Rauw en urbaan

Het legendarische label Fania Records was voor de salsamuziek wat Blue Note is voor de jazz. Driehonderd platen uit de vergeten catalogus worden heruitgebracht. De ziel van Spaanstalig New York is gered.

Begin jaren zestig houdt de Italiaanse New Yorker en advocaat Jerry Masucci een korte vakantie in Cuba en wordt gegrepen door de muziek van het eiland. Terug in New York richt hij in 1964 met de Dominicaanse fluitist en bandleider Johnny Pacheco Fania Records op.

Fania is een pionier op het gebied van salsamuziek. Vaak wordt het label Latin Motown genoemd. Net als Motown groeit Fania uit van een klein bedrijf, dat zijn platen uit de kofferbak van Pacheco’s auto aan platenwinkels verkoopt, tot een miljoenenfirma met wereldfaam. Het heeft in de jaren zestig en zeventig bijna alle latin supersterren onder contract, die met een voor die tijd ongekend krachtige promotieactiviteit worden ondersteund. Door dat grote zelfbewustzijn lijkt het wel eens alsof de latin-muziek in New York met Fania is begonnen. Daarmee worden de historische voorgangers (zoals latin-jazz en mambo) en artiesten als Chano Pozo, Machito & his Afro-Cubans, Tito Rodriguez, Tito Puente en Eddie Palmieri te kort gedaan.

Motown staat tegenwoordig in het collectieve cultureel geheugen gegrift. Nog altijd verschijnen er boeken en documentaires over het label en zijn artiesten, de muziek wordt nog steeds veel gedraaid en platen worden eindeloos heruitgegeven in remasters en luxe verzamelboxen. Fania is daarentegen vrijwel alleen bekend bij verzamelaars en liefhebbers op leeftijd. De catalogus lag jarenlang te verstoffen in een pakhuis bij de Hudson River. De belangrijkste albums waren niet meer te krijgen; het kleine aantal platen dat wel op cd is gezet heeft een erbarmelijke geluidskwaliteit.

In die trieste situatie lijkt nu verandering te komen. De muziek van het label wordt vanaf dit jaar met veel aandacht voor vorm en kwaliteit heruitgegeven. Het uit Miami afkomstige Emusica heeft de rechten van Fania overgenomen en brengt dit jaar dertig van in totaal driehonderd geplande heruitgaven uit.

De Fania-catalogus vormt een chronologische biografie van het latin-genre van midden jaren zestig tot begin jaren tachtig. Een paar jaar na de oprichting barst Fania van het jonge talent en heeft diverse kleinere labels opgekocht. Masucci en Pacheco beginnen met het aantrekken van veelbelovende artiesten uit East Harlem («El Barrio»), de door Portoricanen bewoonde wijk van Spaanstalig New York. Zij zijn een mix van blanke en zwarte latino’s uit Porto Rico (Bobby Valentín, Ismael Rivera, Pete Rodriguez), de Dominicaanse Republiek (Johnny Pacheco), Panama (Rubén Blades), Cuba (Celia Cruz) en New York (Ray Barretto, Willie Colón). Er zijn ook blanken onder, zoals Larry Harlow, bijgenaamd «The Marvelous Jew».

Met deze artiesten ontstaat een nieuw geluid. Cubaanse muziek vormt hun gedeelde referentiekader, maar daarnaast laten ze zich door Amerikaanse stijlen als bebop, soul en rock beïnvloeden. De vriendschappelijke rivaliteit en de drang om elkaar te overtreffen levert een vernieuwende stijlenmix op van Afro-Cubaanse ritmes, big band-jazz, mambo, rumba en r&b. Fania-salsa heeft zijn basis in Cuba, maar wordt verrijkt met jazz-akkoordenschema’s en -harmonieën, complexe arrangementen en ritmes die een stuk puntiger en agressiever klinken dan de typische Cubaanse muziek uit die tijd.
Voor een deel is deze ontwikkeling een gevolg van de Koude Oorlog. Het handelsembargo tegen Cuba na de machtsovername van Fidel Castro (1959) maakt het contact tussen artiesten van het eiland en die uit de Verenigde Staten onmogelijk. De typische New York-stijl kan zich hierdoor semi-autonoom ontwikkelen in de nachtclubs en wordt door de rauwe migrantenervaring van Spaanstalig New York getekend. Het leven op straat, drugs, geweld en werkloosheid zijn veel voorkomende onderwerpen. Ook vindt de tijdgeest zijn weerslag in de muziek. Teksten handelen over de oorlog in Vietnam, de vredesbeweging en rassenproblematiek. Daarmee onderscheiden ze zich van de Cubaanse artiesten. Fania-salsa krijgt naast haar dwingende aantrekkingskracht als dansmuziek daardoor ook voor latino’s wereldwijd een emancipatoire betekenis.

Door die kosmopolitische invloeden en de nauwe band met het leven van de straat heeft Fania-muziek aanvankelijk veel overeenkomsten met hiphop en gangstarap. De al op zijn zeventiende debuterende trombonist Willie Colón manifesteert zich, net als veel rap-artiesten jaren later, als een zware jongen van de straat en flirt opzichtig met gangsterattributen. Op albums als El malo (De slechterik) en Crime Pays staat hij als een gangster afgebeeld, en ook is hij met zijn band in gevangenisuniform te zien. Later wordt Colón de producer van de talentvolle zanger Hector Lavoe, voor salsazangers nog steeds het referentiepunt. Daarnaast speelt Colón in de film The Last Fight (1983). Tegenwoordig dient hij burgemeester Michael Bloomberg van New York.

De onderlinge wedijver in de Fania-stal leidt tot klassieke albums: Celia & Johnny (Johnny Pacheco en Celia Cruz) uit 1974 en Siembra uit 1978 (Willie Colón en Rubén Blades). Dit laatste album is met meer dan drie miljoen exemplaren nog steeds het best verkochte salsa-album ter wereld. Het paradepaardje van het label wordt de mega-act The Fania All Stars, ontstaan in een poging van Jerry Masucci om zijn artiesten ook buiten de latinogemeenschap van New York onder de aandacht te brengen. In 1968 organiseert Masucci een jamsessie in de Red Garter Club. Bijna alle artiesten van het label maken deel uit van de groep en er zijn gastoptredens van Tito Puente en Eddie Palmieri. De verkoop van de twee platen die van dat concert worden opgenomen is buiten de eigen regio wat teleurstellend, maar een show in nachtclub Cheetah drie jaar later is een groot succes en met de filmdocumentaire van het concert, Our Latin Thing (Nuestra Cosa), begint de internationale doorbraak van de salsa.

Tussen de opnames en tournees van individuele artiesten door spelen de Fania All Stars voor uitverkochte zalen in Noord- en Midden-Amerika en de Cariben. Hoogtepunt is een optreden in het Yankeestadium van New York voor 44.000 fans in 1973. Ook verzorgt de band in Zaïre een optreden voor het legendarische gevecht tussen Muhammad Ali en George Foreman (The Rumble in the Jungle, 1974). Masucci gebruikt zijn connecties om Fania All Stars onder te brengen bij de grote maatschappij Colombia. Zijn doel is om crossover-albums te maken die aanslaan bij het grote publiek. Het gepolijste studiogeluid van de vier platen die de band vervolgens met Colombia opneemt heeft niet het beoogde effect. Niet alleen het mainstreampubliek, maar ook de latin_-scene_ keert de band de rug toe. Begin jaren tachtig is de Fania-salsa artistiek uitgeput en commercieel ingehaald door de populaire merengue uit de Dominicaanse Republiek.

Vanaf het begin is Masucci als eigenaar van Fania mikpunt van (deels gerechtvaardigde) argwaan. Omdat hij weigert royalty’s te betalen stapelen de rechtszaken van zijn artiesten zich op. Hij verkoopt de rechten aan obscure Zuid-Amerikaanse labels, die hij via ingewikkelde constructies zelf beheert. In 1997 overlijdt Masucci; het zal nog acht jaar duren voordat maatschappij Emusica besluit iets te gaan doen met de erfenis van meer dan dertienhonderd albums.

De Fania-catalogus is een monument voor de bijdrage die het label heeft geleverd aan de vorming en verspreiding van de cultuur van Spaanstalig New York. Zoals Motown synoniem is voor soul en Blue Note aan jazz, zo is Fania synoniem voor salsa. De heruitgave is een gedurfd project, want het is maar de vraag of het grote publiek, dat enige jaren geleden de Cubaanse Buena Vista Social Club omarmde, ook open zal staan voor de wat rauwere, duidelijk urbane Fania-salsa. Luisteraars zijn echter meer vertrouwd met het geluid dan velen op het eerste gezicht zullen denken. Elementen uit westerse stromingen zijn in de muziek duidelijk aanwezig; andersom had Fania altijd al invloed op muzikanten als Curtis Mayfield, Marvin Gaye en Santana. Bovendien kan Emusica rekenen op de interesse van de liefhebbers van het eerste uur. De timing zou nog wel eens precies goed kunnen zijn. Reggaeton, het hedendaagse equivalent van het genre, is vanuit de underground van Midden-Amerika sinds het begin van deze eeuw ook de Verenigde Staten en Europa aan het veroveren. Maar reggaeton heeft helaas nog geen artiesten van het kaliber Rubén Blades of Hector Lavoe voortgebracht. Nu veel Fania-albums weer beschikbaar zijn, kunnen nieuwe generaties de kracht en charme van de klassieke salsa ontdekken. 

Op 11 augustus treedt Willie Colón op tijdens de Antilliaanse Feesten in het Belgische Hoogstraten, www.antilliaansefeesten.be

Fania Records worden in Nederland door V2 uitgebracht. De Fania-films zijn op dvd verschenen bij het Spaanse label Vampisoul, distributie sonic rendezvous.

Vijf essentiële Fania-albums, volgens latin-expert en salsadeejay Mauricio Gonzalez (geboren in Valparaíso, Chili, 1969) U kunt een aantal nummers beluisteren door op de klikbare links te klikken.

Ray Barretto, Indestructible (1973)
Een klassieker, waarop congaspeler en bandleider Barretto laat horen dat hij, zelfs nadat vrijwel zijn hele groep hem verlaten had voor de groep Típica 73, onverwoestbaar is. Met evergreens als El hijo de obatala, _Indestructible en La familia.

Orquesta Harlow, Salsa (1974)
Qua diversiteit, arrangementen en geluid een ongeëvenaard album in de Fania-catalogus. Pianist en bandleider Larry Harlow en zanger Junior Gonzalez zijn hier op hun allerbest.

Roberto Roena, Roberto Roena Y Su Apollo Sound 6 (1974)
Finest hour van de eigenzinnige bongospeler en bandleider Roberto Roena. Alleen al Traicionis de aanschaf meer dan waard.

Willie Colón & Hector Lavoe, Deja Vu (1978)
Hector Lavoe laat glansrijk horen waarom onder latino’s zijn bijnaam «zanger der zangers» is. Het hartverscheurende Ausencia is een rauwe klassieker van de salsa.

Willie Colón & Ruben Blades, Siembra (1978)
Het archetypische Fania-album. Nummers alsPedro Navaja, Buscando Guayaba en Plastico staan in het collectieve geheugen van Latijns-Amerika gegrift.

bron muziekfragmenten Bol.com_