Discriminatie op de woningmarkt

‘Rachid is ook gewoon een nette jongen’

Een vrouw wordt om haar Marokkaanse afkomst een huis geweigerd. Een incident of een structureel probleem? Omdat cijfers ontbreken, deed De Groene onderzoek: hebben ‘Rachid’ en ‘Jaap’ dezelfde kansen op een woning?

Medium gorilla   housing def

Toen Ihsane Bachar (31) op 11 december ’s avonds op de bank plofte, kon ze een glimlach niet onderdrukken. Na talloze afwijzingen en onbeantwoorde verzoeken in hun zoektocht naar een groter huis had ze met haar man eerder op de dag eindelijk een bezichtiging. Het was dan wel niet met de eigenaar van de huurwoning in het Zuid-Hollandse Ter Aar, maar het contact met de aanwezige makelaar was heel vriendelijk en de sfeer was meer dan goed. Nee, aan de bezichtiging kon het niet liggen en de jonge ouders wisten dat ze verder ook aan alle eisen voldeden. Met de onderneming die haar man al zestien jaar bestiert konden ze de huur makkelijk betalen en ze hadden zelfs een verklaring van hun huidige huisbaas, waarin stond dat de Bachars betrouwbare huurders zijn. Wat kon er nog misgaan?

‘De eigenaar van de woning heeft ervoor gekozen alleen aan mensen van Nederlandse afkomst te willen verhuren. Het spijt me u dit te moeten berichten.’ Bachar las de e-mail drie keer en kon toen pas geloven dat het er echt stond. Natuurlijk, het was eerder door haar hoofd geschoten dat hun Marokkaanse afkomst en haar hoofddoek wellicht de redenen zijn van de stroom afwijzingen, maar ze wilde die cynische gedachte niet toelaten. ‘Je weet dat racisme bestaat, maar ik ben in Nederland geboren en geschoold, ik heb jarenlang in het onderwijs gewerkt en ik hoor er ook gewoon bij’, zegt ze drie maanden later. ‘Dan komt zo’n bericht keihard aan. We voelen ons nog steeds tot op het bot vernederd.’

Wat Bachar en haar gezin is overkomen staat niet op zichzelf; er zijn meer gevallen bekend van discriminatie op de woningmarkt. Zoals de 31-jarige vrouw uit Irak die afgelopen zomer in Amsterdam een huis zocht en daarbij een nogal opvallende afwijzing kreeg: het appartement waar ze op had gereageerd was niet geschikt ‘voor huurders die houden van urenlang koken met veel kruiden’. Alleen geïnteresseerden die ‘op westerse wijze koken’ kwamen in aanmerking voor een bezichtiging. Dat verhaal kreeg veel media-aandacht, net als dat van Bachar. Maar, zoals de Volkskrant in augustus ook moest constateren, er zijn geen ‘harde cijfers over discriminatie op de huurmarkt’.

Heeft u tips/suggesties?
De Groene Amsterdammer gaat de komende tijd verder met onderzoek naar discriminatie en racisme in Nederland. Heeft u tips of wilt u uw verhaal kwijt? Dan kunt u mailen naar elibol@groene.nl of tielbeke@groene.nl.

Terwijl dit soort voorbeelden bevestigen wat veel Nederlanders met een migratieachtergrond al langer vermoeden. Als uitzendbureaus op grote schaal meewerken aan discriminerende verzoeken van werkgevers, zoals consumentenprogramma Radar onlangs opnieuw aantoonde, waarom zou dat op de woningmarkt dan anders zijn? Alleen: probeer zo’n vermoeden maar eens hard te maken. Bachars casus haalde het nieuws, omdat de verhuurder en de makelaar niet eens de moeite namen om het discriminerende motief te verbergen. Vaker zal iemand met een smoes worden afgescheept. De vraag blijft dus staan: hebben Rachid en Jaap dezelfde kansen bij het zoeken naar een huis?

Nee, blijkt uit ons onderzoek, waarvoor we onder deze twee verschillende namen reageerden op 250 advertenties voor huurwoningen door heel het land. Een woningzoekende met een ‘Nederlands’ klinkende naam krijgt aanzienlijk vaker (28 procent) een uitnodiging voor een bezichtiging dan een woningzoekende met een ‘Marokkaanse’ achternaam. En ruim negentig procent van de verhuurmakelaars is bereid om mee te werken aan discriminerende verzoeken, kunnen we concluderen na vijftig mystery calls naar kantoren in heel Nederland.

‘Ja hoor, geen enkel probleem. We kunnen het natuurlijk niet letterlijk in de advertentie zetten, maar we zullen er rekening mee houden.’ De makelaar uit Groningen lijkt niet van haar stuk gebracht door onze boude vraag. Als de klant dat wil, filteren zij de ‘allochtonen’ er gewoon tussenuit. Bij de eerste telefoontjes keken we nog vreemd op van zo’n onomwonden toezegging, maar al gauw bleek het allesbehalve een uitzondering te zijn. In de gesprekken deden we ons voor als een potentiële klant die naar het buitenland gaat verhuizen, zijn huis wil verhuren en benieuwd is naar het screeningsproces van huurders. Na een inleidend babbeltje polsten we of ze bij de selectie van de kandidaten rekening kunnen houden met onze wensen. Een van die wensen: we willen geen allochtonen in ons huis.

Slechts vier makelaars gaven aan dat ze daar niet aan kunnen meewerken. ‘Wij selecteren niet op ras of huidskleur’, antwoordde een woningbemiddelaar uit Apeldoorn. Volgens Peter Rodrigues, hoogleraar immigratierecht en gespecialiseerd in discriminatie, is dit de enige juiste respons. ‘Aan zulke eisen mogen ze niet tegemoet komen. Zo simpel is het.’ Dat betekent dat 46 van de vijftig verhuurmakelaars een antwoord gaven waarmee ze in overtreding zijn. Vijftien van hen lieten tijdens het telefoongesprek merken dat ze zich daarvan bewust waren. Ze moesten ‘even kijken hoe we dit gaan formuleren’, of ze beseften dat het een ‘gevoelig onderwerp’ was. ‘We kunnen niet hardop zeggen dat de verhuurder geen allochtonen wil. Als dat in het nieuws komt hebben wij een probleem’, zei een makelaar uit Arnhem. Een collega uit Den Haag wist dat het ‘eigenlijk niet mag vanwege een bepaalde wet (Algemene wet gelijke behandeling – red.), maar op het moment dat u zegt “dit is de doelgroep waaraan ik wil verhuren”, weten wij natuurlijk al welke kandidaten we niet eens hoeven uit te nodigen voor een bezichtiging’.

De overige 31 makelaars (62 procent) waren zich schijnbaar van geen kwaad bewust. De wensen van de verhuurder zijn leidend, zelfs als die openlijk discriminerend zijn. In een paar gevallen wilden ze eerst weten wat we precies onder allochtoon verstaan. Vallen ‘expats’ daar ook onder? Dat zou de spoeling namelijk dunner maken. Wanneer we duidelijk maakten dat we in de eerste plaats doelen op ‘Turken, Marokkanen en Surinamers’ was de opluchting hoorbaar. Daar konden ze rekening mee houden. Meerdere makelaars vertelden spontaan dat ze dit soort verzoeken wel vaker kregen en anderen probeerden ons gerust te stellen met de mededeling dat ze het ‘helemaal geen gekke vraag’ vonden en zelfs ‘begrijpelijk’. Een enkeling interpreteerde ons discriminerende verzoek als uitnodiging om er zelf een schepje bovenop te doen: ‘Ik moet ook geen Indiërs in mijn huis, dan wordt het straks een halve wokpan.’

‘Dit stelt me eerder teleur dan dat ik enorm verbaasd ben’, zegt hoogleraar Rodrigues. ‘Eigenlijk zou je zo’n uitkomst niet meer mogen verwachten, gezien alle regelgeving en campagnes om discriminatie tegen te gaan. Tegelijkertijd correspondeert het wel met een gevoel dat veel mensen met een migratieachtergrond hebben, dat ze anders behandeld worden. Alleen is dat vaak ongrijpbaar, het laat zich lastig bewijzen.’ Volgens hem zijn de regels helder: op het moment dat het gaat om commerciële verhuur mogen verhuurders noch makelaars kandidaten uitsluiten op basis van afkomst. Dat was ook het vonnis van het College voor de Rechten van de Mens in een zaak uit 2016. Een vrouw van Algerijnse komaf werd geweigerd voor een kamer, omdat ze een hoofddoek droeg. Nee, een particulier mag niet zomaar ‘zelf bepalen’ aan wie hij de kamer verhuurt, oordeelde het College toen. Dat verweer houdt alleen stand in de privé-sfeer, wanneer de huurder bijvoorbeeld inwoont bij de verhuurder. Zodra iemand woonruimte in het openbaar aanbiedt, is dit soort discriminatie strafbaar.

‘Wie discrimineert moet keihard worden aangepakt, desnoods bij de tuchtrechter’, zegt Roeland Kimman, woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Makelaars en Taxateurs (nvm). ‘De wet verbiedt het, maar onze eigen regels ook.’ Volgens Kimman weten makelaars dat ze geen onderscheid mogen maken op basis van afkomst of religie. Dat het toch gebeurt vindt hij schokkend.

‘Dit kan gewoon niet’, zegt ook Hans van den Heuvel van brancheorganisatie vbo. ‘We moeten ons allemaal aan de wet houden.’ Maar, vervolgt hij, je moet wel bedenken dat deze makelaars vrijwel allemaal zelfstandige ondernemers zijn die flink met elkaar concurreren. Dat maakt het moeilijker om een discriminerende klant resoluut de deur te wijzen. ‘De eerste immorele daad komt van de verhuurder’, zegt Van den Heuvel. ‘Dan kun je als makelaar twee dingen doen. Je kunt principieel zeggen: met zo iemand ga ik niet in zee. Of je maakt duidelijk dat je zelf niet gaat discrimineren, maar de opdracht toch aanneemt. Dan ben je weliswaar niet in overtreding, maar het blijft ingewikkeld, want als je vervolgens een blonde jongen en een meisje met een hoofddoek aandraagt als kandidaten weet je bij voorbaat wie het gaat worden.’ (Van de vijftig makelaars die wij opbelden wees geen enkele onze ‘opdracht’ principieel af.)

Abbie Chalgoum (38), docent en acteur, had op zeker tien woningen gereageerd, kreeg maar geen uitnodiging voor een bezichtiging, en dacht toen: zou het door mijn Marokkaanse naam komen? Tegen zijn vriendin (Nederlandse naam) en andere naasten durfde hij niks te zeggen, hij wilde geen slachtoffer zijn. Maar toen hij ook bij de volgende huizen nul op het rekest kreeg, en ze door een pasgeboren kindje echt groter moesten wonen, kaartte Chalgoum het toch maar aan bij zijn partner. ‘Probeer jij het eens.’ En ja hoor, bij het eerste huis waar zijn vriendin op reageerde was het raak: ze mocht meteen langskomen voor een bezichtiging. ‘Het is vernederend: je denkt: het kan niet waar zijn dat ik door mijn afkomst word afgewezen.’

Chalgoum besloot zijn verhaal te delen op sociale media. ‘Ik krijg verschillende reacties, van mensen die het gevoel gediscrimineerd te worden herkennen tot bekenden die zeggen: “Het is gewoon moeilijk om een huis te vinden, het ligt niet aan jouw naam.” Je begint aan jezelf te twijfelen en dat is nog vervelender dan direct racisme: hier kunnen ze zich verschuilen achter allerlei smoesjes. Je gaat helemaal kapot van binnen, want je weet dat er gewoon geen gelijke kansen zijn voor iedereen. Ik maak me nu al zorgen om mijn dochtertje, die met dezelfde achternaam door het leven gaat.’

Op alle 250 woningadvertenties die we vonden op diverse websites reageerden we bij zowel makelaars als direct bij verhuurders enkel met de basale vraag of de woning nog beschikbaar was. Het enige verschil was de naam van de afzender. ‘Rachid El Haddaoui’, die altijd als eerste reageerde, kreeg 116 keer een positief antwoord (een uitnodiging voor een bezichtiging of een verzoek om meer informatie), bij ‘Jaap van de Ven’ was dat 162 keer. Een ‘netto-discriminatiegraad’ van 28 procent en een ‘zeer significant’ verschil (zie kader voor uitleg).

Een makelaar: ‘Ik moet ook geen Indiërs in mijn huis, dan wordt het straks een halve wokpan’

‘Nee helaas’, het huisje in het Gelderse dorpje Lathum is niet meer beschikbaar, hoort Rachid via Marktplaats. Nog geen uur later ontvangt ook Jaap een berichtje van dezelfde verhuurder: ‘Ja, is nog beschikbaar.’ Of hij wat meer over zichzelf kan vertellen. Acht keer gebeurde het dat Rachid expliciet te horen kreeg dat de woning al was verhuurd, terwijl Jaap een afspraak kon maken voor een bezichtiging. Andersom kwam dat niet voor. Veel vaker nog bleef het stil bij Rachid, nadat Jaap al een uitnodigende reactie had ontvangen (38 keer).

Zeker wanneer we direct bij de eigenaar aanklopten, maakte Jaap een betere kans: hij kreeg ruim dertig procent meer positieve respons dan Rachid. Bij makelaarskantoren was het verschil kleiner, mede omdat die vaak standaard e-mails sturen met een inschrijfformulier en een verzoek om persoonlijke informatie. Maar alsnog was de netto-discriminatiegraad 21 procent. Opvallend is verder dat 32 makelaars Jaap persoonlijk opbelden, tegenover 14 telefoontjes naar Rachid.

En dan te bedenken dat dit pas de eerste, verkennende stap is bij het zoeken van een woning. In een later stadium, als er daadwerkelijk tussen verschillende kandidaten gekozen moet worden, zal het verschil vermoedelijk alleen maar toenemen, zegt Pieter-Paul Verhaeghe, professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel. Afgelopen november publiceerde hij het boek Liever Sandra dan Samira?, neerslag van een omvangrijk en langlopend onderzoek naar discriminatie op de woningmarkt in Gent en het Brussels hoofdstedelijk gewest. Ook in België blijken huurders met een ‘Maghrebijnse’ naam al bij voorbaat op achterstand te staan. Veel pandjesbazen verhuren inderdaad liever aan Sandra dan aan Samira.

Dat betekent niet dat al die makelaars geharde racisten zijn, zegt Verhaeghe: ‘Dat geldt misschien voor tien procent.’ Wat vaker voorkomt is wat hij ‘risicomijdende discriminatie’ noemt: ‘Omdat verhuurders weinig informatie hebben over de geïnteresseerden laten ze zich bij het besluit wie ze uitnodigen vaak leiden door hun vooroordelen.’ Het merendeel van de makelaars discrimineert waarschijnlijk zelfs zonder zich daarvan bewust te zijn, zegt hij: ‘Als zo’n makelaar onder tijdsdruk werkt, met een overvolle mailbox en een roodgloeiende telefoon, gaat hij mensen onbewust uitsluiten. Dat zie je eigenlijk in allerlei sectoren van de maatschappij – we zijn gesocialiseerd om in hokjes te denken.’

Daarmee wil hij de discriminerende makelaars niet excuseren, benadrukt Verhaeghe, het toont juist hoe diepgeworteld het probleem is. Er is iets grondig mis als ze niet eens door hebben dat ze iets fout doen. Terwijl ook de Belgische woonconsulenten zich, net als hun Nederlandse collega’s, massaal bereid tonen om discriminatie te faciliteren, ontdekte Verhaeghe tijdens het onderzoek. ‘Na afloop komen ze met het verweer dat ze niet zelf discrimineren, maar enkel tegemoet komen aan de wensen van de klant. Die verschuilen zich op hun beurt weer achter de makelaar. Zo houden ze discriminerende systemen in stand.’

Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken, noemt de uitkomsten van het onderzoek ‘bedroevend’ en roept gedupeerden op om aangifte te doen. ‘Discriminatie op de woningmarkt steekt in het bijzonder. Het belemmert mensen bij het opbouwen van een bestaan. Bij discriminatie door verhuurmakelaars ligt er bij uitstek een rol voor de brancheorganisaties.’ Zelf kondigt ze ook maatregelen aan. ‘Ik ga de branche erop aanspreken.’

In Gent heeft de gemeente inmiddels actie ondernomen. Makelaars worden regelmatig gecontroleerd met praktijktesten, die nagaan of ‘Samira’ even vaak wordt uitgenodigd voor een bezichtiging als ‘Sandra’. Dat heeft een meetbaar effect gehad, zegt Verhaeghe: in twee jaar tijd is het verschil teruggelopen van 26 naar veertien procent. ‘Het werkt als een soort flitspaal: de meeste van die kastjes werken helemaal niet, maar toch gaan mensen er langzamer door rijden.’ Natuurlijk kun je niet uitsluiten dat het probleem daarmee verschoven wordt, erkent hij. Uiteindelijk beslist de eigenaar nog altijd aan wie hij de sleutel overhandigt. ‘Maar dat mensen met een “andere” naam überhaupt mogen komen kijken is al een stap vooruit. Door persoonlijk contact kunnen ook de vooroordelen van makelaars en huisbazen doorbroken worden. Dan zien ze: “Rachid” is gewoon een nette jongen die prima de huur kan betalen.’ Minister Ollongren vindt de praktijktesten zoals die in Gent worden uitgevoerd ‘erg interessant’: ‘Het zou goed zijn als in Nederland de branche zelf hiermee aan de slag gaat.’

Zowel de nvm als vbo heeft intern beleid dat discriminatie moet tegengaan. Zo kennen beide brancheverenigingen een uitgebreide klachtenprocedure en een tuchtcollege. Omdat dat kennelijk onvoldoende is gaat vbovoortaan steviger inzetten op preventieve maatregelen, in de vorm van trainingen en bijeenkomsten waarin wordt stilgestaan bij de beroepsethiek en hoe je met dergelijke verzoeken moet omgaan, zegt woordvoerder Van den Heuvel. ‘Eind vorig jaar kwam er ook een zaak in het nieuws van een vrouw die werd geweigerd vanwege haar afkomst (hij doelt op het verhaal van Ihsane Bachar – red.), dat was een teken dat we dit serieus moeten nemen. Dit onderzoek toont dat het niet zomaar een incident is, maar een structureel probleem, daar zullen we echt meer aandacht aan moeten besteden.’

Ihsane Bachar heeft nog steeds geen nieuwe woning gevonden. Maar dat is niet de reden dat ze haar zaak inmiddels heeft aangekaart bij het College voor de Rechten van de Mens en overweegt om aangifte te doen bij de politie. ‘Wij, de mensen die gediscrimineerd worden, zijn altijd heel passief. Omdat je niet als een zieligerd wil worden gezien. Veel mensen voelen dat ze geen gelijke kansen hebben op de arbeids- en woningmarkt, maar kunnen het niet hard maken. Ik heb een mail ontvangen waarin letterlijk staat dat we zijn afgewezen door onze afkomst en daar moet je dan wat mee, in de hoop dat er wat verandert.’

Over dit onderzoek

We reageerden online op 250 advertenties van huurwoningen door het hele land, onder twee namen: Rachid El Haddaoui en Jaap van de Ven. Enkel met de vraag: is deze woning nog beschikbaar? Jaap kreeg daarbij 162 positieve reacties; een bevestiging dat de woning nog beschikbaar was, een verzoek om meer informatie of een uitnodiging voor een bezichtiging. Rachid kreeg 116 positieve reacties.

‘Een zeer significant verschil’, zegt Pieter-Paul Verhaeghe, professor sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel. We hebben hem onze onderzoeksresultaten voorgelegd en hij heeft ze op ons verzoek geanalyseerd volgens de McNemar-toets, de meest gangbare methode om de statistische significantie te berekenen.

Totaal (250 advertenties)
Beiden positief: 112
Jaap positief, Rachid negatief: 50
Rachid positief, Jaap negatief: 4
Beiden geen/negatief: 84
Netto-discriminatiegraad 28 procent (significant)

Verhuurders (122 advertenties)
Beiden positief: 61
Jaap positief, Rachid negatief: 33
Rachid positief, Jaap negatief: 2
Beiden geen/negatief: 26
Netto-discriminatiegraad 32 procent (significant)

Makelaars (128 advertenties)
Beiden positief: 51
Jaap positief, Rachid negatief: 17
Rachid positief, Jaap negatief: 2
Beiden geen/negatief: 58
Netto-discriminatiegraad 21 procent (significant)

Ook belden we met vijftig verhuurmakelaars, waarbij we ons voordeden als een potentiële klant die voor minimaal twee jaar naar de Verenigde Staten zou gaan en zijn woning wilde verhuren. Na een paar algemene vragen maakten we duidelijk dat we wel wensen hadden voor het type huurder. ‘Misschien is het een gekke vraag, maar we willen geen allochtonen in ons huis. Kunnen jullie daar rekening mee houden?’

92 procent van de verhuurmakelaars stemde in met ons discriminerende verzoek, waarvan een deel zich van geen kwaad bewust leek en een ander deel besefte dat het wettelijk niet mag, maar toch wilde meewerken.

‘Natuurlijk, geen probleem’: 31 (62 procent)
‘Het mag eigenlijk niet, maar…’: 15 (30 procent)
‘Daar kunnen we niet aan meewerken’: 4 (8 procent)