Radeloos in Syrië

Het grote vraagstuk dat in Syrië op de achtergrond alle andere overheerst is de chaos van de machteloze deskundigheid. Hoeveel partijen zijn er op het ogenblik bij de burgeroorlog betrokken? Dat weet niemand meer. De troepen van Assad vechten tegen het Vrije Syrische Leger.

Dat krijgt nu misschien steun van terroristen die met al-Qaeda verbonden zijn. Assad heeft de politieke steun van Rusland en Iran, maar die landen hebben zich voorzover we weten niet daadwerkelijk in de strijd gemengd. Het Westen onder aanvoering van Amerika wil dat Assad zo snel mogelijk verdwijnt. Misschien zou een no-flyzone helpen, maar daarover zijn de deskundigen het dusdanig oneens dat het er niet van komt. Misschien hebben de troepen van Assad gifgas gebruikt. Dat weten we niet zeker. Wel heeft Barack Obama een rode lijn getrokken. Is Assad daarvan onder de indruk geraakt? Dat weten we ook niet.

Intussen profiteert Hezbollah van de chaos. Dat kan Israël niet toestaan en daarom heeft de Israëlische luchtmacht al een paar preventieve acties uitgevoerd. Turkije ondervindt ernstige gevolgen van de oorlog. Tienduizenden vluchtelingen zijn de grens overgestoken. Begin deze maand is in de Turkse grensplaats Reyhanli een autobom ontploft: 51 doden, daders onbekend, maar de plaatselijke bevolking denkt dat de Syrische regering de schuldige is. Het zou een waarschuwing zijn aan het adres van premier Erdogan, die te veel sympathie voor de opstand heeft. Alle betrokken partijen weten op hun manier hoe het conflict tot een goed einde moet worden gebracht en geen partij is bij machte daarnaar te handelen. Het resultaat is dat de strijd voortduurt waardoor de verbittering alzijdig toeneemt.

De chaos aan de fronten vindt zijn weerslag in de westerse publieke opinie. Time (9 mei) heeft een paar experts gevraagd wat er gedaan zou moeten worden. Zbigniew Brzezinski, eens adviseur van president Nixon en nog altijd autoriteit van naam, is van mening dat Amerika zich niet met deze in wezen sektarische oorlog moet bemoeien. Alleen een poging tot een diplomatieke oplossing heeft kans van slagen. Zoek de steun van Rusland en China, streef naar verkiezingen onder auspiciën van de Verenigde Naties, probeer Assad over te halen daar niet aan mee te doen, en ‘met een beetje geluk’ zal op deze manier een nieuwe opening ontstaan. Ja, een beetje geluk heb je in Syrië wel nodig.

De nog altijd gezaghebbende Republikein John McCain denkt er heel anders over. De gruwelijkste verschrikkingen die zich volgens de anti-interventionisten zouden voltrekken als we intervenieerden, hebben zich intussen voltrokken omdat we ons op een afstand hebben gehouden. Voor Amerika zijn de menselijke waarden de nationale belangen en dat geldt ook voor het omgekeerde. De menselijkheid en het nationaal belang eisen interventie. Hoe? Dat zegt hij er niet bij.

Over Syrië zou je uit de westerse media iedere dag een bloemlezing kunnen samenstellen met analyses en opinies waaruit dan het beeld van een chaos zou oprijzen, in principe van dezelfde radeloosheid die we avond na avond op de televisie in de Syrische steden zien. Natuurlijk, we kunnen ons bij een dergelijke wrede uitzichtloosheid niet neerleggen. Maar terwijl we ons opwinden over de beelden van de burgeroorlog zijn we in de theorie van onze analyses en oordelen in principe ten prooi aan een vergelijkbare verwarring.

Een zeldzame uitzondering is Immanuel Wallerstein, lector aan Yale University en schrijver van The Decline of American Power: The U.S. in a Chaotic World. In menig opzicht is het een vervolg op het boek van de Britse historicus Paul Kennedy, The Rise and Fall of the Great Powers (1987). Wallerstein zou verplichte lectuur moeten zijn op ons ministerie van Buitenlandse Zaken. Nu heeft hij in de International Herald Tribune (16 mei) een column geschreven over Syrië. Voor het Westen is Syrië een vraagstuk waarin het alleen kan verliezen, een lose-lose situation. Een argumentatie ontbreekt. Hij stelt alleen vast dat het Westen geen geloofwaardige opties heeft en zijn bewijs bestaat uit deze twee jaar van om zich heen grijpende burgeroorlog.

Maar wat dan? Dit vraagstuk zo veel mogelijk in quarantaine proberen te houden en wachten tot de strijd is uitgewoed? Deze lijn heeft Amerika gevolgd in Irak en Afghanistan. Eerst twee mislukte interventies die officieel niet als zodanig zijn erkend. Daarna een langgerekt proces van militaire ontruiming, gerechtvaardigd door optimistische verwachtingen die niet bewaarheid zijn. En nu, na misschien wel een paar honderdduizend doden (ze zijn niet geteld) en onvoorstelbare kosten, twee mislukte staten waar bij sektarische aanslagen nog regelmatig tientallen slachtoffers vallen. Hoe zou een plan om Syrië in quarantaine te houden eruitzien? Menslievend zou het niet zijn. Hetzelfde geldt voor loze beloften.