Interview: Andrew Makkinga

«Rappers hebben meer autoriteit dan politici»

In zeer korte tijd heeft Andrew Makkinga (22) een eigen territorium afgebakend op zowel de radio als de televisie. Hij presenteert talloze programma’s, waarin alles om de rap draait. Maar het gaat hem niet alleen om de muziek.

Zijn Nederlandse stiefvader werkt voor de Internationale Arbeids organisatie van de Verenigde Na ties. Zijn biologische vader is politicus in Oeganda. De politieke en sociale achtergrond van deze twee vaders heeft sporen achtergelaten bij de 22-jarige Andrew Makkinga. Hij werd bekend door het televisieprogramma Het Lagerhuis en werkt intussen voor DeBattle en de hiphopshow 3voor12XL op de radio.

Een jonge zelfbewuste migrant op een voetstuk? «Mij fascineert alles wat te maken heeft met de breuklijn van het liberale en het sociale», zegt Andrew Makkinga terwijl hij nonchalant over de Dam loopt. «In hoeverre is het ikke ikke ikke en de rest kan stikken? In hoeverre vinden we dat we allemaal verantwoordelijk zijn voor de minderbedeelden op aarde? Altijd discussie, omdat mensen in een soort tweestrijd komen. Ikzelf ook.»

«Drew» treft de laatste voorbereidingen voor zijn reis naar zijn geboorteland Oeganda. Met een filmploeg van Netwerk in zijn kielzog om Andrews zoektocht naar zijn roots vast te leggen. Andrew verheugt zich erop. Zo maakt het publiek kennis met zijn oma en andere familieleden. En met zijn echte vader: «Mijn biologische vader in Oeganda is een doorgewinterde politicus. Ik weet niet of ik het in mijn genen heb om de politiek aan te kunnen. Hij zit al veertig jaar in het vak. Hij zat lange tijd in de oppositie en is net overgestapt naar de partij van de president. Een Hirsi Ali-achtige move die ik ook niet helemaal begrijp. Maar je moet de politieke realiteit van hier niet op een derdewereldland projecteren. Daar is het the survival of the fittest. Het is een land waar militairen erg machtig zijn. Oeganda is een andere wereld.»

Samen met zijn moeder en stiefvader en zijn jongere zusje heeft Andrew een nomadenbestaan geleid. Hij werd geboren in Kampala. Het werk van zijn stiefvader, de Twentse ontwikkelingswerker Rob Makkinga, voerde hem vervolgens van Oeganda naar Nepal, naar Soedan en weer terug naar Oeganda. Uiteindelijk belandde het gezin in 1991 in Groningen. Makkinga: «Het gevoel dat je eraan overhoudt, is dat je leven uit puzzelstukjes bestaat die je zelf in elkaar moet passen. Maar ik zie het als een pre: ik neem het beste over van twee werelden. Al is er ook een keerzijde: je zult je nooit ergens echt thuis voelen.»

Wat hoop je nu in Oeganda te vinden?

Andrew Makkinga: «Iedereen vraagt naar die bekende weg. Het mooie ronde verhaal. Nu breekt hét moment aan: you are going back to your roots en wij willen er bij zijn. Zo werkt dat natuurlijk niet. Toen ik acht was, hebben we er een half jaar gewoond. In 1993 en 1995 ben ik er nog kort geweest. Hoe vaker ik er naartoe ga, hoe meer ik besef dat ik daar familie heb en ook een rijke geschiedenis. Maar op dit moment is het gevoel vooral: even weg van mijn drukke schema, terug naar de werkelijkheid, naar eenvoud. Wat mij betreft wordt het geen tranentrekkerige reis. Ik vind het mooi om te laten zien waar ik vandaan kom en om mijn familie weer te zien. Al wil je wel bepaalde verhalen horen en vinden over je verleden.»

Op zijn zeventiende meldde Andrew zich als vaste debater bij Het Lagerhuis, op advies van zijn lerares geschiedenis op de havo: «Ik was hier volgens haar geknipt voor; ik had een grote mond en wist alles beter.»

Het waren hoogtijdagen bij ‹Het Lagerhuis›.

«Zeker. De moord op Pim Fortuyn, op Theo van Gogh, Amerika. Ik zat echt in de slip stream. Maar het is uiteindelijk een spelletje. Het is niet zo dat ik er constant mee bezig was, anders is de lol er snel van af.»

Niet vermoeiend om iedere week steeds dezelfde mensen te overtuigen?

«Dat concept van elkaar leren overtuigen, vind ik fascinerend. Echt vermoeiend vond ik het niet. Met mijn vrienden heb ik op vrijdagavond gesprekken over politiek. Dan is er niets leukers om, na die borrel of joint, op zaterdag wakker te worden en de trein te pakken naar Het Lagerhuis. Je hoofd zit nog vol met de gesprekken van de avond ervoor. De ene week levert dat iets schitterends op, de andere week valt het mee. Maar de meningen zijn niet nep, ze zijn oprecht. Ja, soms voelde ik grote irritatie. Ik had het vaak aan de stok met meneer Stikvoort, een ex-trambestuurder uit Amsterdam. Hij zei zúlke domme dingen. Woedend werd ik op die man. Maar daarna gingen we weer een biertje drinken. Ik ben niet zo gemakkelijk op de kast te jagen. Er was een periode na de moord op Van Gogh dat het land echt de draad kwijt was en mensen op een gegeven moment persoonlijk werden tijdens de discussies, op de man speelden, bijvoorbeeld op Marokkaanse panelleden. Dat kon ik niet hebben.»

Moet je dan wel de provocatie opzoeken?

«Welk alternatief is er? Als je niet debatteert, ben je overgeleverd aan de staatspropaganda. Ik vond meneer Stikvoort een van de toffere mensen. Hij is tenminste écht, zegt precies wat hij denkt en dát moet ik horen. Ik vind dat hij er nare gedachten op nahoudt, maar ik weet wat ik van hem kan verwachten. Bij het debatteren gaat het om de balans: je kunt meer doen dan alleen brieven en artikelen schrijven voor een gerenommeerde krant. Ik zie meer in debatteren en spreken met elkaar dan alleen maar leunen op media of nieuws zonder elkaar recht in het gezicht te kijken. De essentie van het debat is namelijk het sociale element: roep maar wat domme dingen, dan kan ik je ervan overtuigen dat ze dom zijn.»

Makkinga is de man bij uitstek in de vaderlandse urban- en hiphopcultuur. Hij heeft zich ingezet voor Funx, een urban station voor Randstad-jongeren. Hij presenteert dagelijks bij 3FM de hiphopshow 3voor12XL. Maar het gaat hem niet alleen om de muziek. Daar waar het kan maakt Makkinga de vertaalslag van muziek naar maatschappij en terug. In het wekelijkse radioprogramma Big Up Radio van de NPS bespreekt hij de hele wereld, zowel muzikaal als politiek. Hetzelfde doet hij in het televisieprogramma DeBattle, een variant op Het Lagerhuis waarbij de debaters ritmisch gevoel moeten hebben. In DeBattle, ook van de NPS, rappen jongeren aan de hand van stellingen over het laatste nieuws. Op een vette beat moeten ze hun mening aan het publiek proberen te slijten. Andrew nam er de rol van Paul Witteman op zich. Hij heeft zo in korte tijd een eigen territorium afgebakend op zowel de radio als de televisie.

Andrew Makkinga: «Het is niet zo dat ik aan Het Lagerhuis begon en dacht: ik ga even een televisiecarrière opbouwen. Als je dat doet, word je in no time uit Het Lagerhuis gekickt. Dan mis je namelijk een deel van dat spontane, dat naïeve, dat echte. Voor mij begon het als een leuke kans en dat is uitgegroeid tot veel meer. Een misverstand is dat jongeren niet in het nieuws geïnteresseerd zijn. Dat zijn ze wel, maar ze hebben hun eigen media. Hun nieuwsgaring is anders dan die van de oudere generatie. Hun bronnen zijn internet en on line community’s. Ze downloaden filmpjes op mobieltjes. De BBC heeft een site opgezet die volledig is gebaseerd op zwarte en hindoestaanse muziek. Jongeren vinden daar hun plek en komen daar aan het nieuws.

Jongeren zetten de radio niet aan maar zitten op internet. Via muziek. Ali B. integreert sneller dan welke allochtoon in de politiek of het bedrijfsleven ook, want die zie je niet, die hoor je niet in de media. Dat zag je ook met de grondwet: al die jongens werden opgetrommeld om mee te praten.»

Rappers beïnvloeden jongeren inhoudelijk of alleen qua lifestyle?

«Je kunt vraagtekens zetten bij hoe inhoudelijk rappers zijn. Ze zingen liedjes voor een bedrijf en maken omzet. Maar ze beïnvloeden wel, ze hebben meer autoriteit dan politici. Het is niet zo dat als Ali B. zegt: ‹We gaan dit doen›, iedereen dat gaat doen. Maar de zaken waar hij over rapt spreken wel aan. Bijvoorbeeld over de discotheek niet in kunnen. Dat is wat die kids willen horen.

In Nederland hebben we een discussie over normen en waarden. Maar ik heb het gevoel dat daarover in de Derde Wereld meer gerapt wordt. Daar rappen ze: ‹Ga niet vreemd›. Op Jamaica gaan liedjes erover dat iedereen focust op het toerisme en daarmee het platteland en de veeteelt vergeet. Die laten ze zien bij de Fox Kids van Jamaica. Schitterend! The Score van de Fugees: geweldig. Songwriters als Bob Dylan en Bob Marley leerde ik meer via mijn vader kennen. Ik luister naar reggae, soul en hiphop. Als er armoede om je heen is, rap je over armoede. KRS One uit de Bronx heeft het over jezelf empoweren. Daar zocht ik naar, die boodschap sprak me erg aan.»

Je zoekt niet naar meer?

Andrew Makkinga: «Ja. Ik zoek ook naar de fantasie van de zanger. Muziek is voor mij apolitiek. Je kunt ervan maken wat je wilt. Artiesten blijven artiesten. Het is een stap te ver om ze het label ‹politiek geëngageerd› te geven. Het is voor jezelf om dat te interpreteren. Bij 50 Cent denk je dat alle rap over billen en neuken gaat. Als je verder zoekt – wat ik doe – vind je mensen die een andere invalshoek hebben. Maar ik blijf erbij dat een artiest iedere dag een andere stemming heeft, een andere sfeer, en dat die niet bezig is om zoals een politicus dag in, dag uit dezelfde boodschap te verkondigen. Ze maken in eerste instantie muziek om ons te vermaken, niet omdat wij op een bepaalde partij zouden moeten stemmen. Je moet nooit vergeten dat een nummer een nummer is.

Overigens, in het echt vallen ze ook wel eens tegen: dan blijkt het soms een stel drugs gebruikende kapitalistische gasten. De Fugees: achteraf drie bij elkaar geraapte egoïsten; Lauryn Hill: inmiddels knettergek aan het worden. Daarom vind ik het moeilijk het aan elkaar te koppelen. Ook om mezelf te beschermen.»

Naïef ben je dus niet.

«Naïef? Eerder paranoïde! Conspiracy theories – was de moord op Fortuyn alleen Volkert van der G. of toch meer?»

Komt het ook door een complot dat Afrika maar niet van de schulden afkomt?

Andrew Makkinga: «Soms denk je bijna van wel. Na die tsunami bijvoorbeeld: tenenkrommend hoe mensen daar ineens geld voor over hadden. Bij Live8 heb ik ook mijn bedenkingen. De essentie van Live8 is al niet bereikt: het kwijtschelden van de schulden. Er wordt gezegd van wel, maar dat is verkapte taal. Veel landen worden buiten de kwijtschelding gehouden of moeten zich aan speciale regels houden zoals het toelaten van westerse bedrijven. Live8 is te vrijblijvend en te eenmalig. Het is een mooie slogan, hoor, Make Poverty History. Helemaal mee eens. Maar uiteindelijk draait het om ontwikkelingshulp. Het is natuurlijk raar dat je achter Live8 gaat staan terwijl jouw eigen regering zegt: we gaan snijden in de ontwikkelingshulp. Je kunt je beter concentreren op je eigen omgeving.»

Selectieve verontwaardiging?

«Ja, het draait uiteindelijk om de vraag: gooien we een druppel op de gloeiende plaat of doen we een scheut water? Tot die tijd kun je Live8 doen, kun je Live18 doen, het maakt niet uit. Maar zolang de gedachte blijft leven dat die landen corrupt zijn en het dus ons probleem niet is, blijft het vermaak. Ikzelf stond op Festival Mundial twee dagen lang de millenniumdoelstellingen uit te leggen. Heus niet iedereen kwam daarvoor. Velen kwamen voor Khaled en Krezip.

Uiteindelijk moet je zelf bedenken: wat wil je? Als je mij vraagt: wil je niets of wil je iets waarvan je nog kunt gaan balen? zeg ik: geef me maar iets waar ik van baal.»

Mina Amhil is net afgestudeerd aan de Fontys Hogeschool Journalistiek