Raskolnikov voelt geen schuld

Dostojevski’s klassieker Misdaad en straf confronteert je met je eigen donkere gevoelens. Een meesterwerk dat je kunt blijven herlezen. Begin 2019 verschijnt de nieuwe vertaling van Hans Boland.

František Foltýn, Fjodor M. Dostojevski. Olie op canvas, 124 x 110 cm © Heritage Image Partnership Ltd / Alamy

In een aflevering van Boer zoekt vrouw van een paar jaar geleden vroeg een boerin aan haar kandidaat-partners of ze meer van kroketten of frikadellen hielden. Dat leek haar een goede manier om ze beter te leren kennen. Op een vergelijkbare manier wil ik graag van mensen weten wat hun lievelingsroman van Dostojevski is (ik vraag het zelden, want ik wil, zeker in het beginstadium, niet al te pedant overkomen). Over het algemeen gaat het dan tussen De broers Karamazov en Misdaad en straf. Als iemand De broers Karamazov antwoordt, heb ik in gedachten mijn oordeel al klaar: diegene is blijkbaar heel anders dan ik. Goede vrienden kunnen we onmogelijk worden.

De verschillen maar ook de overeenkomsten tussen beide romans zijn talrijk. Zeer kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat De broers Karamazov meer ‘ideeën’ te bieden heeft, terwijl Misdaad en straf één bepaald levensgevoel tot op de diepste bodem onderzoekt. Verder is De broers Karamazov een whodunit en Misdaad en straf een anti-whodunit: al op pagina 83 weet je wie het gedaan heeft en dan heb je nog vijfhonderd pagina’s te gaan (en toch blijft het spannend). En om nog een laatste verschil te noemen: De broers Karamazov kent zoveel uitweidingen dat je de rode draad eigenlijk voortdurend kwijt bent. Misdaad en straf daarentegen heeft een enorm strakke structuur. Dostojevski heeft in zekere zin de wetten van een kort verhaal toegepast op een roman, zo economisch en suggestief is het boek geschreven.

Misdaad en straf begint zonder enige literaire plichtplegingen: Raskolnikov gaat de straat op om zich voor te bereiden op zijn daad. Op de eerste pagina krijgen we alleen het hoognodige te weten. In slechts een paar zinnen wordt de geestelijke toestand van de hoofdpersoon afgeschilderd: Raskolnikov kent een ‘haast ziekelijke bangigheid’, waarvoor hij zich ook nog eens ‘schaamde’, hij is in een ‘geprikkelde en gespannen stemming’, heeft last van ‘hypochondrie’, is ‘in zichzelf gekeerd en vereenzaamd’ en hij wordt ‘gekweld door armoede’.

Op pagina 2 komen we zijn uiterlijk te weten, op pagina 3 wordt duidelijk dat Raskolnikov niet wil opvallen en op pagina 4 belt hij aan bij de vrouw die hij later in het boek zal vermoorden.

Zou je een roman vergelijken met een schaakwedstrijd tussen een lezer en een schrijver (en ik geloof dat ik iemand dat wel eens heb horen doen), dan zijn deze openingszetten van Dostojevski buitengewoon imponerend. Het openingshoofdstuk van Céline’s Reis naar het einde van de nacht blijf ik weliswaar het allersterkste romanbegin uit de wereldliteratuur vinden, maar de eerste pagina’s van Misdaad en straf kunnen er qua snelheid en overtuigingskracht aan tippen.

Het is ondertussen wel jammer dat de premisse van Misdaad en straf al lang en breed bekend is. Wat moet het geweldig zijn geweest om in 1866, toen de roman uitkwam en er verder nog niks over bekend was, deze beginpagina’s te lezen. Wat een spanning moeten dan zinnen als deze op pagina 4 hebben opgeleverd: ‘Wanneer ik nu al zo bang ben, hoe moet het dan wel zijn als ik werkelijk nog eens tot de daad zou komen?’

Maar goed, dat kan dus niet meer. Gelukkig verliest Dostojevski’s dreigende en suggestieve proza niet aan zeggingskracht doordat je weet wat er zal gebeuren. Bovendien: de spanning begint eigenlijk pas echt ná de moord.

Ten eerste is er uiteraard de vraag of Raskolnikov bestraft zal gaan worden. Hoogtepunt in dit opzicht is de dialoog met de geslepen rechercheur Porfiri. Die heeft een oud artikel van Raskolnikov gevonden, waarin die beweerde dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen geniale en middelmatige mensen. Die eerste, übermenschachtige categorie zou volgens Raskolnikov bloed mogen vergieten als dat nodig is om een ‘hoger’ doel te bereiken. In deze fenomenale krachtmeting met de rechercheur wordt Raskolnikovs verlangen om zichzelf te verraden voortdurend afgewisseld door zijn wens om niet gepakt te worden.

Raskolnikovs ware drijfveren voor zijn dubbelvoudige moord blijven onhelder, ook voor hemzelf

Maar het boek is om nog een andere reden spannend. De vraag is namelijk of Raskolnikov nu een van die übermenschen is of dat hij maar een gewone, middelmatige Rus is. In dat eerste geval kan Raskolnikov helemaal geen schuldgevoelens hebben: zoals hij aan Porfiri uitlegt, zijn ‘ongewonen’ in staat om zonder gewetensbezwaren middelmatige mensen te doden. Maar de lezer blijft ondertussen – en met reden – geloven dat Raskolnikov ondanks alles in wezen een goed mens is, die in verstandsverbijstering tot deze daad is gekomen.

Toch is ‘verstandsverbijstering’ slechts een term die een mysterie verhult. Een woord waardoor de samenleving denkt dat ze misdadigers begrijpen. Want de vraag waarom Raskolnikov zijn dubbelvoudige moord pleegde, krijgt in de roman weliswaar verschillende antwoorden – maar zijn ware drijfveren blijven uiteindelijk toch onhelder, ook voor hemzelf. Onder meer vanwege dit mysterie is Misdaad en straf een meesterwerk dat je kunt blijven herlezen.

Een roman over schuld is Misdaad en straf eigenlijk niet. De oude katholieke titel Schuld en boete, die sommige mensen mooier vinden, sloeg de plank dan ook mis. Raskolnikov heeft namelijk helemaal geen spijt van zijn daad. Hij heeft alleen spijt dat hij zichzelf heeft aangegeven. In het strafkamp in Siberië schaamt hij zich voor zijn eigen zwakte. Hij komt tot het besef dat hij niet een van de ‘ongewonen’ is. Misschien, denkt hij, had hij die aanleg wel maar hij verprutste het al bij zijn eerste daad.

Gelukkig voor Raskolnikov leert hij Sonja kennen. Zij is zijn redding. Door haar liefde, en vooral door zijn liefde voor haar, wordt zijn lijden beëindigd, waardoor de roman toch nog buitengewoon positief, hoopvol en zelfs ontroerend afloopt.

Niet vanwege dit optimistische einde maar vanwege het donkere levensgevoel dat eraan voorafging, is Misdaad en straf al decennia populair bij melancholische pubers. Dostojevski is dan ook vaak de eerste negentiende-eeuwse Rus die mensen lezen. Het lijkt er soms zelfs wel op of Dostojevski (met uitzondering van De broers Karamazov en misschien De idioot) uitsluitend jonge mensen iets te zeggen heeft. Ik heb me vaak afgevraagd hoe dat kan. Misschien is het wel zo dat alleen jonge mensen nog zin hebben om een blik te werpen op de duistere en onaangename kant van hun innerlijk. Want Raskolnikov en consorten confronteren je onherroepelijk met je eigen donkere en onbehaaglijke gevoelens. Het zou kunnen dat veel oudere lezers daar geen zin meer in hebben (als ze überhaupt niet al de overstap naar non-fictie hebben gemaakt). >

Nabokov was Dostojevski volgens eigen zeggen zelfs al op zijn negentiende ontgroeid. Hij vond Dostojevski een middelmatig schrijver, die door zijn gebrek aan humor ‘soms gevaarlijk dicht in de buurt van langdradige en vulgaire onzin’ kwam. Nabokov maakte zelfs, om aan te tonen dat hij alleen maar over gekken kon schrijven, een overzicht van de verschillende geestesziekten waar Dostojevski’s personages aan lijden. ‘Onder de voornaamste romanpersonages bevinden zich veel psychopaten.’ Hij schaarde Raskolnikov daar ook onder.

Nabokovs visie op Dostojevski werd onder meer gedeeld door Karel van het Reve. Die richtte de inmiddels beruchte anti-Dostojevski-club op, waarvan verder onder meer Gontsjarov en Toergenjev lid waren. Volgens Van het Reve schreef Dostojevski ‘keukenmeidenromans’. Ergens anders schreef hij: ‘In De gebroeders Karamazov heb ik niemand aangetroffen met wie ik ook maar een minuut in één vertrek zou willen vertoeven.’

Van het Reve’s mening over Dostojevski heeft in Nederland nogal wat invloed gehad. Ikzelf heb me door mijn bewondering voor Van het Reve en Nabokov ook jarenlang laten betoveren door het idee om samen met Toergenjev, Gontsjarov en hen in een club te zitten. Maar – en ik besef dat dit enigszins absurd overkomt – ik wist tegelijkertijd nooit zo zeker of ik daar wel bij paste. Romans als De dubbelganger, Misdaad en straf en Aantekeningen uit het ondergrondse vind ik namelijk zo ontzettend goed dat ik helemaal niet in staat zou zijn om net zo hautain over Dostojevski te doen als Van het Reve en Nabokov.

Ik moet wel zeggen dat ik die hysterische personages vaak ook nogal vermoeiend vind – maar die ontbreken in Misdaad en straf. Of beter gezegd: de hysterie is in deze roman compleet begrijpelijk en invoelbaar. En het is waar dat Dostojevski (uit financiële noodzaak) ‘te haastig’ schreef, waardoor zijn proza niet zo verfijnd is als dat van bijvoorbeeld Toergenjev. Maar ook van dat euvel heb ik bij Misdaad en straf veel minder last dan bij Boze geesten of De broers Karamazov. Dat komt vermoedelijk door de strakke structuur, de spanning en de dwingende verteltoon, waardoor je door wil lezen – net zolang tot je het boek uit hebt.

Op 27 februari verschijnt in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot een nieuwe vertaling van Misdaad en straf, gemaakt door Hans Boland, die twee jaar geleden furore maakte met zijn nieuwe vertaling van Tolstojs Anna Karenina. Ik mocht vast een paar pagina’s lezen en was onder de indruk. Omdat ik net de oude vertaling van Jan Meijer had herlezen, kan ik met recht zeggen dat het verschil verbluffend is. De pagina’s die ik onder ogen kreeg, lezen net zo soepel als Bolands Anna Karenina, terwijl het proza van deze twee schrijvers tegelijkertijd totaal anders blijft. We hebben kortom iets om ons op te verheugen in het nieuwe jaar.