Radicaler dan Spinoza

Sinds het begin van de 21ste eeuw is er weer volop behoefte aan positieve verhalen over de westerse beschaving, terwijl in Nederland het verlangen ontstond om eindelijk weer eens trots op onze eigen geschiedenis te kunnen zijn.

Bart Leeuwenburgh, Het noodlot van een ketter.
Adriaan Koerbagh (1633-1669), EUR 19,95

Na al die verhalen over het slavernijverleden, de uitbuiting van de koloniën, de onderdrukking van arbeiders en vrouwen, was het tijd voor meer glorieuze aspecten van het verleden, waarbij vooral de zogenaamde Gouden Eeuw erg populair was. Toen getuigden de Nederlanders niet alleen van militaire durf en ondernemingszin, maar liep de Republiek ook voorop waar het ging om wetenschap en filosofie. Bovendien was ons land, te midden van een door religieuze strijd verscheurd en door kerkelijke dwingelandij gefnuikt Europa, een eiland van tolerantie en vrijheid. Hier konden Verlichte geesten als Descartes, Locke en Spinoza hun baanbrekende ideeën ontwikkelen en zelfs publiceren, zodat hier de grondslag werd gelegd voor wat ineens weer vol trots de ‘moderniteit’ werd genoemd.

Maar zelfs in een dergelijk zonnig en optimistisch verhaal is wel een zwarte bladzijde aan te wijzen, en in dit geval is dat het tragische lot van de radicale Verlichtingsdenker Adriaen Koerbagh, die na publicatie van twee verboden boeken in het Amsterdamse rasphuis overleed. De arts en jurist Koerbagh behoorde, samen met zijn jongere broer Johannes, een theoloog, tot een kring radicale denkers waarmee ook Spinoza in contact stond. Naarmate Spinoza’s rol bij het ontstaan van de Verlichting steeds meer aandacht heeft gekregen, zijn zijn Amsterdamse vrienden meer en meer gezien als discipelen, die zijn, al dan niet geheel begrepen, ideeën uitdroegen en populariseerden. In zijn zojuist verschenen biografie van Koerbagh laat Bart Leeuwenburgh overtuigend zien dat dit niet helemaal klopt en dat hij niet in een ‘spinozis­tische dwangbuis’ geperst moet worden.

In een aantal opzichten was Koerbagh zelfs radicaler dan Spinoza en andere vrijdenkers, en in ieder geval was hij aanzienlijk minder voorzichtig. Zo uitten bijvoorbeeld Spinoza en Lodewijk Meijer, een andere radicale en tamelijk oorspronkelijke denker, wel veel kritiek op de onjuiste bijbelinterpretaties van veel theologen, maar beweerden zij nergens openlijk dat de bijbel níet het woord van God was, of dat dit boek níet was ingegeven door de Heilige Geest. Koerbagh daarentegen schreef doodleuk dat het een gewoon, dus door mensen geschreven, boek was, ‘al wast van reyntje de vos of uylenspieghel’. Was er een schaamtelozer profanatie denkbaar dan dit gelijkstellen van de bijbel met de schelmenstreken van Reinaert de Vos of Tijl Uilenspiegel? Kon je de calvinistische predikanten van de Republiek nog meer op de kast jagen?

Volgens Koerbagh was de Heilige Geest trouwens niets meer dan een bijbelse metafoor voor de rede, het menselijk vermogen tot logisch nadenken. Wat dit betreft had hij ook een nog groter vertrouwen in het vermogen van het menselijk verstand dan bijvoorbeeld Spinoza, Descartes of Hobbes. Anders dan Spinoza ging hij ervan uit dat nagenoeg ieder mens vatbaar was voor rede, dat ook het gewone volk opgevoed kon worden. Waar Spinoza een uitgesproken elitair denker was, die uitsluitend in het Latijn publiceerde omdat hij bang was dat ‘het grauw’ aan de haal ging met denkbeelden die het nooit echt zou kunnen begrijpen, was Koerbagh een hartstochtelijke vooruitgangsoptimist en een uitgesproken egalitarist. Vandaar dat hij het als zijn taak zag om filosofische en godsdienstige zaken in het Nederlands uit te leggen.

Zo schreef hij kort achter elkaar Een Bloemhof van allerley lieflijkheyd, dat een soort encyclopedie van allerlei uitheemse begrippen was, en Een Ligt schynende in duystere plaatsen, om te verligten de voornaamste saaken der Godsgeleerdtheyd en Godsdienst, een systematische aanval op de gereformeerde kerk. De radicale uitleg die hij in de Bloemhof gaf van godsdienstige begrippen sloeg in als een bom en het boek werd dan ook onmiddellijk verboden, waarop Koerbagh naar de ‘vrije heerlijkheid’ Culemborg vluchtte. Daar werkte hij verder aan Een ligt, totdat de drukker die hij in de arm had genomen nattigheid begon te voelen en hem bij de autoriteiten aangaf. Hoewel hij opnieuw op de vlucht sloeg werd Koerbagh uiteindelijk in Leiden gearresteerd en in Amsterdam berecht. Omdat zijn boeken vielen onder het in 1653 afgekondigde verbod op ‘sociniaanse’ boeken – dat wil zeggen geschriften waarin de drie­eenheid van God werd ontkend – werd hij tot tien jaar rasphuis en aansluitend tot tien jaar verbanning veroordeeld. Hoewel hij in het rasphuis niet hoefde te werken, ging zijn gezondheid er hard achteruit en overleed hij na ruim een jaar.

Van Een Ligt schynende in duystere plaatsen verscheen een tweetalige, door Michiel Wielema voorbeeldig verzorgde editie, waarin het zeventiende-eeuwse Nederlands is vertaald in hedendaags Engels, zodat deze belangrijke bron van de vroege, uiterst radicale Verlichting ook voor niet-Nederlanders toegankelijk is. Het boek is een dapper pleidooi om het menselijk verstand te gebruiken en alles te onderzoeken: ‘Want alle nieuwe en vreemde dingen moet men niet ten eersten verwerpen als niet deugende, maar men moet de selve al eerst eens met een goed oordeel sonder voor-oordeel overwegen (…). Als men dat niet doet blijft men eeuwiglijk in den ouden drek van onweetendheyd leggen wentelen.’

Bart

Leeuwenburgh

Het noodlot van een ketter:

Adriaan Koerbagh (1633-1669)

Vantilt, 228 blz.,

€ 19,95

Adriaen Koerbagh

A Light Shining in Dark Places, to Illuminate the Main Questions of Theology and Religion

In het Engels ­vertaald door

Michiel Wielema,

Brill, 508 blz., € 129,-