Raadsels

Hoe goed ken je mensen? Ik ken ze niet goed. Ik ken mijn eigen dochter niet eens behoorlijk. In wat haar beweegt, in de manier waarop zij denkt en voelt, tast ik vaak in het duister.

Dat heb ik bij iedereen.

Mensen zijn, voor mij, raadsels waarvan ik niet goed weet hoe ik die moet oplossen. Ik weet ook niet of er wel iets op te lossen valt.

Waarom moet ik een mens goed kennen?

Als ik iets over een mens wil weten, vraag ik ernaar.

‘Je zou eens iets meer naar gevoelens kunnen vragen’, zegt een dierbare wel eens tegen me.

‘Naar welke gevoelens?’ vraag ik dan.

‘Vraag wat me bezighoudt.’

‘Waarom?’

‘Belangstelling, een manier van aandacht geven, je geeft mij dan het gevoel dat ik ertoe doe.’

‘En hoe gaat het?’ vraag ik tegenwoordig vaak.

Er komen dan antwoorden, en ik heb inmiddels begrepen dat ik dan moet doorvragen. Maar ik wil alleen doorvragen als ik iets niet begrijp. Ik begrijp soms alles, of ik begrijp soms niets. In beide gevallen vind ik het niet nodig om wijzer te worden.

Op de televisie zie ik een steeds groter wordende behoefte aan wat men ‘emotie’ noemt.

Emoties van mensen zijn gedragingen die vermoedelijk andere mensen dan ik wél begrijpen. Die emoties moeten worden getoond, maar ik weet niet precies waarom. Het zou het kijkcijfer van het programma verhogen.

Grappig.

Iemand huilt: ‘Waar is mijn zoon, waar is mijn zoon?’ Ik wil die emoties niet zien

Ik kijk naar het Journaal. Er is een vliegramp gebeurd. Er zijn kinderen omgekomen. Wat zendt het Journaal uit? De huilende en krijsende ouders en andere familie van die kinderen. Er worden ook interviews gemaakt. Iemand huilt: ‘Waar is mijn zoon, waar is mijn zoon?’ Weer iemand anders: ‘Hij was pas twaalf.’

Ik wil die emoties niet zien, niet horen, zeker niet navoelen, ik wil ze niet kunnen begrijpen, ik wil er ook niet mee geconfronteerd worden. Ik wil de raadsels van die mensen niet oplossen.

‘Waarom niet?’

Het zijn geen morele redenen – al heb ik die ook wel, maar goed – het zijn vooral esthetische redenen. Het zou verkeerde belangstelling zijn. Een huilende moeder te zien wier kind van twaalf jaar is omgekomen, betrap je op een moment dat zij heel lelijk van verdriet is. Als ze heel mooi van verdriet zou zijn, zou iedereen huilend over straat lopen. Je ziet iets afschuwelijks om iets dat onbegrijpelijk is in al zijn begrijpelijkheid, namelijk het verdriet van een moeder die haar kind verloren heeft.

Alsof ik ooit het verdriet en de diepte daarvan aan het uiterlijk van die moeder zou kunnen aflezen. Is men bang dat ik zonder dat plaatje niet zou weten hoe diep het verlies van een kind kan zijn? Wat voegt dat verdriet toe aan het nieuws van het ongeluk? Wat moet ik denken over dat vliegtuigongeluk, behalve: die vrouw heeft verdriet?

En waarom moet ik dat bij elke ramp zien? Wat willen al die huilende gezichten van ouders en familieleden en vrienden die hun kinderen en hun andere dierbaren hebben verloren mij in een nieuwsonderwerp vertellen?

Ik zou het niet weten.

Ja, het verhoogt vermoedelijk het kijkcijfer.

Maar wat denkt de maker van dit nieuws over de kijker? Hij denkt: er kijken naar mijn reportages mensen die geen gevoel hebben. Die niet begrijpen hoe het uiterlijk van iemand verandert die verdriet heeft. Die mensen die kijken, weten vermoedelijk niet hoe raar een huilend gezicht eruitziet.

Of ze willen dat ik ook ga huilen, wat wel eens gebeurt.

Maar dan is het sadisme.

Dan wil het nieuwsitem mij niet informeren, maar kwellen.

Kwellen om mij een moreel oordeel onder de neus te duwen? Over een vliegramp?

Of een oorlog? Zou het verdriet van vriend en vijand verschillen?

Het uitgebreid in beeld brengen van huilende mensen is amateurisme.