In de deuropening van een van de boekhandels op het Spui kom je een oude bekende tegen. Ze heeft een zonnebril in haar haar, een stapel vakantieboeken in haar linnen tas – net als jij.

En net als jij heeft ze ook haar mondkapje weer op. Hoeft officieel niet meer, maar toch, sinds Dansen met Janssen, de curve van de besmettingscijfers, de Delta… Tsja, zegt ze, QR…

Er volgt geen verdere uitleg, want verdere context is overbodig. De twee letters, QR, zijn een dimensie op zich.

De eerste keer dat je ervan hoorde was aan het begin van de eeuw, op een Amerikaans vliegveld toen Amerikaanse vliegvelden nog hun penetrante War on Terror-vibe hadden. Een strenge douanier zette je tegen een scherm en nam met iets wat eruitzag als een stofzuigerslang een foto van je. Als bij een polaroid rolden er twee papiertjes uit, een voor hem, een voor jou. Er stond een onverklaarbaar patroon op.

Ben ik dat? vroeg je.

Alleen héél speciale computers kunnen deze code lezen, zei hij.

Je hing dat printje nog een paar jaar op je koelkast. Zo lekker futuristisch. Vorig jaar waren ze opeens overal. Naast schilderijen in musea, als stickers op tafels in voorheen chique restaurants. Tijdens het terugrollen van de lockdown werd er een hele industrie uit de grond gestampt met als voornaamste doel jou van QR-codes te voorzien, zodat je naar het Holland Festival mocht, naar feestjes, op vakantie.

Vakantie? Waarheen? Er gloorde een bestemming aan de horizon, eentje die nog niet door een code rood uit het zicht was getrokken. Je ging naar de boekhandel om je alvast in te lezen. In je linnen tasje zat dus de biografie van Patrick Leigh Fermor, de avonturier en reisschrijver, die tijdens de oorlog het verzet op Kreta had geleid. Kretenzers zijn net Grieken, zei hij, ‘maar dan nog Griekser.’

En Mulisch. ‘Bezoek Kreta! Nergens vindt u zo’n unieke combinatie van overweldigend landschapsschoon, imposante resten van een oeroude cultuur en behaaglijke rust!’ schreef hij in De elementen. ‘Knossós! Meteen op het parkeerterrein is het zo druk en zo heet als bij de ingang van de hel.’

Maar nu niet. Nu zouden de poorten van de hel alleen open staan voor de gelukkigen met de juiste QR.

De vooruitpret van een vakantie schijnt de helft van het plezier te zijn. Totdat je QR in gevaar komt. Het begon met ‘iemand in je naaste omgeving’ – zij lag boven op bed, vijftien uur per dag te slapen. Jij niet. Jij had je eerste vaccin. Je was onsterfelijk, op z’n minst onkwetsbaar. Maar. Een beetje een vreemd, brak gevoel in je keel. Alsof je de hele nacht naar de DJ had staan schreeuwen de beat nu eens te droppen. Maar je was al anderhalf jaar in geen club geweest.

Zoals Miss World zei: ‘Het lot is wat je er zelf van maakt’

Wat je ook doet, niet naar de GGD gaan, appte je zusje. Dan komt je uitslag in de CoronaCheck-app en verspeel je je QR-kansen.

Natuurlijk is zo’n zelftest niet zo secuur als een professionele test. Alleen zenmeesters en masochisten kunnen dat wattenstaafje zo ver hun eigen neus in steken als professionele testers dat doen. Jij hebt medelijden met jezelf, zij niet.

Nog meer zelfmedelijden: twee streepjes op je testkit.

Het vreemde is dat je geen enkele stress over het virus hebt. Dat geloof je wel. De stress gaat alleen over hoezeer een verkeerde QR-code je zomer onmogelijk kan gaan maken. Een vriend ziet je je vakantie al mislopen. De tijd dringt, weet hij. Midden in de nacht krijg je een mail van hem: zijn negatieve coronatest, maar dan zó gephotoshopt dat jouw naam en geboortedatum er stonden. Je gaat uit bed, print het uit en scant de QR-code die hij erin heeft gezet. Op het beeldscherm van je telefoon verschijnt de menukaart van een biertuin.

Popquiz: waar staat QR voor?

Je zoekt al alternatieve vakanties op, in eigen land, maar de dag voordat je vlucht zou vertrekken probeer je het toch maar. In de rij bij de test moet je denken aan wat een Miss World ooit zei: ‘Ik denk dat het lot is wat je er zelf van maakt.’

Na anderhalve week binnenblijven is jouw lot, tot je volkomen verbazing, een negatieve uitslag. Zo snel als je kunt upload je je Quick Response-code naar je CoronaCheck-app. Je hebt je smaak nog niet terug, je mond voelt alsof de tandarts je heeft verdoofd en drie kiezen heeft getrokken, maar je hebt wel een QR.

Schiphol. Il y a longtemps. Je komt langs alle balies waar je al zo lang niet meer bent geweest. Je ziet ‘Delta Airlines’ – wat een ongelukkige naam nu. Je moet denken aan die 44 vrouwen in Nederland die ‘Corona’ heten.

Je stuitert verder over de luchthaven; wie wil mijn QR zien? Wie wil mijn QR zien?!

Niemand, blijkt. Nergens wordt de code gescand. Overal krijg je de vraag: heb je een QR, je zegt: ja – en nog voordat je ’m tevoorschijn hebt op je telefoon, word je al door gewuifd. Next.

Op het vliegveld van Kreta is het net zo druk als Mulisch beschreef. Mensen kuchen, hebben hun mondkapje hooguit half op. De douaniers blijven achter hun plastic schermen, steken amper een hand uit om je QR te checken. Ze geloven het wel. Je ziet ze denken: ik ga heus geen risico op besmetting lopen door naar je toe te komen en je QR te checken.