Het loon van de angst (5): Creativiteit

Puurheid heeft een prijs

Outsider-kunstenaar Michael Bernard Loggins bundelde zijn eigen angsten in een boek. Wat is eigenlijk de relatie tussen angst en creativiteit? Al sinds de Oudheid wordt daarover nagedacht.

Luister naar dit artikel

De Golden Gate Bridge, San Francisco. Ik ben op weg naar de Amerikaanse outsider-kunstenaar Michael Bernard Loggins, die in 2004 onder de titel Fears of Your Life een lange lijst van zijn angsten publiceerde, een kunstwerk in boekvorm, dat weinig tot geen aandacht kreeg in de reguliere pers. Angst heeft zo’n invloed op Michaels leven dat hij waarschijnlijk nooit een groot publiek zal bereiken. Maar toen ik over zijn boekje hoorde, zocht ik onmiddellijk contact. Als schrijver die wordt geplaagd door angsten verhoud ik me constant tot de relatie tussen angst en creativiteit, zonder te weten hoe deze te typeren. Hopelijk kon Michael me helpen.

Via de kleine uitgeverij die Fears of Your Life publiceerde, kom ik al snel in contact met Michaels health advisor, die me vertelt dat Michael permanent rondzwerft. Misschien, oppert zij, kan ik wat cadeautjes kopen, Michael houdt erg van oude singeltjes. Ik struin platenzaakjes af en bemachtig vijf stokoude plaatjes. En dan krijg ik goed nieuws: doordat Michael een voetoperatie heeft ondergaan moet hij thuisblijven. En dus kan ik vandaag bij hem langsgaan, in de assisted living-woning midden in wat vroeger de hippiewijk van de stad was, waar nog altijd honderden daklozen in vuilniszakponcho’s zingen dat ze het systeem hebben verslagen.

Michael woont in een kleine kamer, overal liggen stapels kleren, bakken vol platen. Michael ligt op bed, zijn voet is ingezwachteld, hij draagt een geruite pyjamabroek, geen shirt, op zijn rechterbeen staat nog een waarschuwing van de dokter: het is dit been! Hij mist een aantal tanden, smakt terwijl hij praat. En hij gebruikt graag zelfverzonnen woorden, zoals blue out (een soort black-out), dramaticalisms (staaltjes van dramatisch gedrag), humanful (aardig, voorkomend) en het onvergetelijke clownsmenship (wanneer een stel clowns het goed met elkaar kan vinden). Woorden zijn belangrijk voor hem. Als we niet weten wat woorden betekenen, legt hij uit, hoe kunnen we dan met elkaar praten? Het zoeken naar de juiste woordbetekenis noemt hij het ‘temmen van de wereld’.

Twee dagen later sta ik weer in zijn kamer, deze keer met cheeseburgers. Hij heeft een heldere dag en springt door zijn geschiedenis heen. Geboren in 1961, in San Francisco. Als kind last van hardnekkige schildklierproblemen, waardoor hij niet kon praten, alleen maar wijzen, schreeuwen en herrie schoppen. En schrijven, ontdekte hij op zijn derde. Waar schreef hij over? ‘Dingen die ik niet snapte. Dingen die ineens voorbij waren. Dingen die pijn deden.’ ‘Als Michael Bernard Loggins schrijft’, vat hij samen, ‘dan is hij net een echt mens.’ Maar wat bedoelt hij daarmee?

Het loon van de angst

In De bange mens gaat Daan Heerma van Voss in op de angst-vragen die hem al jaren bezighouden: is angst erfelijk? Is het legitiem dat angst tegenwoordig een geestelijke aandoening heet te zijn? Zijn we metterjaren angstiger geworden of lijkt dat maar zo? De bange mens is onlangs verschenen bij uitgeverij Atlas Contact. In De Groene zet Heerma van Voss, onder het vaandel Het loon van de angst, zijn onderzoek maandelijks voort. Dit is de laatste aflevering.

Al sinds de Oudheid zijn kunstenaars open geweest over hun geestelijke instabiliteit. Meestal door deze te typeren als een uiting van melancholie, die categorie die sinds de Griekse Oudheid een bijzondere plek innam in de wereld van de ‘ziekten’, als voorloper van zowel de depressie als de angststoornis, maar ook als voorwaarde voor genialiteit. ‘Gekte, gesteld dat ze gezonden is als een geschenk uit de hemel, is het kanaal waardoor we de grootste zegeningen ontvangen’, schreef Socrates al. ‘Hoe komt het toch’, vroeg Aristoteles zich in navolging van Socrates af, ‘dat alle mensen die uitblinken in filosofie, dichtkunst of de kunsten, melancholici zijn?’ Volgens hem kwam het door de unieke mengverhouding van zwarte gal en de andere lichaamssappen. Dit evenwicht is precair; als het werd verstoord kon de melancholicus zich verliezen in vreemd of buitensporig gedrag.

Kunstenaars van alle landen en tijden hebben hun innerlijke pijn de drijvende kracht achter hun werk genoemd. Ludwig von Beethoven verklaarde dat melancholie zijn muze was, Friedrich Schiller noemde ons allemaal melancholici, Van Gogh zei dat zijn creativiteit gelijke tred hield met zijn geestesziekten, Virginia Woolf noemde melancholie haar belangrijkste inspiratiebron. Joni Mitchell noemde haar depressies ‘het zand dat de parel maakt’, John Cale zingt dat angst zijn beste vriend is, ‘Voor alles bang geweest. Voor alles altijd bang geweest’, schreef Joost Zwagerman in een van zijn laatste gedichten.

De Amerikaans-Britse dichter T.S. Eliot maakt gewag van een opvallende relatie tussen angst en inspiratie. ‘Het komt mij voor’, schreef hij, ‘dat tijdens deze momenten van inspiratie, die worden gekarakteriseerd door het plotseling wegtrekken van de last van angstigheid en vrees die zo constant op ons dagelijkse leven drukken, iets negatiefs gebeurt: de ineenstorting van onze gebruikelijke barrières.’

De ‘gekte’ van al die grote kunstenaars is reëel, blijkt uit onderzoek. In 1972 onderzocht psycholoog Clarke Martindale roemrijke Engelse en Franse dichters. Meer dan 55 procent van de Engelsen en veertig procent van de Fransen bleek een geschiedenis te kennen van zenuwinzinkingen, psychotische episodes, alcoholisme, psychiatrische opnames, zelfmoord. Het overeenkomende percentage in de algemene bevolking lag tussen de één en twee procent. Een andere interessante studie werd verricht door psychiater Arnold Ludwig, die de biografieën onderzocht van kunstenaars die tussen 1960 en 1990 waren besproken in The New York Times Book Review. Ludwig ontdekte dat kunstenaars twee tot drie keer meer kans hadden op psychische problemen dan niet-kunstenaars.

Maar het grootste onderzoek is misschien wel verricht door psychiater Kay Jamison, die alle grote Britse en Ierse dichters geboren tussen 1705 en 1805 onderzocht. Jamison constateerde dat de kans op verplichte opname voor dichters twintig keer zo hoog was als gemiddeld. Meer dan de helft van de dichters had last van stemmingswisselingen, en hun kans op manische depressies lag meer dan dertig keer hoger dan gemiddeld. Samuel Johnson, Robert Burns, William Wordsworth, Lord Byron, John Keats en Samuel Coleridge, allemaal zouden ze tegenwoordig vermoedelijk als patiënt te boek staan. Moderne studies naar nog levende kunstenaars laten nagenoeg hetzelfde patroon zien.

Ook Michael behoort tot de melancholici, al zal hij die term niet snel gebruiken. Hij beleeft gebeurtenissen anders, geeft ze een volstrekt andere betekenis dan wij zouden doen, en kan zomaar bevangen worden door paniek. Zijn verstandelijke beperking maakt dat zijn angsten allemaal even zwaar wegen. Angst nummer 50 (angst voor het krijgen van billenkoek door een schoolmeester) is even erg als nummer 27 (angst om alleen gelaten te worden). 53 (angst voor vleermuizen) doet evenveel pijn als 57 (angst om anders te zijn). Michael Bernard Loggins leidt een leven zonder tussenschotten.

Waar voelt hij die angst dan? Hij omklemt zijn buikje. ‘In Michael Bernard Loggins’ gut’

Zelf vindt hij niet dat angst hem iets goeds heeft gebracht. Tijdens onze derde afspraak probeer ik hem ervan te overtuigen dat hij zonder zijn angsten misschien wel nooit geschreven en getekend zou hebben – angst als vloek én als inspiratiebron dus. Michael haalt zijn schouders op.

Kan hij zich een dag herinneren dat hij niet bang is geweest? Hij schudt zijn hoofd. En als hij niet bang was, was hij wel bang om bang te zijn, en dat maakte dat hij altijd hyper-alert was, gejaagd, en hij zich onveilig voelde.

Waar voelt hij die angst dan?

Hij omklemt zijn buikje. ‘In Michael Bernard Loggins’ gut.’

Wat is angst voor hem?

‘Angst is alsof er een wagentje op je afkomt dat je niet kunt stoppen, en je kunt ook niet opzij stappen, en je hebt waarschijnlijk ook de verkeerde schoenen aan, dus je valt. Je valt de hele tijd.’

Waarom heeft hij destijds besloten om al zijn angsten op te schrijven?

‘Om te snappen wat ze betekenen. Er is geen andere manier. Je kunt angst proberen te verbergen, zoals een hond doet met een bot. Maar dan vindt iemand anders het bot, en dan slaat hij je ermee.’

Op onze laatste ontmoeting – 45’s + cheeseburger + friet + Fanta Orange – vraag ik of hij ooit nog een boek zal maken. Hij schudt het hoofd. ‘Mensen stelden me allemaal moeilijke vragen, ze maakten Michael Bernard Loggins zenuwachtig en angstig. Alsof ik iets verkeerds had gedaan.’ Zo, even plotseling als het begonnen was, eindigde het publieke deel van Michaels leven. De angst-schrijver, te bang om te publiceren. De komende jaren zal het bij losse notities blijven, zoals er duizenden van rondslingeren in dit appartement, opgeschreven in schriften, op servetjes. Speciaal voor mij grijpt hij in een vuilniszak vol door hem beschreven servetjes en papiersnippers. ‘Jij geeft cadeaus, ik geef cadeaus.’

Als ik zijn appartement verlaat, weet ik nog steeds niet hoe Michael precies in het verhaal van angst en creativiteit past. Hoewel Aristoteles’ vier-sappenleer is afgezworen, kunnen we er misschien toch lering uit trekken. De balans tussen gevoeligheid en overgevoeligheid, tussen aangespoord worden door angst en erdoor verlamd raken, is makkelijk te verstoren. Maar voor velen is hij cruciaal voor het creatieve proces. We hebben dus te maken met twee factoren: een bepaalde hoeveelheid melancholie en balans.

Melancholie, gekte, angst. Laten we al die termen eens vervangen door een ander begrip: je niet op je plek voelen. Wat al die kunstenaars gemeen hebben, is dat ze zich anders voelden. Daaruit vloeide de behoefte voort om ‘de wereld te temmen’, om een manier te vinden om zich tot het leven te verhouden, om zich op een originele manier te laten zien. Melancholie en angst hebben er in de loop van de eeuwen voor gezorgd dat miljoenen mensen die zich niet op hun plek voelden, zijn gaan schilderen, schrijven, filmen of zingen. Ook ik pas, op mijn manier, in deze traditie. Als ik me helemaal op mijn plek zou hebben gevoeld, als ik nooit bevangen zou zijn geweest door iets wat ik niet begreep of doorzag – mijn notitieboekjes waren leeg gebleven, en dit essay had niet bestaan, dat weet ik zeker.

Psychiater Jan Swinkels vertelde me eens over een jonge schilder die hij in behandeling had, Ivo, een Rietveld-student van negentien à twintig jaar. Ivo was psychotisch geworden. ‘Schilderen was Ivo’s roeping’, zegt Swinkels. ‘Ik gaf hem pillen, maar hield de dosering laag. Als ik hem te veel gaf, kon hij niet meer schilderen, en verloor hij zijn contact met de wereld. Hij maakte een schilderij van een sterrenhemel, met op de voorgrond het hoofd van zijn moeder, met een kuil erin. Hij stond ernaast, met een schep.’ Niet lang nadat Ivo dat schilderij had afgemaakt, raakte hij in een zeer zware psychose, juist toen Swinkels met vakantie was. ‘Ivo werd opgenomen in een kliniek, er werd niet met hem gepraat en hij werd volgestopt met pillen. Op mijn vakantieadres werd ik opgebeld. Ivo was voor een trein gesprongen.’ Ivo’s ouders gaven het schilderij aan Swinkels, het hangt in zijn studeerkamer. ‘Elke dag staar ik naar die sterrenhemel, en naar dat brein, en dan zie ik een sterke overeenkomst: je kunt erin vallen en nooit landen. Kunst is een pure verbeelding wat een mens is. Maar die puurheid heeft een prijs.’

Dat brengt ons op de tweede factor: de balans. Die heeft, besef ik als ik aan Michael denk, vooral te maken met bewustzijn. De meeste Romantische dichters waren zich bewust van hun ‘gekte’ en waren in staat om te onderscheiden wanneer ze het contact met de werkelijkheid aan het verliezen waren. Ze hadden een zekere mate van controle, en als ze zich verloren in melancholie wisten ze meestal weer de weg terug te vinden, met als buit een nieuw stapeltje gedichten. Ze bewaakten de balans. En dan is er Michael, die nauwelijks controle heeft over zijn angsten. Daarom hoor je Michael zijn angsten ook niet bezingen; hij kan ze nooit uitzetten, in zijn geval is het een kwestie van uitzitten. Zijn angsten leiden hem. Hij volgt en houdt de score bij.