Hf: ‘Roughhouse’

Ravotten

© www.hollandfestival.nl

Een gladde presentator warmt het publiek op in Depot 1, de voormalige fabriekshal in Keulen die de thuisbasis is van Schauspielhaus Köln. De vragen die de Duitse acteur Yuri Englert aan de toeschouwers stelt, zijn vrolijk ontregelend. Na het geijkte ‘Waar komt u vandaan?’ volgt ‘Waar was u bij voorkeur níet vandaan gekomen?’ En: ‘Hoe had u het liefst geheten?’ Daarna filosofeert de presentator over het klankverschil tussen Duits en Engels en de misverstanden die door een vertaling kunnen ontstaan, aan de hand van het einde van Goethe’s ballade Erlkönig. Een slimme manier om het Duitse publiek mee te nemen naar de voertaal van de voorstelling Roughhouse, een regie van de Amerikaan Richard Siegal die na zijn tijd als danser bij William Forsythe’s Ballet van Frankfurt in Duitsland zijn eigen multiculturele groep Ballet of Difference oprichtte.

In Roughhouse, een samenwerking met Schauspielhaus Köln, gebruiken negen acteurs en dansers het snappy Amerikaans/Engels van cnn-nieuws en van opgewonden tv-discussies alsof het bewegingsmateriaal is. Uitroepen worden thema’s met variaties doordat ze worden herhaald met steeds een verandering. ‘Oh God, it’s the Black Panthers!’ is even later ‘Oh God, it’s the Blue Panthers!’ Iemand begint iets te vertellen over een click farm (bedrijf dat werknemers inhuurt om de eigen advertenties te liken) waarna er een discussie ontstaat over de verkeerd begrepen term clit farm en over de beladenheid van het woord ‘clit’ – ‘What’s wrong with my clit!’ roept een vrouwelijke speler verontwaardigd. Een boventiteling levert een Duitse vertaling, maar leidt een eigen leven door zelfstandig woorden te genereren uit vertaalde zinnen.

Roughhouse betekent ‘ravotten’: het fysieke spel waarmee kinderen de grens aftasten tussen plezier en geweld. Dit laat Siegal gebeuren in taal. Op een speelvlak van zachte valmatten worden schetsmatige situaties opgeroepen: een interview waar iemand met een geluidshengel omheen cirkelt, een guerrilla-inval door een groepje met zonnebrillen op, een paniekerig nieuwsgesprek na een terreurdaad of een discussie tussen de spelers van de voorstelling. Maatschappelijke gevoeligheden worden manifest in het snelle spel met bewoordingen. De stelling ‘I am a woman of colour’ van een donkere speelster verandert van betekenis als een witte mannelijke collega met precies dezelfde intonatie ook zegt dat hij een vrouw van kleur is. De taal zingt zich los van een gewelddadige aanslag als in de opgewonden reacties op een nieuwsbericht alle bekende terroristen/vrijheidsstrijders uit de geschiedenis de revue passeren, alsof alles zich enkel herhaalt en niets meer echt indruk maakt.

Maar die vervlakking kruipt ook in de voorstelling, die wel fascineert maar niet beroert. De (vernieuwende) clash van theater en dans die Siegal belooft, blijft uit. Er is een mooi dansduet waarbij verbrokkelde woorden en bewegingsclichés even onmachtig zijn, maar verder is de taal van het lichaam ondergeschikt aan het eindeloze gebabbel in soms nogal statische groeperingen. Ondanks alle actuele verwijzingen herinnert Roughhouse aan het postmoderne theater uit de jaren negentig, en voor wie dat heeft meegemaakt doet deze Holland Festival-voorstelling bekend en een beetje achterhaald aan.


11 en 12 juni, ITA, Amsterdam, hollandfestival.nl