Het Einde 12 februari 1939 – 20 mei 2013

Ray Manzarek

De meisjes gilden om Jim Morrison, maar achter het provocerende gezicht van The Doors ging het geniale muzikale brein van Ray Manzarek schuil.

Een van de vele grootse popsongs die de hippiecultuur aan de Amerikaanse westkust voortbracht is Light My Fire. Na een korte drumslag draait het orgel stuwend op volle toeren als opmaat naar Jim Morrisons bezwerende stem. Het nummer is in de afgelopen decennia grijsgedraaid en in vele gedaanten gecoverd, onder meer in de prachtige trage latino-uitvoering van José Feliciano. Maar als je het onverwacht op de radio hoort heeft het niet de energie verloren waarmee The Doors in 1967 de babyboomgeneratie veroverden. In korte tijd volgde het ene na het andere nummer. Met hun duistere, ongrijpbare muziek waren zij een tegenpool van de happy beach sound uit Californië.

Natuurlijk was daar zanger Jim Morrison, die met zijn leren heupbroek strak om het kruis het gezag uitdaagde, zowel fysiek (de beruchte masturbatiescène in Miami) als tekstueel (‘Father, I want to kill you, Mother I want to fuck you all night’). Maar het ware muzikale brein Ray Manzarek manifesteerde zich bescheiden op de achtergrond. Als tijdens concerten de tent in een complete chaos veranderde, speelde hij onverstoorbaar door en nam hij als Morrison gedrogeerd knock-out op de grond lag diens zangpartij over. Net als drummer John Densmore en gitarist Robbie Krieger had toetsenist Manzarek een onvoorwaardelijk geduld met de grillen van de zanger. Tot aan zijn eigen dood, twee weken geleden, heeft hij zijn hele leven in dienst gesteld van de erfenis van de band. Trouw aan elkaar – het lag ten grondslag aan het succes van The Doors.

Ray Manzarek, geboren in 1939 als zoon van Poolse migranten, leerde Morrison kennen op de filmacademie in Los Angeles. Manzarek studeerde behalve film ook klassieke muziek. Ze kwamen elkaar in 1965 opnieuw tegen op Venice Beach waar de vrije geest van de ontluikende sixties hing. Meisjes in bikini’s slenterden met bloemen in het haar over de stranden terwijl op de golven gebruinde jongens op surfplanken voorbij flitsten. De zon leek hier in de opkomende welvaart van Amerika voor eeuwig te schijnen. Manzarek speelde al in bandjes, terwijl Morrison zich als poëet bezighield met het lezen van Rimbaud, Baudelaire en Nietzsche. Ze raakten geïnteresseerd in elkaars talent en trokken Densmore en Krieger aan voor de oprichting van een jazzy rockband die zich The Doors noemde, geïnspireerd door de versregel ‘The Doors of Perception’ uit The Marriage of Heaven and Hell van de Britse dichter William Blake. Diens uitspraak ‘The road of excess leads to the palace of Wisdom’ gold voor de hele band als een motto. Maar Manzarek nam de woorden minder letterlijk dan Morrison, die met dagelijkse cocktails van drugs en whisky de weg van zelfdestructie op ging. Manzarek koos na enkele bad trips met lsd en marihuana voor transcendente meditatie en gezonde voeding.

De tegenstelling tussen Manzarek en Morrison kon bijna niet groter zijn. Manzarek was stil en bescheiden, zat geconcentreerd gebogen virtuoos te improviseren op zijn orgel terwijl Morrison ruig om zich heen brulde en onder het succes bezweek. Met zijn bril, kuif en streepmond leek Manzarek eerder op een intellectueel, een hippe dat wel, wat in scherp contrast stond met de bohémien-zanger die een en al zinnelijkheid uitstraalde. En waar Morrison geen noot kon lezen en aanvankelijk moeite had om zijn stem in het openbaar luid te laten klinken, experimenteerde Manzarek vrij met zwarte blues, jazz van Miles Davis en de repeterende thema’s van Bach. Als organist was hij geniaal. Met zijn linkerhand speelde hij de baspartij als vervanging van een afwezige basgitarist en met zijn rechterhand joeg hij de melodie op. Het draaiorgelachtige geluid van het orgel vormde een tegenwicht voor de sonore stem van Morrison.

Het contrast wordt scherp aangezet in de verfilming van hun carrière, zoals in de geromantiseerde film van Oliver Stone in 1991 en in de documentaire When You’re Strange (2010) van Tom DiCillo. Manzarek vertelt in de biografie Light My Fire: My Life with The Doors (1998) dat hij de film van Stone kitscherig vindt. ‘Het doet geen recht aan de werkelijkheid. Het is de interpretatie van een man die nooit over de dood van zijn jeugdidool is heen gekomen.’ Ook zegt hij dat ze in die tijd niets wisten over verslaving. ‘We herkenden de signalen niet maar zagen de vernietigende kracht ervan wel om ons heen toeslaan.’ Met de film van Tom DiCillo had hij meer op. Daarin worden authentieke opnamen gepresenteerd langs een verhaallijn, uitgesproken door Johnny Depp, met als rode draad hoe de optimistische summer of love overging in een grimmige politieke periode. Beelden van de Vietnamoorlog, de moord op beide Kennedy’s, de burgerrechtenbeweging, de moord op Martin Luther King, de drugsdood van Jimi Hendrix en Janis Joplin (net als Morrison 27 jaar geworden) lopen parallel met een muzikale ontwikkeling in de richting van een hardere toon met een demonische boodschap.

Manzarek trok zich na tien jaar Los Angeles samen met Dorothy Fujikawa, zijn jeugdliefde, en hun zoon terug op het platteland. Hij wilde met zijn handen in de aarde wroeten, zei hij in een interview, en net als de groente in zijn tuin ‘als mens weer groeien’. Totdat kanker hem velde. Zou hij Chrystal Ship hebben gehoord van hun eerste elpee uit 1967? ‘Before you slip into unconsciousness I’d like to have another kiss. Another flashing chance at bliss. Another kiss, another kiss. Oh tell me where your freedom lies.’ Hij overleed in een Duitse kliniek na een experimentele therapie. Zijn vrouw Dorothy zat naast hem. Ook in de liefde was hij trouw.

De tegenstelling tussen Manzarek en Morrison kon bijna niet groter zijn