Raketjes en aapjes

Zat net naar de uitzending te kijken waarin de Orion-raket de ruimte in zou worden geschoten. Het aftellen werd onderbroken omdat er twee van de tachtig miljoen elementen die de missie tot een succes moeten maken haperden.

Uitstel tot morgen.

Ik heb of had niks met raketjes. Na de Thunderbirds is mijn interesse bekoeld. Ruimtevaart bestond en dat was het. Zo hoort het ook te gaan in het hoofd van een alfa-jongetje. Techniek is niks voor mij. Rekenen kon en kan ik niet. Dingen die mijn ogen zien, daar kan ik goed mee overweg. Ik kan leuk timmeren en plamuren maar alles dat met elektronica of computers te maken heeft – reken daarbij niet op mij. Bij de lokale Mac-Store sta ik bekend als de über-leek.

Maar het trage zen-ritueel met de rokende cilinders, die draagraketten bleken te zijn, intrigeerde me. Ook de introverte Amerikaanse stemmen die jargon naar elkaar prevelden waren daarin een factor.

Ik ging googelen over de ‘Orion’, de capsule die afgeschoten moest worden. Googelen lukt me wel. Gewoon een naam invullen en aanklikken.

Een hele wereld ging voor mij open. De Orion was een soort pendelbus met een mega-hitteschild dat buiten de dampkring werd geschoten en daar allerlei sciencefictiondingen beleefde. Door ultradodelijke nevels heen, astronomische krachten doorstaand. En voor elk stadium waren er high-tech-structuren die het allemaal behapbaar maakten voor het vehikel. Mijn mond viel open.

Argwaan, opportunisme, angst, intolerantie, egoïsme, hebzucht, lafheid, naïviteit, agressie om niks: de mens blinkt erin uit

Allemaal aardbewoners van vlees en bloed hadden ervoor gezorgd dat het ruimteveer een stevige kans maakte om al de in het internetfilmpje opgesomde ruimtekrachten te weerstaan. Ik wil niet eens beginnen om termen en tactieken op te sommen die de revue passeerden. Zoals gezegd, ik ben een alfa.

Heel vaak komt het voor dat ik een lage pet op heb van de mensheid. Een half geëvolueerde apensoort, waren we, zo schatte ik in. Mijn dagelijkse waarneming ondersteunde die analyse. De zwakheden die ik van mezelf en mijn naasten maar al te goed ken zie ik steeds weer terug in het groot. Op het journaal. Maar dan vaak veel erger. Anders was het niet op het journaal.

Argwaan, opportunisme, angst, intolerantie, egoïsme, hebzucht, lafheid, naïviteit, agressie om niks: de mens blinkt erin uit. Met conflict en oorlog tot gevolg. Aapjes dus. Darwin had gelijk.

Ook is er natuurlijk steeds weer die witte raaf die daadwerkelijk goed doet voor zijn planeetgenoten of van breder inzicht getuigt, maar meestal is het niet veel soeps. Slachtpartijen uit naam van onzichtbare vriendjes. Uitbuiten van machtelozen. Verpesten van eigen en andermans leefomgeving ten bate van eigen kortetermijngewin of gebrek aan besef van de waarde van het leven in het algemeen. Van jihad tot clusterbommen, van racisme tot seksisme, van graaibanken tot megastallen. Het totale beeld is geen reclame voor de mensheid.

Maar dan kunnen we opeens ook dit: een capsule buiten orbit brengen en hem in de meeste gevallen, nadat hij de juiste zorgvuldig berekende ellips heeft gevolgd, weer opvissen uit het daarvoor bestemde stukje oceaan.

Mensen zijn nog steeds aapjes. Maar er zitten verdomd slimme aapjes tussen.