten zich alleen van die macht bewust worden. En dan, net als Rands superheld John Galt, weigeren nog langer mee te werken aan het circus.


Ewald Engelen is deze week op vakantie