KUNST: Impressionisme

Quotum

De tentoonstelling Impressionisme: sensatie & inspiratie gaat niet over impressionisme.

De bezoeker wordt gelokt met Claude Monet op de poster, en die hangt er, en er hangt ook werk van Pierre-Auguste Renoir, Alfred Sisley en Camille Pissarro, maar ze zijn ver in de minderheid bij de werken van Delacroix, Corot, Daubigny, Carolus-Duran, Dubufé, Grandjean, Heilbuth, Moret, enzovoort, en dan meldt de catalogus ook nog dat de Hermitage Petersburg zijn Van Goghs niet kon meesturen, maar die hadden er dus eigenlijk ook nog bij gehoord. Een correcte titel van de tentoonstelling was geweest ‘Ontwikkelingen in de Franse schilderkunst 1840-1910’, maar ja, daar haalt de Hermitage zijn quotum niet mee.

Er is hier een heel goede tentoonstelling te zien, zij het onder de verkeerde vlag en ingericht aan de hand van een geforceerde spannings­opbouw, die de kwaliteit eerder in de weg zit dan onderstreept. De heren impressionisten, die zich in 1874 en groupe toonden in een tentoonstelling in de studio van Paul Nadar (en toen die geuzennaam opgestempeld kregen), worden hier gepresenteerd als dé grote revolutionairen van de schilderkunst. Dáár werd een radicaal andere visie op de wereld gepresenteerd; het impressionisme was (zeggen de samenstellers): ‘het hoogtepunt in de verovering van de werkelijkheid’. Voor die spanningsboog is het nodig dat een heel peloton uitstekende schilders wordt gedevalueerd tot bloedeloze conformisten; ook is het nodig dat Delacroix wordt weggezet als een voorloper, een romanticus; enigszins meewarig wordt gesteld dat de impressionisten natuurlijk nooit zoiets zots als een Leeuwenjacht in Marokko (1854) zouden hebben geschilderd. Die redenatie is heel zwak en lijkt mij vooral gebaseerd op een platte interpretatie van het onderwerp en maar af en toe op de schilderkunst zelf.

De goede kijker ziet dan misschien dat die Delacroix juist heel goed naast die Vrouw in een tuin van Monet had kunnen hangen. De impressionisten (en Van Gogh na hen) waren grote bewonderaars van Delacroix’ experimenten met kleur; aangezien elke vorm van schilderkunst voor negentig procent techniek is, een doelbewuste inzet van middelen, is het interessant om te zien hoe het contrast van rood en groen in het bloemenperk van Monet, vooraan, wordt voorafgegaan door de boom en de rode broek in Delacroix’ Leeuwenjacht. Zoiets moet Monet in zijn achterhoofd hebben gehad.

Hét voorbeeld van alles wat fout zou zijn aan de salonfähige kunst is hier De Mexicaanse keizer Maximiliaan voor zijn executie uit 1882 van Jean-Paul Laurens (1838-1921) – bijna een exacte tijdgenoot van Monet (1840-1926). Het is een waardig historiestuk, waar de schilder een scala aan emoties toont: de priester heeft ’t te kwaad, de Mexicaanse officier aarzelt, de keizer vermant zich. Het zou briljant geweest zijn om dat doek te paren aan De executie van Maximiliaan van Manet, uit 1868. Je zou dan de inzet van middelen voor een doel kunnen vergelijken: Manet ziet de executie als de brute verschrikking van het moment, een politiek drama als Guernica, en hij kleedt de soldaten in Frans tenue. Laurens gaat ’t om de innerlijke, eenzame wanhoop van de vorst. Zo zou je wellicht het idee van een radicale scheiding der geesten kunnen demonsteren – maar je zou er evengoed een citaat uit 1883 uit de correspondentie van Van Gogh naast kunnen hangen: ‘… heden zag ik eene ets van Courtry naar een schilderij van Jean Paul Laurens, eene scène uit den revolutietijd, en vond die zeer mooi, vooral wat sommige typen en koppen betrof’. Met andere woorden: het hier getoonde tableau toont juist aan hoeveel overeenkomsten er zijn, hoe dicht die zogenaamde revolutionairen op die zogenaamde conformisten zitten, ook (misschien: juist) als zij voor andere aanpakken kozen.


Impressionisme: sensatie & inspiratie. Hermitage Amsterdam, t/m 13 januari, www.hermitage.nl