Punt nul

De O van Julian Dashper is een zeer karige vorm van schilderkunst. Net als Niele Toroni werkt Dashper zo neutraal mogelijk.

Als je langer kijkt naar dit werk van Julian Dashper, natuurlijk Untitled, begin je te zien dat de witte ruimte binnen in de stevige, oranje O een gedrongen ellips is - waarmee vergeleken de buitencontour van de vorm veel ronder lijkt. Dat was me niet zo opgevallen, want toen ik het schilderij voor het eerst onder ogen kreeg waren er andere aspecten die mij bezighielden. Ik was in Nieuw-Zeeland, eind jaren negentig. In een beknopte tentoonstelling die vanuit Amsterdam in een museum in Wellington werd getoond, hing ook een klassiek rood, blauw en geel doek van Mondriaan. Uit gesprekken met kunstenaars daar bleek dat vooral dat werk voor hen de sensatie was: een onomwonden, echt abstract schilderij. Nog nooit eerder was er in Nieuw-Zeeland een echt schilderij van de grote, raadselachtige meester te zien geweest. Zo realiseerde ik me ook hoe ver dat land eigenlijk verwijderd ligt van het culturele gebied waar het bij wil horen. Daarom bespeurde je, zoals ook in andere koloniën die nu een nieuw land zijn, een neiging om erg met zichzelf bezig te zijn en uit een complex, omstreden verleden een bijzondere eigen cultuur op te diepen. In die context hadden jonge kunstenaars als Julian Dashper (1960-2009) het niet makkelijk. Het bezoek van Mondriaan, van een echt schilderij van de grootste uitvinder van de abstracte kunst, was een steun in de rug. Het markeerde waartoe onbuigzame overtuiging in staat was.
Nu was Julian Dashper (een ongedurig temperament) een conceptueel kunstenaar geworden. Het meeste wat hij maakte (beeldende kunst en muziek) was zo min mogelijk fysiek. Het moest licht en wendbaar zijn. Het schilderij Untitled, waar ik nu op terugkom, is van plooibaar linnen. De oranje O is met dunne acrylverf geschilderd. Anders dan bij zwaardere olieverf trekt de kleur van acryl in het doek dat soepel blijft. Het schilderij is een meter in het vierkant. Als je dat twee keer verticaal en dan twee keer horizontaal vouwt, heb je een pakje linnen van ongeveer 33 centimeter dat zo in zo'n gewatteerde envelop past en gewoon per post wereldwijd kan worden verstuurd. Bij zijn activiteiten was Dashper dus, waar ze ook waren, niet afhankelijk van ingewikkelde en dure transporten. In Amsterdam hebben we Untitled opgespannen. Aanvankelijk kon je de vouwen van het verzenden nog vaag zien. Nu niet meer, denk ik, maar in de vrolijke conceptuele praktijk van dit oeuvre maakt dat eigenlijk niet uit. Je kunt het doek ook los aan de wand prikken: wat je blijft zien is dat vreemde, laconieke beeld. Het is, letterlijk, het punt nul. Toch zie je de witte ellips in het midden en de brede oranje vorm daaromheen wringen. Boven en onder is de oranje band net iets minder breed dan rechts en links. Mede door het gewicht van de intense monochromie van de O vallen die verschillen nauwelijks op. Maar ze zijn er wel en ze zorgen voor die vreemde, moeilijk te beschrijven spanning in het beeld.
Het idee, in conceptuele kunst, was onder meer om beknopte en wezenlijke formuleringen te vinden voor wat te zeggen en te verbeelden is. De O van Julian Dashper is een zeer karige vorm van schilderkunst - een samenvatting van een schilderij. Wat dat aangaat voelde hij zich thuis bij werk als dat van de oudere Niele Toroni, die zich midden jaren zestig een onwrikbare procedure had eigen gemaakt: afdrukken van een penseel nr 50, herhaald met regelmatige tussenruimtes (30 cm). Op die manier ontkwam de schilder aan de willekeur van het artistieke handschrift. In zijn abstracte kunst was Mondriaan tot een schilderwijze gekomen die neutraal was en die effectief was bij het passen en meten met rechthoekige vormen in drie kleuren. Het was een rustig handschrift dat zich niet liet meeslepen door impulsieve bravura - het was terughoudend en volgde zo de groei van de compositie. Toroni wilde werk maken dat moest voldoen aan de strikte definitie van wat schilderen is: het met de hand en een kwast opbrengen van kleur op een ondergrond, zodanig dat er een eigen vorm ontstaat. Zoiets, en het schilderij uit 1987, hierbij afgebeeld, voldoet daar aan. De geest van de jaren zestig. Volgens de hierboven genoemde procedure is het een geel schilderij geworden. Het had ook een andere kleur kunnen zijn.
Dit met geel bewerkte vierkant laat zijn principe van vormgeving zonder esthetische omhaal zien. Maar hoe conceptueel ook, het blijven toch schilders. Ze kijken naar wat ze maken en dan zien we, zoals bij Toroni, toch klassieke visuele spanningen in beeld komen. De gestage regelmaat van de gele penseelstreken leidt ook naar een mooi gespannen ritme in het oppervlak. Of Toroni zoekt ernaar, als hij zoals vaak direct op de wand schildert, de schildering in te passen in de sierlijke geleding van de architectuur. De vormgeving wordt dan niet door de luimen van de kunstenaar bepaald maar door bouwkundige omstandigheden. Met zijn vaste procedure is de schilder als het ware een medium dat de opdracht zo neutraal mogelijk uitvoert. Zowel bij Dashper als bij Toroni zit er iets ontroerends in die ambitie - want, vooral als ze wat gerijpt zijn, blijken ze vaak heel mooi om te zien.