R-denken

Wat levert de regeringspartijen het meest op: doorregeren of breken? Gelukzoekers zijn het. Vooral de VVD’ers.

Blijven of niet blijven, dat is de vraag. Vrij naar William Shakespeare. De daarop volgende zin in Hamlets monoloog wordt minder vaak aangehaald. Maar met enige vrijheid geïnterpreteerd is ook die actueel: ‘Is het nobeler om geduldig alle onheil te ondergaan die het lot je toewerpt of valt het te verkiezen om de strijd tegen alle zorgen te beëindigen door jezelf te doden.’

Ja, dit gaat over de uitgeprocedeerde asielzoekers. Maar het slaat vooral op de regeringspartijen vvd en pvda. Die zijn in een soortgelijk schuitje gaan zitten: blijven of niet blijven? Inderdaad geen prettige vergelijking met al die omslaande boten in de Middellandse Zee waardoor honderden mensen verdrinken die voor ‘niet blijven’ hadden gekozen. Maar de regeringspartijen maken zich net zo schuldig aan het rendementsdenken als de uitgeprocedeerde asielzoekers die zij daarvan betichten. Wat levert het meest op: doorregeren of breken? Gelukzoekers zijn het. Vooral de vvd’ers.

Bed, bad en brood. Daar lijkt het in de jongste kabinetscrisis over te gaan. Over de vraag of die voorziening voor uitgeprocedeerde asielzoekers er moet zijn, of het niet inhumaan is deze mensen op straat te laten rondzwerven, of het geen aanzuigende werking heeft als je ze toch minimale opvang biedt, wie de kosten daarvan moet betalen, over hoe het uitzettingsbeleid wel sluitend te krijgen.

Maar dat het hier echt om draait, is schijn. Bed, bad en brood is slechts de aanleiding, een mooi principieel ogend onderwerp waarop je je, althans dat is de gedachte, kunt profileren en waarvoor je best een crisis kunt riskeren. Hoe dat risico uitpakt, weten beide partijen natuurlijk niet. Net als die andere gelukzoekers, die op die bootjes, dat niet weten. Maar het risico is wel in kaart gebracht. Waarschijnlijk beter dan door die andere gelukzoekers.

Met name bij de vvd hebben ze zitten rekenen. Wat brengt het meeste rendement op, blijven of niet blijven? Bij de recente Provinciale-Statenverkiezingen waren ze nog net de grootste partij. Van die relatieve trouw van de kiezer is het misschien nu beter profiteren dan over een paar jaar, als concurrenten cda en d66 nog weer meer tijd hebben gehad zich te profileren. Bij snelle verkiezingen kan de vvd mogelijk nog als grootste uit de bus komen en de regie in handen houden.

Niet alleen de asielzoekers spelen een ondergeschikte rol, wij kiezers ook

Het kabinet nu opbreken heeft nog meer voordelen voor de liberalen. Coalitiegenoot pvda ligt in de touwen, tijd geeft ze de kans zich te herpakken. De val van het kabinet kan de pvda in een leiderschapscrisis storten. In het verleden pakte het wisselen van leider bij de sociaal-democraten weliswaar goed uit, maar of de gedoodverfde opvolger van Diederik Samsom, Lodewijk Asscher, echt partijleider zou willen worden is de vraag. Heeft hij wel zin om oppositie te gaan voeren? En als hij het niet doet, wie dan wel?

De vvd denkt dat snel van partner wisselen nog meer kan opleveren. Er komt een belastingherziening aan. Daar zijn alle partijen het over eens. Ook over de vraag of de herziening gepaard moet gaan met een belastingverlaging is brede overeenstemming. De vvd zou, als ze zou kunnen gaan regeren met, in elk geval, cda en d66 het geld daarvoor kunnen vinden in nieuwe bezuinigingen. Met de pvda lukt dat niet.

De rendementslijst is nog langer. Nu breken zorgt ervoor dat de zittingsperiode van een nieuw kabinet veel gelijker op loopt met de samenstelling van de in mei aan te treden nieuwe Eerste Kamer dan wanneer de huidige coalitie blijft zitten tot 2017. Bij een nieuwe kabinetsformatie kan rekening worden gehouden met brede steun in de senaat, bij de laatste formatie is dat vergeten. Die brede steun loopt dan bovendien niet het risico halverwege al weer weggestemd te worden door de kiezer.

Nog een paar pluspunten voor de vvd. Geen compromis sluiten met de pvda over bed, bad en brood voorkomt hoon van pvv-leider Geert Wilders, die de liberalen stemmen zou kunnen kosten. Nu breken heeft ook als voordeel dat links, pvda, SP en GroenLinks, zich minder makkelijk kan gaan bundelen, want hoe ver weg dat ook lijkt, je weet maar nooit. Mogelijk speelt ook persoonlijk rendementsdenken bij enkele liberalen een rol. Na al weer een gevallen kabinet, zijn derde, kan Mark Rutte mogelijk niet opnieuw lijsttrekker zijn.

Wat is dan het rendementsdenken bij de pvda? De sociaal-democraten tellen net zo goed hun knopen. Ze kunnen natuurlijk tegen de vvd zeggen: bekijk het maar. Maar dat de pvda daarvoor terugdeinst, heeft grotendeels dezelfde redenen als waarom de vvd juist op ‘niet blijven’ aanstuurt. Een kleine partij in de oppositie worden, mogelijk kleiner dan ooit, is niet erg aanlokkelijk. Een leiderschapswissel met onduidelijke uitkomst is dat evenmin. De sociaal-democraten denken dat de kans op dit onheil over twee jaar kleiner is. Ze hopen dat de kiezer dan wel de zegeningen van de pvda-deelname aan dit kabinet ziet. Zeker als de belastingverlaging dan dankzij hen niet is betaald uit al weer nieuwe bezuinigingen.

Niet alleen de uitgeprocedeerde asielzoekers spelen in dit geheel een ondergeschikte rol, wij kiezers ook. Als deze crisis wordt bezworen, zal dat bij een volgende ook weer zo zijn. Wanneer wij ons dan nog weer meer afkeren van de politiek wordt weer ach en wee geklaagd door de politici. Maar zij zijn het zelf die met dit rendementsdenken het aanzien van de politiek bezoedelen.