Rancune

Gerrit Komrij vond in 2010 het populisme bij partijen als de VVD het meest fatale verschijnsel van na de Tweede Wereldoorlog. De vraag is of de VVD bij de komende verkiezingen vasthoudt aan haar rancuneuze toon.

Nu ook de pvv en de vvd als laatsten hun verkiezingsprogramma’s hebben gepresenteerd, is de verleiding te groot. Daar komt-ie, een compilatie van alle leuzen waarmee de tien in de Tweede Kamer vertegenwoordigde politieke partijen hun programma’s hebben getooid om de kiezer te verleiden: ‘En nu vooruit, iedereen. Voor de verandering niet doorschuiven maar aanpakken. Daad bij het woord, hou vast aan je idealen: nieuw vertrouwen in groene kansen voor Nederland. Hún Brússel, óns Nederland, sterker socialer.’

Niet dat de aandacht in de laatste werkweek van de huidige Tweede Kamer vóór de verkiezingen van 12 september uitging naar de inhoud van die twee verkiezingsprogramma’s. Daarvoor was de actie van de pvv-Kamerleden Wim Kortenoeven en Marcia Hernandez té mediageniek. Hun inmiddels voormalig partijleider Geert Wilders moet er diep in zijn hart bewondering voor hebben gehad. Dat hebben ze dan toch maar van hem geleerd: hoe ze de show van een ander kunnen stelen. Alleen was Wilders daar in dit geval zelf het slachtoffer van.

Inmiddels heeft ook Jhim van Bemmel de pvv verlaten zonder het Kamerlidmaatschap op te zeggen. Van Bemmel stapte vrijdag op toen hij begreep niet op Wilders’ nieuwe kandidatenlijst voor te komen. Na het eerdere vertrek dit voorjaar van Hero Brinkman, die eveneens in het parlement voor zichzelf begon, heeft Wilders inmiddels nog maar 20 van de oorspronkelijke 24 Kamerzetels over. Precies het aantal dat opiniepeiler Maurice de Hond hem afgelopen weekeinde voorspelde. ‘De sirenezang van de opiniepeilingen’ van De Hond is volgens Kortenoeven voor Wilders belangrijker dan zijn idealen. Die indruk had de buitenwereld al, maar nu wordt het ook door een insider gezegd.

Wat intrigeert aan de drie recent opgestapte pvv’ers is hun ongezouten kritiek op Wilders. Ze beschuldigden hem van lege prietpraat en noemden hem een politieke klaploper, maar ze hadden recent wél opnieuw gesolliciteerd naar een plek op de pvv-kandidatenlijst. Hun kritiek is evenwel niet van de laatste maanden. Bleven ze zo lang zitten omdat ze de gevangene waren van status, inkomen, hoop op verbetering, hun idealen – hoe abject menige andere Nederlander die ook vindt – en de wetenschap dat ze in de buitenwereld door hun pvv-verleden niet zo makkelijk meer aan een baan kunnen komen? Of is hun kritiek toch, of óók, rancune?

Dat Wilders zijn vizier deze keer niet zozeer zou richten op de islam maar op Europa was genoegzaam bekend. Het proza in het verkiezingsprogramma is wel nog opruiender, simplistischer dan wel populistischer dan de vorige keer. De pvv heeft het over holle bolle EU en Brusselse slavernij en apparatsjiks. Dat ontwikkelingssamenwerking de partij gestolen kan worden blijkt uit woorden als ‘het subsidie-infuus van sinterklaas Ben Knapen’.

Maar abject is vooral dat ook deze keer in één adem een link wordt gelegd tussen de islam en criminaliteit. Met behulp van ‘schokkende plaatjes’ van Nederland laat de pvv de toename van het aantal allochtonen zien en concludeert daaruit: ‘In de praktijk betekent dit steeds meer islam, steeds meer hoofddoekjes, steeds meer criminaliteit, verpaupering, uitkeringsafhankelijkheid en middeleeuwse opvattingen.’

‘Ik ben een definitie schuldig’, schreef Gerrit Komrij in zijn boek Morgen heten we allemaal Ali (2010). Hij doelde op een definitie van populisme, dat volgens hem verward werd met democratie. ‘Populisme komt neer op het opvrijen van de massa om er beter van te worden… Populisme is wat ik het meest haat van al.’ Wat Komrij vooral zorgen baarde, was dat de gemakzucht van het populisme ‘de liberale klasse – vanouds de maatschappelijke buffer en reddingsboei – heeft aangetast… Het populisme bij partijen als de vvd is verreweg het meest fatale verschijnsel van na de Tweede Wereldoorlog’.

Is de vvd in haar verkiezingsprogramma de massa aan het ‘opvrijen’ als ze drie miljard wil bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, twee derde van het totale bedrag, omdat hulp geen overheidstaak zou zijn? Als ze de ambtenaren op de nullijn wil zetten omdat dat volgens lijsttrekker Mark Rutte een ‘betere’ overheid oplevert? Als ze de werkloosheidsuitkeringen wil verkorten, omdat dit de beste prikkel is om uitkeringsgerechtigden weer aan het werk te krijgen? Als ze in Brussel desnoods een opt-out wil aanvragen voor Nederland als de leeftijd voor huwelijksimmigratie niet EU-breed naar 24 jaar gaat? Als ze het belasten van de vergoeding voor het woonwerkverkeer wil terugdraaien?

De maatregelen passen in de vvd-ideologie van een kleine overheid die niet meer uitgeeft dan er geld binnenkomt, een ideologie van burgers die verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor goede doelen in Nederland en daarbuiten, waarbij werk hét middel is om niet op kosten van de gemeenschap te hoeven leven en de overheid die burger dus niet mag belasten als hij voor dat werk moet reizen.

Veel hiervan stond al in het vorige vvd-verkiezingsprogramma. Waarom Komrij de vvd van populisme beschuldigde? Vanwege de toon die vvd’ers toen aansloegen. Die was aangepast aan de grootste concurrent van de liberalen, gedoogpartner pvv, of ze het nou hadden over kunstenaars, milieukundigen of de Grieken.

Wat Komrij gevaarlijk vond aan het populisme is de rancune die daarin verscholen zit, rancune die als de massa haar de vrije loop laat tot verschrikkingen kan leiden. De afgelopen jaren leek die rancune bewust te worden aangeboord. Die toon lijkt nu echter verlaten. Door het grootste deel van het cda met overtuiging, bij de vvd moet dat nog blijken. Half augustus, als de verkiezingscampagnes losbarsten, zal duidelijker worden of de liberalen weer de voorkeur geven aan ‘selectief populisme’, zoals Komrij dat noemde. Of de vvd teruggaat naar ‘een beetje toegeven aan wat men denkt’. Daar had Komrij niks op tegen, dat hoort bij democratie.