Een nieuwe stad voor Palestina

‘Rawabi geeft aan waar we naar op weg zijn’

De gloednieuwe Palestijnse stad Rawabi biedt snelle wifi, latte macchiato en co-working spaces. De stad geeft jonge Palestijnen hoop, maar moet spitsroeden lopen in de regionale machtspolitiek.

Rawabi in aanbouw, 2013 © Ilia Yefimovich / Getty Images

‘Mijn droom is werkelijkheid geworden’, zegt Bashar Masri, terwijl hij uitkijkt over zijn geesteskind: Rawabi, de jongste stad van het Midden-Oosten. Rawabi ligt op de Westelijke Jordaanoever tussen de Palestijnse steden Ramallah en Nablus, zo’n 35 kilometer ten noorden van Jeruzalem. Het idee van de eerste geplande stad in Palestina bestaat al meer dan tien jaar, maar pas sinds kort begint Rawabi te lijken op een moderne, westerse stad. De gebouwen zijn van een lichte crèmekleurige steen die in de regio onder de grond wordt gevonden.

In vergelijking tot andere steden op de Westelijke Jordaanoever zoals Ramallah en Jericho is Rawabi opvallend schoon en stil, met overzichtelijk verkeer, zonder falafelkraampjes. Op het plein in het centrum klinkt door grote speakers Engelstalige muziek. Aan de linkerkant van het plein ligt een hamburgerrestaurant waar Palestijnse twintigers lunchen en daarna een toetje halen bij de ijszaak of koffie bestellen in de ‘Franse’ koffietent Siroter. Daar wordt vaker lactosevrije latte macchiato besteld dan de bittere Arabische koffie.

Slechts de hoofddoekjes om het haar van jonge vrouwen – die daaronder Levi’s-jeans en Adidas-sneakers dragen – en de kleine bakkerij waar kanafeh (traditioneel Arabisch gebak) wordt verkocht, verraden dat Rawabi een Palestijnse stad is.

Op het terras van Siroter zit Masri. De Palestijns-Amerikaanse zakenman kwam in 2004 op het idee om Rawabi (het Arabische woord voor ‘heuvels’) te bouwen. Samen met de overheid van Qatar financierde hij het volledige project van 1,4 miljard dollar. Masri, 57, is afkomstig uit een van de rijkste Palestijnse families. Hij groeide op in Nablus, studeerde in Amerika en woonde in verschillende landen, waaronder Saoedi-Arabië en Engeland, voordat hij in 1994 terugkeerde naar de Westoever. Daar richtte hij twee vastgoedbedrijven op: Masser International en Bayti Real Estate Investment Company. Met het laatste werkt hij nu aan de bouw van Rawabi.

Inmiddels wonen er vierduizend mensen in Rawabi en werken er tienduizend. Binnen tien jaar moet Rawabi veertigduizend inwoners tellen, verspreid over 22 wijken. Masri, die al eerder investeerde in onroerend goed in Marokko, wist dat het project veel banen op zou leveren. ‘Ik geloof dat we op weg zijn naar het ontstaan van een Palestijnse staat’, zegt Masri. ‘Ik wil niet dat we na al die jaren leed eindigen als een zwak land dat geteisterd wordt door werkloosheid en armoede.’ Wat niet wegneemt dat de stad niet zonder tegenslagen tot stand is gekomen. Kritiek vanuit de Palestijnse gemeenschap en Israëlische controle legde het project bijna de nek om. En ook nu, jaren later, hangen er nog meerdere vraagtekens over het heden en de toekomst van Rawabi.

Een groot deel van de gebouwen in het Q-centrum (de Q komt van Qatar) is bestemd voor kantoren van lokale en internationale bedrijven. Masri hoopt naast banen die voortkomen uit de bouw van de stad ook een groot aantal kantoorbanen te creëren en richt zich daarbij op de hightechindustrie.

Bij het opbouwen van die hightechindustrie zijn ook Israëlische bedrijven betrokken. Het Israëlische bedrijf Mellanox werkt vanaf meerdere locaties samen met het Palestijnse bedrijf Asal Technologies. De vestiging in Rawabi is verreweg de grootste met meer dan honderd engineers. ‘De Palestijnse gebieden hebben veel potentie en ik wilde iets doen wat een politieke impact zou hebben’, zegt Eyal Waldman, ceo van Mellanox.

Ook een aantal start-ups heeft zich gevestigd in het centrum van Rawabi waar ze naast elkaar werken in co-working space Connect. Voor vijftig dollar per maand huur je daar een kantoor met internettoegang, een veilige vpn en een digitaal opslagcentrum. Binnen Connect zijn tot nu toe vijfhonderd banen ontstaan. Een van die banen ging naar Zaid Salem, de manager van Connect. ‘Rawabi is heel interessant voor internationale bedrijven’, zegt Salem. ‘We leiden hier mensen op volgens het Silicon Valley-curriculum, maar tegelijkertijd zijn de lonen relatief laag. Je krijgt hier goede kwaliteit werk van hoogopgeleide werknemers, beter dan bijvoorbeeld in India, en voor een nog betere prijs.’

Alle start-ups in Connect ontvangen subsidie van Masri’s Siraj Fund, het eerste aandelenfonds in Palestina. Een van die start-ups is WebTeb, een website met gezondheidsinformatie in het Arabisch. Een andere is Studio83, dat 3D-visualisaties maakt voor vastgoedbedrijven. Ook ging een van de Connect-deelnemers een samenwerking aan met het Duitse Getaway, een start-up voor het delen van auto’s. Maar het meeste vertrouwen heeft Salem in Imagry, een start-up die software ontwikkelt voor zelfrijdende auto’s. ‘Dat wordt echt heel vet.’

Rawabi heeft een jonge bevolking, zeventig procent van de inwoners is tussen de 25 en 35 jaar. ‘En dat is precies de bedoeling’, zegt Masri. De gemiddelde leeftijd van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever is 21 en bijna zeventig procent is onder de dertig jaar oud. Meer dan de helft van de Palestijnen is hoogopgeleid, maar toch ligt de werkloosheid op 27 procent. Jonge, opgeleide Palestijnen konden nergens naartoe. Door te focussen op werk en wonen voor jongvolwassenen ontstaat in Rawabi een middenklasse die de Westelijke Jordaanoever nooit eerder kende. ‘Het is prachtig, kijk maar eens naar rechts.’ Masri wijst naar drie jonge vrouwen aan een tafeltje verderop op hetzelfde terras. ‘Twee van deze jonge vrouwen zijn engineers en de andere zit op de hogeschool. Hun loon valt zeker in de middenklasse, en ze zijn pas een paar jaar afgestudeerd.’

De zwaarste kritiek is dat het bestaan van Rawabi de bezetting van de Westoever ‘normaliseert’

Een aantal maanden geleden opende Masri zijn gloednieuwe winkelcentrum. Merken waarvoor Palestijnen eerst naar Israël of Jordanië moesten – nu verkrijgbaar in Rawabi. Geen nepmerken meer uit winkels in Ramallah, maar de originele artikelen van Lacoste, Armani en Calvin Klein. De goedkoopste woning in Rawabi kost 69.000 dollar, waar je vervolgens een hypotheek van driehonderd dollar per maand op krijgt. Masri: ‘Het minimumloon hier in de Ramallah-regio is zeshonderd dollar, een hypotheek van driehonderd dollar zou dus iedereen moeten kunnen betalen.’

Winkelstraat in Rawabi, Westelijke Jordaanoever, 2018 © Geraldine Hope Ghelli / Bloomberg / Getty Images

Dit betekent niet dat Rawabi altijd al dat succesverhaal was. Aan het begin van 2015 had Rawabi meer weg van een spookstad dan een westerse metropool en stond Masri op het punt faillissement aan te vragen. Hij had op dat moment zeshonderd appartementen verkocht en de eerste appartementen waren al opleveringsklaar, maar één levensvoorwaarde ontbrak nog: water. In 1993 werd binnen de Oslo-akkoorden een watercomité opgesteld tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit. Hierin werd bepaald dat de Palestijnse overheid het water op de Westoever verdeelt, maar dat Israël uitmaakt hoeveel er voor dit gebied beschikbaar is.

Zonder water was de stad niet levensvatbaar, en dus moest Masri toestemming vragen aan het watercomité. Officieel gaat dit via de Palestijnse autoriteiten, maar die weigerden aanvankelijk mee te werken aan een overeenkomst uit protest tegen de ongelijke verdeling van water tussen Israëlische nederzettingen en Palestijnse steden en dorpen op de Westelijke Jordaanoever.

Een waterovereenkomst werd na maanden onderhandelen bereikt in maart 2015, maar er was nog een ander afhankelijkheidsprobleem. Rawabi ligt weliswaar in Area A, het gebied op de Westelijke Jordaanoever waar de Palestijnse overheid zeggenschap heeft, maar de toegang tot de stad ligt in Area C, het gebied dat onder volledige Israëlische controle valt. Masri moest onderhandelen over het bouwen van een weg die Rawabi met de rest van de Westelijke Jordaanoever zou verbinden.

In 2012 ging Israël akkoord met de bouw van een smalle weg door Area C. Maar de toegang tot die weg is tijdelijk, en na elke periode moet Israël opnieuw toestemming geven voor het gebruik (volgens Masri ieder jaar, volgens anonieme bronnen binnen Israëlische overheidsorganisaties iedere vijf jaar).

‘Het is belachelijk dat ze alleen een tijdelijke weg hebben. Er zou een veel betere en permanente weg gebouwd kunnen worden’, zegt Dany Tirza, die vijf jaar geleden werd gevraagd als onafhankelijk consultant te kijken naar mogelijke oplossingen voor de weg. Volgens Tirza, die eerder kolonel was in het Israëlische leger, zou een grotere weg gebouwd kunnen worden die geschikter zou zijn als toegang tot de stad. Daar zijn verschillende praktische oplossingen voor, maar die hebben allemaal gemeen dat Israël daaraan moet meewerken en de Palestijnse Autoriteit dit met Israël moet regelen. ‘Voor elke oplossing zouden Israël en de Palestijnse overheid elkaar tegemoet moeten komen’, zegt Tirza. ‘En beide zijn te eigenwijs.’

Dit zijn niet slechts tijdelijke problemen. Als Rawabi in de toekomst verder wil uitbreiden – wat op dit moment het plan is – is de stad voor water en toegang steeds afhankelijk van de medewerking van Israël en de Palestijnse Autoriteit en van hun onderlinge verstandhouding. Ook is er meer geld nodig. Masri stapte jaren geleden naar de Qatarese overheid, omdat Qatar al eerder in Palestijnse projecten investeerde. Qatar financierde tot nu toe zestig procent van het project. Nu moet Masri zijn Qatarese partners om meer financiële steun vragen.

Investeringen in Rawabi passen in een breder buitenlands beleid van Qatar. Het land investeert regelmatig in Palestijnse projecten en biedt humanitaire en financiële steun. Qatar zegt daarmee bij te dragen aan de rust in het Midden-Oosten. Maar ook voor de besteding van zulke steun en investeringen moet Qatar tot een akkoord komen met Israël. Qatar probeert een grotere rol in het Midden-Oosten te spelen en heeft strategische en economische belangen bij een goede relatie met Israël.

De golfstaat probeert daarom de relaties met zowel Israël als de Palestijnse Autoriteit goed te houden, en heeft door de jaren heen actief het vredesproces tussen hen gesteund en als bemiddelaar gefungeerd. Mede daardoor hebben Israël en Qatar een relatief warme relatie. Qatar hoopt zijn hightechsector te vergroten door Israëlische bedrijven naar de golfstaat te lokken, en hoopt via Israël zijn banden met het Westen (en met name de Verenigde Staten) te versterken. Het voordeel voor Israël is dat een goede relatie met Qatar de Arabische vijandigheid jegens Israël in de regio inkapselt.

In tegenstelling tot Qatar investeerde de Palestijnse overheid nauwelijks in Rawabi

Wie de derde partij in dit machtsveld is, is niet altijd duidelijk: daarvoor zijn de Palestijnen intern te verdeeld, om te beginnen tussen de Palestijnse Autoriteit en Hamas. Qatar zegt de Palestijnse Autoriteit te steunen in haar conflict met Hamas, maar gaat soms tegen de wensen van de Palestijnse Autoriteit in. Tegelijkertijd steunt Qatar wel projecten – zoals Rawabi – op de Westelijke Jordaanoever, waar de Palestijnse Autoriteit aan de macht is.

In tegenstelling tot Qatar investeerde de Palestijnse overheid nauwelijks in Rawabi. Masri vond dat nooit een groot probleem, maar wel teleurstellend. ‘Ze zitten niet in de weg, maar dat is niet genoeg. Ze zouden alles moeten doen om dit project tot een succes te maken, in plaats van alleen maar als belastinginner te fungeren.’ De Palestijnse overheid steunde recentelijk voor het eerst de gemeente van Rawabi. ‘Met 36.000 dollar. Voor een project van 1,4 miljard’, lacht Masri. Rawabi moet een weerspiegeling zijn van het toekomstige Palestina – volgens Masri: democratisch, seculier en met een sterke economie. Hij ziet een domino-effect voor zich. ‘Andere steden zullen het voorbeeld volgen en binnen tien jaar heb je Rawabi 2, 3 en 4. En dan gaat er wel iets gebeuren met de Palestijnse economie.’

De vraag is: kan Rawabi niet alleen de Palestijnse economie sterker maken, maar ook de Palestijnse samenleving en een mogelijke Palestijnse staat internationaler of democratischer maken? Dat blijft nu nog onhelder. Wel duidelijk is dat de ondemocratische en inefficiënte Palestijnse Autoriteit dat nu in de weg staat. De PA arresteert regelmatig journalisten en kunstenaars voor het bekritiseren van de overheid die nog handelt volgens religieuze denkbeelden. Masri maakt zich daar opvallend weinig zorgen over. ‘Het is een jonge overheid’, zegt hij. ‘Ze doet haar best, maar het is niet genoeg. De overheid moet nog groeien.’

Maar anderen zeggen ronduit dat Rawabi een visie van vooruitgang oproept, tegenover de stagnatie die de Palestijnse Autoriteit vertegenwoordigt. In die visie roept een succesvolle ontwikkeling van Rawabi de mogelijkheid op dat er een splitsing ontstaat tussen Palestijnen die loyaal blijven aan hun eigen overheid en de vaak jongere Palestijnen die meer waarde hechten aan een veilig, comfortabel leven dan aan ‘winnen’ van Israël. Israël kan deze splitsing aanmoedigen door samen te werken met het laatste deel van de Palestijnen, ten koste van samenwerking met de Palestijnse overheid.

Het is makkelijker om dit van Israëliërs te horen dan van Palestijnen die in gebieden wonen die worden beheerst door de Palestijnse Autoriteit. Palestijnen zijn bang zich uit te spreken over hoe de overheid hen behandelt. Als ze dat toch doen, hebben ze de keuze anoniem te blijven of het risico te lopen te worden opgepakt. Het tegengeluid tegen de ouderwetse, corrupte overheid blijft zwak, maar de verdeeldheid in de maatschappij groeit.

Binnen de Palestijnse samenleving is Rawabi niet onomstreden. Sommige Palestijnen bekritiseren het huizenbezit en zeggen dat een langlopende hypotheek voor de gemiddelde Palestijn onbereikbaar is. Anderen maken zich zorgen dat Arabische familietradities in de stad verdwijnen door de kleine appartementen waar meerdere generaties niet kunnen samenwonen.

Maar de zwaarste kritiek is dat het bestaan van Rawabi de bezetting van de Westelijke Jordaanoever ‘normaliseert’, doordat het stadsbestuur deals sluit met Israël en zo de Israëlische bezetting van het gebied accepteert. Masri ontkent dat niet. ‘Ik ben niet tegen normalisering’, zegt hij. ‘Het is onmogelijk om de Palestijnen te helpen door Israël te boycotten, en je moet het onmogelijke niet willen. We moeten Israël en de rest van de wereld laten zien dat we een sterke natie kunnen bouwen. Daar trekken we meer aandacht mee dan met zelfmoordaanslagen.’

Een jonge man op het terras van het hamburgerrestaurant zegt dat hij de kritiek niet zo serieus neemt. ‘Iedereen gelooft in Rawabi, zelfs als ze het niet willen toegeven.’ De twintiger kwam na zijn afstuderen naar de stad en vond een baan als analist in een start-up. ‘Als je hier bent, voel je hoe bijzonder het project is. Samenwerken met Israël is geen kwaadaardig complot. De strijd die door onze overheden wordt gevoerd, speelt hier niet. Rawabi geeft aan waar we naar op weg zijn, een modern Palestina.’

Dat is maar de vraag. Zolang er geen duidelijke beslissing is over wat er met de Westelijke Jordaanoever gaat gebeuren, zal ook Rawabi’s invloed in de rest van het gebied beperkt blijven. Voor de Palestijnen die nog in vluchtelingenkampen wonen, waarvan sommige slechts tientallen kilometers verderop liggen, blijven de voorzieningen van een commercieel project als Rawabi onbereikbaar. Wanneer een Palestijnse staat wordt opgericht, kan Masri’s droom over Rawabi 2, 3 en 4 pas werkelijkheid worden. Maar de huidige Palestijnse overheid wekt niet de indruk dat ze nieuwe Rawabi’s de Palestijnse samenleving zal willen laten veranderen.

En ook het beleid van Israël lijkt geen ruimte te laten voor een toekomst met een reeks Rawabi’s op de Westelijke Jordaanoever. Israël bouwde er sinds de bezetting in de Zesdaagse Oorlog in 1967 meer dan tweehonderd nederzettingen, die inmiddels bewoond worden door meer dan 620.000 joodse kolonisten. Een terugtrekking van de nederzettingen van de Westoever om plaats te maken voor een Palestijnse staat, wordt steeds onrealistischer. Een andere mogelijkheid is dat Israël de Westoever annexeert. Rawabi wordt dan onderdeel van een al bestaande staat.

Tot er een nieuwe wending komt is Rawabi de eerste plek op de Westoever waar jonge Palestijnen terecht kunnen voor goede banen in innoverende industrieën en een hoge levensstandaard. De toekomst – van water en wegen tot de vraag in welk land Rawabi zal liggen – blijft onzeker.