Film

Rauwe emotie

Million Dollar Baby van Clint Eastwood

Onderweg naar een voorstelling van de nieuwe film van en met Clint Eastwood trof het mij: met geen andere cineast of acteur groeide ik op als met hem. Het is alsof hij er altijd was, van zijn doorbraak in 1964 in de Dollar-westerns van Sergio Leone, zijn werk met Don Siegel in de jaren zeventig, met name het onvergetelijke The Beguiled (1971), de laag-bij-de-grondse Any Which Way-komedies van de jaren tachtig, tot de recente, introspectieve films, vooral Blood Work (2002) en Mystic River (2003). Het Eastwood-oeu vre is min of meer zo oud als ik en ik heb ze allemaal gezien, meermalen. Maar niets in dat leven van Eastwood-kijken zou ooit genoeg geweest kunnen zijn om te dienen als voorbereiding voor de subtiliteiten en rauwe emotie van Million Dollar Baby.

Het is een film om nooit te vergeten: prachtig gefotografeerd, met ruwe texturen en donkere schaduwen, bloed en zweet, melancholieke jazz, ac teurs die ieder greintje gevoel in zich op het doek smijten, dialogen die schitteren in hun eenvoud en bovenal een verhaal dat staat als een huis.

Eastwood is Frankie Dunn, bejaarde eigenaar van een sportschool en een boksmanager wiens beste dagen achter zich liggen. Maar dan verschijnt de 32-jarige Maggie Fitzgerald (Hilary Swank). Zij gaat trainen bij Frankie. Na aandringen van zijn oude vriend Eddie «Scrap-Iron» Dupris (Morgan Freeman) stemt hij ermee in haar africhter en manager te zijn. Tot zo ver volgt Million Dollar Baby de regels van het boksfilmgenre. Maar dit is geen genrefilm. Frankie heeft een verleden. En daar rent hij hard voor weg. Wat dat precies inhoudt, komen wij nooit te weten, behalve dat hij ergens een dochter heeft aan wie hij iedere week een brief schrijft.

De brieven komen terug, retour afzender. Om zijn demonen in toom te houden, gaat hij iedere dag naar de kerk. Maar hij gelooft niet, behalve in zichzelf. Dat is het klassieke East wood-beeld: de Dirty Harry/Man Zonder Naam-actieheld die uiteindelijk op eigen kracht het kwaad overwint. Maar in East woods beste films ondermijnt hij juist deze rol. In Play Misty for Me (1971) is hij een hippie die verwijfd rondloopt op een jazzfestival. In Tightrope (1984) is hij een rechercheur die de grenzen van de vrouwelijke kant van zijn seksuele identiteit opzoekt. En in Bloodwork ondergaat hij een harttransplantatie; hij krijgt het hart van een vrouw.

Het deconstrueren van het mannelijke, reactionaire beeld van Eastwood bereikt een hoogtepunt in zijn nieuwste film. Zijn Frankie is een vader die in Maggie de dochter ziet die hij kwijt is geraakt. Een onwaarschijnlijke relatie ontwikkelt zich tussen deze twee mensen: rauw en energiek, liefdevol en bovenal diep menselijk. Dat maakt Million Dollar Baby tot een film over eerlijkheid en oprechtheid, een film die door en door inspirerend is.

De integriteit van deze film en van Eastwood als kunstenaar is ook op politiek vlak van belang. Het lijkt of Eastwood een statement doet over de oppervlakkigheid en inherente corruptie van de moderne Amerikaanse massacultuur. Wanneer Maggie na een gevecht in het ziekenhuis ligt, komt haar familie op bezoek. Maar haar moeder, zuster en broer zijn slechts uit op haar geld. Zij zijn white trash en bezoeken liever filmpretparken dan dagen te waken naast het ziekbed van Maggie. Om alles erger te maken, ligt het ziekenhuis ook nog in Las Vegas, een stad die in Frankies ogen een achterlijk ge hucht is. Tegenover de cynische massaconsumptie van de familie, en in een bredere zin die van Amerika, gesymboliseerd door Las Vegas, staat de oude Frankie. Hij is als een rots. Omdat hij ooit weg is gegaan, wijkt hij nu geen millimeter. Het is bijna pijnlijk om East wood te zien, juist in deze tijd van twijfelachtige mannelijke leiders en rolmodellen. Bush? Blair? Beck ham? Pitt? Zij lijken figuren zonder overtuiging, flinterdun en efemeer. Ik hunker naar Frankie Dunn, bokser en vader.

Te zien vanaf 24 februari