Russell Artus, Een zweem van onvolmaaktheid

Raadselachtige details

Russell Artus

Een zweem van onvolmaaktheid

Augustus, 317 blz., € 22,95

Deze roman begint met een letterlijk beklemmende scène. De jonge held Pascal Sjonger laat zich op een politiebureau met een tang bevrijden van een handboei, «de schrijnende klem», die een melige feestganger min of meer toevallig op een feestje om zijn pols geklikt heeft. Aan het einde van het boek blijkt deze grapjas uiteraard niet toevallig zijn venijn op Pascal te hebben losgelaten en ontpopt hij zich als een agressieve klootzak die de auto van de held kort en klein slaat. Maar dan weten we al lang dat deze ambitieuze roman de geschiedenis vertelde van de «omklemmingen» waarvan Pascal zich probeert te bevrijden: van zijn moeder, van zijn grootvader en van zijn eigen machteloze gedachte spinsels rondom deze twee dwingende figuren.

Het verhaal loopt langs twee lijnen. Het vertelt het verloop van de gebeurtenissen voor, tijdens en na een school reünie waar de held zijn jeugdvriendinnetje opnieuw tegenkomt. En het geeft door uitvoerige terugblikken een beeld van de jeugd van de held. Russell Artus zoomt vooral in op een getroebleerde moeder-zoonrelatie, die bijvoorbeeld pijnlijk mooi is geformuleerd wanneer de moeder de zoon bij masturbatie betrapt en vervolgens een krankzinnig betoog afsteekt waarin zij zowel het geloof als haar eigen moeder er met de haren bijsleept. «En nu we het er toch over hebben, waarschijnlijk heeft ze zelfs nooit een orgasme gehad! Dat is toch verschrikkelijk? Ik wil niet dat jij op hetzelfde lot afstevent, goeierd, geloof of geen geloof. Daarvoor duurt het leven te kort. Voor je het weet is het voorbij. Je moet ervan genieten, pak ken wat je pakken kunt. En als jij wilt masturberen, dan houdt niemand je tegen.»

De moeder grossiert in dit soort betogen, Artus maakt van haar een opgeblazen, hedonistische vrouw, die verwoed tegen ouderdom strijdt en haar zoon tot machteloze passiviteit dwingt. Maar het bijzondere is dat zij geen enge heksachtige vrouw wordt, zo’n beeld heeft de schrijver niet nagejaagd. Hij zocht het in enerzijds-anderzijds-beschrijvingen van deze egoïstische vrouw, zodat je zelfs met haar te doen krijgt en haar het obsessieve gebruik van het woord «goeierd» waarmee ze haar zoon aanspreekt geneigd bent te vergeven. «Hij besloot er zijn mond over te houden.» Met dit soort zinnen stelt de held zich te weer tegen de druk van deze eeuwig jeugdige moeder.

Pascal Sjonger en zijn blik op de wereld, daar gaat het allemaal om. Tegendraads en licht wanhopig, zo zou je deze eigentijdse figuur kunnen omschrijven. Russell Artus laat de ini tiatie van deze dwarse jongeman in geuren en kleuren voorbij komen, met alle eigenwijsheden die erbij horen. We krijgen tussen neus en lippen door ook een beeld van een milieu in Tilburg en omgeving. De uitvoerige beschrijvingen van het optreden van de held als diskjockey zijn prachtig, en op deze meeslepende manier nog niet vertoond in de literatuur. Artus slaagt erin de roes van dit alles indringend weer te geven. En hij doet dat in een taal die ver uitstijgt boven het tegenwoordig gebruikelijke rechttoe, rechtaan-proza dat in de Nederlandse literatuur meer en meer voet aan de grond begint te krijgen.

Artus werkt met zeer zorgvuldig proza dat op zoek is naar nieuwe beelden van werkelijkheid, dat in toon, kleur en zeggingskracht aansluiting probeert te vinden bij grote Nederlandse prozaschrijvers als Vestdijk, Haasse en Rosenboom. Met veel gevoel voor nuance en menselijke verhoudingen, gevoel voor de tegenstellingen en onbeholpenheden die een karakter kunnen bepalen. Ook gevoel voor de raadselachtige details die een mensenleven kunnen sturen en achtervolgen, zoals in dit boek het beeld van «de merel in de berk» die zomaar voor zich uit zit te zingen: «het was een instinctieve drang die haar verloste van iets wat haar kwelde, wat wist hij niet». Met direct daarop de zin: «Zo ongeveer vertelde hij het zijn moeder.» Dit «zo ongeveer» formuleert precies het probleem dat hier speelt tussen moeder en zoon, een probleem dat nooit precies te formuleren valt en dat de jonge held tot in het heden kwelt en voortjaagt. Het gaat in deze fraaie roman, zoals dat in het beste proza hoort, niet alleen om het verhaal dat wordt verteld, al hield die moeder-zoonrelatie me danig in haar greep en voelde ik me met volle kracht meegezogen met de pogingen van de jonge held de herinneringen aan zijn allereerste vriendinnetje van ternauwernood acht of negen jaar oud in stand te houden. Dat doet deze roman: hij zuigt je mee en wil vasthouden wat weg dreigt te glippen als je niet uitkijkt of ermee ophoudt goed te luisteren. De romankunst in Nederland bestaat nog steeds, dit boek van Russell Artus is het onweerlegbare bewijs.