Profiel: Cherie Blair

Queen Cherie

Cherie Blair, nummer 62 op de Forbes-lijst van machtigste vrouwen ter wereld, gaat misschien de politiek in als haar man vertrekt. Voor Oud Labour zou de topadvocate beter te pruimen zijn dan Tony.

In het najaar van 1983 schitterde het verse parlementslid Tony Blair tijdens enkele Lagerhuisdebatten. De Conservatieve kamerleden Michael Howard en Norman Lamont wisten niet wat ze hoorden. De slechts dertig jaar oude jurist was niet alleen vlijmscherp, maar ook opvallend gematigd in vergelijking met zijn partijgenoten. Voor nader onderzoek nodigden ze Tony en zijn vrouw Cherie uit voor een maaltijd, bij de Howards thuis in Notting Hill. Na het eten was duidelijk wat Tony aan de Labourpartij bond: Cherie. Zij bleek het socialistische geweten van haar man te zijn, concludeerde Lamont nadat Cherie haar echtgenoot direct na de laatste slok koffie mee naar huis had gesleurd.

In tegenstelling tot Tony, zoon van een Conservatief politicus, komt Cherie Booth (Bury, Lancashire, 1954) uit een rood-rooms nest. Haar opa aan moeders kant was een mijnwerker (de lamp heeft ze nog), vader Tony Booth een rokkenjagende, alcoholistische acteur met linkse sympathieën (en nazaat van de acteur John Booth-Wilkes, die Lincoln vermoordde) en haar stiefmoeder actrice in Coronation Street. Ze groeide op in Liverpool, waar ze naar een rooms gymnasium ging. Tot vervelens toe werd ze beschouwd als «dochter van» de acteur uit Till Death Do Us Apart. Op haar veertiende verkondigde dat ze de eerste vrouwelijke premier van het land zou worden, dus geen «dochter, vrouw of moeder van». Haar vervolgopleiding ging echter over haar andere passie: de rechtspraak. Als begaafde scholier – om verveling te voorkomen sloeg ze een klas over – kreeg Cherie een beurs voor de gerenommeerde rechtenfaculteit van de London School of Economics. Nog steeds staat ze daar bekend als de beste studente ooit. Haar studieboeken waren te herkennen aan de kruimels tussen de bladzijden. Terwijl collega-studenten tijdens de pauzes de pub opzochten, nuttigde zij haar sandwich boven Anatomy of the Law.

Na haar studie doceerde ze op de Universiteit van Westminster en liep stage op het kantoor van de bekende advocaat Derry Irvine. Ze kreeg een verhouding met die andere talentvolle stagiair, Tony Blair, die in het begin moeite had met haar «slight Liverpool chippiness». Deze kattigheid werd op vrijdagmiddag versterkt bij de wekelijkse advocatenborrel bij El Vino’s, waar vrouwen toentertijd niet werden geserveerd. Hoewel zij beter was, kreeg de welbespraakte en vooral gezellige Tony daar een vaste aanstelling. De liefde leed er niet onder, te meer omdat Cherie aan de slag kon bij George Carman, de Max Moszkowicz van Engeland. In 1980 trouwden ze in de kapel van St Johns College, Oxford. Beiden hadden politieke ambities aan de linkerzijde van het politieke spectrum. Ze zouden afgesproken hebben dat wie het eerst een kamerzetel zou krijgen door de ander geestelijk en vooral financieel zou worden gesteund. Tony won. Na een kansloze nederlaag bij de tussentijdse verkiezing in Beaconsfield een jaar eerder werd hij zonder probleem gekozen in het mijnwerkersdistrict Sedgefield, terwijl Cherie het moest afleggen in het conservatieve district Thanet Noord, Kent, ondanks de hulp van drie Tony’s: Blair, Benn en haar vader.

Cherie vervolgde haar juridische carrière onder haar meisjesnaam en bracht het tot Queens Counsel, de hoogste rang van de Britse advocatuur. Gezien het «magere» salaris van haar eega was zij de voornaamste kostwinner. Op feesten gedroeg ze zich een stuk flamboyanter dan haar man. Na zijn eerste ontmoeting met de Blairs op een feest van The Times schreef journalist Matthew Parris: «She made a tremendous impression: prettier than she looks in the press photographs, lively, funny, slightly scary, directed, crusading, forceful, clever, opinionated, interesting and interested.» Die ontwapenende houding veranderde naarmate Tony dichter bij de macht kwam. Nadat hij in 1994 was gekozen als partijleider kwam Cherie onder invloed te staan van twee vrouwen. Als haar «waakhond» fungeerde Fiona Millar, de vrouw van Tony’s spindoctor Alastair Campbell, terwijl het ex-naaktmodel Carole Caplin zich als levensstijlgoeroe had voorgenomen de aankomende First Lady kennis te laten maken met de wondere wereld van Gucci, Armani en Burberry. Ze raakte in de ban van de New Age – en geloofde dat de visgoden de piramides hadden aangelegd – en Caplin groeide uit tot de Greet Hofmans van Downing Street. In zijn pas verschenen biografie Tony & Cherie: A Special Relation ship beweert de journalist Paul Scott dat Cherie de toekomst ging voorspellen aan de hand van de teennagels en afgeknipte haarlokken van haar man. Een minder goede relatie had Cherie met Anji Hunter, de officiële adviseuse van Tony. Behalve Hunters welgestelde achtergrond was het feit dat zij Tony vaker zag dan wie ook reden om haar aan te duiden als «that bloody woman».

Eind jaren negentig richtte Cherie haar eigen advocatenkantoor op, Matrix Chambers, dat zich vooral zou toeleggen op juridische aansprakelijkheid van overheden. Als letselschadedeskundige profiteerde ze van de Europese wetgeving die door de regering van haar man en Hare Majesteit in het Britse recht was opgenomen. In een zaak over onbetaald zwangerschapsverlof dagvaardde ze namens de vakbond de regering. Ook stond ze de staalwerkers van Corus bij in een reddingsoperatie. De media hadden echter vooral aandacht voor haar hang naar financiële zekerheid, een overblijfsel uit haar deels vaderloze jeugd. Ze was voorstander van een salarisverhoging van kabinetsleden, bedong bij een bevriend be stuurslid van Manchester United korting op een voetbalshirt en werd ongewild het gezicht van eBay door daar kinky schoenen en een Winnie de Poeh-wekker te bestellen. In 2002 leidde haar zuinigheid tot Cheriegate. Ze had de Australische op lichter Peter Foster, een vriendje van Caplin, ingeschakeld om via fiscale trucjes minder te betalen voor twee flats in Bristol. Een ervan was voor haar oudste zoon Euan, die daar ging studeren, de andere was bedoeld om winst mee te maken.

Na deze affaire hield ze haar beruchte «Superwoman-toespraak», waarin ze geëmotioneerd verklaarde dat er bij het jongleren wel eens een bal wil vallen. Naast het werken als topadvocate, optreden voor liefdadigheids instellingen en het bijstaan van haar man was er de zorg voor de vier kinderen Euan, Nicky, Leo en Kathryn, van wie de laatste geestelijke problemen heeft. Als Cherie een keertje weg was, ging het meteen mis, zo bleek toen Euan be zopen door de politie werd aangehouden op Leicester Square. Ze baalde van de vijandige houding van journalisten, die er een spel van maakten om de minst flatteuze foto’s van haar te publiceren, met als hoogtepunt een afbeelding waarop ze een gaap van Grand Canyon-achtige proporties produceert tijdens de ko ninklijke Braemar Highland Games. Dat Cherie sowieso weinig met de monarchie had, bleek bij Diana’s begrafenis, toen ze geen kniebuiging voor de koningin maakte. De advocate liet zich ooit ontvallen dat alle journalisten schurken zijn, die geld belangrijker vinden dan de waarheid. Sterker, ze ondernam pogingen om de hoofdredacteur van The Daily Mirror, Piers Morgan, te laten ontslaan wegens de campagne die hij voerde tegen het Irak-beleid van haar man. Later zou ze overigens onbekommerd met hem flirten.

Haar houding jegens The Daily Mail, de boze stem van Middle England, was minder dubbelzinnig. Ze had er moeite mee dat haar man aan de vooravond van de verkiezingen van 1997 een wit voetje wilde halen bij dit populistische dagblad met zijn miljoenenpubliek. Aan het verstandshuwelijk tussen de Blairs en The Daily Mail kwam in 2000 een einde tijdens een diner op Downing Street met de eigenaar van de krant, graaf Rothermere, en diens hoofdredacteur. De warme crème anglaise was nog niet verorberd of Cherie haalde, tot schrik van Tony, één van haar borsten te voorschijn om baby Leo te voeden. De journalistieke delegatie be schouwde deze openbaring van «liberal values» als een oorlogsverklaring. Over de Blairs zou in deze krant geen positief woord meer verschijnen.

«Cherie-picking» heeft volgens het slachtoffer in kwestie vooral te maken met seksisme. Van oudsher hebben premiervrouwen (en Denis Thatcher) een bescheiden publieke rol vervuld. Dat Norma Major een boek schreef over de geschiedenis van Chequers – het buitenverblijf van de premier – was al heel wat. Cherie is echter nooit het type geweest dat zich gelukkig voelt met brandy, babykleertjes en breinaalden. Samen met de sociaal-historica Cate Haste publiceerde ze The Goldfish Bowl: Married to the Prime Minister 1955-1997 (Vintage Books, 2005) waarin ze gewag maakt van het Allerednic-syndroom, de First Lady als om gekeerde Cinderella: van prinses tot keukenmeid. Naar verluidt zou ze Downing Street liever vandaag dan morgen verlaten. Om die reden hebben de Blairs reeds een Georgiaans appartement gekocht (via een makelaar die ’s nachts borden van concurrenten pleegt te stelen) in Bayswater, tussen de sjeiks en celebri ty’s. Inmiddels staat de wijk, volgens Cherie’s occulte assistente Caplin gezegend met een prima «feng shui», bekend als Cherieville, vol trendy toko’s, zoals de schoenwinkel van Jimmy Shoo en het restaurant waar de Iraakse interim-regering placht te dineren.

Echter, de hypotheeklasten (huize Blair kostte 3,6 miljoen pond, een bedrag dat gelijk staat aan de beveiligingskosten rond een Labour partijconferentie) hebben alweer tot nieuwe moeilijkheden geleid. Het gaat nu niet zozeer om de gratis vakanties van de familie Blair bij Silvio Berlusconi, graaf Girolamo Strozzi en Sir Cliff Richard, of om het feit dat Tony nooit bloemen voor zijn vrouw koopt, maar om de buitenlandse lezingen van Cherie. Hoewel het commerciële aangelegenheden zijn, goed voor twintigduizend pond per keer, werd ze in de Verenigde Staten door de Britse ambassadeur geïntroduceerd als «de First Lady van het Verenigd Koninkrijk» en in Sydney werd bij haar aankomst, met de Union Jack op de achtergrond, Händels Arrival of the Queen of Sheba gespeeld. De Conservatieven hebben het nu bijna voor elkaar gekregen dat er een parlementair onderzoek komt naar het verzilveren van Tony Blairs naam door zijn vrouw. Pissig reageerde Cherie met de op mer king dat er nooit een probleem is gemaakt van de zakelijke activiteiten van Denis Thatcher. Het verschil met hem was dat hij reeds miljonair was voordat Margaret aan de macht kwam en hij zijn tijd vooral doodde met het kijken naar cricket, het drinken van tonic met jenever en de afwas.

Het lezingencircuit heeft ook tot inhoudelijk-politieke ophef geleid. In Maleisië – waar ze eigenlijk een winkelcentrum van een omstreden miljardair had willen inwijden – zette Cherie tijdens een lezing voor mensenrechtenadvocaten vraagtekens bij het terrorismebeleid van haar man, dat na de aanslagen in Londen is aangescherpt en af breuk zou doen aan de felbevochten beschaving. Een paar jaar eerder had ze al eens begrip getoond voor Palestijnse zelfmoordenaars. Bin nen kort staat ze weer tegenover haar man, wanneer ze bij de Law Lords, het hoogste Britse rechtscollege, het moslimmeisje bijstaat dat van top tot teen gesluierd naar school wil. De leerlinge krijgt steun van Hizb ut Tahrir, een radicale organisatie die door de regering-Blair ongewenst is verklaard.

De vraag is wat Cherie, nummer 62 op de Forbes-lijst van machtigste vrouwen ter we reld, gaat doen wanneer haar man binnen enkele jaren afscheid neemt van de politiek. Het is onwaarschijnlijk dat ze meer tijd gaat besteden aan haar hobby’s, zoals de Italiaanse keuken, de islamitische cultuur en de Colombiaanse tuinen. Er gaan geruchten dat ze alsnog de politiek in gaat, een stap die Bill Clinton reeds heeft aanbevolen, met verwijzing naar Hillary. Ondanks het aantal Blair-babes zijn vrouwen volgens Cherie nog altijd ondervertegenwoordigd in de politiek. Verontwaar digd was ze toen haar vriendin Maggie Jones recentelijk de verkiezingen verloor in Blaenau Gwent, waar een tegen positieve discriminatie agerende Labour-rebel ruim won. Voor Oud Labour zou Cherie desalniettemin beter te pruimen zijn dan Tony. Tijdens een etentje met Piers Morgan mijmerde Tony in blij gemoed over de liefde van de middenklasse voor New Labour. «Als ik een Tory zou zijn geweest, zouden ze van me houden en me voor altijd steunen», lachte de premier. «Maar je bent er in feite toch één», reageerde de journalist spottend. Op dit punt verstijfde Cherie. «Nee», zei ze doodserieus, «we zijn socialisten.»

Het bleef nog lang stil aan tafel.

Paul Scott, Tony & Cherie: A Special Relationship

Sidgwick & Jackson, 288 blz.