Radicale moslims blijven angst zaaien

Eind maart besloot schrijversorganisatie PEN American Center een prijs toe te kennen aan het satirische blad Charlie Hebdo voor bewezen moed.

Medium commentaar 19 bedreigen

Dat was tegen het zere been van 145 auteurs die vorige week een protestbrief ondertekenden. De schrijvers zeggen pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting, maar dat betekent niet dat ze een blad willen eren dat zich aan racistische stereotypen bezondigt en dat met cartoons van de profeet Mohammed de hetze opvoert tegen een al gediscrimineerde islamitische minderheid.

Het klinkt als redelijke kritiek. Maar uiteindelijk is het gebaseerd op een selectieve interpretatie van Charlie Hebdo. Met een overdaad aan cartoons en teksten valt net zo goed te bewijzen dat Charlie Hebdo een onvermoeibare aanklager van racisme is.

Maar laat de discussie over het karakter van Charlie Hebdo even voor wat ze is. De redacteuren van Charlie Hebdo werden niet gedood omdat het racisten zouden zijn. De Kouachi-broers executeerden de cartoonisten omdat ze het hun religieuze plicht achtten iedereen over de kling te jagen die de profeet Mohammed beledigt. ‘We hebben de profeet gewroken’, riepen ze na hun daad. Ook vertelde een van de Kouachi-broers in een tv-interview dat hij gefinancierd was door de invloedrijke jihadideoloog Anwar Al-Awlaki. Deze Al-Awlaki roept zeker sinds 2008 op tot de moord op ‘oneerbiedige’ cartoonisten. In 2010 deed hij dat ook in Inspire, de glossy van al-Qaeda, waarin hij de Amerikaanse cartooniste Molly Norris de dood aanzegde. Norris staat niet bekend als iemand die naar beneden trapt. Ze staat niet eens bekend als iemand die de vrijheid van meningsuiting opvat als de plicht om gemarginaliseerde minderheden op alle mogelijke manieren te vernederen.

In april 2010 gooide Norris een poster op het internet met de titel Everybody Draw Mohammed Day. De tekening bevat objecten – kopje koffie, dominosteen – die allemaal beweren de profeet te zijn. Het was een reactie op de doodsbedreigingen aan het adres van die andere tekenaars van de profeet Mohammed. Norris wilde lucht brengen in het overspannen debat over uitingsvrijheid en een klein, particulier protest maken tegen de doodsbedreigingen. Tot haar schrik gingen duizenden mensen aan de haal met haar tekening. Sommigen grepen het aan om hatelijke Mohammed-cartoons te tekenen. Norris distantieerde zich van de beweging en bood haar excuses aan aan moslims.

Maar aan die verontschuldiging had Al-Awlaki geen boodschap: ‘She should be taken as a prime target of assassination.’ Norris leeft als gevolg van dit dreigement tot op de dag van vandaag ondergedoken.

En zo zijn er nog tallozen wier motieven en reputatie boven verdenking verheven zijn en die zich toch de woede van radicale moslims op de hals hebben gehaald. Zij werden gestraft omdat ze zichzelf meer expressievrijheid veroorloofden dan jihadisten gepast achtten. In die geest handelden ook de Kouachi-broers op 7 januari. Beoogd effect: verlammende angst en zelfcensuur verspreiden. Zie het resultaat daarvan onder andere in de enorme beveiligingdie het afgelopen weekend nodig was om de Deense cartoonist Kurt Westegaard te ontvangen in debatcentrum De Balie.

‘Er moet een debat gehouden worden over structureel racisme, maar dit is niet het goede startpunt’, tweette de Britse schrijver Hari Kunzru in reactie op het protest van zijn collega-schrijvers. Dat debat moet zeker gevoerd worden. En in dat debat zou ook plaats moeten zijn voor het al dan niet gebrekkige begrip voor de gevoeligheden van minderheden. Maar waarom zou dat debat niet samen kunnen gaan met een krachtige stellingname tegen radicale elementen die hun idee van uitingsvrijheid aan anderen willen opleggen?