Muziek

RADICAAL ONHIP

MUZIEK The High Llamas

Over het belang en de invloed van Brian Wilson hoef je anno 2007 alleen nog te discussiëren met een vaag achterneefje wiens muzikale kennis zich beperkt tot de ringtones van zijn nieuwe telefoon. De rest van de wereld zal het magnum opus SMiLE op de koffietafel hebben liggen en het meesterschap van de ex-Beach Boy spoorslags erkennen. In dat licht bezien is het opvallend dat de hedendaagse muziek redelijk bescheiden blijft in het opzichtig citeren van Wilson. Bands als Of Montreal, Super Furry Animals en Olivia Tremor Control doen het wel, maar voorzichtig. Ondertussen worden de eighties zonder omhaal kaalgeplukt, en knaagt men even schaamteloos aan de grote Krautrock-wortel van de jaren zeventig, maar de typische Wilson-sound is veel minder prominent aanwezig in de bak met nieuwe releases bij uw platenboer.

Gelukkig hebben we The High Llamas nog. Al vijftien jaar lang smeedt Sean O’Hagan elke paar jaar een miniatuurmeesterwerkje in elkaar dat ruikt, klinkt en smaakt als een vergeten soloplaat van Brian Wilson, met nét genoeg eigen touch om niet van plagiaat beschuldigd te worden. Hawaii uit 1996 was in dat opzicht een gevaarlijke plaat, die zelfs het gebruik van korte, eigenaardige instrumentaaltjes kopieerde zoals die ook op SMiLE te horen waren. Toch is O’Hagan zeer zeker geen ordinaire kloon: de man heeft een buitengewone gave voor het creëren van sublieme, orkestrale pop met dat sterke gevoel van zoete gelukzaligheid, dat suikerspinnen, glooiende heuvels en de herinnering aan warme moederknuffels ook kunnen oproepen.

Met de jaren is de evidente Wilson-invloed langzaam maar zeker vervangen door een meer eigen geluid, dat op Can Cladders is uitgekristalliseerd. De elektronische elementen van eerder werk als Cold and Bouncy zijn weggestript, waardoor O’Hagan de muziek volledig uit de tijd plaatst. Dit is radicaal onhippe muziek, en daardoor zo uniek. Can Cladders is een muzikaal wonderland waar honingzoete strijkers giechelig stoeien met blijmoedige harpen en zacht geplukte gitaren, in het gareel gehouden door O’Hagan, die als een goeiige hopman met zijn fluisterzachte stem orde houdt. Als er al plaats is voor een melancholische noot heeft het ook altijd iets tevredens. Zorgeloosheid en een bijna uitgestorven vorm van positivisme voeren de boventoon.

‘We say hi to the rivers and the mountains!’ klinkt het ergens in gepoedersuikerd koor. Je zou – als enig kritiekpunt – kunnen opmerken dat Can Cladders daarmee niet zo ver verwijderd is van easy listening. Maar dat de wereld mooier wordt van The High Llamas is onmiskenbaar waar.

The High Llamas, Can Cladders (Drag City/Munich)