Concrete Po‰zie in het Stedelijk Museum: na de grote internationale konkrete-po‰zietentoonstelling van 1970 (konkrete po‰zie?) werd deze bijzondere kunstvorm slechts mondjesmaat getoond; gelukkig is er van de unieke Stedelijk-verzameling (meer dan achthonderd nummers beeld-, geluid- en ruimtelijke gedichten) nu een boeiende tentoonstelling ingericht.
Gedichtenbundels, affiches, platenhoezen, zwevende letters in een perspex kubus, allerhande drukwerk en objecten tonen hoe je met typografische experimenten, woordspelletjes en klankvervormingen interessante kunst kunt maken. Wat te denken van titels als Gerhard RÅhms hymne an lesbierinnen (klankgedicht) of Edwing Morgans klankgedicht ‘french persian cats having a ball’? Of het atypische Valentijnscadeau van Emmett Williams: een bundeltje gedichten met op de kaft een kolom handgeschreven en doorgekraste namen van ex-vriendinnen Alison-Britta-Gait-Helen-Olga-Polly-Vera enzovoort (A Valentine for No‰l, z.j.). En natuurlijk JosÇ Luis Castillejo’s zeer concrete boek The book of i’s waarin op iedere pagina een ‘i’ staat afgebeeld, een boek dat zijn titel letterlijk waarmaakt.
‘Flauw’, zal menig kunstliefhebber denken. Maar met concrete po‰zie is het net als met joodse humor: flauw maar toch leuk - voor degenen die er gevoel voor hebben.
Wat je ook veel ziet bij visuele po‰zie is absurdisme. Nauwkeuriger gezegd: absurdistische vondsten waarin taal en beeld tegen elkaar worden uitgespeeld. Vooral de in de tentoonstelling opgenomen Tsjechische kunstenaars zijn er sterk in, zoals Jindrich Prochazka (1934, Praag). Hij stelde galgen samen uit twee getypte woorden, liet de woorden met dezelfde letter beginnen en stelde eigenzinnige combinaties samen: Philantrophie-Pissoir, Brutus-Brutalism, Meteor-Motor (11 x hÑftlinge, z.j.). Een andere Tsjech, J.H. Kocman, gaf een wetenschappelijk getinte titel aan zijn kunstwerk bestaande uit een simpel doosje waarin twee simpele stempels met de simpele woorden ‘yes’ en ‘no’: Stamp for the study of bipolarity (z.j.).
C.F. ReuterswÑrd (1934, Stockholm) pakt de zaken n¢g filosofischer aan; onder de titel denken is verteren (1962) plaatste hij een dikke Van Dale, een zak met grote snippers, een zak met samengeperste snippers en een uit de Van Dale-papiersnippers gedraaide drol in de vorm van een brood naast elkaar. Letterlijk: stof tot nadenken.
Het kan nog kernachtiger: Jiri Valoch plakte een lucifer op een klein wit blaadje en gaf het de titel do it yourself. Gegeven het ontbreken van afstrijkmogelijkheid (waar is het luciferdoosje?) een raadselprachtige vondst.

  • Tekeningen - Philip Akkerman, Marcel van Eeden, P.J. Roggeband, Ronald Versloot. Zelfportretten, vrouwen omarmd door bomen, bosbranden en surrealistische voorstellingen van vier tekenaars. Hamvraag van P.J. Roggeband: ‘Waar blijft de tong na de dood?’ T/m 12 april in Galerie Maurits van der Laar, Herderstraat 6 Den Haag, donderdag t/m zondag van 12.00-18.00 uur.
  • De leugenaars / the liars (I). Helder en verzadigd. Gastcurator Jo Heijnen selecteerde monochrome schilderkunst van dertien schilders met exotische namen als Sotirakis Charalambou, Hartwig Kompa en, minder uitheems, Loek Grootjans. Over de strijd tegen de schilderkunstige illusie. T/m 12 april in Arti Et Amicitiae, Rokin 112 Amsterdam, dinsdag t/m vrijdag van 12.00-18.00 uur, weekends tot 17.00 uur.