Toneel: Nora

Razend riskant

Volgens Menno ter Braak was Nora een van ­Henrik Ibsens meest tijdloze toneelstukken. Omdat het stuk volgens hem beslist níet is wat ­iedereen (ook toen) er almaar hardnekkig in blijft zien: een ‘paskwillig feministische’ tekst. Het stuk uit 1879 handelt over de jonge Nora die zich in haar huwelijk chantabel heeft gemaakt middels een riskante lening en valsheid in geschrifte.

Als alles uitkomt en haar man, de advocaat Helmer, haar de huid vol scheldt, loopt ze weg. Ter Braak formuleerde de tijdloosheid in 1938 aldus: ‘De kern van het conflict tussen de door en door maatschappelijk, onpersoonlijk levende Helmer en de haast bij toeval (door een faux pas) tot persoonlijk leven ontwakende Nora, is nog altijd helder, ook al zou men er veel van Ibsens coulissen bij kunnen missen.’

Die coulissen zijn in de voorstelling van Nora, waarmee regisseur Thibaud Delpeut bij Toneelgroep Amsterdam debuteert in de grote zaal, afwezig. In de scenografie van Roel van ­Berckelaer rest nog slechts een bank die herinnert aan een leven op stand. De ‘speelzaal’ op het podium is kaal. Het spel is een gewaagd jongleren met maskers, of beter: met de spanning tussen het sociale masker van de aanpassing en de angst voor de ontmaskering en wat er dan aan driften vrij komt. In de samenwerking tussen regisseur Delpeut en Halina Reijn die Nora speelt is naar iets gezocht wat razend riskant is: de spanning tonen tussen maskerade en démasqué. Maar dan wel: achter elkaar gemonteerd. Niet als een moerassig durch­einander. Dat is hard werken. En dát harde werk mag je niet zien. Want dan wordt het virtuoos tsjonge-tsjonge-toneel. Wat Reijn hier laat zien is groots en voor de toeschouwer gelukkig­makend omdat het zo gevaarlijk is, randje emotionele oersoep maar nooit eroverheen. Er zit een stilzwijgende afspraak met het publiek onder: mensen, hoe dit afloopt weten we, namelijk níet goed, wíj zijn echter niet primair geïnteresseerd in de _af_loop maar in het _ver_loop. Zo’n spanningscomplex bij mekaar acteren kan iemand niet alleen. Reijn heeft een goeie tegenspeler gekregen in Thomas Ryckewaert, die Nora’s man Helmer speelt, in de woorden van Ter Braak ‘een conventionele, au fond bange en steeds phraserende man’. Ook Ryckewaert schakelt van de ene spanning naar de andere, ook hij prakt de gevoelsstromen niet door elkaar. Als hij koosnaampjes produceert voor het onschuldig kindvrouwtje dat Nora in zijn ogen was, speelt hij dat met doodsangst achter zijn ogen. Als hij signaleert dat Nora zich bemoeit met zaken waar ze geen talent voor heeft, zoekt hij variaties op de karakterloosheid waarmee hij haar uiteindelijk afserveert. Hun slotconfrontatie is magistraal toneel. Verbouwereerd rondkijken op een vooraf afgesproken treinstation. Dit is wat het is. De ruïne van een relatie, die die naam nooit verdiende.

T/m 26 januari Stadsschouwburg Amsterdam, 6, 7 februari Rotterdamse Schouwburg. toneelgroep­amsterdam.nl