Een overgewaardeerd ‘wetenschapper’

‘Ramadan heeft niets bereikt’

Het ontslag van Tariq Ramadan, adviseur van de gemeente Rotterdam en gasthoogleraar aan de Erasmus Universiteit, gaat over meer dan ideologie. Er waren simpelweg geen goede redenen meer om hem in dienst te houden.

Medium tariq ramadan

De discussie rond het ontslag van Tariq Ramadan als adviseur van de gemeente Rotterdam en gasthoogleraar aan de Erasmus Universiteit spitst zich toe op ideologische kwesties. Volgens de gemeente en de universiteit zou Ramadan zich door zijn medewerking aan de Iraanse satellietzender Press TV voor het karretje hebben laten spannen van een onderdrukkend regime. Dat zou zijn rol als ‘bruggenbouwer’ tussen autochtonen en allochtonen onmogelijk hebben gemaakt, evenals zijn rol als Rotterdamse gasthoogleraar, omdat volgens het bestuurscollege van de universiteit ‘de acties van het huidige Iraanse regime onverenigbaar zijn met de democratische en academische waarden waar de Erasmus Universiteit voor staat’. Volgens Ramadan is daar geen sprake van omdat hij volledige vrijheid genoot bij de samenstelling van zijn discussieprogramma Islam & Life. Volgens medestanders van Ramadan is Press TV dan ook een stok om de hond te slaan. Ramadan moest volgens hen weg wegens angst voor stemmenverlies aan de oprukkende pvv. Zelf meent hij dat ‘de politiek van moslimpesten en angst’ de reden is van zijn ontslag.

In de loop der jaren is Ramadan er in binnen- en buitenland herhaaldelijk van beschuldigd een wolf in schaapskleren te zijn. Een man van dubbele bodems, een overgewaardeerd wetenschapper die in het Frans en Engels mooie meningen uit over het samenleven van moslims en niet-moslims en de mogelijkheid om islamitische waarden te verenigen met die van het Westen, terwijl hij in het Arabisch een stuk minder verdraagzaam is. Of dat nu waar is of niet, ironisch genoeg wordt ook het verhaal van zijn Rotterdamse ontslag gekenmerkt door dubbelzinnigheid – en dit keer niet van de kant van Tariq Ramadan.

In april kwam hij ook in Rotterdam onder vuur te liggen. De Gaykrant publiceerde homovijandige en vrouwonvriendelijke uitspraken van Ramadan die hij deels in het Arabisch zou hebben gedaan. In een flink deel van de Rotterdamse gemeenteraad gingen stemmen op om de samenwerking te verbreken. De Rotterdamse wethouder Rik Grashoff (Participatie, Cultuur en Milieu), verantwoordelijk voor het contract met Ramadan, gelastte een onderzoek. Drie toespraken en één filmpje werden uitgetikt door een beëdigd tolk-vertaler. Grashoff concludeerde dat Ramadans woorden uit de context waren gerukt. De berichtgeving in de Gaykrant was ‘onjuist en onvolledig’.

De wethouder koos voor de aanval, in niet mis te verstane bewoordingen. ‘In Nederland is het wel heel makkelijk om de angst voor de islam te gebruiken voor eigen gewin’, zei hij. ‘Aan deze stemmingmakerij doen wij niet mee.’ Dit land heeft een vaccin nodig tegen de nieuwe ‘volksziekte’, meende Grashoff: ‘Een portie oud-Hollandse nuchterheid en een flinke dosis historisch besef.’ Tariq Ramadan, die naast Grashoff zat tijdens de persconferentie, sprak van ‘een internationale ziekte’. ‘Political voices that have no social policies and want to win the elections do so by spreading fear about islam’, aldus de bruggenbouwer.

Deze dichte wolken van vermeende ziekten en xenofobie hangen nog steeds boven de discussie en maken het lastig zicht te houden op de hardere belangen die een rol spelen.

In januari 2007 werd Tariq Ramadan aangesteld bij zowel de universiteit als de gemeente. Zijn aanstelling werd geregeld in één contract, de gemeente betaalde het honorarium en de bijkomende kosten van het gasthoogleraarschap. Zowel bij de gemeente als bij de universiteit verliep zijn aanstelling ongebruikelijk snel. Dat was gedeeltelijk verklaarbaar omdat Ramadan al eerder actief was geweest in Rotterdam. Hij was uitgenodigd bij de ‘islamdebatten’, georganiseerd door Leefbaar Rotterdam, de partij die vond dat moslims en niet-moslims elkaar eens de waarheid moesten zeggen.

Marco Pastors, destijds wethouder, nu raadslid voor Leefbaar Rotterdam, had al snel in de gaten dat Ramadan niet de juiste keuze was. Pastors: ‘Hij is een bijbelvaste moslim, om zo te zeggen. Hij houdt vast aan islamitische teksten, dat is zijn enige uitgangspunt, en dat is niet goed voor integratie.’ GroenLinks-wethouder Orhan Kaya was destijds verantwoordelijk voor Ramadans aanstelling. Marco Pastors: ‘Die dacht natuurlijk: dat is mijn man, tegen hem kan Leefbaar Rotterdam geen bezwaar hebben, want die hebben hem eerder uitgenodigd.’ In Vrij Nederland meldde Orhan Kaya begin januari ‘dat het allemaal erg snel was gegaan’. Volgens het weekblad speelde daarbij een rol dat Kaya al enige tijd onder vuur lag in de gemeenteraad omdat hij nog niets had gedaan om moslims en niet-moslims nader tot elkaar te brengen.

Ook de aanstelling aan de Erasmus Universiteit verliep sneller dan normaal, ondanks Ramadans omstreden status. In Vrij Nederland zei Han Entzinger, hoogleraar migratie- en integratiestudies, dat de procedure desondanks zorgvuldig was geweest. Tariq Ramadan was een aanwinst voor de universiteit, omdat die nu ‘in het middelpunt van de discussie’ kwam te staan. En er speelde nóg een belang: Ramadan bracht geld in het laatje. De afgelopen jaren was de relatie tussen de gemeente en de universiteit ernstig bekoeld, zei Entzinger. ‘Maar door het instellen van deze leerstoel krijgen we achthonderdduizend euro aan onderzoeksgeld.’
Met het ontbinden van Ramadans contract door de gemeente valt de financiering van diens gasthoogleraarschap weg. Jaarlijks beurde de universiteit 200.000 euro van de gemeente ‘teneinde te voorzien in onderwijs- en onderzoeksactiviteiten op het gebied van grootstedekijke vraagstukken, migratie en immigratie, een thema dat tot een van de zwaartepunten binnen het onderwijs en onderzoek van de EUR en in het bijzonde de faculteit der Sociale Wetenschappen mag worden gerekend’, zoals Jan Willem Oosterwijk, voorzitter van het college van bestuur van de Erasmus Universiteit in oktober 2008 meldde in een brief aan het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Uit dat geld werd tevens Ramadans gasthoogleraarssalaris betaald van 1.354 euro bruto per maand – er schoot dus aardig wat over.

Opvallend is de draai die de universiteit heeft gemaakt. Tijdens de Gaykrant-crisis verdedigde de Erasmus Universiteit Ramadan op grond van de academische vrijheid. Nu stelt zij dat Ramadans werkzaamheden voor Press TV niet in overeenstemming zijn met ‘academische waarden’. Die draai wordt niet gemaakt door Oxford University, waar Ramadan eveneens gasthoogleraar is. Die universiteit hoeft dan ook niet op zoek naar geld: per 1 september wordt Ramadans aanstelling daar gefinancierd door de Qatar Foundation.

Op gemeentelijk niveau speelt bovendien de ontevredenheid over het ‘sociaal dialoogproject’ ‘Burgerschap, identiteit en je thuis voelen’ waarin Ramadan een prominente rol speelde. De bedoeling was dat hij zou deelnemen aan discussiebijeenkomsten en ‘handvatten en adviezen’ zou aanreiken ‘voor het stimuleren van burgerschap in de stad’. Als ‘nevendoel’ werd beoogd om de expertise van Ramadan op het gebied van de islam te benutten in de discussies. Maar gaandeweg werd nevendoel hoofddoel. Ramadan deed het goed op bijeenkomsten over de islam, en steeds vaker werd hij ‘islamadviseur’ genoemd. Pastors: ‘Hij heeft niets bereikt. Twintigjarige moslimmeisjes, allemaal studenten, vinden hem een cultheld. Maar het gaat juist om laagopgeleide migranten uit grote gezinnen die moeite hebben om hun plek te vinden, die moeite hebben met kinderen opvoeden, met homoseksualiteit. Die mensen heeft hij niet bereikt.’ Ook Josine Strörmann (SP) is teleurgesteld over het sociaal programma: ‘Uit de evaluatie bleek dat wat voortkwam uit de stadsdialogen heel minnetjes was. We hebben nooit een verbeterplan gekregen.’

Inderdaad concludeerde de gemeente in een tussentijdse evaluatie dat de effecten van het programma moeilijk meetbaar waren, dat het onvoldoende zichtbaar was en dat de kosten te hoog waren. De kritiek zat verpakt in een positief getoonzette evaluatie uit december 2008, die volgens de gemeente moest uitmonden in verlenging van Ramadans tweejarige contract. De wethouder wees erop dat Tariq Ramadan in 59 bijeenkomsten drieduizend mensen had bereikt. De tegenwerping van de gemeenteraad lag voor de hand: dat is één procent van de allochtone bevolking, en bovendien bestond zijn gehoor deels uit integratieprofessionals. Van de vier adviezen die hij zou uitbrengen, werd er slechts één in de vorm van een rapport (over educatie) gepubliceerd. In de evaluatie heet het dat de andere adviezen het karakter hadden van een ‘quick scan’. Een woordvoerder van wethouder Grashoff meldt aan De Groene Amsterdammer dat dit betekent dat de rapportages ‘nogal dun’ waren. Volgens Leefbaar Rotterdam maakte een gemeentelijke instelling zelfs bezwaar tegen Ramadans advies inzake ‘media en islam’ dat inhield dat de media harder aangepakt moesten worden om de islam beter naar voren te laten komen.

Het stadsburgerschap-programma, zoals het werd genoemd, kostte in nog geen twee jaar tijd 1,2 miljoen euro. In de raad brokkelde de steun voor het programma af. Zelfs de pvda (de belangrijkste partij uit het college van burgemeester en wethouders) vroeg om aanscherping van de criteria. Tijdens het raadsdebat in april, over de Gaykrant-affaire, bleek dat vrijwel niemand tevreden was over het programma en de rol van Ramadan. De vvd vond dat hij geen bruggenbouwer meer genoemd mocht worden en d66 wilde wetenschap, politiek en religie in de toekomst maar liever gescheiden houden.

Ook de nieuwe burgemeester, Ahmed Aboutaleb, plaatste vraagtekens bij het programma. ‘Los van de persoon is het de vraag of deze manier om het debat aan te jagen in de stad de beste manier is’, zei hij tijdens de gemeenteraadsvergadering van 16 april. ‘Je zou deze constructie kunnen uitzitten, maar ik zou zeggen: nooit meer.’ Het programma bleef behouden, net als Ramadans aanstellingen. ‘Dat was puur wegens collegebelangen’, zegt SP-raadslid Josine Strörmann, ‘net als het verlengen van zijn contract na de evaluatie.’

In de verklaring die werd uitgegeven door de colleges van de universiteit en de stad na de breuk met Tariq Ramadan werd gesteld dat de beslissing ‘niet te maken had met het functioneren van Tariq Ramadan in Rotterdam’. Dat het sociaal dialoogprogramma over stadsburgerschap geen succes is lag inderdaad niet aan hem, maar aan de manier waarop het is opgezet. Rinus Penninx, hoogleraar etnische studies aan de Universiteit van Amsterdam, leidt een onderzoeksproject naar het integratiebeleid in Europese steden. ‘We hebben dertig steden in ons onderzoeksprogramma, maar ik ken geen voorbeeld van een stad die het zo aanpakte als Rotterdam, met een internationaal boegbeeld als degene die de dialoog op gang moet brengen. Je kunt veel beter werken met lokale mensen die hun achterban hebben in de stad. Je kunt iemand als Ramadan niet succesvol inzetten zonder lokale ankers. De Rotterdamse manier is bepaald geen ideale constructie.’

Zo bezien gaat het ontslag van Tariq Ramadan over meer dan ideologie. Er waren simpelweg geen goede redenen meer om hem in dienst te houden. Niet voor de universiteit: het vertrek van Ramadan betekent niet automatisch dat ook zijn door de gemeente bekostigde leerstoel Burgerschap en Identiteit komt te vervallen. Daarover wordt beraadslaagd, laat een universiteitswoordvoerder weten. Noch voor de politiek: de eigenzinnige islamwetenschapper was in de loop der jaren een gevaarlijke factor geworden voor de collegepartijen pvda, vvd, GroenLinks en het cda, die hem hadden gesteund. De VVD stapte zelfs in april uit het college wegens Ramadan. Teken aan de wand is de geruisloze instemming van de overige collegepartijen met Ramadans ontslag. Zelfs GroenLinks, wiens project Ramadan, die door haar wethouder Kaya werd binnengebracht en tot het einde toe werd verdedigd door GroenLinkser Grashoff, toch een beetje was, slikt het magere PressTV-verhaal.

Zou het zijn omdat Ramadans vertrek de mogelijkheid biedt nog iets van het sociaal dialoogprogramma te maken, maar nu met lokale actoren? De volgende gemeenteraadsverkiezingen zijn in maart 2010. Dat is voor de betrokken politieke partijen nog voldoende tijd om de vervelende herinneringen weg te poetsen en wellicht enige vruchten te oogsten van een hernieuwde discussie over het Rotterdamse stadsburgerschap.


Lees ook: Missionaris in openbare dienst van AART BROUWER


Bronnen:
Contract Tariq Ramadan met gemeente Rotterdam en Erasmus Universiteit

Tussentijdse evaluatie stadsdialogen en leerstoel