Reactie op ‘Wij weten iets van hun lot’

Evelien Gans en Remco Ensel wijden in de Groene Amsterdammer van 12 december een zeer lange beschouwing aan mijn boek ‘Wij weten niets van hun lot’. Gewone Nederlanders en de Holocaust. Dat boek beantwoordt de vraag wat gewone Nederlanders destijds vonden en wisten van de Holocaust.

Het antwoord luidt, in een notendop: 1. Dat gewone Nederlanders niet onverschillig stonden tegenover de Jodenvervolging; 2. Dat zij veronderstelden dat de meeste gedeporteerde Joden in Polen aan zware dwangarbeid gezet zouden worden en dat velen dat op den duur niet zouden overleven, maar niet wisten dat zij in meerderheid bij aankomst werden gedood, en 3. Dat dat relevant is, omdat het verklaart waarom Joden en niet-Joden twijfelden aan de wijsheid van verzet. Wie onderdook en gepakt werd, was er zeker geweest, wie naar Polen ging zou het daar misschien wel uitzingen tot de bevrijding, die binnen luttele maanden werd verwacht.

Ensel en Gans zijn woedend over deze voorstelling van zaken, omdat ze de overeenkomsten tussen Joden en niet-Joden benadrukt. Dat hebben ze goed gezien: ik denk dat het ingeburgerde beeld van de omstander die schouderophalend toekeek hoe zijn joodse buurman werd weggevoerd onjuist is. En ik denk dat Joden en niet-Joden in één opzicht in hetzelfde schuitje zaten: omdat ze maar half wisten wat er gebeurde, vonden ze het moeilijk te bepalen wat ze moesten doen.

Nu valt over die conclusies en de onderbouwing daarvan natuurlijk inhoudelijk te discussiëren. Maar dat is niet de insteek van Gans en Ensel. Zij verklaren het vaststellen van overeenkomsten tussen Joden en niet-Joden simpelweg tot taboe. Het is ‘nivellering’ en dat is slecht. Een beetje zoals de gestaalde kaders van de oude CPN een onwelgevallig standpunt ‘revisionisme’ noemden, of ‘sektarisme’. Het klinkt inhoudelijk, is tegelijkertijd reuze rekbaar, en diskwalificeert de tegenstander onmiddellijk als verdacht sujet. Want dat is de enige heldere rode lijn van hun stuk: ik deug niet want ik werk naar een moreel verwerpelijke einduitkomst toe.

Het gevolg van deze aanpak is dat de arme Groene-lezer na de vele pagina’s nogal warrig proza wel weet dat mijn motieven blijkbaar duister zijn, verder weinig wijzer is geworden: hij weet half wat er in mijn boek staat, hij heeft tientallen nauwelijks uitgewerkte kanttekeningen gehoord die suggereren dat ik er weinig van heb begrepen, maar geen enkel idee hoe het dan wél zit.

Denken Gans en Ensel dat men destijds wél wist dat de Joden bij aankomst werden gedood? Enerzijds schamperen ze dat ‘allang vaststaat’ dat ‘verreweg de meeste Nederlanders geen harde bewijzen hadden van een bij voorbaat vaststaande massale vernietiging’, anderzijds menen ze dat de in dagboeken en de illegale pers gebezigde termen als vernietiging, uitroeiing en massamoord geheel helder waren. Wat is het nu?

Ook de vraag of de omstanders de vervolging nu afkeurden of niet laten ze volkomen in het midden. Ze lijken weinig fiducie in de omstanders te hebben en benadrukken hun antisemitisme, maar leggen niet uit hoe het dan kan dat de tijdgenoten unaniem meenden dat de Jodenvervolging grote woede wekte. Mijn suggestie dat er meer verzet was geweest als men had geweten van Auschwitz - en dus had geweten dat inzake de Jodenvervolging er geen ‘erger’ was om te voorkomen - diskwalificeren zij als een ‘een onverdedigbare vorm van geschiedschrijving’ en als het ‘gebruiken’ van Joden ‘ter legitimatie’, zonder een woord te wijden aan zijn plausibiliteit. Kameraad Van der Boom maakt zich schuldig aan ‘nivellering’ en daarmee is genoeg gezegd.

Ondertussen blijkt hun woede en wantrouwen hun lees- en denkvermogen geen goed te hebben gedaan. Zij hebben het boek verbazend slecht gelezen en deels volkomen verkeerd begrepen. Ik zal de lezer niet vermoeien met een gedetailleerde kritiek: die is te vinden op mijn blog: wijwetennietsvanhunlot.blogspot.nl. Gans en Ensel schrijven niet als kritische collega’s, maar als politiek-morele scherprechters. Dat is onhebbelijk, arrogant en ver buiten de wetenschappelijke orde.

BART VAN DER BOOM, Leiden