Rawagede: gerechtigheid?

Eindelijk spraken veteranen over de massamoord die Nederlandse militairen in december 1947 begingen in de Javaanse kampong Rawagede. Dat deden ze in het tv-programma Altijd wat (ncrv). Twee oud-leden van de eenheid die de executies uitvoerde kwamen aan het woord. Beiden waren niet bij de fusillades aanwezig, maar hadden gesproken met daders. Helaas werden we niet veel wijzer.

Medium groene comm. rawegede

Volgens Indonesië werden in het dorp 431 mannen tegen de muur gezet. Nederland houdt nog steeds vol dat er slechts ‘ongeveer twintig’ zouden zijn geëxecuteerd. Al twee jaar geleden toonde De Groene Amsterdammer op basis van archiefmateriaal, opgedoken door de historicus Harm Scholtens, dat dit aantal veel te laag was. De Nederlanders fusilleerden honderd tot honderdtwintig mannen, onderverdeeld in negen à tien groepen. ‘Alle geëxecuteerde personen hadden lange haren, geen dikke eeltlaag op handen en voeten, zij waren allen in het bezit van papieren van de Hizboellah en soortgelijke organisaties’, meldt het archiefmateriaal, doelend op islamitische verzetsgroepen.
In de uitzending vertelde de ene veteraan dat hij van een collega had gehoord dat het om twintig executies ging, de ander had iemand ‘met een vrij beverige stem’ aan de lijn gehad die sprak over honderdtwintig terechtstellingen. Nog steeds weten we niet waar die twintig of het Indonesische getal van 431 vandaan komen. En waarom liggen in Rawagede 181 slachtoffers begraven? De cijfers zijn belangrijk. In het gebied Krawang werden eind 1947 vele kampongs door de Nederlanders gezuiverd. Wellicht begingen zij nog meer misdaden. Tegelijkertijd vermoordden ook de Indonesische verzetsgroepen dorpelingen. De nationalistisch-jihadistische guerrillastrijders op Java waren even hardvochtig als de Afghaanse Taliban.
De (werkelijke) aantallen zeggen iets over de geweldsspiraal waarin de strijdende partijen elkaar en de bevolking gevangen hielden. En daarmee over de aard van de oorlog, die hier nog altijd verhullend ‘de politionele acties’ heet. Nederland zou ervan kunnen leren. Zo'n morele ontsporing treedt op tijdens elke guerrilla, en die in Afghanistan (die evenmin een oorlog mag heten) zal zeker niet onze laatste zijn. Dat nu bevestigd is dat het om dienstplichtigen ging (toen De Groene dat nieuws bracht werd het nauwelijks geloofd), en niet om de geharde elite-eenheden van het Depot Speciale Troepen of het Knil, zegt genoeg.
In de uitzending stelde Liesbeth Zegveld, advocaat van nabestaanden, dat nog levende daders moeten worden vervolgd. Angst voor veroordeling deed de betrokken militairen echter al die jaren zwijgen. Van de Nederlandse overheid hoeven we de waarheid niet te verwachten. In 1947 werd de Verenigde Naties voorgelogen over slechts vier executies. In 1969 werd de mythe van het twintigtal geïntroduceerd en in 1995, toen het OM opnieuw onderzoek pleegde, werd die instandgehouden.

Kiezen tussen waarheid of gerechtigheid, een duivels dilemma. Na jarenlange leugens lijken de nabestaanden en wij allen er méér baat bij te hebben als we nog levende daders aanmoedigen vrijuit te spreken. Een waarachtige reconstructie, liefst door een neutraal internationaal onderzoeksteam, maakt verwerking en voorkomen mogelijk. Het is bovendien de enige mogelijkheid onze duistere geschiedenis onder ogen te komen. Nu nog straffen is hoe dan ook te laat.

Lees ook: De Excessennota moet opnieuw