Kees ‘t Hart

Rattenkunst

Moet je over rattenkunst schrijven? Het beste is natuurlijk je mond te houden, alles wordt tegen je gebruikt. De rattenkunstenaar hoopt dat je iets tegen zijn werk in het geweer brengt, dan staat hij in de schijnwerper. Die durft toch maar. En de rattengalerist bidt er ’s avonds voor: o, laat iemand iets schrijven over het rattenkunstwerk, laat iemand erover schrijven dat het een rattenkunstwerk is. O, help mij aan een hogere prijs.

En als je er dan toch over schrijft, wat moet je erover schrijven? Het schilderij Birkenau 1 van Ronald Ophuis is uiteraard abominabel slecht geschilderd, een kind ziet het, het perspectief deugt niet, de menselijke figuren zijn onwaarschijnlijk houterig, de compositie is van een zelden vertoonde krukkerigheid. Het is allemaal al gezegd en geschreven in kranten en periodieken, Ophuis kan niet schilderen, Ophuis is een prutser, Ophuis is een aanfluiting voor de kunst. Maar toch, maar toch, maar toch, hoor, hoor, het gefluister van de ratten, het hangt toch maar mooi in een officiële galerie, nu ook in Friesland, dus is het kunst, dus is het kunst. Dus is het rattenkunst.

Rattenkunst is altijd bedacht en nooit gemaakt. Dit schilderij is een concept. Het is geen schilderij — daarom is het ook zo slecht geschilderd — maar een statement over de dubbelzinnigheid van slachtoffers: een slachtoffer kan ook een schurk zijn of worden. Dit thema is op duizenden manieren te verwoorden en uit te beelden. En het is mogelijk er grote kunst van te maken, denk aan schilderijen van Francis Bacon waarin schurk en slachtoffer op schitterende wijze in elkaar geschilderd zijn. Waarop Bacon zijn eigen schurkachtigheid en slachtofferigheid tegelijk heeft meegeschilderd, onbedacht, ongewild maar dwars tegen zijn eigen bewuste bedoelingen in. Bacon maakte schilderijen over zichzelf en hij bedacht ze niet. Ophuis heeft precies joden gekozen om met zijn ideetjes te werken, niet zichzelf. Precies joden. Ophuis werkt met ideetjes, niet met verbeelding, hij denkt niet na, noch over zichzelf noch over anderen. Hij schildert de ander, de slechte ander. Alleen slechte schilders en slechte denkers schilderen of beschrijven de ander, de slechte ander, nooit zichzelf. Zelf blijven ze buiten schot. Ophuis is een kunstenaar die buiten schot wil blijven en dus geen kunstenaar kan zijn.

Maar er is meer. Ophuis schildert niet alleen de slechte Ander omdat hij een prutser is en niet in staat is kunst te maken, hij schildert ook als een antisemiet. Birkenau 1 is een rattenschilderij omdat het een antisemitisch schilderij is. Omdat Ophuis niet de slechte mens laat zien, de slechte Ophuis, maar De Slechte Jood. In antisemitische literatuur wordt De Jood altijd voorgesteld als wellustig, ongebreideld in seksualiteit, geil tegen alle verdrukking in. Zoals op dit schilderij. Ophuis schildert als een doorgewinterde antisemiet.

Red ons van de ratten, zij komen uit hun holen, red ons van de rattenkunst, red ons van de rattengalerieën.