Rakker

Ik ben de laatste tijd erg bezig met hoe dieren ons zien. Wat zijn wij, mensen, gezien vanuit een hondenkop, een paardenhoofd, schapenogen? Ik ben er bijna van overtuigd dat een hond mij ziet als een andere hond, met de aantekening dat honden niet helemaal achterlijk zijn. Vorige week zat ik op mijn hurken bij een stervend paard, een Shetlander die ik een paar uur eerder, toen hij nog stond, ging begroeten. Iemand zei toen: ‘Hij wéét dat jij het bent. Ik zie dat-ie je herkent.’ Ik haal dan mijn schouders op, omdat ik er niet zeker van ben of dat waar is, en ook omdat ik het ergens aanmatigend vind om zoiets te denken. Desondanks kloof het paardje - sommigen hier zullen hem kennen als de jaloerse Rakker - zoals het dat gewend was, aan mijn handen en later ook nog aan mijn oren. Rond etenstijd werd gemeld dat het erg slecht ging. Ik liet mijn eten staan en liep erheen. De schemering hing boven het land, het paardje lag op een hoop hooi in de modder. Het probeerde overeind te komen, zijn ogen draaiden wild, zijn benen maaiden in de lucht. Dat vond ik op dat moment ontroerend, misschien wel omdat ik me voorstelde hoe ik, mensen wegslaand, scheldend en schreeuwend ('Nee, nu is het te laat! Wegwezen, ik doe dit wel alleen!’), zelf ooit zal sterven. Later interpreteerde ik dat anders: Rakker zag mij als Shetlander, en met terugwerkende kracht snapte ik dat ik me in de jaren dat ik hem gekend had onbewust ondergeschikt had opgesteld. Jarenlang heb ik hem aan mij laten kluiven. Juist daarom moest hij zijn best doen overeind te komen, omdat hij de baas was. Als je sterft, als paard, hoef je niet overeind te komen voor een dominant paard, dan kun je jezelf in alle rust en vrede laten gaan.

Des te dommer dat ik een paar dagen later maar niet begreep waarom de hond waarop ik paste na het uitlaten aldoor zo verwachtingsvol naar me keek: het beest krijgt thuis altijd een hondenkoekje voor een volbracht rondje. De koekjes waren niet bijgeleverd.