De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

‘Je proeft het chagrijn over het kabinet’

PvdA Gelderland voerde campagne voor de Provinciale Staten tegen beter weten in

Hoe kan de lokale PvdA zich nog als links profileren als de partij landelijk juichend achter een rechts beleid aan loopt? De sociaal-democratische campagnevoerders in Gelderland kwamen er niet uit. Een reportage. ‘Het zijn ook nog categorie-D rozen.’

Medium 15858779484 7e2c8d8a64 o

In de felverlichte zijhal van het provinciehuis in Arnhem kijkt het campagneteam van de PvdA beteuterd naar de uitslagen die op het grote scherm verschijnen. De rode staaf van de PvdA blijft vrijwel in elke gemeente halverwege steken: er klinkt hoongelach van PVV’ers en ook andere partijen kunnen hun leedvermaak nauwelijks verbergen.

Peter Kerris, aanvoerder van de Gelderse sociaal-democraten, wordt behandeld alsof hij net een dierbare heeft verloren. ‘Iedereen komt nu naar me toe met “o, wat erg”, “sterkte”, of “gaat het wel?”. We wisten echter dat het lastig zou worden.’ Als Kerris door de zoveelste welwillende concurrent troost wordt ingesproken, een man in een wit VVD-jack ditmaal, reageert hij geïrriteerd: ‘Jongens, hou daar toch eens mee op zeg!’

Wekenlang voerde Kerris, met zijn 29 jaar de jongste lijsttrekker in Gelderland, campagne om ondanks de landelijke mineur een goed verkiezingsresultaat neer te zetten in de grootste provincie van Nederland. Terwijl nationale politici op televisie soebatten over jihadi’s en bonnetjes verkondigde hij in buurthuizen en bibliotheken zijn ideeën voor Gelderland. Hij presenteerde uitgewerkte investeringsplannen voor de Nuon-miljarden die de provincie in kas heeft en ging met andere lijsttrekkers in discussie over strategieën voor krimp in de Achterhoek.

Het is een ondankbare taak, provinciale lijsttrekker van een partij in crisis. Zeker tijdens verkiezingen die in feite worden beschouwd als een referendum over het kabinet. Want hoe kan de PvdA zich in de provincie nog geloofwaardig profileren als links, als de partij op landelijk niveau een beleid uitvoert waarin zelfs gematigde sociaal-democraten zich niet herkennen? Kerris: ‘Op straat krijg je natuurlijk veel vragen over landelijke thema’s. “Hoe zit dat nou met de Grieken?” of: “Hoe moet het nu met de zorg?”. Je moet dat ook niet ontwijken. Tijdens de campagne dragen we allemaal een rood jasje en delen we allemaal rozen uit. We zijn gewoon één partij en wij staan achter het landelijke beleid.’

Woensdag 18 februari, 28 dagen tot aan de verkiezingen

Gedwee volgen europarlementariër Agnes Jongerius en Kerris twee dames met oranje NOC-NSF-shawls over het terrein van sportcomplex Papendal. Tussen de heuvels en bomen staan gloednieuwe gebouwen met sportfaciliteiten. Ruim driehonderd topsporters kunnen hier wonen, werken en studeren. ‘Het is goed om af en toe uit die Brusselse bubbel te komen en contact te houden met wat er daarbuiten speelt’, verklaart Jongerius haar werkbezoek.

Tijdens de rondleiding toont ze zich bedreven in small talk. Kerris, een kop kleiner dan Jongerius, is een stuk bedeesder. Vlak voor het afscheid grijpt hij zijn kans: ‘Ik begreep dat hier steeds meer banen bij komen? Van vierhonderd naar zevenhonderd werknemers, klopt dat?’ Hij kwam hier tenslotte om over ‘goed en eerlijk werk’ te praten. De dames kijken elkaar aan, ze hebben de cijfers niet paraat, maar dat zou best kunnen. ‘En hoe zit het met de contracten?’ polst Kerris ietwat plichtmatig. Waar Samsom bij het regeerakkoord moest instemmen met de versoepeling van het ontslagrecht wil de PvdA in Gelderland de ‘doorgeslagen flexibilisering’ van de arbeidsmarkt tegengaan.

Door de verkoop van Nuon heeft Gelderland een flinke pot geld achter de hand, dat de PvdA nu deels wil aanwenden om de provinciale economie aan te jagen. Met vijfhonderd miljoen kunnen we tienduizend banen creëren, verkondigt Kerris. Concrete plannen met harde cijfers: het moet een verademing zijn om na jarenlange bezuinigingen eindelijk, al is het slechts op provinciaal niveau, weer eens te kunnen spreken over investeren. Tegelijkertijd kan de provincie nauwelijks meer doen dan bijsturen en corrigeren van beleid dat op nationaal niveau wordt vastgesteld.

‘Ik zie vrienden om me heen, jongens die twee masterdiploma’s hebben, die werkloos thuis zitten’, zegt Kerris. Het thema gaat hem aan het hart: ‘Jongeren gaan van uitzendbaantje naar uitzendbaantje. Ik begrijp niet dat we in Nederland jonge mensen niet de kans kunnen geven om aan de slag te gaan. Ik ben zelf ook een tijdje werkloos geweest. Ik weet wat voor een onzekerheid dat met zich meebrengt.’ Maar beseft hij ook dat de provincie op dit vlak een beperkte impact heeft: ‘Onze plannen zijn goed en belangrijk, maar ik heb niet de illusie dat we op provinciaal niveau de crisis kunnen oplossen.’

Woensdag 25 februari, 21 dagen tot aan de verkiezingen

Maar liefst zeventien partijen nemen deel aan de verkiezingen in Gelderland. Vanavond mogen ze zich stuk voor stuk presenteren in het provinciehuis. Kerris zet zijn visie gedecideerd uiteen aan de hand van de slogan ‘Goed wonen en werken in Gelderland’. Aan het eind wordt de lijsttrekkers gevraagd de verkiezingsuitslag te voorspellen. Kerris kijkt naar het bord, waarop de zelfverzekerde voorspelling van de VVD al prijkt (negen zetels) ‘Daar doe ik niet aan mee. Wij moeten gewoon ons verhaal vertellen.’

Het tekent het wankele zelfvertrouwen van de PvdA. Kerris mag het dan nog te vroeg vinden voor een voorspelling, de peilingen schetsen al geruime tijd een somber beeld. Ook in Gelderland staat de partij er beroerd voor: volgens de laatste prognoses zal ze vier zetels moeten inleveren: van negen naar vijf. Campagnecoördinator Rita Weeda is een echte PvdA-veteraan, ze is al bijna veertig jaar lid. ‘Vanaf dag één was ik actief binnen de partij’, zegt ze trots. Natuurlijk maakt ze zich zorgen om de peilingen. ‘Het zou gek zijn als dat niet zo was. Maar qua campagne verandert er niet zo veel voor ons. Wij moeten ervoor zorgen dat de achterban naar de stembus komt. Bij een lage opkomst scoren we altijd slecht. We moeten het gesprek aangaan met de burger, huizen langsgaan en het aan de mensen vragen.’

PvdA-politici die zich onder de mensen begeven en willen weten wat er onder de bevolking leeft. Het is geheel in lijn met het vorig jaar gepresenteerde rapport Politiek van waarde. Het roept bij sceptici een karikaturaal beeld op van een partij die te hard haar best doet om volks te zijn. Befaamd is de uitspraak van partijvoorzitter Hans Spekman dat PvdA’ers minstens 25 procent van hun tijd de straat op moeten. ‘Het is flauw dat de media telkens dat percentage naar boven halen’, zegt Weeda. ‘Er stonden veel goede zaken in dat rapport. Mensen onderschatten misschien ook hoeveel tijd een bestuurlijke rol kost. En die 25 procent… Ik denk dat als bestuurders hun rol goed vervullen ze dat makkelijk halen.’ Enige vorm van kritiek op de landelijke koers zul je niet horen van Weeda of het campagneteam, ze presenteren zich als een gesloten front. ‘Trouw’, zo omschrijft ze zichzelf. Als Weeda al kritisch is op haar partij laat ze dat niet merken aan de buitenwereld.

Vrijdag 27 februari, negentien dagen tot aan de verkiezingen

‘Ik doe niets liever dan het ongelijk van Maurice de Hond bewijzen. We moeten nu de straat op blijven gaan en een verrassing bewerkstellingen.’ Marleen Barth, lijsttrekker voor de Eerste Kamer, opent vanavond het maandelijkse politieke café van PvdA Gelderland. Op het gewestelijk kantoor in Doetinchem, dat zit ingeklemd tussen een Chinees restaurant en een shoarmazaak, hebben zich zo’n vijftig leden verzameld. Rode kleedjes over de tafels, PvdA-vlaggetjes aan het systeemplafond en een gordijn met daarop een afbeelding van een rode roos. Rechts achterin is in rood en zwart een portret van Joop den Uyl op de muur geverfd, de legendarische partijleider die geen rapporten of commissies nodig had om in de haarvaten van de samenleving te zitten.

Achter het podium hangt een campagneposter met een foto van een breed lachende Kerris. ‘Maak werk van Gelderland’ staat eronder. ‘Werk’ is tijdens de campagne het toverwoord: het staat op elk affiche (‘Samen Werkt!’), en keert in elke toespraak om de twee zinnen terug. Zo ook bij de vragen uit de zaal: hoe zit het met de werkloosheid onder jongeren? En ouderen? En allochtonen? Barth erkent de problemen geduldig, maar ze is ook ‘trots’ op wat Asscher op dit vlak gedaan heeft. De Wet aanpak schijnconstructies komt, net als het in vaste dienst nemen van de schoonmakers, steeds ter sprake wanneer het trackrecord van de partij verdedigd moet worden.

Volgens de regeringspartijen zit Nederland weer in de lift nu de banengroei aantrekt; dat de werkloosheidscijfers desondanks nauwelijks dalen is volgens hun lezing te wijten aan het feit dat meer mensen de arbeidsmarkt betreden, wat weer een teken van vertrouwen en van economisch herstel zou zijn. Maar het herstel gaat traag en de onzekerheid blijft, zo signaleert ook Barth. Dan helpt het niet dat de prognoses van het CPB waarop het kabinet zich nu graag beroept vrijwel altijd te optimistisch zijn en de banen die er nu bij komen vaak tijdelijke functies zijn. Niet bepaald het eerlijke werk waar de PvdA in Gelderland naar zegt te streven.

Dinsdag 3 maart, vijftien dagen tot aan de verkiezingen

‘Wie weet nog niet wat hij 18 maart gaat stemmen?’ vraagt de presentator aan het verzamelde publiek voor het Groot Gelders debat. Tot hilariteit van de zaal gaat er slechts één vinger de lucht in.

Tijdens de debatten op nationale televisie komt de provinciale politiek nauwelijks ter sprake. CDA-leider Sybrand Buma werd gekscherend tot winnaar van het _Pauw-_debat uitgeroepen, omdat hij als enige de woorden ‘Provinciale Staten’ had gebruikt. Dat deze verkiezingen gevolgen hebben voor de landelijke politiek zal niemand ontkennen, maar de campagneposters van de SP (‘Reken af!’) en de PVV (‘Genoeg is genoeg!’) doen het voorkomen alsof er op 18 maart wordt beslist over het voortbestaan van het kabinet. Zelfs de constructieve oppositiepartij D66 verwacht dat, bij een goed verkiezingsresultaat voor hun partij, ‘het roer omgaat’.

In de openbare bibliotheek Arnhem gaan de Gelderse lijsttrekkers met elkaar in debat over de provinciale politiek. Mogen er outletcentra komen buiten de bebouwde kom? Hoe kunnen we het winkelverkeer in de binnensteden stimuleren? Moeten we investeren in wegen of openbaar vervoer? De partijen trekken fel van leer en etaleren hun dossierkennis, maar het probleem is, zo constateerde Kerris de afgelopen tijd, dat de mensen die op deze bijeenkomsten af komen niet de kiezers zijn die nog overtuigd moeten worden.

Aan het eind van het debat komt de presentator terug bij de enige zwevende kiezer in de zaal. ‘Ik ben geen millimeter verder gekomen.’

Zaterdag 7 maart, elf dagen tot aan de verkiezingen

‘Is Dijsselbloem er al?’ ‘Komt meneer Dijsselbloem nog?’ Als het campagneteam de deur van het Apeldoornse raadhuis uit stapt – folders en rozen in de hand – komen er direct mensen op hen af. Geduldig leggen ze uit dat, hoewel het groots was aangekondigd, de minister van Financiën vandaag verhinderd is.

‘Mag ik u een bloemetje aanbieden?’ vraagt Kerris met een grote glimlach aan voorbijgangers. Als ze dat accepteren: ‘En dan heb ik nog een tijdschrift voor bij de koffie.’ Echte discussies barsten niet los, maar Kerris is tevreden: ‘De sfeer valt me alles mee. De mensen zijn vrolijk, er wordt weinig gemopperd.’ Campagnecoördinator Rita Weeda kan zich nog wel tijden herinneren dat dit anders was. Tijdens de verkiezingen van 2002, toen Pim Fortuyn opkwam, had ze het zwaar te verduren. ‘Toen werd ik bespuugd en uitgescholden voor “vuile linkse rothoer”. Dat soort incidenten heb ik de afgelopen jaren gelukkig niet meer meegemaakt.’

Dat het er op straat gemoedelijker aan toe gaat betekent allerminst dat het electoraat de PvdA weer in de armen heeft gesloten. Waar de PvdA na acht jaar Paars nog heftige emoties opriep, hebben veel kiezers de partij nu stilzwijgend de rug toe gekeerd. Er volgen zelden scheldkanonnades als er een roos wordt aangeboden, maar het informatiefoldertje wordt vaak beleefd afgeslagen. Misschien nog wel verontrustender dan de felle reacties van ruim een decennium geleden is dat een groot deel van de traditionele achterban thuis dreigt te blijven.

Na een klein uur flyeren in Apeldoorn zijn de rozen bijna op, maar staan de meesten nog met hun handen vol magazines. Het lokale raadslid Ties Stam volgt het gezelschap met de camera, hij maakt liever foto’s dan dat hij flyers uitdeelt. Hij vindt het jammer dat de minister van Financiën er vandaag niet bij kan zijn. Zo’n landelijk kopstuk erbij helpt toch, merkte hij toen Dijsselbloem eind februari in Apeldoorn campagne kwam voeren. ‘De dag ervoor zat hij nog aan onderhandelingstafel met Griekenland. Ik dacht “die komt nooit”, maar hij was er gewoon. Hij kreeg toen natuurlijk veel vragen over de Grieken, maar daarover is hij heel toegankelijk. Hij stuurt het gesprek dan wel heel handig naar provinciale thema’s. Via zijn ministerschap brengt hij dan onze investeringsplannen ter sprake.’

Het is een vreemd fenomeen waar ze binnen de PvdA de vinger niet op kunnen leggen: de partij staat er in de peilingen beroerd voor maar ondertussen krijgen hun bewindslieden de hoogste rapportcijfers van dit kabinet. Dijsselbloem en Asscher, nota bene de uitvoerders van het impopulaire kabinetsbeleid, worden in de aanloop naar de verkiezingen veelvuldig ingezet. Diederik Samsom, de PvdA’er die het meest onder vuur ligt, is nauwelijks op straat te vinden, constateerde NRC Handelsblad na een blik op de agenda van de fractievoorzitter. ‘Hij is nu natuurlijk wat minder populair’, zegt Stam. ‘Maar van mij had hij vandaag prima langs mogen komen.’

Donderdag 12 maart, zes dagen tot aan de verkiezingen

‘Waar zou dat voor staan “PvandeA”?’, informeert een bejaarde man cynisch als hij de rode jasjes op het parkeerterrein van een winkelcentrum in Nijmegen ziet staan. ‘Ik ben een vakbondsman, een echte rooie jongen, maar sinds die walvisvaarder (Samsom, – jt) daar zit hebben jullie voor mij helemaal afgedaan.’ Met een boos wegwerpgebaar beent hij weg.

‘Als je de deuren langs gaat, proef je dat mensen chagrijnig zijn over wat er in dit kabinet gebeurt’, zegt Kerris. ‘Maar ze begrijpen het ook wel weer als je het uitlegt. We hadden ook niet in het kabinet kunnen stappen.’ Iedereen uit het Gelderse campagneteam verdedigt vol overtuiging de beslissing om met de VVD in zee te gaan. Natuurlijk is het een ongemakkelijke coalitie en zijn er ingrijpende maatregelen getroffen, maar als je niet bestuurt heb je helemaal niets te zeggen, zo wordt er geredeneerd. De PvdA gaat er prat op dat zij haar bestuurlijke verantwoordelijkheid ook in moeilijke tijden durft te nemen. In tegenstelling tot de SP, wordt daar consequent aan toegevoegd, die staan maar wat aan de zijlijn te roepen. Het sentiment onder de PvdA-leden vindt echter geen weerklank onder de bevolking: de SP is hen voorbijgestreefd.

In Nijmegen gaan de vrijwilligers onvermoeibaar door met ‘canvassen’. De meeste mensen die hun voordeur opendoen aanvaarden graag het bloemetje. (‘Zelfs al stem ik nooit op jullie.’) Sommigen tonen zich geïnteresseerd en nemen een magazine in ontvangst. (‘Ah ja, dat zal ik eens doornemen.’) Slechts een enkeling sluit meteen resoluut de deur. (‘Ik ben het met niemand eens, ze mogen wat mij betreft die hele boel opdoeken.’) Jesper, een student die vandaag als vrijwilliger met Kerris langs de deuren gaat, kijkt bedenkelijk naar de steeds kleiner wordende bos rozen in zijn handen. ‘Ik heb ooit eens in een rozenkas gewerkt. Dit zijn wel echt categorie D–rozen, die bleven altijd over… Maar het gaat om het symbool, natuurlijk.’

Woensdag 18 maart, drie uur na het sluiten van de stembussen

Het provinciehuis in Arnhem loopt langzaam leeg. D66’ers verlaten euforisch het gebouw en ook de VVD is tevreden. Ze hebben de tussentijdse verkiezingen, zeker voor een regeringspartij, wonderwel overleefd en blijven ook in Gelderland de grootste. Veel PvdA’ers druipen rond middernacht af; de meesten verslagen (‘dit is enorm balen’), een enkeling strijdvaardig (‘morgen is de eerste dag van onze overwinning!’). Kerris vindt het ‘teleurstellend’ dat ze ondanks de fantastische campagne in Gelderland – want daar blijft hij bij – niet tegen het landelijke beeld op hebben kunnen boksen. ‘Maar we moeten ook niet doen alsof we dit nu pas zien aankomen.’

De productieassistente van Omroep Gelderland stapt op de vermoeide lijsttrekker af: of hij voor de camera’s wil reageren op de nederlaag van zijn partij? Kerris voelt er weinig voor, hij heeft al zo veel reacties gegeven vanavond en bovendien zijn nog niet eens alle uitslagen binnen. De productiedame laat zich niet uit het veld slaan: ‘Ja, ik snap dat je ervan baalt, maar ik vind het toch jouw taak om hier nu op te reageren.’ Dat de resultaten in Gelderland nog relatief meevallen (de PvdA haalde zes zetels, ééntje meer dan verwacht) doet er nu even niet toe. Kerris moet zich voegen naar de rol van de Grote Verliezer. Met tegenzin laat hij zich meeslepen naar de visagie, om vervolgens hetzelfde verhaal te vertellen dat hij al de hele avond verkondigt: ze hebben er hard voor geknokt, hij is nog altijd overtuigd dat hun plannen goed zijn voor Gelderland. En de uitslagen? Die zijn ‘pijnlijk, maar niet onverwacht’.


Beeld: Diederik Samsom bij de opening van de Provinciale Statenverkiezingen (via Flickr)