Rampscenario

Nederland is Belgi‰ niet. Voor zover bekend lopen hier geen kindermoordenaars rond die door de overheid in staat worden gesteld hun misdaden ongestraft te plegen. Integendeel: er hoeft maar ÇÇn zuchtje verdenking van incestpleging ergens te ontstaan en er vliegt bijna onmiddellijk een half dozijn helikopters over het hoofd van de vermeende dader. Ook zul je in dit land geen witte marsen tegen het lijf lopen waarin honderdduizenden burgers hun gevoelens van walging, woede en achterdocht naar het hoofd van hun politici slingeren. Nederlanders hebben een tamelijk groot vertrouwen in hun overheidsapparaat. Op het eerste gezicht lijkt in deze samenleving alles tot in de kleinste details goed geregeld. De paradox wil dat de enige tekenen van disfunctioneren juist door een overdaad aan ijver worden veroorzaakt. Zo is in Nederland het streven naar perfectie evenals het zoeken naar een brede consensus - nobele doelen op zich - vaak een bron van verlamming en vertraging wanneer het gaat om het nemen van cruciale beslissingen.

Nederland is dus geen Belgi‰. Maar terwijl een Dutroux-schandaal hier ondenkbaar lijkt, ontwikkelt zich toch geleidelijk aan een affaire die in het collectieve besef van de natie gevaarlijke proporties begint aan te nemen. Een affaire die het vertrouwen in de staat ernstig begint aan te tasten en de weg vrijmaakt voor al dan niet rationele angsten en verdachtmakingen. En net als in Belgi‰ doemen de wildste geruchten en complottheorie‰n op, die de burgers een gevoel van onveiligheid en onmacht bezorgen.
Bijna zes jaar geleden, op 4 oktober 1992, viel een El Al-Boeing op de Bijlmer. In bijna zes jaar tijd is de Nederlandse overheid niet in staat geweest een aantal belangrijke vragen omtrent die ramp te beantwoorden. Het grootste mysterie betreft de lading die het vliegtuig vervoerde - geruchten gaan over geheim militair materiaal en zelfs over 27 kilo plutonium - alsmede de mogelijkheid dat drieduizend kilo verarmd uranium in het toestel zelf was verwerkt. Steeds meer mensen die als hulpverleners of omwonenden met de ramp te maken hebben gehad, zeggen zich sindsdien ziek te voelen. Naar aanleiding van een onderzoek van een Zweeds instituut dat uranium in de ontlasting van betrokkenen heeft ontdekt, ontstaat her en der een ware paniek. Politie, brandweer en KLM eisen een onderzoek naar de gezondheid van hun leden die bij de hulpverlening betrokken waren. In de Bijlmer zelf gaan heel wat bewoners er al vanuit dat hun dagen zijn geteld. Er zweeft een radioactief spook boven Amsterdam Zuid-Oost.
Maar nog erger misschien is de verdenking die de verantwoordelijken bij de overheid op zich hebben geladen door bijna zes jaar lang heel wat klachten en vragen niet optimaal te behandelen. Daarom ontstaat er langzamerhand een verschrikkelijk scenario dat Oliver Stone, de regisseur van JFK, zeker zou doen smullen.
Een Israelisch vliegtuig volgepropt met radioactieve stoffen valt te pletter op een vreedzame Amsterdamse buurt. De Nederlandse regering en de luchtvaartautoriteiten beslissen dat internationale luchthavens in het geding zijn. Het bewaren van dit geheim wordt boven de gezondheid van omwonenden en hulpverleners gesteld. Er volgt dus geen alarm en geen evacuatie op brede schaal. Tegelijkertijd worden mannen in speciale kledij op de plek van de ramp gebracht om in het geheim zoveel mogelijk radioactief materiaal weg te halen.
Die beruchte mannen met witte pakken - in de volksmond ‘marsmannetjes’ genoemd - zijn nog geen twee uur na de crash, lopend over de smeulende puinhopen, door tal van getuigen gezien. En dit terwijl brandweerlieden nog niet in de buurt van het toestel mochten komen. Maar officieel hebben ze niet bestaan, wat doorgaans het kenmerk is van marsmannetjes. Trouw-journalist Vincent Dekker, die hierover in zijn krant heeft bericht en het verontrustende boek Going down, going down heeft geschreven, krijgt van een zegsman van de Rijksluchtvaartdienst als reactie dat hij 'binnenkort misschien wel zelf in een witte jas wordt weggedragen’.
Dat van die mooie complottheorie niets waar is, wil ik best geloven. Ik woon liever in een netjes overgereguleerd land dan in een bananenmonarchie met op iedere straathoek een CIA- of Mossad-agent. Maar dan moeten de machthebbers mij af en toe wel wat geruststellen. Als men een halt wil toeroepen aan het verrottingsproces dat de geesten in dit land begint aan te tasten, dan zullen zware middelen ingezet moeten worden. Bijvoorbeeld, een parlementaire enquˆte en een breed onderzoek naar de gezondheid van al diegenen die op de plek van de ramp zijn geweest. Noblesse oblige, de koningin mag wat mij betreft voorrang krijgen.