Re: opvoeding hans boutellier en micha de winter

Beste Hans, je uitvoerige artikel in de Trouw, onder de smakelijke titel ‘Lekker heftig leven’, is mij niet erg goed bevallen. Het valt in een categorie die ik sinds vorige week maar even(‘B&W-cafépraat’ noem, een stijl waarin zorgelijke progressieven plots overweldigd lijken door morele paniek over ‘de’ jeugd en mee gaan deinen op de golven van zondebokkenzoekerij in de richting van falende ouders en normloze kinderen. De teneur van jouw artikel is hetzelfde: alle problemen met de jeugd van nu zijn te wijten aan die verdomde anti-autoritaire opvoeding. De onderhandelingshuishouding is niet meer opgewassen tegen de heftige verleidingen waar de jeugd aan blootstaat; eigenlijk is onderhandelen ook geen opvoeden maar het wegvluchten voor verantwoordelijkheid. De angst om het onschuldige kind te frustreren heeft geleid tot een pedagogiek op de knieën. Ouders moeten weer meer structuur en normatieve uitdagingen bieden.

Waar zet je je eigenlijk tegen af met dit moralistische appèl? We weten inmiddels allemaal dat het met het grootste deel van de jeugd en de gezinnen heel aardig gaat. Maar we weten ook dat er een groep van zo'n tien à vijftien procent is waar de problemen zich opstapelen. Armoede (elf procent van de gezinnen!), gebrek aan perspectieven, onleefbare buurten, slechte scholing, een cultuur van marginaliteit, daar gaat het onder andere om. Door juist dat deel van het verhaal weg te laten schep je een vals beeld, waarin de zich geleidelijk democratiserende opvoeding de zondebok is. Waarom in godsnaam? Het vraagstuk dat je aansnijdt is terecht: hoe kun je je kinderen opvoeden en beschermen in een tijd die bol staat van de gevaren en verleidingen? Maar je antwoord is regressief: een terugval op recepten die ook in het verleden al niet werkten. Er is iets anders nodig! Micha, ik ben blij dat je je aangesproken voelt door mijn artikel in Trouw. Ik beschouw jou namelijk inderdaad als een vertegenwoordiger van wat ik ‘de sussende pedagogiek’ ben gaan noemen. Daar vind je de mensen die vinden dat bezorgdheid over de jeugd van alle tijden is en dus een probleem van ouderen. De pedagogen die overal problemen zien (buurt, armoede, de maatschappij) behalve in de verhouding tussen ouders en kinderen. Dat vind ík nou een vals beeld. Gegeven de heftige risicocultuur - van xtc-party’s tot wapens op het schoolplein - staat de onderhandelingshuishouding onder druk. Zoals je zegt: 'Er is iets anders nodig.’ We kunnen niet terug naar de oude gezagsverhouding die was geworteld in de verzuilde plichtenethiek. Daar heb ik ook nooit voor gepleit. Je mist het punt dat ik wil maken. Na de vestiging van de onderhandelingshuishouding dient zich naar mijn idee een nieuw soort opvoedingsstijl te ontwikkelen, die ik zou willen typeren in termen van bescherming. Hoe voorkom ik dat mijn kinderen aan de drugs raken, hoe hou ik ze op de rails, hoe zorg ik dat ze hun school afmaken en niet verzuipen in de hedendaagse 'uitgaanscultus’? Jij kent toch ook wel ons-soort-ouders die met hun handen in het haar zitten over de onhandelbaarheid van hun kinderen? Je richt je pijlen op 'sussende pedagogen’ die vinden dat 'de jeugd van tegenwoordig’ altijd al de gebeten hond was, en die overal een probleem in zien behalve in de verhouding tussen ouders en kinderen. Ik vind dit een fraai gevonden karikatuur. Laat ik voor mezelf spreken als een van die zogenaamde sussers. Massaal richt het volk (zo'n beetje vanaf Hirsch Ballin) zijn pijlen op de jeugd en hun thuisopvoeding. Mijn pleidooien voor een verbreding van de scope (inderdaad: armoede, buurt, school) zijn bedoeld om de balans weer in evenwicht te brengen. Daarmee zijn opvoedingsproblemen in het gezin natuurlijk niet ontkend of weggelachen, maar wel geplaatst binnen een context. Het is juist het bagatelliseren van het belang dáárvan dat ik anderen en jou verwijt. Als empirisch bewijs voor de 'onmacht tot opvoeden in de risicosamenleving’ vind ik jouw verwijzing naar 'ons-soort-ouders’ nogal magertjes. Alweer zo'n karikatuur die op geen enkele manier door onderzoek wordt ondersteund. Natuurlijk vragen ouders zich af hoe ze hun kinderen tegen te grote verleidingen en risico’s moeten en kunnen beschermen. In de jaren vijftig had men dezelfde angsten over de verleidingen van de dans en de moderne film. Jouw pleidooi voor meer structuur, meer bescherming, meer begeleiding en normatieve kaders is dan ook niks nieuws. Verreweg de meeste ouders bieden structuur en normatieve kaders, bieden bescherming, hoe moeilijk soms ook. Reageer eens op de stelling dat problemen als jeugdcriminaliteit, gewelddadigheid en dergelijke niet zozeer te maken hebben met het failliet van de onderhandelingshuishouding, maar juist met een tekort aan onderhandelingscompetentie met jongeren, zowel bij ouders als bij opvoeders op school en op straat. Ik ben er in de loop van de jaren tachtig steeds meer van overtuigd geraakt dat het domein van de moraliteit een zelfstandig cultureel belang vertegenwoordigt. Van oudsher werd dit domein bezet door religie en ideologie. In de jaren zestig hebben we ons bevrijd van deze normatieve kaders. Dat was goed en onvermijdelijk, maar heeft geen eeuwigheidswaarde. Nieuwe verworvenheden creëren op hun beurt nieuwe problemen. Onze moraal is er een van intuïties: niet altijd even beredeneerd, niet altijd even consistent en zeker niet door iedereen gedeeld. We dienen onze idealen zelf te verzinnen en kunnen slechts hopen dat er iemand (de jeugd bijvoorbeeld) naar wil luisteren. Jij veronderstelt een onderhandelingstekort in veel gezinnen, ik zou liever willen spreken van te hoog gespannen verwachtingen. Veel ouders forceren zich in het goed willen zijn voor hun kinderen, of laten het afweten omdat ze die verwachtingen niet kunnen waarmaken. Wist je dat veel ouders blij zijn als de politie of de kinderbescherming hun kinderen aanpakt? De bezorgdheid over de Sturm-und-Drang-periode van jongeren is terecht van alle tijden. Uniek voor onze tijd is dat we een generatie van volwassenen hebben die moeite heeft om die normatieve rol op zich te nemen. Als de generatiekloof al is opgelost, dan dient ze opnieuw te worden uitgevonden. Die vijftien procent probleemgezinnen vind ik trouwens nogal aan de hoge kant. Maar ik ben er zelfs van overtuigd dat het probleem nog veel groter is. Vandaar de verwijzing naar ons-soort-ouders, die uiteindelijk met de beste bedoelingen misschien wel slagen, maar tegen welke prijs… Misschien moeten we het maar eens hebben over die normatieve kaders. Ik bedoel daarmee meer zelfcontrole, kleinere ego’s, selectiviteit in aanbod van impulsen, het belang van duurzaamheid en respect voor anderen en daarmee voor jezelf. Kortom een innerlijke vertaling van het beschermingsmotief dat ouders waarschijnlijk eigen is, maar dat zo weinig wordt gecultiveerd. Hans, jij zegt dat het uniek voor deze tijd is dat we een generatie van volwassenen hebben die moeite heeft een normatieve rol in de opvoeding op zich te nemen. Het past bij het verhaal dat we in deze tijd allemaal moreel aan onszelf overgeleverd zijn, omdat de regulerende instituten zijn weggevallen. Met alle respect vind ik dit postmoderne prietpraat. De bewijsvoering heb ik nog nooit ergens gezien, al het onderzoek dat ik ken wijst helemaal niet op een waardencrisis, bij volwassenen noch bij kinderen. Waarom praten zichzelf respecterende individuen en intellectuelen elkaar dit na en aan? Verreweg de meeste ouders leren hun kinderen respect op te brengen voor anderen, wat rechtvaardigheid is, dat je niet moet stelen, dat geweld slecht is, et cetera. Dat mensen zich daar lang niet altijd naar gedragen is een geheel andere kwestie en heeft ook te maken met de 'opvoeding’ in het publieke domein: verheerlijking van geweld, commerciële seks en superrijkdom via de media, voorbeeldgedrag van schaamteloze zakkenvullers, veronachtzaming van de sociale controle op straat, grootschaligheid van scholen, et cetera. Tot slot nog een keer de ouders die op hun knieën zouden opvoeden. Veel mensen verwarren die onderhandelingshuishouding ten onrechte met laissez-faire. Als je dat doet gaat het inderdaad fout, en is dat een moderne vorm van pedagogische verwaarlozing. Daarentegen blijkt zogenaamd 'autoritatief opvoeden’, dat wil zeggen opvoeden via ondersteuning en democratische controle, zowel het sociale gedrag van kinderen als hun morele ontwikkeling beter te stimuleren dan welke top-down-benadering ook. Jouw zelfcontrole, keuzen kunnen maken, respect voor anderen en ga zo voort blijken door een democratische opvoedingspraktijk in het gezin heel goed te gedijen. Maar of zulk gedrag ook stabiel blijft, hangt voor een belangrijk deel af van hoe wij ons sociale opvoedingsklimaat vormgeven: op straat, in de media, op school et cetera. En daar is erg veel mis! Micha, dat we in een moreel gefragmenteerde wereld leven wordt algemeen gedeeld: van Alisdair MacIntyre tot Alain Finkielkraut, en van Harry Kunneman tot het SCP. De vraag is natuurlijk hoe je een dergelijke situatie beoordeelt. In mijn boek 'Solidariteit en slachtofferschap’ heb ik daarover een optimistisch standpunt ingenomen. Het seculiere sociaal-liberalisme genereert namelijk een morele tegenkracht: een grotere gevoeligheid voor het leed van anderen. Maar een dergelijke (postmoderne) moraliteit moet wel gekoesterd worden. Jouw voorbeelden uit het 'sociale domein’ zijn evenzovele bewijzen voor mijn stelling dat we dat te weinig doen. We leven in een risicocultuur - althans op veel plekken en op veel momenten; de onderhandelingshuishouding vormt daar slechts in beperkte mate een antwoord op. Sterker nog: ze draagt er zelfs aan bij! Die zogenoemde 'autoritatieve opvoeding’ (wat een woord trouwens) is ideaal in ideale omstandigheden, maar daar leven we niet in. Ik ben van mening dat ouders weer meer verantwoordelijkheid moeten gaan nemen voor het gedrag van hun kinderen, gewoon uit de noodzaak tot bescherming van hun kinderen, van zichzelf en van derden. Misschien leidt dat dan uiteindelijk zelfs wel tot een beter opvoedingsklimaat op straat, in de media en op school. Dan krijg jij ook nog je zin.