MUZIEK Bart Visman

Raveliaans

Een paar maanden geleden hoorde ik een Franstalige liederencyclus met zulke prachtig klinkende orkestpartijen dat ik in eerste instantie aan een per ongeluk vergeten, post-raveliaanse Fransman dacht. Fout. Componist Bart Visman werd in 1962 in Naarden geboren, studeerde compositie bij Daan Manneke, won een aanmoedigingsprijs voor zijn concert voor orkest Orchestrales (1994) en geniet faam als bewerker, maar heeft als componist nog niet de zichtbaarheid die hij op grond van zijn statuur verdient.
Sables, Oxygène, op vijf Franstalige gedichten van de Nederlandse componiste en zangeres Saskia Macris, werd geschreven voor de befaamde Canadese sopraan Barbara Hannigan, die in april 2008 in Heerlen de première zong met het Limburgs Symfonie Orkest onder leiding van Ed Spanjaard. Voorjaar 2009 verschijnt hun cd-opname van het werk, die ik hierbij met klem wil aanbevelen.
Het is tonale muziek, zonder voorbehoud. In Vismans liederen duiken naast verwijd-tonale episoden functionele akkoordverbindingen op alsof het serialisme er nooit is geweest. En wordt de zwaartekrachtwerking van de grondtoon in de meest letterlijke zin onderstreept door langgerekte orgelpunten die, behalve in het tweede lied ‘Semences’, het fundament vormen voor de letterlijk en figuurlijk hooggestemde, lyrisch meanderende melodische zwerftochten van de sopraanpartij.
Waar ‘tonaliteit’ zelfs in traditionalistisch getinte hedendaagse muziek meestal tussen aanhalingstekens dient te worden geplaatst, staan het eerste en laatste lied van Sables, Oxygène expliciet in Es, zodat in de beste negentiende-eeuwse tradities een ook tonaal gesloten eenheid ontstaat.
De herkenbaarheid van het idioom en de tastbaarheid van de vorm dragen bij aan de verrassende, nergens platte toegankelijkheid van de muziek. Wat hun verleidingskracht nog vergroot is de superieure instrumentatie. Visman creëert met een reguliere symfonische bezetting een geparfumeerd Frans coloriet dat spookt, ruist, snikt, zucht en juicht met een Schmalz die met name in ‘Semences’, een roesachtige raveliaanse wals, bijna hedonistische trekken aanneemt – ware het niet dat de gedichten van Macris de suggestie van dansante luchthartigheid met kracht weerspreken. De complexe, onvertaalbare meerduidigheid van de gedichten staat geen exegetische simplificaties toe omdat ze over grote dingen gaan: ruimte (de begrensde van de kathedraal van Chartres, de onmetelijke van de zee), leven en dood, jeugd en verwording, liefde en eenzaamheid. Maar de muziek maakt ze bevattelijk en navoelbaar met een weemoed en een vage pijn die naar defaitisme zouden smaken, als het licht in de orkestklank niet zo hoopvol aan het leven hing. Muziek met een atmosfeer is zeldzaam: deze heeft het. Wie dit kitsch noemt, zij herinnerd aan de definitie die de dirigent Wilhelm Furtwängler ooit van dat begrip formuleerde: ‘Die Angst des intellektuellen Halbmenschen vor der ganzen Hingabe.’