Adriaan Dortsman, Museum van Loon

Radicaal klassiek

Het vierhonderdjarig bestaan van de Amsterdamse grachten wordt dit jaar gevierd; het jubileum leidt tot een hele serie publicaties en tentoonstellingen. Twee kleine exposities zijn aardig om mee te beginnen: Adriaan Dortsman (1635 -1682), De ideale gracht in het koetshuis van Museum van Loon, en Langs Amsterdamse grachten, tekeningen van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap in het Rembrandthuis.

Medium resize image.php

Het is de eerste echte tentoonstelling over Dortsman, en dat is frappant; aan andere bepalende architecten als Van Campen, Vingboons en De Keyser is veel meer aandacht besteed, en zij hebben een grotere bekendheid. Het hangt er misschien mee samen dat Dortsman een architectuur voorstond die, in vergelijking met zijn voorgangers, nogal radicaal was.

Allen beriepen zich in hun ontwerpen op de doortimmerde architectuurtheorieën van schrijvers als Scamozzi en Palladio, maar in de praktijk betekende dat vooral: schipperen. Het tot stand brengen van écht zuivere architectuur gebeurde alleen bij hoge uitzondering; de beste plek was niet de stad, maar het platteland. Dortsman propageerde een stijl die ‘strak’ wordt genoemd, omdat hij alle decoratie, inclusief pilasters, tot een absoluut minimum beperkte. Zijn gevels waren gladde stenen wanden van natuursteen, alleen onderbroken door vlijmscherpe rechthoeken – de vensters – en een ingangsportaal. Het is hem een paar keer gelukt dat ook echt uit te voeren. Het Walenweeshuis, nu Maison Decartes, komt in de buurt; de twee huizen Keizersgracht 674-672, waarin nu Museum van Loon zit, ook. Het verst kwam Dortsman met het huis dat hij voor Jan Six bouwde, Herengracht 619, en in twee projecten die hij met steun van Six ontwikkelde in dezelfde buurt.

De tentoonstelling toont de ontwerpen voor die huizen, en ook zijn bouwtekeningen voor de fortificaties van Naarden, een serie landhuizen, een ‘rechthuis’ in Hillegom, kerken met centraalbouw en, daaruitvolgend, het ontwerp voor de Ronde Lutherse Kerk aan het Singel. Daarvoor zijn enkele zeer zeldzame stukken te zien, voor een groot deel uit de collectie-Six, maar het is voor de geïnteresseerde jammer dat het daarbij blijft. Je zou graag iets willen weten over Dortsmans invloed op de rest van de bouwers aan de gracht; veel panden werden in zijn stijl gebouwd, en dat roept altijd de vraag op of de Amsterdammers, zeker aan het begin van de Vierde Uitleg (1663) een meer algemeen heersende opvatting over de bouwkunst in hun stad hadden.

De tentoonstelling in het Rembrandthuis zou daar misschien uitsluitsel over kunnen geven, maar het overzicht toont eigenlijk heel weinig gezichten op de grachten zelf. Opvallend veel van de tekeningen zijn ergens anders gemaakt, buiten de stad, op de Diemerdijk. Ze zijn ook zeer wisselend van kwaliteit. Ik heb een zwak voor de precieze aquarellen van Herman Misset (1875-1958), maar dat was bepaald geen kunstenaar (dat vond hij zelf ook niet: hij was reclameschilder). Misset maakte getrouwe documenterende afbeeldingen van iets wat gesloopt of gedempt zou gaan worden. Bij andere, betere tekenaars – Leupenius, Troostwijk – wordt meer het schilderachtige gezocht, en dat is dan, op de grachten, vooral het samenspel van geboomte en water – niet de architectuur. Alleen in de curieuze bleke tekeningen van Jan van Call (1656-1703) – in beide tentoonstellingen aanwezig – is iets te vinden van de gedachte dat juist de mathematische, radicale eenvormigheid van de architectuur de stad zijn uitzonderlijke kwaliteit gaf. Hij toont de bouwblokken van Dortsman aan de Herengracht en de Amstel als koude, bijna modernistische wanden; Carel Weeber had ze niet beter kunnen bedenken


Adriaan Dortsman (1635-1682), De ideale gracht, Museum van Loon, t/m 9 juni, www.museumvanloon.nl. Langs Amsterdamse grachten, tekeningen van het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap. Museum het Rembrandthuis, t/m 26 mei 2013, www.rembrandt­huis.nl