Holland Festival - The Gabriels

Ratatouille in real time

Tribunes aan drie kanten. Een oude, bruine omakeuken, met een klassieke ijskast, dito fornuis, een grote eettafel, een houten bankje met kussens, kleedjes op de grond. Familie prepareert avondeten. Drie keer. Drie voorstellingen van rond de honderd minuten elk. De (verzamel)titel is ook de naam van de familie, The Gabriels. Ze wonen in een dorpje ten noorden van New York. De drie stukken spelen op drie cruciale momenten in het verkiezingsjaar 2016: een paar dagen na Super Tuesday, een kleine week na Clintons onfortuinlijke uitspraak over Trump-aanhangers als ‘sneue types’, en election night. Vijf actrices en een acteur. Schrijver Richard Nelson regisseert. In Amerika is het een hit.

Ergens in het eerste deel nestelen zich twee ‘smaakduiveltjes’ op mijn schouders. Ze zijn het erg oneens. Negativo heeft het hoogste woord: er gebeurt niks, behalve dan ratatouille stoven in real time. Ze zijn slecht te verstaan, wat raar is met dertien richtmicro’s boven je hoofd. De gesprekken zijn richtingloos. Ze kijken elkaar voortdurend aan, maar maken geen enkel contact met ons. Dat verdomde net-echt-toneel! Die dichtgeschroefde binnenwerelden! Toneelspelers die branderig in verten staren met een plantaardige blik van u-moest-eens-weten-wat-er-in-mij-allemaal-omgaat. Daar kom ik hier niet voor. Spéél dat!

Medium toneel loek
The Gabriels © Joan Marcus / HF

Duveltje Positivo praat minstens zo zacht als de acteurs, maar zijn argumenten snijden wel hout. Je komt dicht bij de persoonlijke geschiedenissen van die mensen. Ze dringen niks op. Ze ontpellen zichzelf. Ze vinden niet meteen van alles over van alles. Ze maken treurige grappen over hun dagelijkse zorgen. Rommelhypotheken. De pijn die het doet om de spullen van een gestorvene op te ruimen (de man des huizes, die toneelschrijver was). Geldnood. De piano moeten verkopen. Armoede van de middenklasse op kousenvoeten. Een weduwe, een ex-vrouw én een rouwende moeder onder één dak, hoe ingewikkeld wil je het maken? Gerommel in de ouderenzorg. Modernisering van een Roosevelt Museum. En af en toe een goeie grap: ‘Waarom word je in godsnaam verliefd op iemand van de nsa?’ ‘Mam, hij luistert tenminste naar me!’

De gesprekken in dit verkiezingsjaar zijn geen gevechten over het grote gelijk. Ze voelen eerder als windvlagen van verdriet die in dit rumoerige en verwarrende jaar in de kamers zijn blijven hangen. Zoals in dat toneelstuk van de vergeten toneelschrijver Maurice Maeterlinck, Intérieur. Waar het gesprek in de keuken even over gaat. En waar de opbouw van deze stukken me in de verte aan doet denken. Net als aan Tsjechov. Die hoorbaar gniffelend aanwezig is. Mevrouw Clinton is er trouwens ook. Gelukkig niet al te opdringerig. Donald Trump heet hier voornamelijk: He. De kleine sores zijn in de gezichten en de gebaren gegroefd. En binnen de beperkingen en uitdagingen van dit naturelle acteren staat hier een stel mooie toneelspelers te werken, die met weinig middelen complete werelden neerzetten.

Door omstandigheden waar ik niks aan kan doen, moet ik deel drie plotseling laten schieten. Duivel Negativo is dan trouwens al naar huis. Tot mijn eigen verbazing ben ik in de war, geraakt en ontroerd door hyperrealistisch toneel uit Amerika. De wonderen zijn warempel de wereld nog niet uit.


Het Holland Festival duurt t/m 25 juni; hollandfestival.nl