De centrale personages in het verhaal van Rap Opera staan dicht bij de rappers zelf: vijf jongeren van net boven of net onder de twintig, die over hun eigen leven vertellen. De kostuums van die vijf toneelpersonages zullen niet veel verschillen van de kleding die de acteurs dagelijks dragen - stijlvast als rappers nou eenmaal zijn. Baggy pants, waar tegenwoordig de onderbroek bovenuit komt piepen, veel te lange t-shirts, en op hun hoofd ieder een hoogstpersoonlijke smurfenmuts. Het is een internationale stijl die door iedereen kan worden overgenomen en die vraagt om een sterke, originele invulling die uitstijgt boven de bekende cliches.
Als je in het programmaboekje bij Rap Opera de vertaalde songteksten leest van Gotas de Rap, dan ‘hoor’ je meteen de eigen stem van de rappers. In de voorstelling raakt die eigen stem op de achtergrond. De Spaanse rapteksten zijn voor een Nederlands publiek niet te verstaan, en in de samenvattingen van de scenes die boven het toneel worden geprojecteerd, verdwijnt de rauwe poezie uit de woorden. Bovendien raken de rappers in de vastgelegde vorm van de theatervoorstelling hun vrijheid op het podium kwijt. Ze communiceren niet meer direct met het publiek, hun optreden staat ten dienste van het verhaal en daar worden ze een beetje braaf van. Op dit punt zwakken de twee genres elkaar af.
Maar op een ander vlak versterken de twee genres elkaar juist. Elementen die specifiek bij rap en hiphop horen, zijn in Rap Opera heel mooi ingezet om het verhaal te vertellen. Dat verhaal speelt zich voor een groot deel af in het overgangsgebied tussen dood en leven. Rapper Andres wordt doodgeschoten en omdat zijn vrienden op hun eigen manier afscheid van hem willen nemen, graven ze zijn lichaam op en nemen het mee op een nachtelijke wandeling. De Dood reist met hen mee. De muziek brengt de levenden en de dode heel dicht bij elkaar. Samen bouwen ze een feestje, maar als de levenden dansen, ligt Andres onbeweeglijk stil, en als Andres danst (samen met de Dood) verstillen zijn vrienden.
In deze overgangen is gebruik gemaakt van de echte hiphop-dansvormen als de ‘robot’ en de ‘electric boogie’, waarbij het lichaam in staccato beweegt. Het dansen en rappen krijgt binnen dit verhaal de betekenis van het vechten tegen de (angst voor de) dood. En Andres slaagt erin om de stijve hark die de Dood aanvankelijk is, warm te maken voor de rap. Net zoals de andere tegenstanders van de rappers na de ontmoeting met deze ‘artiesten’ toch stiekem proberen of zij niet ook kunnen rappen.
Al is deze ‘rap-opera’ niet voortdurend even sterk, er schuilt een enorme ontroering in de voortdurende overschrijding van de grens tussen het gebied van de levenden en dat van de doden. Het is een groots thema voor zo'n bescheiden voorstelling, die daarom misschien wel de geuzennaam ‘rap-opera’ verdient.