Radeloos in de chaos

De publieke moord op James Foley, de beelden van de onthoofding, verspreid door de sociale media, hebben tot een internationale inventarisatie van de wereldproblematiek geleid.

Een opsomming van gigantische catastrofes waarvan we de gestage ontwikkeling in de media op de voet hebben kunnen volgen en waaraan we niets hebben kunnen doen. De zelfverwoesting van Syrië die nu meer dan drie jaar duurt, de permanente chaos in Afghanistan, de ebola-epidemie in Afrika, de burgeroorlog in Oost-Oekraïne, natuurlijk de snelle opkomst van IS die de ambitie heeft een wereldkalifaat te worden, en als saldo van de mondiale ellende vijftig miljoen vluchtelingen waarmee niemand raad weet. Aan diagnoses is geen gebrek, maar het ontbreekt aan overtuigende plannen om tot een oplossing te komen. En ook een analyse van de oorzaken ontbreekt. Dat zijn nu de fundamentele gebreken van wat we de ‘internationale gemeenschap’ noemen.

Een kwart eeuw geleden leefden we, dankzij de Koude Oorlog, in een redelijk georganiseerde wereld. De twee supermachten hielden elkaar door het risico van een kernoorlog in bedwang en hadden in de loop der jaren een diplomatieke techniek tot het behoud van de vrede ontwikkeld. Die dankte haar bestaan aan het feit dat de diplomatie gecentraliseerd was, in Moskou en Washington. De Koude Oorlog tolereerde wel randconflicten zoals dat van de Sovjet-Unie in Afghanistan en dat van Amerika in Vietnam, maar de wereldorde van de supermachten werd er niet door aangetast.

Deze absurde maar goed werkende harmonie is met de val van de Muur verdwenen. In november 1989 had de politieke vrijheid definitief gezegevierd, de mondiale machtsstrijd was voorbij. De slotfase was nauwkeurig op de televisie te volgen. Vrij algemeen is toen gedacht dat daarmee ook de internationale politieke beschaving aan een nieuw hoofdstuk was begonnen. Ik denk dat dit een grote politieke vergissing is, waarvan we de gevolgen al jaren, in steeds sterkere mate, ondervinden. De oorzaak daarvan ligt niet in de wereldpolitiek maar in de fundamentele veranderingen van de westerse beschaving. Daarover is langzamerhand een uitgebreide literatuur ontstaan. Allemaal van Amerikaanse schrijvers. Ik heb wel eens het vermoeden dat die boeken door onze politieke klasse niet veel worden geraadpleegd.

Het publiek reageert met een uitbarsting van ongekende haat

Het begint in 1958 als The Affluent Society van John Kenneth Galbraith verschijnt, een analytische beschrijving van de Amerikaanse maatschappij van de nieuwe overvloed. In 1960 komt The End of Ideology van Daniel Bell. Hij betoogt dat de ideologieën uit de negentiende en eerste helft van de twintigste eeuw niet meer van toepassing zijn op de dan heersende verhoudingen en dat er geen visie voor in de plaats is gekomen. In 1961 komt Daniel J. Boorstin met The Image: a Guide to Pseudo-Events in America. De oppermacht van de televisie wordt nader beschreven. Het is alsof het maken van en het kijken naar televisie in Amerika tot een volksziekte wordt. In 1985 verschijnt Amusing Ourselves to Death van Neal Postman. En ik noem nog één boek met dezelfde boodschap, Life: The Movie van Neal Gabler, verschenen in 1998.

In de nieuwe eeuw begint de heerschappij van internet, waardoor weliswaar de reikwijdte, de macht van de individuele gebruiker wordt vergroot, maar zoals de mondiale praktijk van een jaar of vijftien bewijst zijn kennis van zaken en ambities min of meer op hetzelfde niveau gebleven. Het doorslaggevende bewijs daarvoor vind ik nog altijd het presidentschap van George W. Bush. In een periode van acht jaar zijn hij en zijn neoconservatieve medewerkers geworden tot een gezelschap dat in hoge mate medeverantwoordelijk is voor de wereldchaos van vandaag. De ultraconservatieve media van Rupert Murdoch en verwante Republikeinse publicisten hebben daar van harte aan meegewerkt.

Ongeveer een halve eeuw geleden is de depolitisering van het Westen begonnen. Welvaart leek een natuurgegeven van onze maatschappij te zijn. Zo is langzamerhand de beredeneerde visie op een ideale maatschappij vervangen door het consumentisme. Dit betekent niet dat iedere burger volgens zijn eigen wensen een ideaal leven leidt. De grote meerderheid van de media laat iedere dag alleen zien hoe dit zou kunnen. De reclameblokken op de televisie propageren in een hardnekkigheid die iedere politieke propaganda overtreft het scala van mogelijkheden om te genieten. Amusement wordt gekenmerkt door bulderend gelach en spastische motoriek. En als politieke krachten dit genieten verstoren, reageert het publiek met een uitbarsting van ongekende haat. En nu moeten we de nieuwe wereldchaos bedwingen. Zelfs aan een serieus denken over de oorzaken zijn we niet meer gewend.