Puzzelen aan een dienstregeling

Het kantoor wordt gerund door dertig vrijwilligers. Er zijn vierentwintig afdelingen in het land. Rover, de club voor reizigers met het openbaar vervoer, groeit nog steeds. Wat doet de club eigenlijk?
DE VERZELFSTANDIGING van het openbaar vervoer is hevig in discussie. Provincies en steden, de minister en de kamerspecialisten, zij hebben allemaal hun ideeen. Alleen rond Rover, de veelal kritische vereniging voor reizigers in het openbaar vervoer, is het opvallend stil.

Wat is er aan de hand? Is de vereniging soms gelukkig met de voorstellen die in discussie zijn - de commissie-Wijffels over de verzelfstandiging van het spoor, de commissie-Brokx over de verzelfstandiging van het stads- en streekvervoer?
‘Nee’, zegt Rover-voorzitter Andre Mulder. 'In beide plannen zitten onvoldoende waarborgen dat het openbaar vervoer echt beter wordt. De systemen - en dan heb ik het met name over de commissie-Brokx - zijn niet ver genoeg uitgewerkt om het hoe dan ook te kunnen beoordelen. Dus nu zitten we met een probleem: er wordt iets heel ingrijpends voorgesteld, maar de consequenties daarvan zijn nog helemaal niet duidelijk. Dus hebben wij de Tweede Kamer geschreven dat ze de plannen zoals ze nu ter tafel liggen, maar beter niet kunnen uitvoeren.’
Een van de grote problemen die Mulder voorziet is dat de samenhang van het vervoersnet in gevaar gaat komen. Volgens de plannen wordt het land opgedeeld in vijf concessiegebieden, voorlopig voor een periode van vijf jaar aan te besteden. In dit systeem zullen de geinteresseerde ondernemingen niet bijzonder geneigd zijn de onderlinge dienstregelingen naar bevrediging op elkaar af te stemmen, vreest de Rover- voorzitter. 'Het is per definitie al een probleem om concurrenten met elkaar te laten samenwerken. Als dat niet gebeurt, tast dit de kwaliteit van het openbaar vervoer aan. Het basiskenmerk van goed openbaar vervoer is dat je op zoveel mogelijk plekken in een zo redelijk mogelijke tijd kunt komen. Dat dreigt nu in gevaar te komen.’
ROVER-SECRETARIS Kees Rotteveel houdt domicilie op het Rover-kantoor in Amersfoort. Hoe daar te komen? De mevrouw van het vervoer-informatienummer weet het precies. 'Ja, er gaat vanaf het station een bus, maar laat u die maar staan. Waarschijnlijk is lopen sneller.’
Dus wordt er gewandeld, een milieuvriendelijk alternatief voor het vervoer. Rotteveel bevalt dit wel. 'Wij zien het openbaar vervoer duidelijk in het licht van het bedreigde milieu. Mobiliteit is beperkt. Vervoer is een economisch schaars goed en daar moet dus zuinig mee worden omgesprongen.’
Dat geldt niet in de laatste plaats voor het openbaar vervoer. Dat is weliswaar milieuvriendelijker dan de auto, 'maar je kunt het toch moeilijk milieuvriendelijk noemen als iemand de hele dag met een ov- jaarkaart rondreist’. Het gemiddelde Rover-lid moet, zo beklemtoont secretaris Rotteveel, dan ook niet worden voorgesteld als iemand die de hele dag, met bus hetzij trein, kilometers vreet: 'Onze doelstelling is simpelweg op een verstandige wijze met het openbaar vervoer om te gaan, niet meer en niet minder. En onze leden brengen dat aardig in de praktijk. Nee, wij zijn geen vereniging van ov-jaarkaarthouders, bepaald niet.’
Hoe ziet het profiel van het gemiddelde Rover-lid er dan wel uit?
Rover-leden, weet de secretaris, hebben allemaal gegarandeerd een passie voor het spoor. 'Zij vinden het leuk om aan een dienstregeling te puzzelen of ze houden zich bezig met modelbouw of zij specialiseren zich in oude spoorlijnen.’ En zij zijn, constateert Rotteveel, ongewoon actief. Het kantoor wordt gerund door dertig vrijwilligers. Het land telt vierentwintig afdelingen, die ook allemaal door vrijwilligers worden beheerd. Bovendien, de vereniging groeit. Telde Rover verleden jaar nog drieduizend leden, inmiddels is dit aantal naar vijfduizend doorgeschoten.
Is de nood van diegenen die van het openbaar vervoer gebruik maken, zo hoog gestegen?
Het ligt, zegt secretaris Rotteveel bescheiden, aan de wijze waarop Rover naar buiten treedt. 'Als je in de pers verstandige dingen zegt, spreek je daarmee ongetwijfeld een grote groep mensen aan.’
BEHALVE DUS - vreemd genoeg - op dit cruciale moment in de geschiedenis van bus en spoor, het moment dat aan de verzelfstandiging wordt gewerkt.
Waarom is de reizigersvereniging opeens zo terughoudend?
Voorzitter Mulder doet nog een poging. 'Wij hebben werkelijk duidelijk laten weten wat ons standpunt is. Alleen, dat standpunt is genuanceerd en dat is niet altijd even gemakkellijk over het voetlicht te brengen. Bovendien, als reiziger interesseert het mij in principe niet eens of het openbaar vervoer wordt verzorgd door ondernemer A of ondernemer B. Net zomin als het mij interesseert of het openbaar vervoer in particuliere handen of in de handen van de overheid is. Dat kan mij niets schelen. Als de kwaliteit maar deugt.’
Diep in zijn hart, zo blijkt, zou de voorzitter het openbaar vervoer willen laten waar het is: in de handen van de overheid. Maar nee, Rover is zeker niet van plan een anti-verzelfstandigingsinitiatief te starten. Rover speelt zijn kaarten liever op een andere wijze uit, verduidelijkt Mulder.
Hoe dan?
Het blijkt dat de vereniging in het begin van het jaar een onderzoek naar de mogelijkheden van consumentenbescherming heeft gedaan. Dat is door het ministerie van Verkeer en Waterstaat 'welwillend ontvangen’ en Rover werd vervolgens van overheidszijde uitgenodigd om aan te schuiven in de begeleidingscommissie van het vervolgonderzoek.
Waarmee tevens is aangetoond dat Rover allang geen rebellenclubje meer is.
Mulder: 'Die studie naar consumentenbescherming is inmiddels klaar. Aan de hand hiervan heeft de minister een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin ze de belangrijkste conclusies overneemt. En die komt neer op de constatering dat met die consumentenbescherming ernst moet worden gemaakt. Die consumentenbescherming is nu even voor ons het belangrijkste onderwerp. Dus daaraan hebben wij dit jaar ontzettend veel tijd besteed. Weet u trouwens dat het een jaar geleden nog helemaal niet de bedoeling was dat er wat dan ook zou worden geregeld? Nu dus wel, dus wij hebben best wat bereikt.’
Wat moeten wij ons bij die consumentenbescherming precies voorstellen?
Meepraten over tarieven en dienstregelingen. Als het aan Rover ligt, aldus de voorzitter, wordt die consumentenbescherming ongeveer zo geregeld als in Engeland, met regionale adviesraden die daadwerkelijke invloed hebben.
Nu is Engeland niet direct een lichtend voorbeeld als het gaat om de privatisering van het openbaar vervoer, geeft Mulders grif toe. 'De gruwelverhalen over de Britse privatiseringspraktijken zijn geheel terecht. Die zijn rampzalig. Maar merkwaardigerwijze staat dit dwars op de wijze waarop de Engelsen de consumentenbescherming hebben geregeld. Daar kan iedereen, ook Nederland, wat van leren.’