De opmars van het hindoenationalisme

Rassentrots op het hoogste niveau

Met een complex registratiestelsel degradeert de regering van Narendra Modi de islamitische inwoners van India tot rechteloze burgers. De hindoebevolking wordt beloond voor lynchpartijen. Stateloosheid dreigt.

Een demonstratie voor vrijheid in Srinagar, Kasjmir, 26 september 2019 © Tauseef Mustafa / AFP / ANP

Er is een tijd geweest dat afwijkende meningen het beste exportproduct van India waren. Maar nu, juist op het moment dat protesten in het Westen aanzwellen, zijn onze grote antikapitalistische en anti-imperialistische bewegingen voor sociale en ecologische rechtvaardigheid – de marsen tegen grote dammen, tegen de privatisering en plundering van onze rivieren en bossen, tegen massale ontheemding en de vervreemding van de landen van herkomst van inheemse volkeren – grotendeels stilgevallen. Op 17 september vorig jaar gaf premier Narendra Modi zichzelf het tot de rand gevulde reservoir van de Sardar Sarovar Dam in de Narmada-rivier cadeau voor zijn 69ste verjaardag, terwijl duizenden dorpelingen die ruim dertig jaar tegen die dam hadden gestreden hun huizen onder het wassende water zagen verdwijnen. Het was een moment van grote symboliek.

In India besluipt ons tegenwoordig een duistere wereld op klaarlichte dag. Het wordt zelfs steeds moeilijker om de schaal van de crisis – haar omvang en veranderende gedaante, haar diepte en diversiteit – aan onszelf uit te leggen. Op dit moment zuchten zeven miljoen mensen in de Kasjmir-vallei, van wie een groot deel geen inwoners van India willen zijn en tientallen jaren hebben gevochten voor hun recht op zelfbeschikking, onder een digitaal beleg en de zwaarste militaire bezetting ter wereld. Tegelijkertijd zijn twee miljoen mensen in de oostelijke deelstaat Assam, die ernaar verlangen om deel uit te maken van India, erachter gekomen dat hun namen ontbreken in het National Register of Citizens(nrc) waardoor ze het risico lopen stateloos te worden verklaard. De Indiase regering heeft aangekondigd dit register naar de rest van India te willen uitbreiden. Er komt wetgeving aan. Dit zou kunnen leiden tot stateloosheid op ongekende schaal.

De rijken in de westerse landen treffen hun eigen voorzorgsmaatregelen voor de komende klimaatramp. Ze bouwen bunkers en leggen voorraden voedsel en schoon drinkwater aan. In arme landen – en India is tot zijn schaamte, ondanks het feit dat het de vijfde economie ter wereld is, nog steeds een arm en hongerig land – worden andere soorten voorzorgsmaatregelen getroffen. De annexatie door de Indiase regering van Kasjmir op 5 augustus 2019 is mede ingegeven door de behoefte van de Indiase overheid om de toegang tot de rivieren die door de deelstaat Jammu en Kasjmir lopen veilig te stellen. En het nrc, dat een systeem van getrapt burgerschap zal creëren waarin sommige burgers meer rechten hebben dan andere, is ook een voorbereiding op een tijd dat hulpbronnen schaars zullen worden. Burgerschap, zo heeft Hannah Arendt ooit gezegd, is het recht om rechten te hebben.

De ontmanteling van het idee van vrijheid, broederschap en gelijkheid zal het eerste slachtoffer van de klimaatcrisis zijn, en is dat feitelijk al. Ik zal proberen uit te leggen hoe dit in zijn werk gaat. En hoe in India het moderne managementsysteem dat is ontstaan om juist deze moderne crisis aan te pakken zijn wortels heeft in een weerzinwekkende, gevaarlijke draad uit onze geschiedenis.

Het geweld van de insluiting en het geweld van de uitsluiting zijn voorlopers van een stuiptrekking die de fundamenten van India zou kunnen veranderen, evenals de plaats van het land in de wereld. De grondwet noemt India een seculiere socialistische republiek. Wij gebruiken het woord ‘seculier’ in een iets andere betekenis dan de rest van de wereld – voor ons is het een codewoord voor een samenleving waarin alle religies in de ogen van de wet gelijke rechten hebben. In de praktijk is India noch seculier noch socialistisch geweest. In feite heeft het land altijd gefunctioneerd als een hindoestaat van de bovenste kaste. Maar het beeld van het secularisme, hoe hypocriet het ook mag zijn, is het enige stukje samenhang dat India überhaupt mogelijk maakt. Die hypocrisie was het beste wat we hadden. Als die wegvalt, zal India eindigen.

In zijn overwinningstoespraak van mei 2019, nadat zijn partij een tweede termijn voor hem als premier had veiliggesteld, schepte Modi op dat geen enkele politicus van welke politieke partij dan ook het had aangedurfd om het woord ‘secularisme’ in de campagne te gebruiken. De tank van het secularisme, aldus Modi, was nu leeg. Dus het is officieel. India is aan het leeglopen. En we komen er nu te laat achter dat we de hypocrisie hadden moeten koesteren. Want daarmee gepaard gaat ten minste een overblijfsel, of een schijn, van herinnerd fatsoen.

India is niet echt een land. Het is een continent. Complexer en diverser, met meer talen – 780 bij de laatste telling, exclusief dialecten – meer nationaliteiten en subnationaliteiten, meer inheemse stammen en religies dan heel Europa. Stel je eens voor dat deze grote oceaan, dit fragiele, onvoorspelbare, sociale ecosysteem plotseling wordt gecommandeerd door een hindoenationalistische organisatie die gelooft in een doctrine van één natie, één taal, één religie, één grondwet.

Ik heb het hier over de rss, de Rashtriya Swayamsevak Sangh, opgericht in 1925, het moederschip van de regerende Bharatiya Janata Party, de bjp. De oprichters werden zeer beïnvloed door het Duitse en Italiaanse fascisme. Zij vergeleken de Indiase moslims met de Duitse joden en meenden dat er geen plaats voor hen was in het hindoeïstische India. Vandaag de dag distantieert de rss zich in kameleontische bewoordingen van dit gezichtspunt. Maar de onderliggende ideologie, waarin de moslims worden voorgesteld als permanente, bedrieglijke ‘buitenstaanders’, is een constant refrein in de openbare toespraken van politici van de bjp, en vindt weerklank in de ijzingwekkende slogans van plunderende menigten. Bijvoorbeeld: ‘Er is maar één plek voor moslims: het graf, of Pakistan.’

Afgelopen oktober heeft Mohan Bhagwat, de opperste leider van de rss, gezegd dat India een Hindu Rashtra is, een hindoeïstische natie. ‘Daar kan niet over onderhandeld worden.’ Die gedachte verandert alles wat mooi is aan India in iets wrangs.

Als de rss wat zij vandaag de dag aan het bekokstoven is presenteert als een historische revolutie, waarin de hindoes eindelijk eeuwen van onderdrukking door de vroegere islamitische heersers van India van zich afschudden, maakt dat deel uit van een fake history-project. De waarheid is dat miljoenen Indiase moslims de afstammelingen zijn van mensen die zich tot de islam hebben bekeerd om te ontsnappen aan de wrede praktijk van het hindoeïstische kastenstelsel.

Als nazi-Duitsland een land was dat probeerde zijn verbeelding op te leggen aan een continent (en daarbuiten), is de drang van een door de rss geregeerd India in een bepaald opzicht het tegenovergestelde. Hier is sprake van een continent dat probeert zichzelf terug te brengen tot het formaat van een land. Of niet eens dat van een land, maar van een provincie. Een primitieve, etno-religieuze provincie. Dit blijkt een onvoorstelbaar gewelddadig proces te zijn, een soort politieke kernsplijting in slow motion, die een vorm van radioactiviteit veroorzaakt die alles eromheen is gaan besmetten. Dat het proces zal uitlopen op zelfdestructie lijdt geen twijfel. De vraag is wat en wie er nog meer door zullen worden meegesleurd.

Geen van de wit-nationalistische neonazi-groeperingen die vandaag de dag in de hele wereld in opkomst zijn kan tippen aan de infrastructuur en menskracht waarover de rss beschikt. De beweging zegt in het hele land 57.000 afdelingen te hebben en een gewapende militie van ruim zeshonderdduizend toegewijde ‘vrijwilligers’. Zij beheert scholen waar miljoenen leerlingen aan studeren en heeft haar eigen medische hulpposten, vakbonden, boerenorganisaties, media en vrouwengroepen. Onlangs heeft zij aangekondigd een trainingsfaciliteit te zullen openen voor degenen die zich willen aanmelden voor het Indiase leger.

Onder haar bhagwa dhwaj, haar saffraankleurige vlag, heeft een hele reeks extreemrechtse organisaties, die tezamen bekendstaan als de Sangh Parivar, de ‘familie’ van de rss, gebloeid en zich vermenigvuldigd. Deze organisaties zijn verantwoordelijk voor de schokkend gewelddadige aanvallen op minderheden waarbij in de loop van de jaren vele duizenden mensen zijn vermoord. Geweld, brandstichting en aanvallen onder valse vlag zijn hun voornaamste strategieën en vormden de kern van de saffraan-campagne.

vrijwilligsters van de hindoe­nationalistische organisatie RSS, Siliguri, 25 mei 2019 © DiptenDu Dutta / AFP / ANP

Premier Narendra Modi is zijn hele leven lid geweest van de rss. Hij is een creatie van de rss. Hoewel hij zelf geen brahmaan is, is hij meer dan wie dan ook verantwoordelijk geweest voor het uitbouwen van de rss tot de sterkste organisatie van India en voor het schrijven van haar meest glorieuze hoofdstuk tot nu toe. Het is ergerlijk om voortdurend het verhaal van Modi’s opkomst te moeten herhalen, maar het officieel gesanctioneerde geheugenverlies daaromtrent maakt dat bijna tot een plicht.

Modi’s politieke carrière kreeg een enorme impuls in oktober 2001, een paar weken na de aanslagen van 11 september in de Verenigde Staten, toen de bjp haar gekozen premier in de deelstaat Gujarat verwijderde en Modi in zijn plaats installeerde. Destijds was hij niet eens een gekozen lid van de wetgevende vergadering van de deelstaat. Vijf maanden later, tijdens zijn eerste termijn als deelstaatpremier, was er een afschuwelijk maar geheimzinnig geval van brandstichting waarbij 59 hindoepelgrims levend werden verbrand in een treinwagon. Als ‘wraak’ ondernamen hindoeïstische bendes een goed geplande plundertocht door de deelstaat. Naar schatting 2500 mensen, bijna allemaal moslims, werden op klaarlichte dag vermoord. Vrouwen werden het slachtoffer van groepsverkrachtingen in de straten van de steden en tienduizenden werden van huis en haard verdreven.

Onmiddellijk na deze pogrom riep Modi op tot nieuwe verkiezingen. Hij won die, niet ondanks, maar dankzij het bloedbad. Hij werd bekend als Hindu Hriday Samrat, de Keizer van het Hindoe Hart, en werd drie opeenvolgende termijnen herkozen als premier van de deelstaat. Tijdens Modi’s campagne in 2014 als kandidaat-premier voor de bjp, waarbij eveneens sprake was van een bloedbad onder moslims, ditmaal in het district Muzaffarnagar in de deelstaat Uttar Pradesh, vroeg een journalist van Reuters hem of hij spijt had van de pogrom uit 2002 die tijdens zijn heerschappij had plaatsgevonden. Hij antwoordde dat hij zelfs de dood van een hond zou betreuren als die per ongeluk onder de wielen van zijn auto belandde. Dit was pure, goed getrainde rss-taal.

Toen Modi werd ingezworen als India’s veertiende premier, werd hij niet alleen toegejuicht door zijn basis van hindoenationalisten, maar ook door India’s grootindustriëlen en zakenmensen, door veel Indiase progressieven en door de internationale media als het toppunt van hoop en vooruitgang, een redder in een saffraankleurig zakengewaad, in wiens persoonlijkheid het oude en het moderne samenvloeiden, het hindoenationalisme en het kapitalisme van de ongeremde vrije markt.

Hoewel Modi zijn beloften is nagekomen op het gebied van het hindoenationalisme, is hij op het front van de vrije markt lelijk in gebreke gebleven. Door een reeks blunders heeft hij de economie van India op zijn knieën gebracht. In 2016, iets meer dan een jaar in zijn eerste termijn, verscheen hij op een avond op de televisie om aan te kondigen dat vanaf dat moment alle biljetten van vijfhonderd en duizend roepies, ruim tachtig procent van de bankbiljetten die in omloop waren, uit de roulatie zouden worden gehaald. In de geschiedenis van geen enkel land was ooit iets dergelijks gedaan. Noch de minister van Financiën, noch de belangrijkste economische adviseur leek in vertrouwen te zijn genomen.

Deze ‘demonetisering’, aldus Modi, was een ‘chirurgische ingreep’ tegen corruptie en financiering van terreur. Dit was pure economische kwakzalverij, een huis-, tuin- en keukenmedicijn dat werd opgelegd aan een natie van ruim een miljard mensen. Het bleek verwoestend te zijn. Maar er waren geen rellen, geen betogingen. Mensen stonden gedwee urenlang in de rij voor de banken om van hun oude bankbiljetten af te komen, de enige manier om ze in te lossen. Bijna van de ene dag op de andere verdwenen er banen, kwam de bouw tot stilstand en moesten kleine bedrijfjes de deuren sluiten.

Grotesk: tienduizenden dalits werken als manuele strontvegers en de premier wordt geëerd voor zijn werk op het gebied van sanitaire voorzieningen

Sommigen van ons waren zo dwaas om te geloven dat deze daad van onvoorstelbare hoogmoed het einde van Modi zou betekenen. Maar wat zaten we ernaast. De mensen waren blij. Ze leden pijn, maar waren blij. Het was alsof dit de barensweeën waren die spoedig tot een glorieus, welvarend, hindoeïstisch India zouden leiden.

De meeste economen zijn het erover eens dat de demonetisering, samen met de nieuwe belasting op goederen en diensten die Modi niet lang daarna aankondigde – met de belofte van ‘één natie, één belasting’ – het beleidsequivalent was van het schieten op de banden van een rijdende auto. Velen betogen dat de officiële cijfers die de overheid sindsdien over de economische groei heeft bekendgemaakt, hoe deprimerend ze ook al mogen zijn, neerkomen op experimenten met de waarheid. Zij betogen dat de Indiase economie nu in recessie verkeert en dat de demonetisering de katalysator was. Zelfs de regering geeft toe dat de werkloosheid zich op een 45-jarig hoogtepunt bevindt. In de Global Hunger Index van 2019 staat India op de 102de plaats van de 117 gerangschikte landen.

Maar de demonetisering ging nooit alleen maar over de economie. Het was een loyaliteitstest, een liefdesexamen waar de Grote Leider ons aan heeft onderworpen. Zouden we hem blijven volgen, zouden we altijd van hem blijven houden, wat er ook gebeurde? We slaagden met vlag en wimpel voor deze test. Het moment waarop we als volk de demonetisering aanvaardden, infantiliseerden we onszelf en gaven we ons over aan ordinair autoritarisme.

leden van de RSS marcheren tijdens de 68ste Dag van de Republiek in New Delhi, 26 januari 2017 © Sonu Mehta / Hindustan Times / Getty Images

Wat slecht was voor het land bleek goed te zijn voor debjp.Tussen 2016 en 2017, ook al ging het met de economie bergafwaarts, werd de bjpeen van de rijkste politieke partijen ter wereld. De inkomsten stegen met 81 procent, waardoor de partij bijna vijf keer zo rijk werd als zijn voornaamste rivaal, de Congrespartij, waarvan de inkomsten met veertien procent daalden. Kleinere politieke partijen werden nagenoeg geruïneerd. Dankzij deze oorlogskas wist de bjp de cruciale deelstaatverkiezingen in Uttar Pradesh te winnen en de algemene verkiezingen van 2019 te veranderen in een race tussen een Ferrari en een paar oude fietsen. En omdat verkiezingen steeds meer over geld gaan – en de accumulatie van macht en kapitaal convergent lijken te zijn – zijn de kansen op eerlijke en vrije verkiezingen in de nabije toekomst heel klein.

In de tweede termijn van Modi heeft de rss er nog een schepje bovenop gedaan. Zij is niet langer een schaduwstaat of een parallelle staat, zij is de staat. Dag na dag zien we voorbeelden van haar controle over de media, de politie en de inlichtingendiensten. Zorgwekkend genoeg blijkt de organisatie ook aanzienlijke invloed uit te oefenen op de strijdkrachten. Buitenlandse diplomaten gaan vriendschappelijk om met het leiderschap van de rss. De waarheid is dat de zaken in een stadium zijn beland waarin openlijke controle zelfs niet langer nodig is. Ruim vierhonderd 24-uurs-nieuwszenders en miljoenen WhatsApp-groepen en TikTok-video’s voorzien de bevolking van een infuus van onstuimige hypocrisie.

Op 9 november 2019 deed het Indiase Hooggerechtshof uitspraak in een zaak die door sommigen is betiteld als een van de belangrijkste ter wereld. Op 6 december 1992 reduceerde een hindoeïstische menigte, georganiseerd door de bjp en de Vishwa Hindu Parishad (vhp), de Wereld Hindoe Raad, in de stad Ayodhya een vier eeuwen oude moskee letterlijk tot stof. Zij beweerden dat deze moskee, de Babri Masjid, was gebouwd op de ruïnes van een hindoeïstische tempel die de geboorteplaats van de vorst Rama markeerde. Ruim tweeduizend mensen, voornamelijk moslims, werden gedood in het plaatselijke geweld dat daarop volgde.

In zijn recente uitspraak stelde het hof dat moslims hun exclusieve en voortdurende bezit van de plek niet konden bewijzen. Het overhandigde de plek aan een trust die moest worden samengesteld door de bjp-regering, met de opdracht er een tempel op te bouwen. Er vonden massale arrestaties plaats van mensen die deze uitspraak bekritiseerden. De vhp weigerde eerdere uitspraken in te trekken dat zij haar aandacht ook op andere moskeeën zou richten. Dit kan leiden tot een eindeloze campagne, want iedereen is wel ergens vandaan gekomen en alles is over iets anders heen gebouwd.

Met de invloed van haar enorme rijkdom is de bjp erin geslaagd politieke rivalen in te lijven, uit te kopen of eenvoudigweg te verpletteren. De hardste klap is uitgedeeld aan partijen die hun basis vinden onder de dalits en andere kansarme kasten in de noordelijke deelstaten Uttar Pradesh en Bihar. Een groot deel van hun traditionele kiezers heeft deze partijen – de Bahujan Samaj Party, de Rashtriya Janata Dal en de Samajwadi Party – verlaten en is overgestapt naar de bjp. Ter verwezenlijking van deze prestatie heeft debjp hard gewerkt om de kaste-hiërarchieën bloot te leggen en te exploiteren binnen de dalits en andere kansarme kasten, die hun eigen interne universum van hegemonie en marginalisering hebben. De overvolle schatkist van de bjp en haar diepgaande, sluwe inzichten in het kastensysteem hebben de conventionele rekenkunde van de kastenpolitiek volledig veranderd.

Nu de stemmen van de dalits en de kansarme kasten zijn binnengehaald, maakt de bjp met een beleid van privatisering van onderwijs en publieke sector in rap tempo de winst ongedaan die was geboekt dankzij positieve discriminatie. Degenen die tot de kansarme kasten behoren worden uit hun banen en educatieve instellingen verdrongen. Intussen toont het National Crime Records Bureau een scherpe stijging van de wreedheden tegen de dalits, waaronder lynchpartijen en openbare geselingen.

In september vorig jaar, toen Modi werd geëerd door de Gates Foundation omdat hij ervoor had gezorgd dat de straten in India geen openbaar toilet meer waren, werden twee dalit-kinderen, wier huis bestond uit slechts wat plastic platen, doodgeslagen omdat ze op straat hadden gepoept. Het eren van een premier voor zijn werk op het gebied van de sanitaire voorzieningen terwijl tienduizenden dalits moeten blijven werken als manuele strontvegers die menselijke uitwerpselen op hun hoofd dragen is grotesk.

Wat we nu meemaken, boven op de openlijke aanval op religieuze minderheden, is een verergering van de oorlog tussen de klassen en de kasten.

Teneinde hun politieke winst te consolideren bestaat de voornaamste strategie van de rss en de bjpuit het genereren van langdurige chaos op industriële schaal. Zij hebben hun keuken volgestouwd met pruttelende pannen die als dat nodig is snel aan de kook gebracht kunnen worden.

Op 5 augustus 2019 verbrak de Indiase regering eenzijdig de fundamentele voorwaarden van het zogenoemde Instrument of Accession, waardoor het voormalige prinsdom Jammu en Kasjmir in 1947 deel van India was geworden. Jammu en Kasjmir raakten hun statendom en speciale status kwijt, inclusief het recht op een eigen grondwet en vlag. De ontbinding van de juridische entiteit van de staat betekende tevens de ontbinding van Sectie 35A van de Indiase grondwet, waarin de rechten en privileges van de inwoners van de voormalige staat waren vastgelegd, die hen tot de rentmeesters van hun eigen territorium hadden gemaakt.

Ter voorbereiding op deze stap stuurde de Indiase regering ruim vijftigduizend soldaten naar de deelstaat, als aanvulling van de honderdduizenden die daar al gelegerd waren. In de nacht van 4 augustus waren alle toeristen en pelgrims uit de Kasjmir-vallei geëvacueerd. Tegen middernacht ging het internet op zwart en konden mobiele telefoons geen verbinding meer krijgen. Scholen en markten werden gesloten. Ruim vierduizend mensen werden al spoedig gearresteerd. Daartoe behoorden politici, zakenmensen, juristen, activisten, lokale leiders, studenten en drie voormalige minister-presidenten. De hele politieke klasse van Kasjmir, inclusief degenen die loyaal waren geweest aan India, werd gevangengezet.

De afschaffing van de speciale status van Kasjmir, de belofte van een heel India omvattend National Register of Citizens, de bouw van de tempel voor Rama in Ayodhya – dit zijn de voornaamste pannen die staan te pruttelen in de keuken van de rss en de bjp. Om de verflauwende hartstochten weer te doen ontvlammen hoeven ze alleen maar een schurk uit hun favoriete rijtje te kiezen en de bloedhonden los te laten. Er zijn diverse categorieën schurken: Pakistaanse jihadi’s, terroristen uit Kasjmir, ‘infiltranten’ uit Bangladesh, of willekeurig wie van de bijna twee miljoen Indiase moslims die er altijd van beticht kunnen worden aanhangers van Pakistan of antinationale verraders te zijn. Elk van deze ‘troefkaarten’ houdt de anderen in gijzeling, en vaak worden ze tegen elkaar uitgespeeld. Ze hebben weinig met elkaar te maken en staan vaak vijandig tegenover elkaar omdat hun verlangens, ideologieën en situaties niet alleen met elkaar in tegenspraak zijn, maar ook een existentiële dreiging voor elkaar vormen. Eenvoudigweg omdat het allemaal moslims zijn, moeten ze de gevolgen van elkaars daden ondergaan.

De bjp heeft nu al bij twee nationale verkiezingen laten zien dat zij een ruime meerderheid in het parlement kan verkrijgen zonder de ‘moslimstem’. Als gevolg daarvan zijn Indiase moslims effectief hun stemrecht kwijtgeraakt en zeer kwetsbaar geworden – een gemeenschap zonder politieke vertegenwoordiging en zonder stem. Diverse vormen van onuitgesproken sociale uitsluiting duwen hen omlaag op de maatschappelijke ladder en laten hen, om redenen van fysieke veiligheid, in getto’s belanden.

De Indiase moslims zijn ook hun plek in de mainstream media kwijtgeraakt, de enige moslimstemmen die we in televisieprogramma’s horen zijn de absurde stemmen van de weinigen die doelbewust worden uitgenodigd om de rol te spelen van de primitieve islamistische maulana, om de zaken nog erger te maken dan ze al zijn. Voor het overige is de enige aanvaardbare publieke uiting voor de moslimgemeenschap het voortdurend herhalen en aantonen van haar loyaliteit aan de Indiase vlag. Dus terwijl de Kasjmiri’s, die hardvochtig behandeld worden vanwege hun geschiedenis en – nog belangrijker – hun geografie, nog steeds een reddingsboot hebben, in de vorm van de droom van azadi, vrijheid, moeten de Indiase moslims aan dek blijven om te helpen het kapotte schip te repareren.

(En er is nóg een categorie van ‘antinationale’ schurken: mensenrechtenactivisten, juristen, wetenschappers en ‘stedelijke maoïsten’, die door het slijk gehaald zijn en gevangengezet, die verwikkeld zijn geraakt in rechtszaken, bespioneerd zijn door Israëlische spyware en in diverse gevallen werden vermoord. Maar dat zijn weer heel andere troefkaarten.)

Arrestatie in Kasjmir na protesten tegen de dood van een student, die overleed nadat een wagen van de Indiase politie op hem was ingereden, Srinagar, Kasjmir, 7 januari © Idrees Abbas / Echoes Wire / Barcrodt wire / Getty Images
Modi, doorgaans praatziek op Twitter en genereus met condoleances en verjaardags­groeten, houdt zich elke keer dat er iemand wordt gelyncht muisstil

De lynchpartij van Tabrez Ansari laat zien hoe diep de rotting gaat. Lynchen is een publieke uitvoering van geritualiseerde moord, waarbij een man of een vrouw wordt vermoord om hun gemeenschap eraan te herinneren dat zij kan bestaan bij de gratie van de menigte. En dat de politie, justitie, de regering en alle goede mensen die nog geen vlieg kwaad zouden doen, die naar hun werk gaan en voor hun gezin zorgen, vrienden zijn van de menigte.

Tabrez werd in juni vorig jaar gelyncht. Hij was een wees, grootgebracht door zijn ooms in de deelstaat Jharkhand. Als tiener toog hij naar de stad Pune, waar hij een baan als lasser vond. Toen hij 22 was keerde hij terug naar huis om te trouwen. Al snel na zijn huwelijk met de achttienjarige Shahista werd Tabrez door een menigte te grazen genomen, aan een lantaarnpaal vastgebonden, urenlang geslagen en gedwongen de nieuwe hindoeïstische oorlogskreet te scanderen: ‘Jai shri Ram!’, ‘de overwinning aan de vorst Rama!’ De politie nam Tabrez uiteindelijk in hechtenis, maar stond het zijn radeloze familie en zijn jonge bruid niet toe hem naar het ziekenhuis te brengen. In plaats daarvan beschuldigden ze hem ervan een dief te zijn en brachten hem voor een magistraat, die hem weer in hechtenis liet nemen. Hij overleed vier dagen later.

In zijn jongste rapport, dat in oktober verscheen, heeft het National Crime Records Bureau zorgvuldig de data weggelaten over lynchpartijen. Volgens de Indiase nieuwssite The Quint hebben zich sinds 2015 113 sterfgevallen voorgedaan door toedoen van gewelddadige menigten. Mensen die zich schuldig maakten aan lynchpartijen of werden beticht van haatmisdrijven, waaronder massamoord, zijn beloond met publieke functies en geëerd door ministers uit Modi’s kabinet.

Modi zelf, doorgaans praatziek op Twitter en genereus met condoleances en verjaardagsgroeten, houdt zich elke keer dat er iemand wordt gelyncht muisstil. Misschien is het onredelijk om te verwachten dat een premier elke keer commentaar geeft als een hond onder de wielen van iemands auto komt. Vooral omdat het zo vaak gebeurt. Mohan Bhagwat, de opperste leider van de rss, heeft gezegd dat lynchen een westers concept is dat is overgenomen uit de bijbel en dat de hindoes een dergelijke traditie niet kennen. Hij heeft gezegd dat al het gepraat over een ‘lynchepidemie’ een samenzwering is om India zwart te maken.

We weten wat er in Europa is gebeurd toen een organisatie met een soortgelijke ideologie zich eerst aan een land opdrong en vervolgens Lebensraum zocht. We weten dat dit kon gebeuren omdat de rest van de wereld geen aandacht schonk aan de vroege waarschuwingen van degenen die genoeg hadden gezien en gehoord om te weten wat er komen ging. Wellicht klonken deze waarschuwingen niet evenwichtig en gematigd genoeg voor een mannelijke Angelsaksische wereld, die argwanend stond tegenover elk vertoon van verdriet of emoties.

Opnieuw is Modi erin geslaagd zijn unieke vorm van wreedheid te ontketenen op een schaal die in deze moderne tijden ongekend is. En opnieuw heeft dat hem nog geliefder gemaakt bij zijn loyale aanhang. Toen op 6 augustus vorig jaar de Jammu and Kashmir Reorganisation Bill werd aangenomen in het Indiase parlement, werd er door het hele politieke spectrum heen feest gevierd. Er werden snoepjes uitgedeeld op de kantoren en er werd gedanst op straat. Er werd een verovering, een koloniale annexatie, een nieuwe triomf voor de hindoenatie gevierd. Opnieuw vielen de ogen van de veroveraars op de twee oertrofeeën bij veroveringen: vrouwen en land. Uitspraken van hoge bjp-politici en patriottische popvideo’s met miljoenen hits rechtvaardigden dit onfatsoen. Google Trends liet een enorme stijging zien bij de zoekopdrachten ‘een meisje uit Kasjmir trouwen’ en ‘land in Kasjmir kopen’.

En het bleef niet bij lompe zoekopdrachten via Google. Binnen een paar weken nadat de belegering was begonnen gaf het Forest Advisory Committee het groene licht voor 125 projecten waarbij bosgrond voor andere doeleinden mag worden gebruikt.

In de eerste dagen van de afgrendeling van Kasjmir kwam er weinig nieuws uit de vallei naar buiten. De Indiase media vertelden ons wat de overheid wilde dat we hoorden. De kranten in Kasjmir werden volledig gecensureerd. Er waren pagina’s vol nieuws over scheidingen, de gevolgen van de klimaatverandering, de bescherming van meren en wildreservaten, tips over hoe met diabetes te leven en overheidsadvertenties op de voorpagina’s over de voordelen die de nieuwe, afgewaardeerde wettelijke status van Kasjmir zijn inwoners zou brengen. Tot deze ‘voordelen’ behoort waarschijnlijk de bouw van projecten die het water van de rivieren die door Kasjmir stromen zullen reguleren, evenals de erosie die het gevolg is van ontbossing, de verwoesting van het fragiele ecosysteem van de Himalaya en de plundering van de natuurlijke rijkdom van Kasjmir door Indiase bedrijven.

Echte verslaggeving over de levens van gewone mensen kwam grotendeels van journalisten en fotografen die voor de internationale media werken. De verslaggevers, voornamelijk Kasjmiri’s, die in een informatievacuüm moesten werken, met geen van de middelen waar moderne verslaggevers doorgaans over kunnen beschikken, reisden met grote risico’s voor zichzelf door hun land van herkomst om ons het nieuws te brengen.

En het nieuws ging over nachtelijke plunderingen, over jonge mannen die werden opgepakt en urenlang werden geslagen, waarbij hun kreten op publieke kanalen werden uitgezonden zodat hun buren en families het konden horen, en over soldaten die de huizen van dorpelingen binnenvielen om mest en kerosine door hun voedselvoorraad voor de winter te mengen. Het nieuws ging over tieners die met luchtdrukpistolen waren beschoten en thuis behandeld werden, omdat ze gearresteerd zouden worden als ze naar een ziekenhuis zouden gaan. Het nieuws ging over honderden kinderen die midden in de nacht verdwenen, zodat hun ouders verlamd waren van wanhoop. Het nieuws ging over angst en woede, depressie, verwarring, stalen vastberadenheid en hevig verzet.

Maar de minister van Binnenlandse Zaken, Amit Shah, zei dat de belegering alleen maar in de verbeelding van de mensen bestond. De gouverneur van Jammu en Kasjmir, Satya Pal Malik, zei dat telefoonlijnen niet belangrijk waren voor Kasjmiri’s en alleen door terroristen werden gebruikt. En de legerchef, Bipin Rawat, zei: ‘Het normale leven in Jammu en Kasjmir is niet getroffen. De mensen doen hun noodzakelijke werk (…) Degenen die het gevoel hebben dat het leven beïnvloed is, zijn degenen wier overleving afhankelijk is van terrorisme.’ Het is niet moeilijk te achterhalen wie de regering van India precies als terroristen ziet.

De gruwelen die de Kasjmiri’s de afgelopen maanden hebben moeten doorstaan komen boven op het trauma van een dertigjarig conflict dat al zeventigduizend levens heeft geëist en hun vallei met graven heeft gevuld. Ze hebben het volgehouden hoewel er van alles over hen heen werd gestort – oorlog, martelingen, massaverdwijningen, een leger van ruim een half miljoen soldaten en een lastercampagne waarin een hele bevolking werd afgeschilderd als moordzuchtige fundamentalisten.

De belegering duurt nu al maanden. De leiders van de Kasjmiri’s zitten nog steeds in de gevangenis. De enige voorwaarde waaronder hun vrijlating mogelijk is, is het ondertekenen van een belofte dat ze een jaar lang geen openbare uitspraken zullen doen. De meesten hebben dat geweigerd.

Nu is de avondklok versoepeld, zijn de scholen heropend en zijn sommige telefoonlijnen weer open. Er wordt gezegd dat de toestand weer ‘normaal’ is. In Kasjmir is de normaliteit altijd iets wat moet worden uitgeroepen, een fiat dat wordt uitgegeven door een overheid of het leger. Het heeft weinig te maken met het dagelijks leven van mensen.

Tot nu toe hebben de Kasjmiri’s geweigerd deze nieuwe normaliteit te aanvaarden. De klaslokalen zijn leeg, de straten zijn verlaten en de appeloogst van de vallei rot weg in de boomgaarden. Wat kan er moeilijker zijn voor een ouder of een boer om te verdragen? De dreigende vernietiging van hun hele identiteit, wellicht.

De nieuwe fase van het conflict in Kasjmir is al begonnen. Militanten hebben gewaarschuwd dat alle Indiërs van nu af aan beschouwd zullen worden als legitieme doelwitten. Ruim tien mensen, voornamelijk arme migrantenarbeiders die niet uit Kasjmir afkomstig zijn, zijn al doodgeschoten. (Ja, het zijn bijna altijd de armen die in de vuurlinie terechtkomen.) Het gaat heel lelijk zijn.

Deze recente geschiedenis zal al snel vergeten worden en opnieuw zullen er in televisiestudio’s discussies plaatsvinden die gelijkwaardigheid zullen suggereren tussen de wreedheden van de Indiase veiligheidskrachten en de militanten uit Kasjmir. Als je het over Kasjmir hebt, zullen de Indiase overheid en media onmiddellijk beginnen over Pakistan en doelbewust de wandaden van een vijandige buitenlandse staat verwarren met de democratische aspiraties van gewone mensen die onder een militaire bezetting leven. De Indiase regering heeft duidelijk gemaakt dat de enige optie voor de Kasjmiri’s de volledige capitulatie is en dat geen enkele vorm van verzet aanvaardbaar is – gewelddadig, niet-gewelddadig, gesproken, geschreven of gezongen. Toch weten de Kasjmiri’s dat zij zich moeten verzetten om te kunnen bestaan.

Waarom zouden zij deel moeten uitmaken van India? Als vrijheid is wat zij willen, is vrijheid wat zij moeten hebben. Het is wat de Indiërs zelf ook zouden moeten willen. Niet omwille van de Kasjmiri’s, maar omwille van zichzelf. De wreedheden die uit hun naam worden bedreven brengen een vorm van corrosie met zich mee die India niet zal overleven. Kasjmir zal India wellicht niet kunnen verslaan, maar het zal India verzwelgen. Op veel manieren is dat al gebeurd.

Bewoners van de deelstaat Tamil Nadu vieren de uitslag van de verkiezingen, premier Modi werd de grote overwinnaar, Chennai, 23 mei 2019 © Arun Sankar / AFP / ANP

Net als Kasjmir is Assam een grensdeelstaat met een geschiedenis van meerdere soevereiniteiten, met eeuwen van migratie, oorlogen, invasies, voortdurend verschuivende grenzen, Brits kolonialisme en ruim zeventig jaar electorale democratie die slechts de breuklijnen heeft verscherpt in een gevaarlijk ontvlambare samenleving.

Van miljoenen dorpelingen in afgelegen gebieden werd verwacht dat ze met specifieke documenten – de legacy papers – op de proppen zouden komen

Dat een oefening als het National Register of Citizens zelfs maar plaatsvond, heeft te maken met de bijzondere culturele geschiedenis van Assam. Assam was een van de gebieden die door de Birmezen aan de Britten werden afgestaan bij het vredesverdrag dat werd getekend na de Eerste Brits-Birmese oorlog van 1826. Destijds was het een dicht beboste, spaarzaam bevolkte provincie, waar zich honderden gemeenschappen bevonden, onder meer van Bodos, Cachar, Mishing, Lalung, Ahomiya-hindoes en Ahomiya- moslims, ieder met een eigen taal of spraakgebruik, ieder met een organische, zij het vaak ongedocumenteerde relatie met het land. Als een microkosmos van India is Assam altijd een verzameling minderheden geweest die haar best heeft gedaan om bondgenootschappen te vormen ten einde tot een meerderheid te kunnen komen, zowel etnisch als taalkundig. Alles wat het heersende evenwicht veranderde of bedreigde werd een potentiële bron van geweld.

Tegen het midden van de negentiende eeuw ontdekten de Britten dat het klimaat en de bodem van de regio gunstig waren voor het verbouwen van thee. De plaatselijke inwoners waren niet bereid om als horigen in de theetuinen te werken, zodat een grote groep mensen van inheemse stammen uit Centraal-India werd overgebracht. Zij verschilden in niets van de scheepsladingen dwangarbeiders die de Britten naar hun koloniën over de hele wereld vervoerden. Vandaag de dag vormen de plantagearbeiders in Assam vijftien tot twintig procent van de bevolking. De lokale bevolking kijkt op hen neer; ze wonen nog steeds op de plantages, overgeleverd aan de genade van de plantage-eigenaren, en verdienen niet meer dan een slavenloon.

Eind jaren negentig van de negentiende eeuw, naarmate de thee-industrie groeide en de vlakten van het naburige Oost-Bengalen de grenzen van hun verbouwpotentieel bereikten, stimuleerden de Britten de Bengaalse moslimboeren, meesters in de kunst van het boerenbedrijf in de rijke, zilte rivierdelta en op de ‘wandelende’ eilanden van de Brahmaputra, om naar Assam te migreren. Voor de Britten waren de bossen en vlakten van Assam zo niet terra nullius dan toch zeker terra almost-nullius. Ze hadden nauwelijks oog voor de aanwezigheid van de vele stammen van Assam en gaven de oorspronkelijke stamgronden vrijelijk weg aan ‘productieve’ boeren. De migranten kwamen met duizenden tegelijk, kapten hele bossen en veranderden moerassen in boerenland, waar ze voedsel en jute verbouwden. Tegen 1930 had de migratie de economie en demografie van Assam grondig veranderd.

In eerste instantie werden de migranten verwelkomd door Assamees-nationalistische groeperingen, maar al snel rezen er spanningen van etnische, religieuze en linguïstische aard. Die werden tijdelijk verzacht toen bij de volkstelling van 1941, als een gebaar van solidariteit met hun nieuwe land van herkomst, de hele bevolking van Bengaals sprekende moslims het Assamees hun moedertaal noemde, waarmee ze ervoor zorgden dat het zijn status als officiële taal behield. Zelfs vandaag de dag nog worden Miya-dialecten geschreven met Assamese letters.

In de loop van de jaren werden de grenzen van Assam voortdurend opnieuw getrokken, op bijna duizelingwekkende wijze. Na de Partitie van 1947, toen Oost-Bengalen deel werd van Pakistan, kozen de van origine Bengaalse moslimkolonisten in Assam ervoor om te blijven. Maar de Partitie leidde tevens tot een enorme instroom van Bengaalse vluchtelingen in Assam, van zowel hindoes als moslims. Dit werd in 1971 gevolgd door nóg een toestroom, deze keer van mensen die op de vlucht waren geslagen voor de genocidale aanval van het Pakistaanse leger op Oost-Pakistan en de bevrijdingsoorlog die leidde tot de geboorte van de nieuwe natie Bangladesh. Samen hebben deze gebeurtenissen miljoenen levens gekost.

Assam maakte dus deel uit van Oost-Bengalen en ook weer niet. Oost-Bengalen werd Oost-Pakistan en Oost-Pakistan werd Bangladesh. Landen, vlaggen en volksliederen veranderden. Steden groeiden, bossen werden geveld, moerassen werden drooggelegd, gemeenschappelijke stamgronden werden verzwolgen door moderne ‘ontwikkeling’. En de scheuren tussen de mensen werden oud, hard en onhandelbaar.

De Indiase regering is trots op de rol die zij heeft gespeeld in de bevrijding van Bangladesh van Pakistan. Indira Gandhi, die destijds premier was, negeerde de dreigementen van China en de Verenigde Staten, die Pakistans bondgenoten waren, en stuurde het Indiase leger erop af om een einde te maken aan de genocide. Die trots over een ‘rechtvaardige oorlog’ heeft zich niet vertaald in rechtvaardigheid of echte bezorgdheid, of wat voor doordacht staatsbeleid dan ook ten aanzien van de vluchtelingen of de volkeren van Assam en zijn buurstaten.

De vraag naar een National Register of Citizens in Assam kwam voort uit deze unieke, verstoorde en complexe geschiedenis. Ironisch genoeg verwijst het woord ‘nationaal’ hier niet zozeer naar India als wel naar de natie Assam. De vraag om het eerste National Register of Citizens, dat in 1951 was opgesteld, te actualiseren, vloeide voort uit een door studenten geleide Assamese nationalistische beweging die tussen 1979 en 1985 haar hoogtepunt bereikte, naast een militante separatistische beweging die tienduizenden het leven heeft gekost. De Assamese nationalisten riepen op tot een boycot van de verkiezingen tenzij ‘buitenlanders’ werden verwijderd van de kiezerslijsten – de slogan was ‘3D’, dat stond voor Detect, Delete, Deport. Het aantal zogenoemde buitenlanders, op basis van pure speculatie, bedroeg naar schatting tussen de vijf en acht miljoen.

De beweging werd al snel gewelddadig. Moorden, brandstichting, bomontploffingen en massademonstraties creëerden een atmosfeer van bijna oncontroleerbare woede jegens ‘buitenstaanders’. In 1979 stond de deelstaat in vuur en vlam. Hoewel de beweging zich primair richtte tegen de Bengalen en Bengaals sprekenden, gaven de hindoeïstische communale krachten binnen de beweging haar ook een anti-moslimkarakter. In 1983 culmineerde dit in het afschuwelijke Nellie-bloedbad, waarbij ruim tweeduizend moslimkolonisten van Bengaalse herkomst binnen zes uur werden vermoord. (Volgens onofficiële schattingen was het dodental ruimschoots het dubbele.) Uit politieverslagen blijkt dat de moordenaars behoorden tot een stam uit de naburige heuvels. Die stam was niet hindoeïstisch en stond er ook niet om bekend venijnig etno-Assamees te zijn. De redenen voor die plotselinge wrede golf van geweld blijven in nevelen gehuld. Volgens onbevestigde geruchten was zij het gevolg van manipulatie van de kant van rss-werkers die destijds in Assam aanwezig waren.

In 1985 tekenden de studentenleiders van de agitatie het Assam-akkoord met de centrale overheid. Datzelfde jaar wonnen ze de verkiezingen voor het deelstaatparlement en vormden ze de deelstaatregering. Er werd een datum afgesproken: al diegenen die in Assam waren aangekomen na middernacht, 24 maart 1971, de dag dat het Pakistaanse leger de aanval inzette op burgers in Oost-Pakistan, moesten vertrekken. De actualisering van het nrc was bedoeld om de ‘echte burgers’ van Assam te onderscheiden van de ‘infiltranten’ van na 1971.

Demonstratie tegen de in te voeren Nationale Registratie van burgers, waardoor veel mensen hun burgerrechten dreigen te verliezen, Mumbai, 29 januari 2020 © Hindoes vieren de uitspraak van het Hooggerechtshof waardoor betwist grondgebied toevalt aan hindoes, Ayodhya, India, 9 november 2019

De daaropvolgende jaren werden ‘infiltranten’ die waren ontdekt door de grenspolitie, of diegenen die door verkiezingsfunctionarissen tot ‘doubtful voters’, ‘dubieuze kiezers’ oftewel ‘D-voters’ werden verklaard, berecht op grond van de Illegal Migrants (Determination by Tribunal) Act, kortweg imdtAct, die in 1983 was aangenomen door een regering van de Congrespartij onder Indira Gandhi. Teneinde minderheden te beschermen tegen mishandeling plaatste de imdtAct de bewijslast in handen van de politie of de beschuldigende partij, in plaats van de aangeklaagden te belasten met het bewijzen van hun eigen burgerschap. Sinds 1997 zijn er ruim driehonderdduizend D-voters en ‘declared foreigners’ berecht. Honderden van hen zitten nog steeds vast in detentiecentra, gevangenissen binnen gevangenissen, waar ze niet eens de rechten van gewone misdadigers hebben.

In 2005 beoordeelde het Hooggerechtshof een zaak waarin werd geëist dat er een einde werd gemaakt aan de imdtAct, omdat die de ‘opsporing en deportatie van illegale immigranten vrijwel onmogelijk’ zou maken. In zijn uitspraak, waarin de wet nietig werd verklaard, merkte het hof op dat er ‘geen twijfel over kan bestaan dat de deelstaat Assam geconfronteerd wordt met externe agressie en interne ongeregeldheden als gevolg van de grootschalige illegale immigratie van inwoners van Bangladesh’. Vervolgens werd de last van het bewijzen van het burgerschap alsnog bij de burgers neergelegd. Hierdoor veranderde het paradigma volledig en werd ruim baan gegeven aan het nieuwe, geactualiseerde National Register of Citizens. De zaak was aanhangig gemaakt door Sarbananda Sonowal, een vroegere voorzitter van de All Assam Students’ Union die nu lid is van de bjpen momenteel premier van Assam is.

In 2013 behandelde het Hooggerechtshof een zaak die aanhangig was gemaakt door de ngo Assam Public Works, waarin werd geëist dat de namen van illegale immigranten van de kiezerslijsten zouden worden verwijderd. Uiteindelijk werd de taak van het voltooien van de modaliteiten van het nrc toegewezen aan het hof van rechter Ranjan Gogoi, die toevallig Assamees is.

In december 2014 beval de rechtbank dat er binnen een jaar een geactualiseerde lijst van het nrc bij het Hooggerechtshof moest worden ingediend. Niemand had ook maar enig idee over wat er zou kunnen gebeuren met de vijf miljoen ‘infiltranten’ die naar men hoopte zouden worden ontdekt. Er was geen sprake van dat ze naar Bangladesh gedeporteerd konden worden. Konden zo veel mensen worden opgesloten in detentiekampen? En hoelang dan? Zouden ze hun burgerschap kwijtraken? En zou India’s hoogste constitutionele hof toezicht gaan houden op een kolossale bureaucratische operatie, waarbij ruim dertig miljoen mensen betrokken zouden zijn, evenals bijna 52.000 bureaucraten en een gigantische hoeveelheid geld?

Van miljoenen dorpelingen in afgelegen gebieden werd verwacht dat ze met specifieke documenten – de legacy papers – op de proppen zouden komen, waarmee ze hun rechtstreekse en ongebroken afstamming van vaderskant moesten aantonen tot vóór 1971. De deadline van het Hooggerechtshof zorgde ervoor dat deze operatie een nachtmerrie werd. Verarmde, ongeletterde dorpelingen kwamen terecht in een labyrint van bureaucratie, juridisch jargon, documentatie, hoorzittingen en de meedogenloze bedriegerij die daarmee gepaard gaat.

De enige manier om de afgelegen, semi-nomadische nederzettingen op de ‘wandelende’, zilte eilanden in de monding van de Brahmaputra te bereiken is via de dikwijls gevaarlijk volle boten die door lokale bewoners worden bestuurd. De grofweg 2500 eilanden kennen een onzeker bestaan. Ze kunnen elk moment worden teruggeëist door de rivier, om in een andere vorm elders weer op te duiken. De nederzettingen zijn dus van tijdelijke aard en de onderkomens bestaan uit louter hutten. Toch zijn sommige eilanden zo vruchtbaar en de boeren die ze bebouwen zo ervaren dat ze wel drie oogsten per jaar kunnen opleveren. Hun tijdelijkheid heeft er echter toe geleid dat er geen grondakten zijn en dat er geen sprake is van ontwikkeling, of van scholen en ziekenhuizen.

Op de minder vruchtbare eilanden die ik onlangs bezocht spoelt de armoede over je heen als het donkere, ziltige water van de Brahmaputra. De enige tekenen van moderniteit waren de felgekleurde plastic tassen waarin documenten zaten die hun eigenaren, die zich snel verzamelden rondom de bezoekende vreemdelingen, niet konden lezen, maar waar ze angstig naar bleven kijken, alsof ze probeerden de vervaagde vormen op de pagina’s te ontcijferen en te achterhalen of die hen en hun kinderen zouden kunnen behoeden voor het enorme nieuwe detentiekamp dat volgens de geruchten diep in de bossen van Goalpara zou worden gebouwd.

Stel je een bevolking van miljoenen mensen zoals deze voor, stijf van de twijfels over hun documenten. Het is geen militaire bezetting, maar een bezetting via documentatie. Deze documenten zijn de waardevolste bezittingen van de mensen, waar ze liefdevoller voor zorgen dan voor hun kinderen of ouders. Ze hebben overstromingen, stormen en andere rampen overleefd. Grijze boeren met een zonverbrande huid, mannen en vrouwen, met hun grondige kennis van het land en de vele gemoedsgesteldheden van de rivier, gebruiken woorden als ‘document dat de afkomst bewijst’, ‘gecertificeerde kopie’, ‘referentiezaak’, ‘kiezerslijst’ en ‘vluchtelingencertificaat’ alsof het woorden uit hun eigen taal zijn. En dat zijn ze nu ook. Het treurigste begrip is dat van de ‘echte burger’.

Dorp na dorp komen de mensen met verhalen over hoe ze midden in de nacht een oproep kregen om zich de volgende ochtend in een honderden kilometers verderop gelegen gerechtshof te melden. Ze beschrijven de paniek waarin ze hun gezinsleden en hun documenten verzamelden, de bedrieglijke tocht in een kleine roeiboot over de stromende rivier in het pikdonker van de nacht, de onderhandelingen met sluwe vervoerders aan de wal die misbruik maakten van hun wanhoop en hun tarieven verdrievoudigden, de roekeloze autoritten in de nacht op gevaarlijke wegen.

Hasan die een Hassan werd, een Mohammad wiens naam op verschillende manieren werd gespeld. Eén enkel foutje en je ligt uit het register

Het meest huiveringwekkende verhaal dat ik hoorde ging over een gezin dat met een pick-uptruck botste op een vrachtwagen die vaten teer vervoerde. De vaten kieperden om en het gewonde gezin werd bedekt met teer. ‘Toen ik ze in het ziekenhuis bezocht’, zei de jonge activist met wie ik reisde, ‘probeerde het jongste kind de teer en de kleine steentjes die daarin zaten van zijn huid te verwijderen. Hij keek naar zijn moeder en vroeg: “Zullen we ooit van het stigma afkomen dat we buitenlanders zijn?”’

En toch werd ondanks dit alles, ondanks de bedenkingen bij het proces en de tenuitvoerlegging ervan, de actualisering van het National Register of Citizens door bijna iedereen in Assam verwelkomd. Voor iedereen om zijn eigen redenen. Assamese nationalisten hoopten dat miljoenen Bengaalse infiltranten, zowel hindoes als moslims, eindelijk zouden worden ontdekt en formeel tot ‘buitenlanders’ zouden worden verklaard. Inheemse stammen hoopten op enige compensatie voor het historische onrecht dat hun was aangedaan. Hindoes en moslims van Bengaalse herkomst wilden hun namen in het nrc terugzien om te bewijzen dat ze ‘echte’ Indiërs waren. En de hindoeïstische nationalisten – die nu ook in de regering van Assam zaten – wilden dat miljoenen moslimnamen uit het nrc werden verwijderd. Iedereen hoopte op een of andere vorm van afsluiting van een historische periode.

Na een reeks vertragingen werd de definitieve geactualiseerde lijst op 31 augustus 2019 gepubliceerd. De namen van 1,9 miljoen mensen ontbraken. Dat aantal kan nog groter worden door een clausule die mensen – buren, vijanden, vreemdelingen – het recht geeft om ‘bezwaar aan te tekenen’. Bij de laatste telling waren ruim tweehonderdduizend bezwaren ingediend. Veel van de mensen wier naam niet op de lijst voorkomen zijn vrouwen en kinderen, waarvan de meesten behoren tot gemeenschappen waar vrouwen al op jonge leeftijd worden uitgehuwelijkt, en dan gewoontegetrouw een andere naam krijgen. Zij hebben geen link documents om hun afkomst te bewijzen.

Een groot aantal van hen is ongeletterd, hun namen of die van hun ouders zijn in de loop van de jaren verkeerd overgeschreven: een Hasan die een Hassan werd, een Joynul die een Zainul werd, een Mohammad wiens naam op verschillende manieren werd gespeld. Eén enkel foutje en je ligt eruit. Als je vader is overleden of bij je moeder is weggegaan, als hij niet stemde, geen opleiding had genoten en geen land had, lig je eruit, omdat in de praktijk de afkomst van moederskant niet telt. Van alle vooroordelen die een rol spelen bij het actualiseren van het National Register of Citizens is wellicht het grootste het ingebouwde vooroordeel tegen vrouwen en armen. En de armen in India bestaan vandaag de dag grotendeels uit moslims, dalits en mensen van inheemse stammen.

Alle 1,9 miljoen mensen wier namen ontbreken zullen nu in beroep moeten gaan bij een zogenoemd Foreigners Tribunal. Daar zijn er momenteel honderd van in Assam, en nog eens duizend zijn in de maak. De mannen en vrouwen die in deze tribunalen zitting hebben, houden het lot van miljoenen in hun handen, maar hebben geen ervaring als rechter. Het zijn bureaucraten of jonge juristen die zijn ingehuurd door de regering en ruimhartig betaald worden voor hun diensten. Opnieuw zijn vooroordelen in het systeem ingebouwd.

Hindoes vieren de uitspraak van het Hooggerechtshof waardoor betwist grondgebied toevalt aan hindoes, Ayodhya, India, 9 november 2019 © Sanjay Kanojia / AFP / ANP

Uit overheidsdocumenten waar activisten de hand op wisten te leggen blijkt dat het enige criterium voor leden wier contract was afgelopen het aantal beroepen was dat zij hadden afgewezen. Iedereen die in beroep moet gaan bij een tribunaal zal ook een advocaat moeten inhuren, misschien een lening moeten afsluiten om zijn honorarium te betalen, of zijn land of huis moeten verkopen, waardoor hij veroordeeld wordt tot een leven van schulden en ellende. Velen hebben uiteraard geen land of huis om te verkopen. Diverse mensen die hiermee te maken kregen hebben inmiddels zelfmoord gepleegd.

Na de uitgebreide operatie en de miljoenen roepies die het heeft gekost zijn alle belanghebbenden bij het nrczeer teleurgesteld over de lijst. Migranten van Bengaalse herkomst zijn teleurgesteld omdat ze weten dat rechtschapen burgers op willekeurige wijze buiten de lijst zijn gehouden. Assamese nationalisten zijn teleurgesteld omdat de lijst bij lange na niet de vijf miljoen ‘infiltranten’ heeft buitengesloten die zij hadden verwacht te zullen ontdekken, en omdat ze het gevoel hebben dat te veel illegale buitenlanders wél op de lijst zijn terechtgekomen. En de regerende hindoenationalisten van India zijn teleurgesteld omdat naar schatting ruim de helft van de 1,9 miljoen buitengeslotenen niet-moslims zijn. (De reden daarvoor is ironisch. Bengaalse moslim-immigranten, die lange tijd vijandig zijn bejegend, hebben jarenlang de tijd gehad om hun legacy papers bijeen te garen. De hindoes, die minder reden hadden om zich onveilig te voelen, hebben dat eenvoudigweg niet gedaan.)

De rechter heeft het vertrek geëist van de nrc-hoofdcoördinator en hem zeven dagen gegeven om Assam te verlaten. Hij heeft hiervoor geen reden opgegeven. Er zijn inmiddels alweer oproepen gedaan om tot een nieuw nrc te komen.

Dat er een probleem is in Assam kan niet worden ontkend. Maar hoe moet het worden opgelost? Het probleem is dat als de fakkel van het etno-nationalisme eenmaal is aangestoken, het onmogelijk is om te voorspellen in welke richting de wind het vuur zal meevoeren. In het gebied van Ladakh, dat zijn nieuwe status te danken heeft aan de afschaffing van de speciale status van Jammu en Kasjmir, sluimeren de spanningen tussen boeddhisten en sjiitische moslims onder de oppervlakte. In de deelstaten in het noordoosten van India ontvlammen deze oude tegenstellingen al. In Arunachal Pradesh zijn de Assamezen de ongewenste immigranten. Meghalaya heeft zijn grenzen met Assam gesloten en eist nu dat alle ‘buitenstaanders’ die meer dan 24 uur in de deelstaat verblijven zich bij de overheid registreren op grond van de nieuwe Meghalaya Residents Safety and Security Act. In Nagaland zijn de al 22 jaar durende vredesbesprekingen tussen de centrale regering en de Naga-rebellen vastgelopen op de eisen van een aparte Naga-vlag en -grondwet. In Manipur hebben dissidenten die zich zorgen maken over een mogelijke regeling tussen de Naga’s en de centrale overheid een regering in ballingschap in Londen aangekondigd. Inheemse stammen in Tripura eisen hun eigen National Register of Citizens om de hindoeïstische Bengaalse bevolking te kunnen verdrijven die hen tot een kleine minderheid in hun eigen land heeft gemaakt.

In plaats van zich te laten afschrikken door de chaos en het leed dat de actualisering van Assams nrc heeft veroorzaakt, treft de regering van Modi voorbereidingen om dit ook in de rest van India te gaan doen. Om ervoor te zorgen dat hindoes en andere aanhangers van de partij niet in de problemen raken door de ingewikkeldheden van het nrc heeft de regering een nieuwe Citizenship (Amendment) Bill, cab, opgesteld, die zij tijdens de volgende zitting van het parlement hoopt door te voeren. Op grond van deze cab zullen alle niet-islamitische ‘vervolgde minderheden’ uit Pakistan, Bangladesh en Afghanistan – hindoes, sikhs, boeddhisten en christenen – asiel kunnen krijgen in India. Deze cab zal er dus voor zorgen dat alleen moslims van het staatsburgerschap verstoken blijven.

Voordat het proces van het nrc begint, is men van plan een Nationaal Bevolkingsregister op te stellen. Dit houdt in dat er een huis-aan-huis enquête zal worden gehouden, waarbij de overheid naast de basisgegevens van de volkstelling ook irisscans en andere biometrische gegevens gaat verzamelen. Het zal de moeder van alle databanken zijn.

De fundamenten zijn al gelegd. Op zijn allereerste dag als minister van Binnenlandse Zaken deed Amit Shah een kennisgeving uitgaan die de deelstaatregeringen in heel India toestaat om Foreigners Tribunals in te richten en detentiecentra op te zetten, bemand door niet-gerechtelijke ambtenaren met draconische bevoegdheden. De regeringen van Karnataka, Uttar Pradesh en Haryana zijn al met het werk begonnen. Zoals we hebben gezien is het nrc in Assam ontstaan uit een zeer bijzondere geschiedenis. Het toepassen ervan op de rest van India is pure boosaardigheid. De vraag naar een geactualiseerd nrcin Assam is ruim veertig jaar oud. Daar zijn mensen al vijftig jaar bezig met het verzamelen en bewaren van hun documenten. Hoeveel mensen in India kunnen legacy papers tevoorschijn toveren? Misschien niet eens onze minister-president, wiens geboortedatum, universitaire diploma’s en huwelijkse staat allemaal onderwerp zijn geweest van nationale controverses.

Er wordt ons verteld dat het nrc in heel India een operatie is om enkele miljoenen ‘infiltranten’ uit Bangladesh – ‘termieten’, zoals onze minister van Binnenlandse Zaken ze graag noemt – op te sporen. Wat denkt hij dat dit soort taal zal doen met de relatie van India met Bangladesh? Opnieuw worden fantoomcijfers die in de tientallen miljoenen lopen rondgestrooid.

Het lijdt geen twijfel dat er in India heel wat arbeiders zonder papieren uit Bangladesh zijn. Het lijdt ook geen twijfel dat zij een van de armste, meest gemarginaliseerde bevolkingsgroepen van het land vormen. Iedereen die beweert te geloven in de vrije markt zou moeten weten dat zij alleen maar een vacante economische ruimte vullen door werk te doen dat anderen niet willen doen, voor lonen die niemand anders wil accepteren. Ze verrichten eerlijk werk voor een eerlijk dagloon. Zij zijn niet degenen die het land vernietigen, overheidsgeld stelen of banken failliet laten gaan. Ze zijn slechts een afleidingsmiddel, een Trojaans paard, voor het echte doel van de rss, haar historische missie.

Het werkelijke doel van een heel India omspannende nrc, in combinatie met de cab, is het bedreigen, destabiliseren en stigmatiseren van de Indiase moslimgemeenschap, met name de armsten onder hen. Het is bedoeld om een gelaagd burgerschap te creëren, waarin de ene groep burgers geen rechten heeft en afhankelijk is van de genade van de andere – een modern kastensysteem dat zal bestaan naast het oude, waarin de moslims de nieuwe dalits zijn. Niet theoretisch, maar feitelijk. Juridisch. Op plekken als West-Bengalen, waar debjp de boel agressief aan het overnemen is, zijn de zelfmoorden al begonnen.

Hier is MS Golwalker, de hoogste leider van de rssin 1940, die in zijn boek We or Our Nationhood Defined schrijft: ‘Sinds die kwade dag, toen de moslims voor het eerst in het land van de hindoes landden, tot op dit moment, heeft de hindoenatie dapper gevochten om het op te nemen tegen deze ontheiligers. De Geest van het Ras is ontwaakt. In Hindoestan, het land van de hindoes, leeft de hindoenatie, en moet de hindoenatie leven (…).

Alle anderen zijn verraders en vijanden van de Nationale Zaak, of, om een barmhartiger standpunt in te nemen, idioten (…). De buitenlandse rassen in Hindoestan (…) mogen in het land blijven, volledig ondergeschikt aan de hindoenatie, niets claimen, geen privileges hebben, laat staan enige voorkeursbehandeling – zelfs geen burgerrechten.’

Hij gaat verder: ‘Om de zuiverheid van zijn ras en cultuur te behouden shockeerde Duitsland de wereld door het land te zuiveren van de semitische rassen – de joden. Hier werd rassentrots op het hoogste niveau tentoongespreid, een goede les voor ons in Hindoestan om van te leren en van te profiteren.’

Hoe vertaal je dit in moderne termen, anders dan als het nationale register van staatsburgers, in combinatie met de Citizenship Amendment Bill? Dit is derss-versie van de Duitse Neurenberger wetten uit 1935, waarbij alleen diegenen Duitse staatsburgers waren die door de regering van het Derde Rijk burgerschapspapieren – legacy papers – waren toegekend. Het amendement tegen moslims is het eerste amendement van zijn soort. Andere zullen ongetwijfeld volgen, tegen de christenen, de dalits, de communisten – alle vijanden van de rss.
Het is misschien op dit moment nog niet de bedoeling dat de Foreigners Tribunals en de detentiecentra die in heel India al zijn ontstaan honderden miljoenen moslims gaan opsluiten. Maar ze zijn wél bedoeld om ons eraan te herinneren dat de moslims van India hier niet echt thuishoren, tenzij ze legacy papers kunnen laten zien. Want alleen hindoes worden beschouwd als de echte oorspronkelijke inwoners van India, die die papieren niet nodig hebben.

Misschien kan het hele proces van het heel India omvattende nrc geprivatiseerd worden, inclusief de databank met onze irisscans. De werkgelegenheidskansen en de daarmee gepaard gaande winsten zouden onze stervende economie kunnen doen herleven. De detentiecentra kunnen worden gebouwd door de Indiase equivalenten van Siemens, Bayer en IG Farben. Het is niet moeilijk te raden welke bedrijven dat zullen zijn. Zelfs als we het Zyklon B-stadium niet bereiken, is er genoeg geld te verdienen.

We kunnen alleen maar hopen dat op een dag de straten in India zullen vollopen met mensen die beseffen dat het einde nabij is, tenzij ze daar een stokje voor willen steken. Als dat niet gebeurt, beschouw dan deze woorden als zinspelingen op het einde van iemand die deze tijden heeft meegemaakt.


Arundhati Roy is auteur van De god van kleine dingen, waarmee ze in 1997 de Booker Prize won. In 2017 verscheen haar roman Het ministerie van opperst geluk. Haar meest recente boek is de essaybundel My Seditious Heart. Deze tekst is een licht ingekorte versie van de Jonathan Schell Memorial Lecture die ze eind vorig jaar uitsprak in New York en die werd gepubliceerd in het Indiase blad The Caravan.

Vertaling: Menno Grootveld