Film: The Story of Film

Puur cinema

De betekenis van film in het leven van mensen wordt zichtbaar in bijvoorbeeld het werk van Martin Scorsese op het gebied van cinematografische geschiedschrijving, maar nu ook in de nieuwe, vijftien uur durende documentaire The Story of Film van de Ierse journalist en theoreticus Mark Cousins.

Medium kyoko kagua 02

Cousins’ grote prestatie is dat hij de anatomie van het beeld zelf, niet van andere filmische elementen als geluid of tekst, centraal plaatst. Vorm is inhoud bij Cousins – het beeld communiceert de betekenis. Dat is niet vaag of ‘cinefiel’, maar iets natuurlijks en essen­tieels in het leven van gewone mensen. Cousins opent hiermee nieuwe werelden. Wie naar film kijkt, heeft het vocabulaire van het beeld nodig.

Film is belangrijk voor ons, zegt Cousins, omdat film over gevoel gaat. Realistisch gevoel, dat ons iets over onszelf en de wereld vertelt. In een van de eerste afleveringen van The Story of Film staat Cousins stil bij de impact van de eerste, zwijgende films op het leven van mensen. En hij toont aan hoe deze invloed na meer dan honderd jaar onverminderd voelbaar is.

Een belangrijke kunstenaar in dit proces is Alfred Hitchcock. Cousins noemt hem de grootste ‘beeldenmaker in de geschiedenis van de mens, belangrijker nog dan Picasso’. Dat klopt. Wie Hitchcock dezer dagen terugziet, raakt onverminderd in de ban van zijn vermogen met lange, zwijgende sequenties een enorm scala aan gevoelens, motieven en de mogelijkheid om verborgen betekenissen te communiceren, weet op te roepen.

Dat is precies wat de Engelse regisseur James Marsh doet, in zijn fabuleuze nieuwe thriller Shadow Dancer, in ieder geval in het eerste kwartier waarin nauwelijks wordt gesproken en beeld, montage en mise-en-scène een innovatieve sequentie creëren die de belangrijkste thema’s op puur filmische wijze neerzet.

Belfast, 1973. Waar de twaalfjarige Colette McVeigh getuige is van de moord op haar broertje, vermoedelijk door de kogels van Engelse militairen.

Twintig jaar later, Londen. Colette (Andrea Riseborough), gepijnigd door schuldgevoelens over haar rol in de dood van haar broertje, zit in de metro, een tas op haar schoot. Eén shot van de tas, hitchcockiaans ten voeten uit, vertelt ons dat er een bom in zit. Ze stapt uit de metro een gang in, plaatst de tas op een trap en maakt zich uit de voeten.

Via een duister netwerk van betonnen tunnels en ijzeren trappen komt ze uiteindelijk op straat, waar ze onmiddellijk in de kraag wordt gegrepen door agenten van MI5. Een van hen is Mac (Clive Owen), die haar zal gebruiken als een pion in een spionagespel, ontworpen om door te dringen tot de binnen­kringen van de ira. Hij stelt haar voor de keuze: raak je zoontje voor altijd kwijt, of keer terug naar hem en je familie, maar dan wel als informant voor de binnenlandse tak van Military Intelligence.

Marsh, die een paar jaar geleden een Oscar won voor zijn documentaire Man on Wire, over een beroemde koorddanser, blaast het beeld schoon van felle kleuren en ontdoet de geluidsband van overtollige dialoog. Deze kale stijl legt de psychologie van de controller Mac en zijn subject Colette bloot; de suggestie is dat ze op zoek zijn naar menselijkheid in elkaar, maar dat ze in een harde, onvergeeflijke maatschappij uitgeleverd zijn aan zowel repressieve als subversieve krachten.

Deze motieven komen vrijwel uitsluitend tot ons via beelden en de juxtapositie van beelden. Dat is razend knap, puur cinema. Een schitterende kijkervaring, van hetzelfde niveau als Tomas Alfredsons spionagefilm van vorig jaar, Tinker Tailor Soldier Spy.

Te zien vanaf 20 september