Anna Enquist, De thuiskomst

Radicale opoffering

Anna Enquist

De thuiskomst

Arbeiderspers, 407 blz., € 19,95

Anna Enquist schreef een uitvoerige historische roman over het leven van Elizabeth Batts (1741-1835), echtgenote van de fameuze Engelse ontdekkingsreiziger James Cook (1728-1779). Achterin voegt ze een uitvoerige literatuurlijst toe en je kunt merken dat er veel werk is verzet om een historisch verantwoord beeld van deze vrouw te creëren. De hele problematiek van dit boek is in de eerste zin samengevat: «Hij verwacht een lege tafel als hij terugkomt, dacht ze.» Elizabeth stelt haar leven volledig in dienst van haar echtgenoot, dit is het uitgangspunt van deze roman. Haar hele gedachtewereld, haar hele be staansgrond is er van begin tot eind op gericht zichzelf uit te schakelen, zichzelf alleen te bekijken in het licht van haar man. Dat beeld van die lege tafel is mooi gevonden, de vrouw ziet zichzelf uiteraard als die «lege tafel» die na iedere terugkeer van haar man gevuld zal worden met zijn aanwezigheid.

De ro man vertelt wat een dergelijke radicale opoffering voor een vrouw betekent. Ze ontkent haar emoties, ze staat zichzelf niet toe adequaat te rouwen om de jammerlijke dood van haar kinderen, ze is niet in staat haar liefde voor een andere man te formuleren en te consumeren. Tegen het einde van de roman probeert ze tegenover haar voormalige grote liefde nog een laatste keer haar rouw om een gestorven dochter onder woorden te brengen, waarbij die hardnekkige en niet te stelpen zelfverloochening op nieuw in haar hoofd rondspookt. «Niet verder, dacht ze. Ik spreek hier gedachten uit die in mijn hoofd thuishoren en nergens anders. Ik moet daarmee ophouden. Waarom eigenlijk? Hij kan het kennelijk horen. Hij heeft er weet van. Ik zou bij haar willen kruipen in de vochtige aarde. Ik zou mijn wangen langs haar botten willen leggen.»

Enquist werkt vaak indringend en ontroerend met haar hoofdingrediënten. Maar toch, je kunt je afvragen, je móet je dit afvragen, of het genoeg was om een volledig geslaagde roman voor het voetlicht te krijgen. Ik begon me naarmate de roman vorderde erop te betrappen dat ik meer en meer in de avonturen van James Cook geïnteresseerd raakte en minder en minder in Elizabeth Batts’ beslommeringen rondom het huishouden thuis en het verdriet dat haar overkwam. Cook moet in dit boek op de achtergrond blijven, daar legde ik me tijdens het lezen wel bij neer, maar steeds minder van harte. Wat een interessant figuur!

En ook Enquist beseft dat het leven van zijn echtgenote te weinig roman vullende elementen bevat die je op het puntje van je stoel doen belanden en dus geeft ze af en toe pakkende beschrijvingen van Cooks reizen die met het hoofdthema van de roman verder weinig te maken hebben. Centraal blijft het thema van de zelfverloochening. En dus gaat het om de opvoeding van de kinderen, de reisjes naar ouders en familie, de jammerlijke dood van kinderen en het verdriet daarover. Ik begon dit – en dat is vooral pijnlijk voor mij, dat snap ik ook wel – langzamerhand allemaal voor kennisgeving aan te nemen want veel eraan doen kun je als lezer niet. Ook al omdat de scènes waarin dit verdriet wordt beschreven op het laatst bij mij alleen nog een dof gevoel van medelijden opriepen dat verder nergens toe leidde. Behalve dan tot een raar gevoel van zelfmedelijden.

Hoe moet je verdriet in een roman beschrijven? Misschien moet je af en toe van register veranderen en het niet alleen blijven zoeken in treurige be schrijvingen. Een gewaagdere toon, die alles op scherp zet, dat kan helpen, bijvoorbeeld in een krankzinnige scène waarin de menselijke huichelarij rondom doodgaan eens lekker en wat mij betreft lekker hilarisch wordt aangekaart. Een scène met een lullige doodgraver of een hardvochtige schoonmoeder die het allemaal geen ene reet kan schelen. Clichés natuurlijk, maar het had wel wat uitgemaakt binnen de toon van dit boek.

Enquist houdt het bij een aanhoudende explicitering van verdriet, ze laat zich daarbij ook af en toe verleiden tot zinnen die je eerder in familieromans zou verwachten: «Blijdschap kon ze zich niet toestaan, eerst zou ze zich in deze herfst moeten nestelen en vrede vinden in dit huis met zijn nieuwe, onwennige orde.» Of: «Hij was afgevallen sinds zijn thuiskomst. Het vuur in hem brandde sterker dan in andere mensen.»

Er bestaat in dit boek geen vlammende strijd, dat is het. En daar moet het om gaan in een historische roman als deze. Er wordt geleden en ondergaan. Geen strijd tussen sterke karakters, Elizabeth is geen sterk karakter, nauwelijks strijd tussen individu en maatschappij en zelfs geen strijd tussen man en vrouw. Alles gaat geleidelijk via breed uitgewerkte, samenvattende en verdriet opslorpende levensscènes. Alleen tegen het einde, wanneer Elizabeth er achter probeert te komen hoe haar man precies om het leven kwam, krijgt deze roman vaart en élan.

De oplossing die Enquist bedacht liegt er niet om. Maar het is niet genoeg voor een geslaagde roman.